ECLI:NL:RBZWB:2026:5115

ECLI:NL:RBZWB:2026:5115

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 18-05-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 10793122 \ MB VERZ 23-1176
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Tilburg

Samenvatting

Gedeeltelijk gegrond. Beroep tegen verkeersboete: gedeeltelijk gegrond + proceskostenvergoeding

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Tilburg

zaaknummer.: 10793122 \ MB VERZ 23-1176

CJIB-nummer: [cjib-nummer]

uitspraakdatum: 18 mei 2026

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : mr. G.J. Woodrow (Woodrow & Van de Kerkhof strafrechtadvocaten)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: niet meewerken onderzoek van speeksel en/of aanwijzingen in dit kader niet opvolgen op de Componistenlaan te Tilburg op 2 september 2022 om 00:50 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene ontkent geweigerd te hebben om zijn medewerking te verlenen aan zowel het speekselonderzoek als het uitgeademde luchtonderzoek. Zijn medewerking moge reeds voortvloeien uit het feit dat er wel onderzoek heeft plaatsgevonden. Subsidiair wordt gesteld dat het in strijd is met behoorlijk c.q. betrouwbaar overheidsoptreden dat voor diverse vermeende overtredingen forse boetes zijn opgelegd welke volgens de beschikkingen op één en dezelfde tijdstip/moment zouden zijn begaan. Er wordt kennelijk getracht zoveel mogelijk boetes op te leggen voor hetzelfde, hetgeen niet anders betiteld kan worden dan uitermate onzorgvuldig. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de zekerheid op nihil te stellen en het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het dossier bevat een ontzettend uitgebreid aanvullend proces-verbaal, waaruit blijkt dat betrokkene niet meewerkte terwijl het werd gevorderd. Er is geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Voorts zijn twee verschillende onderzoeken gevorderd, waardoor het gaat om twee verschillende keuzes van betrokkene om te weigeren. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.

Overwegingen

Zekerheidstelling

Op grond van artikel 11 Wahv moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft de minimale zekerheidstelling van € 234,- niet betaald.

Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. De kantonrechter is, gelet op de onderbouwing dat betrokkene een schuldregeling heeft, van oordeel dat betrokkene dit voldoende aannemelijk heeft gemaakt. De te betalen zekerheid wordt daarom op nihil gesteld.

De kantonrechter zal het beroep tegen de boete vervolgens inhoudelijk beoordelen.

Inhoudelijk

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant uit het aanvullend proces-verbaal - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien gemachtigde voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.

De kantonrechter ziet, gelet op het uitgebreide aanvullend proces-verbaal, in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Daarbij verwijst de kantonrechter naar ECLI:NL:GHARL:2024:455, waaruit blijkt dat een onderzoek naar uitgeademde lucht en een onderzoek naar speeksel twee verschillende gedragingen zijn met verschillende feitcodes. Derhalve faalt de beroepsgrond van gemachtigde.

De boete is dus terecht opgelegd.

Overschrijding redelijke termijn

Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.

In dit geval is de redelijke termijn overschreden.

Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Proceskostenvergoeding

Omdat de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter.

De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:

beroepschrift 1 punt + zitting 1 punt = 2 punten x gewicht 0,5 x € 934,- = € 934,00.

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 187,50, plus € 9,- administratiekosten;

‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 934.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.

Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:

Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum verzending:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K. Verschueren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand