RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11032654 \ MB VERZ 24-482
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 18 mei 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen mr. B. Benedict. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rechts inhalen waar dat verboden is op de A59 te Waalwijk op 3 september 2023 om 11:42 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Bij de door betrokkene genomen afslag geldt een blokmarkering, waardoor niet is ingehaald op een plek waar dit verboden is. Verder is artikel 13a lid 2 Wahv in strijd met het gelijkheidsbeginsel/discriminatieverbod. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat er Keskin-vragen zijn met het oog op het arrest van het hof en dat de redelijke termijn is overschreden. Verder heeft gemachtigde ter zitting KvK-uittreksels getoond met een machtiging van betrokkene met het verzoek om het verzuim in de administratieve fase te passeren.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren omdat de officier van justitie het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dat het verzuim tijdens de kantonfase wordt hersteld maakt niet dat in de administratieve fase een onterechte beslissing is genomen.
Overwegingen
De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat gemachtigde heeft nagelaten aannemelijk te maken dat degene die de machtiging heeft verstrekt vertegenwoordigingsbevoegd is namens [betrokkene] B.V. Aan gemachtigde is toen de gelegenheid geboden het verzuim te herstellen, maar gemachtigde heeft nagelaten gebruik te maken van deze gelegenheid.
De kantonrechter is het met de zittingsvertegenwoordiger eens dat de officier van justitie het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dat gemachtigde de vertegenwoordigingsbevoegdheid pas ter zitting met de juiste bewijsstukken heeft onderbouwd maakt dit niet anders. Gemachtigde had deze stukken al in kunnen brengen in het beroep bij de officier van justitie, maar heeft dat niet gedaan.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Beslissing
De kantonrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: