ECLI:NL:RBZWB:2026:525

ECLI:NL:RBZWB:2026:525

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer 02-262334-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vrijspraak van het voorbereiden van samenspanning tot moord dan wel doodslag met terroristisch oogmerk. Veroordeling voor het dragen van een zelf gefabriceerd mes, het beledigen van politieagenten en vernieling van drie ruiten. De rechtbank stelt op basis van het trajectconsult in samenhang bezien met de verklaring van verdachte vast dat er sprake was van diverse stoornissen die de keuzes en gedragingen van verdachte hebben beïnvloed. Deze beïnvloeding acht de rechtbank dusdanig dat als gevolg hiervan het tenlastegelegde verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend. Strafoplegging: gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met de zorgmachtiging die gelijktijdig met de uitspraak van deze strafzaak wordt verleend voor de duur van zes maanden. Benadeelde partij.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-262334-25

vonnis van de meervoudige kamer van 29 januari 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] (Syrië)

wonende te [woonadres]

raadsman mr. Z.M. Alaca, advocaat te Breda

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 januari 2026, waarbij de officier van justitie, mr. H.E. Thijssen-De Haze, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

De zaak is behandeld in combinatie met een verzoek van de officier van justitie inzake een zorgmachtiging voor verdachte met nummer C/02/443768/FA RK 26/99.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorbereiden van samenspanning tot moord dan wel doodslag met terroristisch oogmerk; het dragen van een zelf gefabriceerd mes; het beledigen van politieagenten en vernieling van drie ruiten.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert, zoals voor de zitting al was aangekondigd, vrijspraak van feit 1 wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Voor de feiten 2 tot en met 5 kan wel tot een bewezenverklaring worden gekomen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de tenlastegelegde feiten en zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Feit 1

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat op grond van het dossier het tenlastegelegde onder feit 1 niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij spreekt verdachte dan ook vrij van dit feit.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

2

op 5 oktober 2025 te Breda opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, die aan een ander, te weten aan de Politie, toebehoorde heeft vernield.

3

op 5 oktober 2025 te Breda opzettelijk en wederrechtelijk meerdere ruiten, die aan een ander toebehoorden heeft vernield.

4

op 5 oktober 2025 te Breda opzettelijk ambtenaren, te weten [benadeelde 1] ( [functie 1] ) en [benadeelde 2] ( [functie 2] ), gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door aan die [benadeelde 1] de woorden toe te voegen: "Kankerhomo" en aan die [benadeelde 2] de woorden toe te voegen: "Jij bent een kind van een hoer" en "hoer".

5

op 5 oktober 2025 te Breda een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een zelf gefabriceerd mes zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert op grond van hetgeen zij bewezen acht aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van dertig dagen waarvan twintig dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar voor de feiten 2, 3 en 4. Daarnaast eist zij voor feit 5, dat een overtreding is, een geldboete van 300 euro. Zij houdt hierbij rekening met de psychische gesteldheid van verdachte ten tijde van de feiten, zoals die uit het dossier blijkt. De officier van justitie heeft in een aparte procedure ook de oplegging van een zorgmachtiging gevorderd. Zij acht desondanks toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (verder: Sr) in de strafzaak niet passend omdat een zorgmachtiging niet tot doel heeft recidive te beperken. Daarvoor is volgens haar oplegging van een voorwaardelijke straf noodzakelijk.

Het standpunt van de verdediging

Bij een bewezenverklaring bepleit de verdediging toepassing van artikel 9a Sr. Uit het dossier blijkt namelijk dat er bij verdachte geen sprake was van berekenend normoverschrijdend handelen maar van een ernstig psychisch ontregeld toestandsbeeld. Hierdoor is er evident sprake van aanzienlijke vermindering van de verwijtbaarheid. Voor wat betreft de strafdoelen dient de nadruk te liggen op de speciale preventie gericht op zorg en behandeling van verdachte. Nu er naar alle waarschijnlijkheid een zorgmachtiging aan verdachte zal worden opgelegd, dient hiermee in navolging van de jurisprudentie van de Hoge Raad bij de strafoplegging rekening te worden gehouden. Gelet daarop is de eis van de officier van justitie onevenredig en niet redelijk.

Het oordeel van de rechtbank

Aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich op 5 oktober 2025 schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. In een verwarde toestand heeft hij eerst twee ruiten van de woningen van zijn buren vernield. Hierna is hij met een zelf gefabriceerd mes van in totaal 45 centimeter lang de straat op gegaan. Op dat moment was de Singelloop gaande. Vanwege dit sportevenement was het heel druk in het centrum van Breda. Verdachte heeft zich met dit mes in deze menigte begeven. Meerdere mensen hebben verdachte met het mes gezien en de politie gebeld. De politie is hierop direct in actie gekomen en een zoektocht gestart naar verdachte. Ondertussen heeft verdachte ook nog een ruit van het politiebureau aan het Chasséveld vernield. Na een korte zoektocht is verdachte door de politie aangehouden. Tijdens deze aanhouding heeft verdachte twee politieagenten beledigd.

De rechtbank acht dit ernstige feiten. Hoewel achteraf bleek dat verdachte niet van plan was om mensen met het zelf gefabriceerde mes te bedreigen of te verwonden, heeft het zichtbaar dragen van dit mes tijdens het drukke sportevenement wel een grote impact op zowel getuigen als de politie gehad. De politie hield hierbij zelfs rekening met een (terroristische) aanslag. Door de politieagenten te beledigen, heeft hij hun eer en goede naam geschaad. De vernielingen hebben daarnaast niet alleen voor schade en overlast gezorgd, maar bij de buren ook voor angst in hun woonomgeving, waarbij zij bang waren voor verdere escalatie.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte waaruit blijkt dat hij in het verleden niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest voor soortgelijke feiten. De rechtbank houdt daar rekening mee.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging ook acht geslagen op het reclasseringsadvies van 30 december 2025 dat over verdachte is opgemaakt. Hierin komt naar voren dat verdachte cannabis gebruikt, maar dat onduidelijk is in hoeverre dit een rol heeft gespeeld bij de tenlastegelegde feiten. De afgelopen vijf jaar is verdachte niet veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, maar hij kwam wel veelvuldig in beeld bij de politie vanwege meldingen omtrent verward en overlast veroorzakend gedrag. Bij de betrokken hulpverlening zijn er zorgen over het psychisch toestandsbeeld van verdachte en zijn moeilijk te hanteren gedrag. Naar aanleiding hiervan is een zorgmachtiging aangevraagd. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. Geadviseerd wordt om aan verdachte een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen, aangezien er geen mogelijkheden worden gezien om met toezicht of interventies de risico’s of het gedrag van verdachte te beperken. Voor wat betreft de strafmodaliteiten zou een gevangenisstraf de oplegging van een zorgmachtiging doorkruisen en wordt een taakstraf niet haalbaar geacht. Verdachte is wel in staat tot het betalen van een geldboete.

Verder komt uit het trajectconsult van 13 januari 2026 naar voren dat verdachte eerder is gediagnosticeerd met een niet nader gespecificeerde schizofreniespectrum stoornis, een posttraumatische stressstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. Deze schizofreniespectrum stoornis en de stoornis in het gebruik van cannabis lijken ook nu nog aanwezig te zijn gezien het verwarde gedrag dat door mensen in zijn omgeving wordt gezien en zijn verklaring bij de politie over zijn cannabisgebruik in de periode voorafgaand aan het plegen van het ten laste gelegde.

Op grond van de diagnose in het hiervoor aangehaalde trajectconsult in samenhang bezien met zijn verklaring kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat er ten tijde van het tenlastegelegde bij verdachte sprake was van diverse stoornissen die zijn keuzes en gedragingen hebben beïnvloed. Deze beïnvloeding acht de rechtbank dusdanig dat als gevolg hiervan het tenlastegelegde verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend. Zij houdt daarmee rekening in de strafoplegging.

De rechtbank houdt er ook rekening mee dat gelijktijdig met de uitspraak in deze strafzaak de rechtbank een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 2.3 Wet forensische zorg heeft verleend voor een behandeling voor de (maximale) duur van 6 maanden.

De strafoplegging

Alles afwegend, acht de rechtbank de eis van de officier van justitie niet passend. Gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, is de eis aan de forse kant. Bovendien ziet de rechtbank geen aanleiding voor oplegging van een voorwaardelijke straf, omdat de gepleegde feiten in grote mate lijken samen te hangen met de stoornissen van verdachte. Toepassing van artikel 9a Sr zoals door de verdediging is bepleit, acht de rechtbank gelet op de ernst van de feiten een brug te ver. De rechtbank komt voor feit 2 tot en met 4 tot oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, te weten tien dagen met aftrek van voorarrest. Voor feit 5 legt zij een geldboete op van 300 euro te vervangen door drie dagen hechtenis.

7. De benadeelde partij

De benadeelde partij Politie Breda vordert een schadevergoeding van € 707,06 voor feit 2.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank volledig toewijsbaar. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

Ook zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf de datum van de factuur, te weten 18 december 2025.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.(vul naam in van de benaddelde partij met alleen voorletters)

8. Het beslag

Nu verdachte afstand heeft gedaan van de inbeslaggenomen goederen, is hierover geen beslissing van de rechtbank meer vereist.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 36f, 57, 62, 266, 267 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 27 en 54 van de Wet wapens en munitie.

10. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 2: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort vernielen;

feit 3: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort vernielen, meermalen gepleegd;

feit 4: Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt gedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

feit 5: Handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

Feit 2 t/m 4:

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van tien dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Feit 5:

- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 300,-;

- beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van drie dagen;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Politie Breda van € 707,06 (feit 2), voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 18 december 2025 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Politie Breda, € 707,06 (feit 2) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 18 december 2025 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling zeven dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.M. Collombon, voorzitter, mr. G.M.J. Kok en mr. A.L. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. de Jonge, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 januari 2026.

Bijlage I

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1

hij op of omstreeks 5 oktober 2025 te Breda, althans in Nederland, met het oogmerk om ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het (meermalen) te plegen misdrij(f)(ven):

- doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289a van het Wetboek van Strafrecht)

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf, immers heeft hij, verdachte

- een mes (omgebouwd tot aanvalswapen) zichtbaar gedragen in het openbaar bij een publiek evenement met veel bezoekers;

( art 289a lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 289a lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 96 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 96 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht)

2

hij op of omstreeks 5 oktober 2025 te Breda opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan de Politie, toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of

weggemaakt;

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

3

hij op of omstreeks 5 oktober 2025 te Breda opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere ruiten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] en/of Laurentius, toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

4

hij op of omstreeks 5 oktober 2025 te Breda opzettelijk ambtenaren, te weten [benadeelde 1] ( [functie 1] ) en/of [benadeelde 2] ( [functie 2] ), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door aan die [benadeelde 1] de woorden toe te voegen: "Kankerhomo" en/of aan die [benadeelde 2] de woorden toe te voegen: "Jij bent een kind van een hoer" en/of "hoer"althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

( art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 267 lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht )

5

hij op of omstreeks 5 oktober 2025 te Breda een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een zelf gefabriceerd mes zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd

aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen;

( art 27 lid 1 Wet wapens en munitie )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?