[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar tegen het besluit van 17 juli 2025 betreffende zijn verzoek (aanvraag) om op grond van de Wet open overheid (Woo) informatie te verstrekken.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
Is het beroep kennelijk gegrond?
3. Het beroep is kennelijk gegrond. Ondanks dat het college aan eiser tegemoet is gekomen in een herstelbesluit en een vergoeding van de proceskosten in bezwaar, heeft eiser zijn bezwaarschrift tegen het besluit van 17 juli 2025 niet ingetrokken. Dit betekent dat het college nog dient te beslissen op het bezwaarschrift van eiser. Het college moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn voorbij is. Het college had dus uiterlijk op 8 oktober 2025 moeten beslissen. Eiser heeft het college op 3 januari 2026 in gebreke gesteld en de ingebrekestelling is door het college op 6 januari 2026 ontvangen. Sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.
Welke beslistermijn wordt aan het college opgelegd?
4. Omdat het college nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het college dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het college dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.
Welke dwangsom wordt aan het college opgelegd?
5. De rechtbank bepaalt dat het college een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het college. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt, het college de onder 4. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan het college de onder 5. genoemde dwangsom wordt opgelegd.
Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding voor zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Het verzoek om wettelijke rente wordt afgewezen.
Eiser heeft in zijn beroepschrift aan de rechtbank gevraagd om het college te veroordelen de wettelijke rente te vergoeden over de in de uitspraak opgenomen bedragen, indien deze niet binnen vier weken na verzending van de uitspraak zijn voldaan.De rechtbank zal het college, gezien het arrest van de Hoge Raad van 21 december 2018, veroordelen om over het bedrag aan griffierecht en proceskosten wettelijke rente te vergoeden vanaf vier weken na de uitspraak van de rechtbank tot aan de dag van algehele voldoening. De rechtbank ziet geen aanleiding het college te veroordelen tot betaling van wettelijke rente over de onder 5 genoemde dwangsom, omdat nog niet vaststaat dat het college deze dwangsom ook daadwerkelijk zal verbeuren.
Beslissing
De rechtbank:
€ 200,- en de proceskostenvergoeding van € 467,- te rekenen vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 10 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.