[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende dat op 19 maart 2024 is ontvangen op de griffie.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende geen kopie van het bestreden besluit heeft bijgevoegd en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. Het beroep is wel ontvankelijk als uit het beroepschrift in voldoende mate blijkt welk bestuursorgaan als verweerder in de zaak moet worden betrokken en tegen welk besluit het beroep is gericht.
Heeft belanghebbende tijdig een kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd?
4. Belanghebbende heeft geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd. De rechtbank heeft belanghebbende in haar bericht 24 maart 2025 en 24 april 2025 verzocht om dit verzuim te herstellen. Vervolgens is de belanghebbende bij aangetekend verzonden brief van 14 mei 2025 nogmaals verzocht om binnen twee weken dit verzuim te herstellen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 14 mei 2025 om 11:23 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Belanghebbende heeft binnen die termijn geen kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd.
Is het niet tijdig insturen van een kopie van het bestreden besluit verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Is voldoende duidelijk waar het beroep op ziet?
6. Belanghebbende heeft in zijn beroepschrift weliswaar vermeld dat het om een naheffingsaanslag parkeerbelasting gaat, maar onduidelijk is wie verweerder is. De rechtbank kan uit het beroepschrift niet afleiden tegen welke verweerder of welk besluit het beroep is gericht.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 30 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.