RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11010519 \ MB VERZ 24-353
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 18 mei 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats] (België)
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is eerder behandeld op de zitting van 8 januari 2026. De kantonrechter heeft de behandeling van de zaak toen aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen te controleren op welke datum de beslissing van de officier van justitie is verzonden en wat de exacte pleeglocatie betrof. Door een landelijke storing was dit destijds niet mogelijk.
De zaak is vervolgens behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen [persoon] . Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 16 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N639 Chaamseweg te Ulvenhout op 15 februari 2023 om 11:27 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Volgens betrokkene is de Chaamseweg een 80 km/u weg. Daarnaast is betrokkene niet op de pleeglocatie geweest rond dat tijdstip. Betrokkene stelt dat de meting niet zorgvuldig is uitgevoerd, omdat er twijfel is ontstaan of er is voldaan aan de criteria ‘Concept regeling voorschriften meetmiddelen politie’ en de handleiding van de meetapparatuur. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat ze zich op het punt van de dwangsom refereert aan het oordeel van de kantonrechter. Volgens eigen berekeningen heeft de officier van justitie aan betrokkene voor twee dagen een dwangsom verbeurd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de pleeglocatie te wijzigen naar de Chaamseweg, gemeente Gilze- Rijen, het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en het verzoek om een dwangsom toe te wijzen. Daartoe is het volgende aangevoerd. Het dossier bevat een foto met het meetresultaat, waardoor de zittingsvertegenwoordiger geen reden ziet om aan de juistheid van de meting te twijfelen. Verder gaat het om een 60-zone en is de bebording volgens Google Streetview voldoende zichtbaar, waardoor de gedraging, in combinatie met de verklaring van de verbalisant, kan worden vastgesteld. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.
Overwegingen
Pleeglocatie
De zittingsvertegenwoordiger heeft ter zitting verzocht om de pleeglocatie te wijzigen. De kantonrechter is het op dit punt met de zittingsvertegenwoordiger eens en zal de pleeglocatie wijzigen naar de Chaamseweg te Gilze- Rijen. Betrokkene is hierdoor niet in het verdedigingsbelang geschaad.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Daarbij ziet de kantonrechter in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de meting.
De boete is dus terecht aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de redelijke termijn overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dwangsom
Gemachtigde heeft tot slot verzocht om toekenning van de wettelijke dwangsom omdat de officier van justitie niet tijdig heeft beslist.
De kantonrechter overweegt het volgende. Op grond van artikel 7:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet de officier van justitie beslissen binnen 16 weken vanaf het einde van de beroepstermijn. De beslistermijn is op 2 september 2024 verstreken. Vervolgens is op 29 november 2024 een ingebrekestelling ontvangen. Dit betekent dat de officier van justitie uiterlijk 13 december 2024 een beslissing had moeten nemen. Uit uitspraak ECLI:NL:GHARL:2025:4952, waar gemachtigde naar verwijst, blijkt dat de zevende dag, na dagtekening van de brief, als datum waarop de officier van justitie een beslissing heeft genomen, wordt beschouwd. De dagtekening betreft in dit geval 7 december 2024, waarbij de zevende dag uitkomt op 14 december 2024. Hieruit volgt dat niet tijdig is beslist, aangezien uiterlijk 13 december 2024 besloten had moeten worden. Dit betekent dat de officier van justitie aan betrokkene voor een dag een dwangsom heeft verbeurd.
Gelet op artikel 4:17 lid 2 Awb bedraagt de dwangsom € 23,-. De berekening is als volgt:
1 dag x € 23,- = € 23.
Proceskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. Daarbij komen alleen de proceskosten in de fase bij de kantonrechter voor vergoeding in aanmerking. Verder ziet de kantonrechter door wijziging van de pleeglocatie geen aanleiding om gevolgen te verbinden aan de hoogte voor de proceskostenvergoeding.
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift 1 punt + zitting 1 punt = 2 punten x gewicht 0,5 x € 934,- = € 934,00.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ wijzigt de pleeglocatie naar de Chaamseweg, gemeente Gilze- Rijen;
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 108,75, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 36,25, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ stelt vast dat de officier van justitie aan betrokkene een dwangsom van € 23,- is verschuldigd, vermeerderd met de wettelijke rente;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 934.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: