RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11236059 \ CV EXPL 24-2527
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
WS PROJECT PARTNERS B.V.,
te Naaldwijk,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: WSPP,
gemachtigde: mr. drs. M. Buitelaar,
tegen
[persoon] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [persoon] ,
gemachtigde: mr. T.M. Kools.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 2 oktober 2024, met de daarin genoemde processtukken,- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties,
- de aantekeningen van de griffier van de op 14 maart 2025 gehouden mondelinge behandeling, met daaraan gehecht de spreekaantekeningen van beide gemachtigden,- de akte houdende overlegging productie ter depot van WSPP, met usb-stick,- de akte overleggen usb-stick (inclusief akte van depot) en uitlaten over conclusie van [persoon] ,- de antwoordakte van WSPP,- de conclusie van dupliek, tevens akte uitlaten productie van [persoon] ,- de akte uitlating producties van WSPP,- de aanvullende producties van [persoon] ,- de aanvullende producties van WSPP,- de aantekeningen van de griffier van de op 10 maart 2026 gehouden mondelinge behandeling, met daaraan gehecht de spreekaantekeningen van beide gemachtigden, - de akte wijziging van eis in conventie.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
WSPP is een onderneming die zich (onder meer) bezighoudt met het aankopen, ontwikkelen, verkopen, beheren en verhuren van onroerend goed.
[persoon] was enig statutair bestuurder van de [stichting] , opgericht op 4 februari 2019 (hierna: de Stichting).
[persoon] is enig statutair bestuurder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [beheermaatschappij] , opgericht op 29 januari 2019 (hierna: de Beheermaatschappij). De Beheermaatschappij was eigenaar van de onroerende zaak, staande en gelegen te ( [postcode] ) [plaats] aan de [adres 1] . Dit betreft een voormalige pastorie, waarin de Stichting een woonzorgcomplex zou gaan exploiteren en wooneenheden zou verhuren aan ouderen (hierna: de pastorie).
Tussen WSPP en de Beheermaatschappij is op 20 juni 2023 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de pastorie. De eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2023.
Op 7 juli 2023 hebben WSPP en de Stichting een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de pastorie, tegen een maandelijkse huurprijs van € 16.500,00.
Per e-mail van 26 oktober 2023 heeft WSPP een concept-allonge behorend bij de huurovereenkomst toegezonden aan [persoon] en haar [adviseur] . De inhoud van de e-mail luidt als volgt:
“Bijgaand treffen jullie de allonge zoals besproken. Ik heb de allonge aangevuld met een betalingsschema ten aanzien van de waarborgsom en de huur van november en december. Zie pagina 4.
Graag verneem ik of jullie akkoord gaan met de inhoud waarnaar wij vanmiddag op locatie het exemplaar kunnen ondertekenen. Zodoende is dit ook afgewikkeld voor de juridische overdracht welke (hopelijk) morgen plaats kan gaan vinden!”
Op 26 oktober 2023 is de allonge ondertekend. De hierin vastgelegde (nadere) afspraken luiden als volgt:
“(…)
Partijen komen overeen als volgt:
1. Dat verhuurder zal instemmen met het verzoek van de huurder om de waarborgsom in drie afzonderlijke termijnen van € 5.500,00 exclusief BTW per termijn zal betalen. Het eerste termijn dient te geschieden vóór 1 januari 2024, het tweede termijn dient te geschieden vóór 1 februari 2024 en het derde termijn dient te geschieden vóór 1 maart 2024. Zie bijlage 1.
2. Dat verhuurder en huurder een huurprijs zijn overeengekomen van € 16.500,00 excl. BTW per maand op basis van 12 kamers. Partijen zijn overeengekomen dat huurder € 15.000,00 excl. BTW per maand betaald totdat de 4 kamers op de zolderverdieping zijn afgerond. Zodra deze 4 extra kamers in gebruik genomen kunnen worden zal de huurprijs per maand 16.500,00 excl. BTW bedragen. Indien de wijziging (vergunning) niet zal worden verleend betaald huurder maandelijks een bedrag van € 15.000,00 excl. BTW. Zie bijlage 1.
3. Dat verhuurder zal instemmen met het verzoek van de huurder om de eerste (1-11-23) en tweede (1-12-23) (huur)betaling in zes afzonderlijke termijnen van € 5.000,00 exclusief BTW per termijn zal betalen. Het eerste termijn dient te geschieden vóór 1 april 2024, het tweede termijn dient te geschieden vóór 1 mei 2024, het derde termijn dient te geschieden vóór 1 juni 2024, het vierde termijn dient te geschieden vóór 1 juli 2024, het vijfde termijn dient te geschieden vóór 1 augustus 2024, het zesde termijn dient te geschieden vóór 1 september 2024. Zie bijlage 1.
4. Dat verhuurder en huurder tezamen zijn overeengekomen dat huurder zelf verantwoordelijk is voor het onderhoud ten aanzien van de tuin en de bijbehorende schuur voor eventuele toekomstige dagbesteding en dat huurder tevens verantwoordelijk is voor het van de (toekomstige) ontruimings- en brand/blus (Q-foq) en liftinstallatie.
5. Dat verhuurder een eenmalige vergoeding aan huurder ter beschikking stelt van € 35.000,00 welke dient te worden gebruikt voor optimalisaties aan het gehuurde [adres 1] .
6. Dat verhuurder en huurder zijn overeengekomen dat mevrouw [persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964 de huurovereenkomst tevens in privé (mee) ondertekend waarbij zij hoofdelijk aansprakelijk is voor alle aangelegenheden voortkomende uit de onderliggende huurovereenkomst.
7. De overige voorwaarden conform de huurovereenkomst blijven van kracht.”
Op 11 maart 2024 hebben WSPP en de Stichting een overeenkomst van geldlening (hierna: geldleningsovereenkomst) gesloten. De tekst van de geldleningsovereenkomst luidt als volgt:
“(…) Partijen komen overeen als volgt:
1. Dat WS Project Partners B.V. aan [stichting] een bedrag ad. € 39.450,84 zal lenen t.b.v. de betaling wat [stichting] aan [bedrijf] verschuldigd is onder onderstaande voorwaarden;
2. De lening is aangegaan voor een bepaalde tijd, eindigende bij volledige afbetaling inclusief rente.
3. Als rente zal [stichting] 1% per maand betalen aan WS Project Partners B.V., te voldoen bij vooruitbetaling per de 1e van de maand op een door WS Project Partners B.V. aan te geven bankrekeningnummer.
4. Ingeval [stichting] enige verplichting uit de overeenkomst niet nakomt en/of surséance van betaling, (aanvraag van) faillissement en/of liquidatie van (één of meer bedrijven van) de lening nemer heeft WS Project Partners B.V. het recht zonder ingebrekestelling en zonder rechterlijke tussenkomst, het geleverde door [bedrijf] B.V. dat niet of niet geheel is betaald, als haar eigendom terug te vorderen.
5. Dat WS Project Partners B.V. en [stichting] zijn overeengekomen dat de vertegenwoordiger mevrouw [persoon] namens [stichting] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964 de lening overeenkomst tevens in privé ondertekend waarbij zij hoofdelijk aansprakelijk is voor alle aangelegenheden voortkomende uit de onderliggende overeenkomst.
6. Na ondertekening van deze lening overeenkomst zal het bedrag (in termijnen) terstond worden overgemaakt van de lening gever naar [bedrijf] .”
Per brief van 7 mei 2024 heeft WSPP de geldlening opgeëist en [persoon] gesommeerd tot betaling van de door de Stichting uit hoofde van de huurovereenkomst verschuldigde bedragen, alsmede de uit hoofde van de geldleningsovereenkomst verschuldigde rente.
Op 15 mei 2024 heeft WSPP conservatoir beslag gelegd op de woning van [persoon] aan de [adres 2] te [woonplaats] .
De Stichting is op 21 mei 2024 in staat van faillissement verklaard.
Op 23 mei 2024 heeft de curator de huurovereenkomst opgezegd.
3. Het geschil
in conventie
WSPP vordert, na wijziging van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [persoon] te veroordelen tot
primair
- betaling van een bedrag van € 39.450,84, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand vanaf 1 april 2024 tot aan de dag van algehele voldoening, dan wel met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2024 tot aan de dag van algehele voldoening,
- betaling van een bedrag van € 146.500,00, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per kalendermaand vanaf de vervaldata van de huurtermijnen zoals vermeld in de allonge bij de huurovereenkomst,
subsidiair - te verklaren voor recht dat [persoon] jegens WSPP onrechtmatig heeft gehandeld,- te verklaren voor recht dat [persoon] aansprakelijk is voor de door WSPP als gevolg van het onrechtmatig handelen geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat;primair en subsidiair- [persoon] te veroordelen in de proceskosten en nakosten,
- [persoon] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.219,51 aan buitengerechtelijke incassokosten.- [persoon] te veroordelen in de kosten in verband met beslaglegging.
WSPP legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de Stichting zowel ten aanzien van de huur- als geldleningsovereenkomst geen enkel bedrag heeft betaald. Naast de Stichting is [persoon] hoofdelijk verbonden voor de nakoming van de betalingsverplichtingen. Zij is hierin tekortgeschoten. De vorderingen zijn opeisbaar zodat [persoon] gehouden is de vorderingen te voldoen, te vermeerderen met de opeisbare contractuele boetes. Indien wordt geoordeeld dat [persoon] niet hoofdelijk aansprakelijk is op grond van de huur- en geldleningsovereenkomst, stelt WSPP (subsidiair) dat [persoon] aansprakelijk is voor de schade van WSPP op grond van bestuurdersaansprakelijkheid.
[persoon] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van WSPP, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van WSPP, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van WSPP in de kosten van deze procedure.
[persoon] betwist dat sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van de gevorderde betaling van de huurpenningen. Zij stelt daartoe dat sprake is van een particuliere borgstelling, welke niet geldig is omdat in de allonge, in strijd met het bepaalde in artikel 7:858 BW, geen maximumbedrag is opgenomen. Wat de geldlening betreft, erkent [persoon] dat zij in beginsel gehouden is tot terugbetaling van de geldlening, nu hier sprake is van een zakelijke borgstelling. WSPP kan volgens haar echter geen aanspraak maken op volledige terugbetaling, en [persoon] voert daartoe aan dat de lening is afgesloten voor de bekostiging van een brandveiligheidsinstallatie, welke dezelfde waarde heeft als het bedrag waarvoor de lening is aangegaan. Blijkens artikel 4 van de geldleningsovereenkomst heeft WSPP het recht om het door [bedrijf] geleverde terug te vorderen wanneer de Stichting haar verplichtingen niet nakomt of failliet gaat. WSPP heeft dit recht feitelijk uitgeoefend, aangezien de geleverde zaken zich nog steeds bevinden in de pastorie. [persoon] stelt zich daarom op het standpunt dat WSPP ter zake van de geldleningsovereenkomst geen vordering meer heeft en [persoon] aldus niet als borg kan aanspreken.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
[persoon] vordert WSPP te veroordelen om de ten laste van [persoon] gelegde beslagen op te heffen binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, zulks onder last van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag dat WSPP nalaat de beslagen op te heffen.
WSPP voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [persoon] , met veroordeling van [persoon] in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
in conventie en in reconventie
Gelet op de onderlinge samenhang zullen conventie en reconventie gezamenlijk worden behandeld.
Het geschil betreft de vraag of [persoon] , gelet op de afspraken zoals deze zijn verwoord in de allonge behorende bij de huurovereenkomst en in de geldleningsovereenkomst, persoonlijk kan worden aangesproken tot betaling van de door WSPP gevorderde bedragen. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is en overweegt daartoe het volgende.
De geldleningsovereenkomst
In artikel 5 van de geldleningsovereenkomst is vermeld dat [persoon] de overeenkomst niet alleen als vertegenwoordiger van de stichting, maar ook privé ondertekent. Daarnaast staat haar naam mede vermeld als leningnemer. Hierdoor is zij hoofdelijk aansprakelijk voor alle verplichtingen die voortvloeien uit deze geldleningsovereenkomst. Dit betekent dat [persoon] persoonlijk aansprakelijk is voor de volledige betaling van het geleende bedrag.
Tijdens de zitting heeft [persoon] aangevoerd dat WSPP niet het volledige bedrag kan terugvorderen, omdat zij op grond van artikel 4 van de geldleningsovereenkomst het recht heeft om de brandveiligheidsinstallatie, waarvoor het geleende geld is gebruikt, terug te vorderen. Overwogen wordt dat artikel 4 slechts een recht geeft aan WSPP, en dat daaruit geen verplichting voortvloeit. Het feit dat de installatie nog in de pastorie aanwezig is, betekent niet dat WSPP van dat recht gebruik heeft gemaakt door zich deze installaties toe te eigenen. Daar komt bij dat WSPP heeft aangegeven dat (zoals zij ter zitting onweersproken heeft gesteld) [persoon] vrij is de installaties op te komen halen omdat WSPP hierbij als verhuurder geen belang heeft.
Dit betekent dat [persoon] het volledige geleende bedrag moet terugbetalen, verhoogd met de overeengekomen rente van 1% per maand. Artikel 3 van de geldleningsovereenkomst bepaalt dat de rente vooruitbetaald moet worden, waardoor het moment van verzuim niet relevant is. De overeenkomst is ondertekend op 11 maart 2024 en de rente wordt gevorderd vanaf 1 april 2024. Dit is in lijn met de overeenkomst en zal worden toegewezen.
Allonge: tot standkoming
Bij de beantwoording van de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen, geldt de zogenoemde wilsvertrouwensleer. Gekeken moet worden naar de wil van partijen, zoals zij die over en weer jegens elkaar hebben geopenbaard. Daarvoor zijn alle omstandigheden van belang.
In de allonge is opgenomen dat [persoon] “(mee) ondertekent waarbij zij hoofdelijk aansprakelijk is voor alle aangelegenheden voortkomende uit de onderliggende huurovereenkomst”. [persoon] stelt echter dat zij alleen heeft ingestemd met een borgstelling van 3 keer € 5.500,00 en niet voor het gehele bedrag. Volgens haar bestaat er daardoor een discrepantie tussen haar wil en verklaring.
Vaststaat dat de allonge voorafgaand aan de ondertekening op (donderdag) 26 oktober 2023, per e-mail is toegestuurd aan zowel [persoon] als haar [adviseur] . De levering van de pastorie vond vervolgens plaats op (maandag) 30 oktober 2023. [persoon] had in deze periode nog een aantal dagen de tijd en gelegenheid om de allonge nog eens te bekijken en te bespreken met haar adviseur. Dat zij dit niet heeft gedaan, komt voor haar rekening en risico. Het feit dat tijdens het gesprek op 26 oktober 2023 met name is gesproken over een waarborgsom en het gespreid betalen van de huurtermijnen, laat onverlet dat [persoon] heeft getekend voor aansprakelijkheid voor alle verplichtingen uit de huurovereenkomst. Bovendien is er aan de allonge ook nog een bijlage toegevoegd waaruit goed duidelijk wordt wat de (betalings)verplichtingen van de Stichting waren. Gezien deze omstandigheden mocht WSPP er gerechtvaardigd op vertrouwen dat [persoon] zich bewust was van haar aansprakelijkheid voor het geheel en dat daarmee een geldige overeenkomst tot stand is gekomen.
Allonge: vernietigbaarheid
Vervolgens is de vraag of de overeenkomst vernietigbaar is vanwege misbruik van omstandigheden. [persoon] stelt dat dit het geval is, omdat zij door WSPP onder druk is gezet
door de levering van de pastorie uit te stellen en te dreigen deze helemaal niet meer af te nemen, terwijl [persoon] in die periode al enorme druk en stress ervoer. WSPP wist af van de omstandigheden van [persoon] en heeft desondanks toch de rechtshandeling bevorderd. WSPP bestrijdt dit.
Een rechtshandeling is vernietigbaar, wanneer zij door bedreiging, door bedrog of door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. Misbruik van omstandigheden is aanwezig, wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden.
De kantonrechter oordeelt dat hetgeen [persoon] heeft aangevoerd onvoldoende is om te kunnen spreken van een van de hierboven omschreven misbruiksituaties. Het ervaren van stress en druk betekent niet dat [persoon] in een zwakkere positie verkeerde dan WSPP. Daarbij weegt mee dat [persoon] een adviseur had die haar bij stond bij het aangaan van de overeenkomst en dat zij meerdere dagen de tijd had om de ondertekende allonge nog te heroverwegen. [persoon] heeft niet voldoende aangetoond dat zij de allonge niet zou hebben getekend als zij niet onder druk of stress had gestaan. Van misbruik van omstandigheden is dan ook geen sprake.
Allonge: inhoud
Nu vaststaat dat een overeenkomst tot stand is gekomen, resteert de vraag wat precies de inhoud is van die overeenkomst, oftewel wat partijen hebben bedoeld overeen te komen. Dit moet worden bepaald aan de hand van de zogenoemde Haviltex-maatstaf. Die maatstaf houdt in dat het bij de uitleg van de afspraken tussen partijen niet alleen gaat om de taalkundige betekenis van de bewoordingen die bij het maken van de afspraak zijn gebruikt, maar dat het ook aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden daaraan redelijkerwijs mochten toekennen en op hetgeen ze te dien aanzien over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bij deze uitleg moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval.
Hoewel in de tekst van de allonge twee maal is opgenomen dat sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid van [persoon] , maakt de kantonrechter uit de feitelijke gang van zaken op dat het de bedoeling van partijen is geweest dat [persoon] borg zou staan voor het geval de stichting haar verplichtingen niet na komt. De mede-ondertekening van de allonge door [persoon] moet daarom worden aangemerkt als een maatregel ter meerdere zekerheid, wat iets anders is dan hoofdelijke aansprakelijkheid. De zekerheidsstelling dient daarom te worden aangemerkt als borgstelling. Vaststaat dat [persoon] privé investeringen heeft gedaan en lonen heeft betaald en dat zij optrad als bestuurder van de stichting (lees: de hoofdschuldenaar). Deze omstandigheden leiden tot de conclusie dat de borgstelling is gedaan in het kader van haar beroep of bedrijf en dat er aldus sprake is van een zakelijke borgstelling. Het verweer van [persoon] dat er sprake is van een ongeldige particuliere borgtocht aangezien er geen maximumbedrag is opgenomen, wordt – gelet op het voorgaande – gepasseerd.
[persoon] dient huurschuld te voldoen
Het gevolg van het vorenstaande is dat [persoon] , als zakelijk borgsteller, gehouden is tot betaling van het uit de huurovereenkomst voortvloeiende bedrag van € 146.500,00. Gelet op de bepalingen in de allonge zijn de voorwaarden van de onderliggende huurovereenkomst van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de gevorderde contractuele rente van 1% per kalendermaand over de huurtermijnen eveneens toewijsbaar is.
Buitengerechtelijke incassokosten
WSPP maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
Opheffing beslag
De toewijzing van de vordering in conventie brengt met zich dat het eerder door WSPP gelegde beslag rechtmatig is gelegd. De gevorderde opheffing van het beslag zal daarom worden afgewezen en [persoon] zal worden veroordeeld tot de beslagkosten, welke hieronder nader worden gespecificeerd.
Beslagkosten
De gevorderde veroordeling in de beslagkosten is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. Door WSPP zijn de volgende beslagstukken in het geding gebracht: een proces-verbaal van beslaglegging onroerende zaak d.d. 15 mei 2024 van € 283,68. Deze kosten zullen worden toegewezen, te vermeerderen met het griffierecht van € 688,00 en een salarispunt van € 1.010,00. Aldus zal aan beslagkosten worden toegewezen een totaalbedrag van € 1.981,68.
Proceskosten
[persoon] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten van WSPP in conventie en in reconventie. De kosten in conventie worden tot op heden begroot op:
- kosten dagvaarding
€
112,99
- griffierecht
€
721,00
(€ 1.409,00 minus griffierecht beslagprocedure € 688,00)
- salaris gemachtigde
€
3.535,00
(3,5 punt × € 1.010,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
4.512,99
De kosten in reconventie worden, gelet op de samenhang tussen conventie en reconventie, begroot op € 152,25 (3,5 punt × factor 0,5 × € 87,00).
5. De beslissing
De kantonrechter
in conventie
veroordeelt [persoon] tot betaling van een bedrag van € 39.450,84, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand vanaf 1 april 2024 tot aan de dag van algehele voldoening,
veroordeelt [persoon] tot betaling van een bedrag van € 146.500,00, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per kalendermaand vanaf de vervaldata van de huurtermijnen zoals vermeld in de allonge bij de huurovereenkomst,
veroordeelt [persoon] tot betaling van een bedrag van € 2.219,51 aan buitengerechtelijke incassokosten,
veroordeelt [persoon] tot betaling van een bedrag van € 1.981,68 aan beslagkosten.
veroordeelt [persoon] in de proceskosten van € 4.512,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
wijst de vordering af,
veroordeelt [persoon] in de proceskosten van € 152,25, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
veroordeelt [persoon] tot betaling van de kosten van betekening als [persoon] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.