ECLI:NL:RBZWB:2026:556

ECLI:NL:RBZWB:2026:556

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-01-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 11706258 CV EXPL 25-1718 (E)
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Bergen op Zoom

Samenvatting

Gebruik van chalets voor kortdurende huisvestiging van arbeidsmigranten. Wel onderhandelingen maar geen huurovereenkomst tot standgekomen. Voor de periode van gebruik is een gebruiksvergoeding verschuldigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Bergen op Zoom

Zaaknummer: 11706258 \ CV EXPL 25-1718

Vonnis van 14 januari 2026

in de zaak van

INTERNATIONAL & DOMESTIC HOUSING SOLUTIONS ( IDHS ) B.V.,

te Didam ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: IDHS ,

gemachtigde: mr. C.N. Vethanayagam ,

tegen

GLOBAL HOUSING PARTNERS B.V.,

te Baarle - Nassau ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: Global ,

gemachtigden: mr. J.M. de Heer en mr. D.R.D.A. Buren-Baks .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 augustus 2025 met de daarin genoemde stukken,

- de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte uitlating, overlegging producties en aanvulling grondslagen tevens houdende akte eisvermeerdering,

- de e-mail van 4 november 2025 van mr. J.M. de Heer en mr. D.R.D.A. Buren-Baks ,

- de e-mail van 4 november 2025 van mr. C.N. Vethanayagam ,

- de mondelinge behandeling van 12 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

- de spreekaantekeningen van mr. D.R.D.A. Buren-Baks .

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

IDHS houdt zich onder meer bezig met verhuur en beheer van onroerend goed. Global houdt zich bezig met het verhuren en huren van onroerende zaken voor kortdurende huisvesting van arbeidsmigranten.

Global maakt vanaf 1 september 2024 gebruik van een aantal recreatieverblijven (hierna: chalets) op het [recreatiepark] , gelegen aan [adres]

te [plaats] . Dit zijn inmiddels in totaal negen chalets met de nummers [nummer 1] t/m [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] en [nummer 7] . Global verhuurt deze chalets op haar beurt aan haar relatie Sarens N.V. (hierna: Sarens). Sarens huisvest in de chalets verschillende werknemers voor steeds een korte periode. IDHS heeft vanaf mei 2024 tot en met augustus 2024 rechtstreeks chalets verhuurd aan onder meer Sarens.

Op 15 augustus 2024 heeft er een overleg tussen IDHS en Global plaatsgevonden over het huren van de chalets van IDHS .

Global heeft bij facturen van 23 augustus 2024 een totaalbedrag van € 30.787,01 bij IDHS in rekening gebracht voor het aanbrengen van de huurders Sarens en Ebert Hera (hierna: de bemiddelingsfee) over de periode mei tot en met augustus 2024.

Op 15 september 2024 heeft in Baarle - Nassau een overleg tussen partijen plaatsgevonden over het huren van chalets van IDHS door Global en de voorwaarden waartegen partijen willen huren/verhuren.

Bij e-mail van 20 september 2024 heeft IDHS een concepthuurovereenkomst aan Global gezonden en gevraagd die van opmerkingen te voorzien, zodat IDHS een definitieve overeenkomst kan toesturen ter tekening. In de concepthuurovereenkomst is onder meer opgenomen dat de huurovereenkomst met terugwerkende kracht ingaat op 1 september 2024 en dat IDHS gefaseerd 10 chalets zal verhuren aan Global voor een huurprijs van € 1.117,50 per chalet, per week exclusief 9% BTW. Global heeft daarop onder meer aangegeven het niet eens te zijn met de hoogte van de huurprijs.

Bij e-mail van 3 oktober 2024 heeft IDHS Global gesommeerd om de huur over de maanden september 2024, een bedrag van € 39.476,10, en oktober 2024, een bedrag van € 47.468,43, te voldoen. Global heeft vervolgens € 30.122,15 aan IDHS betaald. Bij e-mail van 9 oktober 2024 heeft Global aan IDHS bericht dat de huur van oktober 2024 is betaald en dat de huur van september 2024 (deels) is voldaan middels verrekening met de nog openstaande post bemiddelingsfee van Global op IDHS . Hierop is bij e-mail van 11 oktober 2024 door IDHS onder andere gereageerd dat partijen overleg hebben gevoerd over een huurovereenkomst waarna IDHS bij e-mail van 20 september 2024 een aanbod heeft gedaan voor een huurovereenkomst, maar dat dat aanbod door Global niet is aanvaard.

Naar aanleiding van het overleg tussen partijen op 14 november 2024 heeft IDHS op 15 november 2024 naar Global een samenvatting gestuurd van de afspraken over onder meer welk bedrag aan huur er nog betaald moet worden door Global . Global heeft op dit bericht onder meer gereageerd dat zij niet akkoord is met de berekening van de huurprijs door IDHS .

3. Het geschil

In conventie

IDHS vordert na vermeerdering van eis - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair,

A. Global te veroordelen de chalets binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te ontruimen,

subsidiair,

de huurovereenkomst met betrekking tot de chalets te ontbinden,

Global te veroordelen om de chalets binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te ontruimen,

meer subsidiair,

Global te veroordelen tot nakoming van haar verplichting tot betaling van de wekelijkse huur ten bedrage van € 1.156,61 exclusief btw en exclusief overige bijkomende kosten per chalet per week, dat wil zeggen € 49.129,76 per maand inclusief btw en exclusief overige bijkomende kosten, te vermeerderen met de jaarlijkse huurverhoging,

zowel primair, subsidiair, als meer subsidiair,

Global te veroordelen tot betaling van € 451.635,25, vermeerderd met de

wettelijke handelsrente, dan wel de wettelijke rente, dan wel de overeengekomen

boeterente van 1% van het verschuldigde per kalendermaand, vanaf iedere datum van verschuldigdheid,

Global te veroordelen tot betaling van € 88.396,00 aan boeterente, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, dan wel de wettelijke rente, dan wel de overeengekomen boeterente van 1% van het verschuldigde per kalendermaand vanaf 1 november 2025,

Global te veroordelen tot betaling van € 49.129,76 inclusief btw en exclusief bijkomende kosten voor iedere maand vanaf november 2025 tot aan de dag van ontruiming, bij wijze van gebruiksvergoeding, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, dan wel de wettelijke rente, dan wel de overeengekomen boeterente van 1% van het verschuldigde per kalendermaand, vanaf iedere datum van verschuldigdheid,

Global te veroordelen tot betaling van € 45.000,00 aan waarborgsom,

I. Global te veroordelen tot betaling van € 17.949,18 aan schade en schoonmaakkosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, dan wel de wettelijke rente, dan wel de overeengekomen boeterente van 1% van het verschuldigde per kalendermaand, vanaf iedere datum van verschuldigdheid,

Global te veroordelen tot betaling van € 160.000,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, dan wel de wettelijke rente, dan wel de overeengekomen boeterente van 1% van het verschuldigde per kalendermaand, vanaf iedere datum van verschuldigdheid,

voor recht te verklaren dat Global aansprakelijk is voor alle schade die IDHS lijdt en/of zal lijden doordat Global de (goederen in) de chalets heeft beschadigd en/of vies gemaakt en Global te veroordelen tot vergoeding van die schade, waarbij de schade nader dient te worden opgemaakt bij staat,

Global te veroordelen tot betaling van € 25.000,00 dan wel € 4.019,30, aan buitengerechtelijke kosten vermeerderd met de wettelijke handelsrente, dan wel de wettelijke rente, dan wel de overeengekomen boeterente van 1% van het verschuldigde per kalendermaand vanaf iedere datum van verschuldigdheid,

Global te veroordelen in de proces- en nakosten met de wettelijke rente daarover.

IDHS legt aan haar vorderingen - samengevat - het volgende ten grondslag. IDHS stelt zich primair op het standpunt dat er geen huurovereenkomst tussen partijen

tot stand is gekomen, zodat Global zonder recht of titel negen chalets gebruikt en deze chalets daarom dient te ontruimen. Subsidiair, voor zover er een huurovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, stelt IDHS zich op het standpunt dat Global tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door de huur grotendeels onbetaald te laten, het gedeelte van de huurprijs dat wel is betaald structureel te laat te betalen en diverse afspraken niet na te komen. Gezien de tekortkoming van Global kan van IDHS niet worden gevergd de huurovereenkomst met Global te continueren.

IDHS stelt verder dat Global voor het gebruik van de chalets een gebruiksvergoeding is verschuldigd en dat Global vanaf september 2024 tot en met november 2025 een bedrag van € 451.635,25 aan gebruiksvergoeding onbetaald heeft gelaten. De gebruiksvergoeding, gelijk aan de hoogte van de huur, is verschuldigd op grond van ongerechtvaardigde verrijking conform artikel 6:212 BW.

Daarnaast voert IDHS aan dat partijen hebben afgesproken dat Global haar € 160.000,00 betaald. Dit bedrag ziet op de schade die GOW, een zustervennootschap van Global , aan IDHS heeft veroorzaakt en die Global van GOW heeft overgenomen.

Tot slot voert IDHS aan dat zij voor een bedrag van € 17.949,18 schade heeft geleden door beschadigingen aan de chalets, dan wel van goederen in de chalets en het vies achterlaten van de chalets. Zij heeft kosten moeten maken om de schades te herstellen en de chalets schoon te maken, waarvoor Global aansprakelijk is.

Global voert verweer. Global stelt dat de kantonrechter zich onbevoegd moet verklaren voor wat betreft de vordering onder J. Verder concludeert Global tot niet-ontvankelijkheid van IDHS , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van IDHS , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van IDHS in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

In reconventie

Global vordert - samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair,

 voor recht te verklaren dat de overeenkomst tussen Global en IDHS betreffende de betaling van een bedrag van € 160.000,00 van Global aan IDHS is vernietigd op grond van dwaling,

subsidiair:

 de overeenkomst tussen Global en IDHS gedeeltelijk te ontbinden voor zover het betreft de verplichting tot betaling van € 160.000,00 door Global aan IDHS ,

en voorts,

 voor recht te verklaren dat IDHS aansprakelijk is voor alle schade die Global lijdt als gevolg van het niet-nakomen van IDHS van haar verplichtingen als verhuurder en IDHS te veroordelen tot vergoeding van die schade, waarbij de schade nader dient te worden opgemaakt bij staat,

 veroordeling van IDHS in de proces- en nakosten.

IDHS voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Global in haar vorderingen, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Global met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Global in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

In conventie en in reconventie

Namens Global is bij e-mail van 4 november 2025 bezwaar gemaakt tegen de namens IDHS ingediende “conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte uitlating, overlegging producties en aanvulling grondslagen tevens houdende akte eiservermeerdering” (hierna: conclusie van antwoord in reconventie). Global heeft verzocht om het processtuk buiten beschouwing te laten, dan wel de mondelinge behandeling te verzetten. Namens IDHS is op dit bezwaar gereageerd. De kantonrechter heeft bij e-mail van 11 november 2025 partijen geïnformeerd de vermeerdering van eis en de ingediende producties toe te laten, omdat de conclusie van antwoord in reconventie tijdig is ingediend en het processtuk voor wat betreft de vermeerdering van eis en de aanvullende producties niet in strijd is met de goede procesorde. De randnummers 28 tot en met 62 van de conclusie van antwoord in reconventie (onder het kopje “4. Bespreking overige stellingen van Global in de CvA”) laat de kantonrechter buiten beschouwing, omdat IDHS niet in de gelegenheid was (gesteld) om te reageren op de conclusie van antwoord in conventie. Daarvoor is immers een mondelinge behandeling bepaald.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft IDHS bezwaar gemaakt tegen het buiten beschouwing laten van de randnummers 28 tot en met 62 van de conclusie van antwoord in reconventie, omdat volgens haar daardoor een aantal van haar verweren ontbreken. De kantonrechter overweegt als volgt, zoals dat ook tijdens de mondelinge behandeling is overwogen en beslist. Deze randnummers komen neer op een conclusie van repliek waarvoor IDHS niet in de gelegenheid was (gesteld), daarom laat de kantonrechter die randnummers buiten beschouwing. Tijdens de mondelinge behandeling heeft IDHS de gelegenheid om te reageren op de conclusie van antwoord in conventie. Dit heeft IDHS ook gedaan. Daarmee heeft hoor en wederhoor plaatsgevonden en is de goede procesorde niet geschaad.

Is de kantonrechter bevoegd?

Gelet op het verweer van Global voor wat betreft de vordering onder J. zal de kantonrechter eerst beoordelen of zij bevoegd is om van deze vordering kennis te nemen. Dit raakt ook de vordering in reconventie, omdat Global in reconventie primair een beroep doet op vernietiging en subsidiair ontbinding vordert van de afspraak tot betaling van het onder J. gevorderde bedrag van € 160.000,00.

Op grond van artikel 94 lid 2 en lid 3 Rv worden alle vorderingen in conventie en in reconventie door de kantonrechter behandeld en beslist als ten minste één van de vorderingen een aardvordering is als bedoeld in artikel 93 onder c of d Rv, voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. De vorderingen, met uitzondering van de vordering onder J. en de primaire en subsidiaire vordering van Global in reconventie, zijn gebaseerd op het al dan niet bestaan van een huurovereenkomst tussen IDHS en Global . Deze vorderingen horen daarmee naar hun aard door de kantonrechter te worden behandeld en beslist op grond van artikel 93 onder c Rv. De kantonrechter is van oordeel dat er sprake is van dusdanige samenhang tussen de vordering onder J. en de primaire en subsidiaire vordering van Global in reconventie en de overige vorderingen, dat gezamenlijke behandeling gerechtvaardigd is. De vorderingen zijn (grotendeels) gebaseerd op dezelfde feiten en omstandigheden en zijn daarmee aan elkaar verwant. De kantonrechter is dan ook bevoegd om van alle vorderingen kennis te nemen en zal gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en die in reconventie, de vorderingen gezamenlijk beoordelen.

Is er een huurovereenkomst?

Tussen partijen staat ter discussie of er een huurovereenkomst tussen hen tot stand is gekomen voor de huur van chalets. Daarbij stelt IDHS primair dat er geen huurovereenkomst tot stand is gekomen. Global voert aan dat er wel een huurovereenkomst is omdat voldaan is aan de essentialia van huur, IDHS heeft namelijk Global het gebruik van de chalets verschaft en voor dat gebruik betaalt Global een periodiek bedrag. De kantonrechter overweegt als volgt.

Op grond van artikel 7:201 BW zijn de kenmerken van huur: (overeenstemming over) het verschaffen van het gebruik van een zaak door de verhuurder én het verrichten van een tegenprestatie hiervoor door de huurder. Ontbreekt één van de essentialia ‘gebruik’ of ‘tegenprestatie’ dan is er geen sprake van huur. In het algemeen geldt voor beide essentialia die de prestatie van partijen weergeven, dat zij voldoende bepaalbaar moeten zijn.

De kantonrechter stelt voorop dat het niet voor de hand ligt dat een huurovereenkomst van deze aard en omvang tussen twee professionele partijen tot stand komt voordat deze op schrift staat en ondertekend is. IDHS ging daar blijkens de feiten ook niet vanuit, zij stelde immers een concept op voor de schriftelijke huurovereenkomst en vraagt in haar e-mail van 20 september 2024 of Global nog opmerkingen heeft op het concept, zodat zij een definitieve overeenkomst kan toesturen ter tekening. Tot een getekende huurovereenkomst is het niet gekomen. Om vervolgens toch te kunnen concluderen dat sprake is van een overeenkomst zonder dat deze op schrift is gesteld en de afspraken duidelijk zijn vastgelegd, is ten minste nodig dat over de belangrijke onderdelen van de overeenkomst overeenstemming is bereikt. Daar is geen sprake van.

Partijen zijn het niet eens geworden over de huurprijs. Zoals ter zitting is gebleken bestaat er tussen partijen ook geen duidelijkheid over welke diensten er in de huurprijs zijn begrepen of dat het een zogenoemde all-in huurprijs betreft. IDHS heeft in de concept-huurovereenkomst een huurprijs van € 1.117,50 per chalet per week, exclusief btw, opgenomen. Daarop heeft Global onder andere gereageerd niet akkoord te gaan met die huurprijs en dat dit volgens haar een lager bedrag moet zijn. Dat partijen de door Global berekende huurprijs van € 1.000,00 per week per chalet zijn overeengekomen blijkt ook niet. Uit de door partijen overgelegde correspondentie blijkt dat partijen voor wat betreft de hoogte van de huurprijs telkens bij hun standpunten zijn gebleven, waardoor er geen overeenstemming over de huurprijs is bereikt. Nu over één van de essentialia, namelijk ‘tegenprestatie’ geen overeenstemming is bereikt, is er geen huurovereenkomst tot stand gekomen. Het gegeven dat Global chalets in gebruik heeft, dat IDHS maandelijks facturen voor de huur bij Global in rekening heeft gebracht en dat Global een aantal bedragen heeft betaald aan IDHS , is niet voldoende om te kunnen oordelen dat er sprake is van een huurovereenkomst. Global heeft die facturen van IDHS die uitgaan van de huurprijs van € 1.117,50 per chalet per week namelijk niet (volledig) betaald en stelt van meet af aan, ook in deze procedure, niet akkoord te zijn met de door IDHS voorgestelde en middels facturen in rekening gebrachte huurprijs.

Voorgaande betekent dat Global zonder recht of titel de chalets gebruikt, zodat de primair onder A. gevorderde ontruiming wordt toegewezen. Een belangenafweging is niet aan de orde. Voor wat betreft de ontruimingstermijn acht de kantonrechter de door IDHS gevorderde termijn van 14 dagen een redelijke termijn. Het verweer van Global dat de ontruimingstermijn minstens drie maanden moet zijn, wordt verworpen. Global is al langer op de hoogte van het feit dat IDHS wil dat Global het gebruik van de chalets staakt, in ieder geval vanaf de dagvaarding van 7 mei 2025, zodat zij geruime tijd heeft gehad om naar alternatieve locaties voor de huisvesting van de werknemers van Sarens te zoeken.

Nu hiervoor is geoordeeld dat er geen huurovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, wordt niet toegekomen aan het beroep van Global op opschorting en schuldeisersverzuim.

Wat moet Global aan gebruiksvergoeding betalen?

Hiervoor is geoordeeld dat er geen huurovereenkomst tot stand is gekomen, maar dat wil niet zeggen dat Global geen vergoeding is verschuldigd voor het gebruik van de chalets. IDHS heeft de vorderingen onder E. en G. tot betaling van een gebruiksvergoeding gegrond op ongerechtvaardigde verrijking en daarbij verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 24 mei 2013. Nu Global geen verweer heeft gevoerd tegen de stellingen van IDHS dat Global verrijkt is door het gebruik van de chalets omdat zij van haar huurder Sarens een commerciële huurprijs heeft ontvangen, dat IDHS daardoor schade lijdt omdat IDHS de chalets niet aan een derde kan verhuren voor de door haar gewenste huurprijs en dat IDHS aan haar verhuurder ook huur moet betalen en dat dit onredelijk is, zal de kantonrechter een gebruiksvergoeding toewijzen. Welk bedrag dat is, wordt hierna toegelicht.

Allereerst stelt de kantonrechter vast dat de onder E. en G. gevorderde bedragen gebaseerd zijn op een vergoeding van € 1.117,50 per chalet per week vanaf 1 september 2024 tot en met 31 december 2024 en dat vanaf 1 januari 2025 een gebruiksvergoeding van € 1.156,61 per chalet per week geldt, vanwege de verhoging van 3,5% volgens de consumentenprijsindex van het CBS (hierna: CBS-CPI cijfer), en dat die bedragen vermeerderd zijn met de btw. Global heeft alleen het verweer gevoerd dat de gevorderde bedragen niet juist zijn omdat de huurprijs onjuist is berekend. Volgens haar is al sinds augustus 2024 een lager bedrag aan huur het uitgangspunt tussen partijen. Dit verweer wordt verworpen. Zoals onder 4.8 is overwogen is niet komen vast te staan dat partijen een bedrag aan huur zijn overeengekomen. Bij het vaststellen van de hoogte van de gebruiksvergoeding kan dit verweer Global dan ook niet baten. Er is verder geen verweer gevoerd, ook niet tegen de btw en de indexatie van 3,5% op grond van het CBS-CPI cijfer per 1 januari 2025. De gevorderde gebruiksvergoeding is dan ook met inachtneming van het volgende toewijsbaar.

Tijdens de zitting is komen vast te staan dat IDHS in het bedrag van € 1.117,50 respectievelijk € 1.156,61 per chalet per week een bedrag van € 142,50 aan aflossing voor het bedrag van € 160.000,00 heeft opgenomen. Dit bedrag van € 142,50 ziet niet op een gebruiksvergoeding en is daarom niet als zodanig toewijsbaar. Bovendien vordert IDHS onder J. ook betaling van het bedrag van € 160.000,00. Verder heeft IDHS tijdens de zitting verklaard de vordering onder G. voor zover die ziet op bijkomende kosten niet langer te handhaven, zodat dit deel van de vordering niet wordt toegewezen. Dit betekent dat de gebruiksvergoeding wordt vastgesteld op een bedrag van € 975,00 per chalet per week vanaf 1 september 2024 tot en met 31 december 2024 en € 1.014,11 per chalet per week vanaf 1 januari 2025, telkens te vermeerderen met de btw.

Als onweersproken staat vast dat Global sinds september 2024 totaal een bedrag van€ 270.673,50 heeft betaald. Dit volgt namelijk uit het door IDHS overgelegde overzicht bij productie 28 van de conclusie van antwoord in reconventie. Dit betaalde bedrag (en indien aan de orde ook in de tussentijd betaalde bedragen voor het gebruik van de chalets) moet in mindering worden gebracht op de te berekenen gebruiksvergoeding over de periode 1 september 2024 tot de ontruiming van de chalets, zodat duidelijk wordt of en welk bedrag Global aan gebruiksvergoeding nog moet betalen.

De gevorderde wettelijke handelsrente is niet toewijsbaar over de vorderingen onder E. en G. omdat er voor de gebruiksvergoeding geen handelsovereenkomst tussen partijen bestaat. Over de gebruiksvergoeding zal de wettelijke rente worden toegewezen op de wijze zoals hierna in de beslissing is vermeld.

Samenvattend is Global gehouden een vergoeding van € 975,00 per gebruikt chalet per week vanaf 1 september 2024 tot en met 31 december 2024 en € 1.014,11 per gebruikt chalet per week vanaf 1 januari 2025 tot de ontruiming van de chalets te betalen, te vermeerderen met de btw en te vermeerderen met de wettelijke rente, daarop strekt in mindering het door Global betaalde bedrag van € 270.673,50. Dit zal worden toegewezen in de beslissing van dit vonnis. Partijen worden in staat geacht de rekensom voor eventuele nabetaling aan de hand van het voorgaande zelf te berekenen dan wel te laten berekenen.

Moet Global schadevergoeding betalen?

IDHS legt aan haar vorderingen onder I. en K. ten grondslag dat door de huurders van Global schades aan de gebruikte chalets zijn veroorzaakt en Global op grond van onrechtmatige daad daarvoor aansprakelijk is. De kantonrechter is van oordeel dat Global aansprakelijk is voor schades aan de door haar gebruikte chalets. Dit geldt ook voor eventuele schoonmaakkosten. Gelet op de door IDHS overgelegde rapportages van (eind)inspecties van chalets acht de kantonrechter de mogelijkheid dat IDHS schade heeft en nog zal lijden ook aannemelijk. Echter heeft IDHS haar vordering onder I. onvoldoende onderbouwd en ziet de kantonrechter ook onvoldoende aanknopingspunten om die schade, die ziet op de schade die IDHS tot november 2025 stelt te hebben geleden, te begroten. IDHS verwijst naar een stapel van meer dan 30 diverse facturen die niet nader zijn toegelicht en verwijst naar meerdere rapportages van (eind)inspecties van chalets. Een duidelijke toelichting op die rapportages ontbreekt. Er is voor de kantonrechter geen taak weggelegd om aan de hand van de overgelegde rapportages zelf te gaan uitzoeken welke schade er is en vervolgens uit te zoeken welke factuur daarbij hoort. Gelet daarop zal de vordering onder I. verwezen worden naar de schadestaatprocedure. De vordering onder K. zal gelet op het voorgaande ook worden toegewezen.

Moet Global de afspraak tot betaling van € 160.000,00 nakomen?

Dat partijen hebben afgesproken dat Global € 160.000,00 aan IDHS betaalt, is door Global tijdens de zitting uitdrukkelijk erkend. Global beroept zich in dit verband primair op dwaling ten aanzien van die afspraak. Dit beroep slaagt niet. Global heeft namelijk gesteld dat zij de afspraak tot betaling van € 160.000,00 is aangegaan vanwege de toezegging dat IDHS haar 20 chalets ter beschikking stelt, maar dat IDHS haar geen 20 chalets beschikbaar heeft gesteld. Dat IDHS heeft toegezegd 20 chalets aan Global te verhuren betwist IDHS en is ook niet gebleken. Dit blijkt ook niet uit de e-mail van 22 augustus 2024 waar Global naar verwijst. In deze e-mail geeft IDHS aan een nieuwe overeenkomst met Sarens te sluiten voor 20 chalets, daarop kan dus geen toezegging aan Global voor 20 chalets worden gebaseerd. Nu de door Global gestelde toezegging van 20 chalets niet is komen vast te staan, is daarmee niet komen vast te staan dat er sprake is van een onjuiste voorstelling van zaken, zodat een beroep op dwaling niet kan slagen.

Ook het subsidiaire beroep van Global op ontbinding van de afspraak tot betaling van € 160.000,00 slaagt niet. Global heeft hieraan het niet nakomen van de toezegging van 20 chalets door IDHS ten grondslag gelegd. Zoals hiervoor is overwogen is deze toezegging niet komen vast te staan. Dit betekent dat de afspraak ook niet (gedeeltelijk) wordt ontbonden en dat Global gehouden is om de afspraak tot betaling van € 160.000,00 na te komen.

Tijdens de zitting is gebleken dat partijen het erover eens zijn dat IDHS aan Global een bemiddelingsfee voor het aanbrengen van klanten is verschuldigd. Global stelt zich op het standpunt dat de bemiddelingsfee € 30.757,02 bedraagt. IDHS heeft de marge waarop dit bedrag is gebaseerd betwist. Dat partijen een marge zijn overeengekomen waardoor IDHS een bemiddelingsfee van € 30.757,02 is verschuldigd, dan wel dat € 30.757,02 een redelijk loon is, is niet onderbouwd en is daarom niet komen vast te staan. IDHS heeft tijdens de zitting een bemiddelingsfee van € 20.000,00 erkend en heeft verklaard dat dit bedrag op de vordering in mindering strekt. Dit betekent dat vanwege de verrekening met de bemiddelingsfee de vordering onder J. wordt toegewezen tot een bedrag van € 140.000,00. Een hoger bedrag aan bemiddelingsfee kan bij gebrek aan onderbouwing niet worden verrekend met de vordering onder J.

Over het bedrag van € 140.000,00 zal de wettelijke handelsrente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding (7 mei 2025) op de wijze zoals hierna in de beslissing is vermeld. Niet gesteld of gebleken is dat de door IDHS genoemde datums van of 1 april 2024, of 15 augustus 2024, of 15 september 2024 dagen zijn volgend op de dag die is overeengekomen als de uiterste dag van betaling zoals bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW. Ook is niet gesteld dat de wettelijke handelsrente op een van die datums is verschuldigd op grond van de in artikel 6:119a lid 2 BW genoemde situaties.

Vorderingen F. en H. en de door Global gevorderde verklaring voor recht

De vorderingen onder F. en H. van IDHS worden afgewezen omdat aan deze vorderingen ten grondslag ligt, dan wel gebaseerd zijn op een overeengekomen huurovereenkomst. Zoals onder 4.8. is overwogen is dat niet het geval en daarom worden deze vorderingen niet toegewezen. De door Global in reconventie gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen, omdat ook die vordering is gebaseerd op een tussen partijen overeengekomen huurovereenkomst.

Buitengerechtelijke kosten

Het primair gevorderde bedrag van € 25.000,00 aan buitengerechtelijke kosten is niet toewijsbaar nu er geen huurovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen en daarmee ook geen algemene bepalingen, waarop het gevorderde bedrag is gebaseerd, van toepassing zijn.

De gebruiksvergoeding valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom voor het deel van de gevorderde buitengerechtelijke kosten dat ziet op de gebruiksvergoeding de buitengerechtelijke kosten toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal. Daarvoor heeft IDHS onvoldoende gesteld, uit haar omschrijving van de verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden blijkt niet dat er kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Dit betekent dat voor dit deel geen buitengerechtelijke kosten worden toegewezen. De kosten waarvan IDHS vergoeding vordert, moeten worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

De gevorderde buitengerechtelijke kosten moeten voor wat betreft de vordering onder J. worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit. IDHS heeft daarvoor voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Daarom zal een bedrag van € 2.175,00 worden toegewezen. De gevorderde wettelijke handelsrente is niet toewijsbaar over de buitengerechtelijke kosten. In plaats daarvan zal de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dit bedrag worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding (7 mei 2025).

Proceskosten

Global is zowel in conventie als in reconventie (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van IDHS worden vastgesteld op:

- kosten van de dagvaarding

122,35

- griffierecht

1.461,00

- salaris gemachtigde conventie

2.712,00

(2 punten × € 1.356,00)

- salaris gemachtigde reconventie

950,00

(2 punten × factor 0,5 × € 950,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

5.380,35

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

in conventie

veroordeelt Global om het pand gelegen aan [adres] te [plaats] , in het bijzonder de chalets met de nummers [nummer 1] t/m [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] en [nummer 7] , binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, te verlaten en te ontruimen met al de haren en het hare en door afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van IDHS te stellen,

veroordeelt Global om aan IDHS te betalen een bedrag van € 975,00 per gebruikt chalet per week vanaf 1 september 2024 tot en met 31 december 2024 en € 1.014,11 per gebruikt chalet per week vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van ontruiming, te vermeerderen met de btw en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vervaldata van de onderscheiden termijnen, tot de dag van volledige betaling, daarop strekt in mindering het door Global betaalde bedrag van € 270.673,50 en (indien aan de orde) verder gedane betalingen in verband met het gebruik van de chalets,

verklaart voor recht dat Global aansprakelijk is voor de schade die IDHS lijdt en/of zal lijden doordat Global de (goederen in) de chalets heeft beschadigd en/of vies gemaakt,

veroordeelt Global om de onder 5.3 genoemde door IDHS geleden en nog te lijden schade over de periode vanaf 1 september 2024 aan IDHS te vergoeden, nader op te maken bij staat,

veroordeelt Global om aan IDHS te betalen een bedrag van € 140.000,00 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de dag van dagvaarding (7 mei 2025), tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt Global om aan IDHS te betalen een bedrag van € 2.175,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding (7 mei 2025), tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt Global in de proceskosten, waarbij die kosten van IDHS zijn vastgesteld op € 4.430,35, te betalen aan IDHS binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Global niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt Global tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen 14 dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

wijst de vorderingen van Global af,

veroordeelt Global in de proceskosten, waarbij die kosten van IDHS zijn vastgesteld op € 950,00, te betalen aan IDHS binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Global niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling onder 5.12 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?