Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-007059-24
Vonnis van de meervoudige kamer van 30 januari 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in [geboorteland] ,
raadsman mr. M.C.J. Heinen, advocaat te Roosendaal.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 januari 2026.
Mr. M.C.J. Heinen heeft ter zitting aangegeven dat hij niet bepaaldelijk gemachtigd is om de verdediging in afwezigheid van verdachte te voeren.
De officier van justitie mr. E. Kool heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.
Tegen verdachte is verstek verleend.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
Feit 1[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft bedreigd door een vuurwapen te tonen/te richten;
Feit 2openlijk geweld heeft gepleegd tegen een scooter.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Feit 1
op 10 november 2023 te Roosendaal
[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]
heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht,
door een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te richten op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en
[slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ;
Feit 2
op 10 november 2023 te Roosendaal,
openlijk, te weten, aan de [locatie] ,
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen
een goed, te weten een scooter/bromfiets, door die scooter/bromfiets omver te
trappen en de banden lek te steken en het windscherm kapot te trappen;
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis. Daarnaast verzoekt de officier van justitie een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee strafbare feiten. Allereerst heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging met een vuurwapen althans met een voorwerp dat lijkt op een vuurwapen. De bedreiging vond plaats op klaarlichte dag bij een vermeende ruzie die moest worden ‘uitgepraat’. Vuurwapens worden steeds meer gebruikt bij het oplossen van conflicten en kunnen tot zeer gevaarlijke situaties leiden. Dit brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid in de openbare ruimte met zich mee. De bedreiging met een vuurwapen moet voor de aangevers beangstigend zijn geweest. Dit soort feiten brengen ook gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving teweeg.
Verdachte heeft zich na de bedreiging schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een bromfiets, door deze omver te trappen, de banden lek te steken en het windscherm kapot te trappen. De rechtbank rekent verdachte deze feiten zeer aan.
Uit de justitiële documentatie van 24 november 2025 blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder met justitie in aanraking is geweest.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de retourzending van de opdracht van de reclassering waaruit naar voren is gekomen dat het niet is gelukt contact met verdachte te krijgen. De rechtbank heeft hierdoor geen enkel zicht gekregen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft voor de strafoplegging aansluiting gezocht bij de LOVS-oriëntatiepunten. In de LOVS-oriëntatiepunten wordt voor bedreiging met een vuurwapen uitgegaan van 6 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voor het openlijke geweld tegen de bromfiets wordt uitgegaan van een taakstraf van 60 uur.
Alles afwegend, acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf onvoldoende recht doen aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank acht – gelet op de oriëntatiepunten – een gevangenisstraf van 6 maanden passend en geboden. Er zijn geen persoonlijke omstandigheden gebleken die dit in dit geval anders zouden moeten maken.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 47, 57, 141 en 285 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
feit 2: openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden.
Dit vonnis is gewezen door J.P.E. Mullers, voorzitter en R. de Jong en W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos, rechters, in tegenwoordigheid van K. van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 30 januari 2026.
Mrs. Mullers en Schnitzler zijn niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1hij op of omstreeks 10 november 2023 te Roosendaal[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]heeft bedreigdmet enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,door een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonenen/of te richten op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] ;( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2hij op 10 november 2023 te Roosendaal,openlijk, te weten, op/aan de [locatie] , in elk geval op of aan de openbare wegen/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniging geweld heeft gepleegd tegen- een goed, te weten een scooter/bromfiets, door die scooter/bromfiets omver tetrappen en/of de banden lek te steken en/of het windscherm kapot te trappen;( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht )