ECLI:NL:RBZWB:2026:5107

ECLI:NL:RBZWB:2026:5107

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 18-05-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 11032520 \ MB VERZ 24-481
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Tilburg

Samenvatting

Gedeeltelijk gegrond. Beroep tegen verkeersboete: gedeeltelijk gegrond + proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Tilburg

zaaknummer.: 11032520 \ MB VERZ 24-481

CJIB-nummer: [cjib-nummer]

uitspraakdatum: 18 mei 2026

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene] B.V.

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen mr. B. Benedict. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 13 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N261 Burgemeester Bechtweg (t.h.v. hmp 6.0) te Tilburg op 6 juli 2023 om 07:10 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de officier van justitie ten onrechte heeft afgezien van het horen. De enkele omstandigheid dat de beslissingstermijn afloopt, rechtvaardigt nog niet zonder meer dat af wordt gezien van het horen. Gemachtigde verwijst naar jurisprudentie. Verder is artikel 13a lid 2 Wahv in strijd met het gelijkheidsbeginsel/discriminatieverbod. Verzocht wordt om de boete met 25% te matigen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd de beroepsgrond over artikel 13a lid 2 Wahv wordt ingetrokken omdat het inmiddels is achterhaald. Verder is de redelijke termijn overschreden, waardoor verzocht wordt om de boete nogmaals met 25% te matigen.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren, aangezien het verweer van gemachtigde op beide punten slaagt. De boete dient tweemaal met 25% gematigd te worden.

Overwegingen

Inhoudelijk

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om hieraan te twijfelen.

De boete is dus terecht opgelegd.

Schending hoorplicht

De officier van justitie heeft gemachtigde en betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is een schending van de hoorplicht, die volgens vaste rechtspraak moet leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond.

De kantonrechter ziet hierin ook reden om de boete te matigen met 25%.

Overschrijding redelijke termijn

Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.

In dit geval is de redelijke termijn overschreden.

Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete nogmaals matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369).

Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Proceskostenvergoeding

Omdat de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is van na 31 december 2023. Daarom is de vermenigvuldigingsfactor 0,25 van artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing.

De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:

beroepschrift 1 punt + zitting 1 punt = 2 punten x gewicht 0,5 x € 934,- x 0,25 = € 233,50.

Beslissing

De kantonrechter:

€ 70,88,-, plus € 9,- administratiekosten;

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K. Verschueren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand