Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-175335-22
Vonnis van de meervoudige kamer van 29 januari 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1955,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1] ,
raadsvrouw mr. J.J.J. Jansen, advocaat te Kapelle.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 januari 2026, waarbij de officier van justitie mr. A. Verhoeven en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 21 juni 2022
1. in vereniging 2309 hennepplanten heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad;
2. in vereniging diefstal met braak heeft gepleegd.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en zij baseert zich hierbij op de bewijsmiddelen in het dossier.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het telen, bereiden, bewerken en verwerken van de hennep. Slechts het aanwezig hebben van een gering aantal hennepplanten, namelijk de hoeveelheid planten zoals aangetroffen in ruimte C, kan worden bewezen. Van het tweede ten laste gelegde feit dient verdachte te worden vrijgesproken, omdat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om vast te stellen dat verdachte wist van de diefstal van de stroom.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
Als hoger beroep wordt ingesteld, zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Vaststelling van de feiten en omstandigheden
Op 20 augustus 2021 sluit [medeverdachte 1] een huurcontract af voor de duur van vijf jaar voor het bedrijfspand aan [adres 2] en vestigt zijn [bedrijf] in het pand. Op 17 mei 2022 ontvangt de politie een melding van een andere huurder in het pand aan [adres 2] over een sterke hennepgeur. De melder wordt verzocht de activiteiten rondom het pand in de gaten te houden en er wordt op 1 juni 2022 een blokmeting aangevraagd bij netwerkbeheerder Stedin. Op 2 juni 2022 stuurt de melder een foto van een Volkswagen Caddy en zegt deze auto meermaals per week bij het [bedrijf] te zien. Op 20 juni 2022 ontvangt de politie de resultaten van de blokmeting. Hieruit volgt dat er een kweekbeeld is te zien. Op 21 juni 2022 wordt het pand aan [adres 2] binnengetreden en wordt een hennepkwekerij aangetroffen. Deze bestond uit vier kweekruimtes met in totaal 2309 hennepplanten. In de kwekerij is ook een kalender aangetroffen waarop op 28 februari 2022 staat geschreven: maandag geplant 18u. Tot slot werden er werden drie personen aangetroffen in de kwekerij waaronder verdachte.
Feit 1
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Daarbij moet de van medeplegen verdachte persoon aan de totstandkoming van het delict een wezenlijke bijdrage hebben geleverd.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af. Verdachte wordt op 21 juni 2022 aangetroffen in de kwekerij. Hij rook sterk naar hennep en heeft een sleutel van het pand aan [adres 2] . De Volkswagen Caddy, op naam van de zus van verdachte en waar hij gebruik van maakt, is meermaals per week gezien bij het pand. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat verdachte hem heeft gestrikt om in de loods te werken, hem naar de loods reed, verdachte de plantjes water gaf, hem instructies gaf over het knippen van de toppen van de hennepplanten en het hakken daarvan met een mes en hem betaalde voor zijn werkzaamheden. Verdachte verklaart gedurende enkele maanden meerdere keren per week bij de kwekerij te zijn geweest, maar zegt zelf enkel betrokken te zijn geweest vanwege de (CBD)stekken. Hij zou als vriendendienst iemand leren stekken en zelf de stekken knippen. De rechtbank acht dit, gelet op de voorgaande omstandigheden, ongeloofwaardig. Daarbij komt dat zelfs indien de verklaring van verdachte wordt gevolgd, hij een bijdrage heeft geleverd van zodanig gewicht dat kan worden gesproken van medeplegen van hennepteelt. Verdachte wist immers van de kwekerij, of dit nu ging om CBD of niet, was veelvuldig aanwezig in het pand, had een eigen sleutel om het pand te betreden, verrichtte werkzaamheden in de kwekerij en trok personeel aan dat hij ook betaalde.
Concluderend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het telen, bereiden en bewerken van hennep.
Feit 2
De rechtbank stelt voorop dat voor (mede)plegen van diefstal van elektriciteit ten behoeve van een hennepkwekerij onvoldoende is dat uit de bewijsvoering blijkt dat verdachte betrokken is bij de hennepteelt. Het medeplegen van de diefstal kan dus niet enkel uit de betrokkenheid bij de teelt volgen. Om tot een bewezenverklaring van het medeplegen van diefstal te komen dient namelijk ook te worden vastgesteld dat verdachte weet had van de illegale stroomvoorziening. De rechtbank overweegt dat uit het dossier weliswaar volgt dat de elektriciteitsvoorziening in het pand illegaal werd afgenomen, maar dat er geen concrete aanknopingspunten zijn voor betrokkenheid van verdachte bij de diefstal van de stroom. De enkele algemene ervaringsregel dat hennepkwekerijen doorgaans gepaard gaan met een illegaal afgenomen elektriciteitsvoorziening is daarvoor onvoldoende. Er moeten bewijsmiddelen zijn die duiden op uitvoeringshandelingen van verdachte bij het wegnemen van elektriciteit en die ontbreken in dit geval. Daarnaast kunnen concrete gedragingen van verdachte waaruit zijn betrokkenheid bij de teelt blijkt en de omstandigheden waaronder die teelt plaatsvond, meebrengen dat (het niet anders kan zijn dan dat) verdachte zich ook heeft schuldig gemaakt aan het wegnemen van de daarbij gebruikte elektriciteit. Ook van dergelijke gedragingen en omstandigheden is niet gebleken. Zo kan niet worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij de opbouw en/of inrichting van de hennepkwekerij. De rechtbank zal verdachte van het tweede feit vrijspreken.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 21 juni 2022 te Goes, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van in totaal ongeveer 2.309 stuks hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aan gewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid feit
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
6. De strafbaarheid verdachte
De verdediging heeft verzocht verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging, omdat verdachte in de veronderstelling was dat het legale CBD-stekken betrof en hij daarom niet strafbaar is. De rechtbank begrijpt dit als een beroep op afwezigheid van alle schuld (AVAS) en overweegt daarover als volgt.
In een dergelijk geval moet het gaan om een verontschuldigbare onbewustheid van de hem verweten gedraging. Van een zodanige onbewustheid kan slechts sprake zijn, indien de verdachte ten tijde van het begaan van het feit in de overtuiging verkeerde dat zijn gedraging niet ongeoorloofd was. Verdachte is betrokken geweest bij een kwekerij die vanuit [bedrijf] slechts via een “geheime” deur toegankelijk was. Deze deur had geen kozijn of afwerklatten en bij het sluiten van de deur verdwenen de zaagsneden of waren deze afgedekt met plankendragers. Daarnaast waren op de deur planken aangebracht waarop spullen stonden. Indien gesloten zou de toegang naar de kwekerij niet zichtbaar zijn voor anderen dan de betrokken personen bij de kwekerij. Gelet hierop en vanwege de omvang en professionaliteit van de kwekerij had verdachte niet alleen meer onderzoek moeten doen naar de strafbaarheid, maar kan van een onbewustheid, laat staan een verontschuldigbare, naar het oordeel van de rechtbank geen sprake zijn. Ook de verklaring van de medeverdachte dat hij aan verdachte heeft verteld dat het slechts om CBD plantjes ging maakt dit niet anders. Het beroep op AVAS wordt verworpen.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
7. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt om een schuldig verklaring zonder strafoplegging vanwege de leeftijd, gezondheid en thuissituatie van verdachte. Indien de rechtbank hiertoe geen aanleiding ziet, verzoekt de verdediging om een geheel voorwaardelijke straf op te leggen gelet op de geschetste persoonlijke omstandigheden.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich, samen met een of meer anderen, schuldig gemaakt aan het telen van een grote hoeveelheid hennepplanten. Met zijn handelen heeft verdachte een bijdrage geleverd aan de handel in en verspreiding van softdrugs. De hennepteelt is niet alleen vanuit het oogpunt van de volksgezondheid maatschappelijk onaanvaardbaar, maar ook omdat de handel in cannabis allerlei vormen van criminaliteit in de hand werkt. Daar komt bij dat hennepkwekerijen in bedrijfspanden overlast en (brand-)gevaar veroorzaken.
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) over hennepkwekerijen. Voor een hennepkwekerij bestaande uit 500 tot 1000 hennepplanten, geldt als oriëntatiepunt een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. Voor een grotere hoeveelheid, zoals in deze zaak waar het 2309 planten betreft, zijn geen oriëntatiepunten geformuleerd.
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder, zij het in 2004, voor het medeplegen van hennepteelt is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren. Deze veroordeling heeft hem er kennelijk niet van weerhouden zich vele jaren later nogmaals schuldig te maken aan hennepteelt.
De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf ook acht geslagen op het tijdsverloop van de zaak. Bij de behandeling van de zaak is de redelijke termijn met ruim anderhalf jaar overschreden. Gelet op deze forse overschrijding van de redelijke termijn en de beperktere bewezenverklaring zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie geëist. Daarbij heeft de rechtbank ook rekening gehouden met de beperkte ten laste gelegde periode, namelijk één dag. Daarnaast ziet de rechtbank geen aanleiding voor een voorwaardelijk deel. Sinds het feit is geruime tijd verstreken en niet is gebleken dat verdachte opnieuw in aanraking is gekomen met politie of justitie. Ook is verdachte zelf in staat om hulp te zoeken en heeft dit recent ook gedaan.
Alles overwegende acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 100 uur passend en geboden.
8. De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. vordert een schadevergoeding van € 24.944,87 voor feit 2.
Verdachte zal worden vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
9. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
10. Beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 100 (honderd) uur;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 (vijftig) dagen;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf naar rato van 2 uur per dag;
Benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Boogert, voorzitter, en mr. G.H. Nomes en mr. H. Skalonjic, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.A. Lequin, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 januari 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1hij op of omstreeks 21 juni 2022 te Goes, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk gevalopzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ), eenhoeveelheidvan in totaal ongeveer 2.309 stuks hennepplanten, althans een (groot) aantalhennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30gram van een materiaal bevattende hennep,zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, danwel aan gewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 3 ahf/ond B Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet )
2hij op of omstreeks 21 juni 2022 te Goes, althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een hoeveelheid stroom en/of elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel often dele aan Stedin B.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde,heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ofdeze weg te nemen hoeveelheid stroom en/of elektriciteit onder zijn bereik heeftgebracht door middel van braak en/of verbreking;
( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )