ECLI:NL:RBZWB:2026:5620

ECLI:NL:RBZWB:2026:5620

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 26-05-2026
Datum publicatie 26-06-2026
Zaaknummer C/02/447522 / KG ZA 26-213
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Kort geding. Overeenstemming voorlopige zorgregeling. Afgifte en voorlopige toevertrouwing.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

zaaknummer: C/02/447522 / KG ZA 26-213

Vonnis in kort geding van 26 mei 2026

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna te noemen de vrouw,

wonende te [plaats 1] ,

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie,

advocaat: mr. A. Koop-Van Vliet te Breda,

tegen

[de man] ,

hierna te noemen de man,

wonende te [plaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,

hierna te noemen: de Raad, de voorzieningenrechter over de vorderingen geadviseerd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met zes producties van 23 april 2026;

- het bericht van mr. A. Koop-Van Vliet van 28 april 2026;

- het bericht van mr. A. Koop-Van Vliet van 7 mei 2026 met aanvullende producties;

- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met drie producties van 7 mei 2026;

- het bericht van mr. A. Koop-Van Vliet van 8 mei 2026;

- het bericht met bijlage van mr. R.G.J. van Kerkhof van 8 mei 2026;

- het bericht met bijlage van mr. A. Koop-Van Vliet van 8 mei 2026.

Op 11 mei 2026 heeft de voorzieningenrechter de zaak tijdens de zitting met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

Tijdens de zitting zijn verschenen de partijen, bijgestaan door hun advocaten. Daarnaast is verschenen een vertegenwoordiger van de Raad.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad in de periode vanaf 15 september 2024 tot begin april 2026, uit welke relatie het navolgende thans nog minderjarige kind is geboren:

- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2025.

De man heeft [minderjarige] erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft bij de man.

3. De vorderingen in conventie en reconventie

Vorderingen en standpunt van de vrouw

De vrouw vordert in conventie bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de man te veroordelen om [minderjarige] binnen één dag na het in dezen te wijzen vonnis aan de vrouw af te geven, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500,00, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom, voor iedere dag (een dagdeel daaronder begrepen), nadat twee dagen na de betekening zijn verstreken dat de man nalatig is/blijft aan het door de voorzieningenrechter bepaalde vonnis te voldoen;

II. dat [minderjarige] (voorlopig) aan de vrouw wordt toevertrouwd;

III. de man te veroordelen in de kosten van dit geding, de nakosten daaronder begrepen.

Door en namens de vrouw is daartoe in de stukken en tijdens de zitting, samengevat, het navolgende aangevoerd. De vrouw woonde sinds 1 november 2025 samen met de man bij de ouders van de man. De relatie van partijen kenmerkte zich door spanningen, onrust en conflicten. De vrouw moest zich voegen naar de wensen en instructies van de man en de moeder van de man. Zij mocht [minderjarige] nergens mee naartoe nemen en tegelijkertijd mocht zij niet de hele dag in de woning aanwezig zijn. De vrouw moest [minderjarige] soms dus achterlaten in de woning. Op 10 april 2026 is de vrouw door de man en zijn moeder de toegang tot het huis ontzegt, zonder [minderjarige] . De vrouw was op dat moment bij haar paard, omdat dit ziek was, en kreeg te horen dat zij niet meer welkom was in de woning van de ouders van de man. De vrouw verblijft sindsdien bij haar moeder en heeft [minderjarige] nog maar één keer gezien. Dit was enkele dagen voor de zitting. De man heeft aangegeven dat er vanwege het psychisch welzijn van de vrouw alleen maar begeleide omgang plaats mag vinden. De vrouw heeft daarmee niet ingestemd, omdat daarvoor naar haar mening geen aanleiding is.

Het contact tussen de vrouw en [minderjarige] moet zo snel mogelijk worden hersteld omdat het ontbreken van contact de veilige hechting en de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] in gevaar brengt. Daarnaast heeft de vrouw zorgen over de opvoedingsvaardig-heden van de man en over het gedrag van de moeder van de man. De moeder van de man bestookt de vrouw en haar familie namelijk met berichten en meldingen. De vrouw heeft contact opgenomen met de politie en met Veilig Thuis. Ook de psychiater van de vrouw heeft een zorgmelding gedaan bij Veilig Thuis.

Tijdens een huiszoeking in de woning van de ouders van de man zijn een luchtdrukwapen en een ander wapen gevonden. Volgens de vrouw heeft Veilig Thuis in eerste instantie onvoldoende doorgepakt, maar inmiddels staat er een huisbezoek bij de vrouw ingepland om zicht te krijgen op haar thuissituatie.

Er zijn volgens de vrouw geen aanwijzingen dat de vrouw niet goed voor [minderjarige] zou zorgen. Daarom moet [minderjarige] onmiddellijk door de man aan de vrouw worden afgegeven. De vrouw wil verder dat [minderjarige] aan haar wordt toevertrouwd. Als [minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd, zal de man in staat worden gesteld om contact te hebben met [minderjarige] . Gelet op de houding en het gedrag van de man valt niet te verwachten dat hij uit eigen beweging uitvoering zal geven aan de afgifte van [minderjarige] aan de vrouw, de vrouw vraagt daarom om een dwangsom te verbinden aan de veroordeling tot afgifte van [minderjarige] . Verder moet de man veroordeeld worden in de kosten van de procedure, omdat de vrouw deze door het handelen van de man moest starten.

Vorderingen en standpunt van de man

De man voert verweer tegen de vorderingen van de vrouw in conventie en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de vrouw in haar vorderingen dan wel tot afwijzing van die vorderingen.

In reconventie vordert de man:

I. primair

- te bepalen dat de minderjarige voorlopig aan de man wordt toevertrouwd;

subsidiair

- te bepalen dat de minderjarige en de man gerechtigd zijn tot het hebben van (voorlopig) contact met elkaar: in de even weken vanaf woensdagochtend 09.00 tot zondagochtend 10.00 uur, in de oneven weken vanaf donderdag 10.00 uur tot zondagmiddag 17.00 uur, dan wel een regeling die de voorzieningenrechter in het belang van de minderjarige geraden acht,

II. althans dusdanige (voorlopige) beslissingen te nemen als de rechtbank in het

belang van de minderjarige geraden acht.

Ter onderbouwing van zijn verweer en vorderingen voert de man, samengevat, het navolgende aan. De vrouw was meer dan welkom bij de man en zijn familie wat blijkt uit het feit dat aan de vrouw is aangeboden om in de woning van de ouders te komen wonen. Van dwang of drang vanuit de familie van de man richting hem en/of de vrouw was geen sprake. De vrouw is niet uit huis gezet, maar het verblijf van de vrouw in de woning was niet langer houdbaar vanwege de persoonlijke problematiek van de vrouw en de invloed die dit had op [minderjarige] en de overige bewoners. De man heeft zorgen over het psychisch welzijn van de vrouw, aangezien zij al geruime tijd psychische problemen heeft. Volgens de man heeft de vrouw op sommige momenten verkeerde keuzes gemaakt, bijvoorbeeld door haar paard boven haar kind te verkiezen.

Verder doet de vrouw onophoudelijk aangiftes jegens de man en zijn familie en blijft zij meldingen maken van (strafbare) feiten of zorgen bij de politie en Veilig Thuis. De politie heeft luchtdrukwapens aangetroffen in de woning, maar dat maakt de situatie nog niet onveilig. Veilig Thuis heeft de woning bezocht en ook Veilig Thuis heeft geen onveilige situatie geconstateerd. Wel heeft Veilig Thuis geconstateerd dat partijen over en weer zorgen uiten over elkaar, waarbij zij het belang van [minderjarige] niet voorop stellen. Veilig Thuis doet daarom onderzoek naar de mogelijkheid voor hulpverlening binnen het vrijwillig kader. In dat kader zullen er de komende tijd huisbezoeken plaatsvinden bij zowel de man als de vrouw.

De vrouw is bij herhaling (ook via Veilig Thuis) uitgenodigd om contact te hebben met [minderjarige] bij de man thuis, echter heeft de vrouw dit geweigerd. Wel is er in de week voor de zitting een contactmoment geweest tussen [minderjarige] en de vrouw onder begeleiding van Veilig Thuis. Er is geen sprake van onttrekking aan het ouderlijk gezag. De man wil dat er contact is tussen de vrouw en [minderjarige] . Dat contact moet echter wel veilig zijn en in een beschermde omgeving plaatsvinden. Hiervoor is van belang dat de vrouw hulp krijgt. Daarnaast heeft de man zorgen over de thuissituatie van de vrouw. Deze zorgen zijn tot nu toe niet of onvoldoende onderzocht. De thuissituatie van de man is daarentegen wel onderzocht en wordt veilig genoeg geacht door Veilig Thuis. De man wil daarom dat [minderjarige] aan hem wordt toevertrouwd. Verder stuurt de man wel regelmatig updates en foto’s van [minderjarige] naar de vrouw.

De vrouw voert verweer tegen de vorderingen van de man in reconventie en concludeert tot afwijzing van die vorderingen.

Op de overige stellingen van partijen en het advies van de Raad wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4. De beoordeling in conventie en in reconventie

Spoedeisend belang

Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de zitting staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van partijen bij hun vorderingen vast. Sinds begin april 2026 is er niet tot nauwelijks sprake van contact tussen de vrouw en [minderjarige] . Er moet op zeer korte termijn duidelijkheid komen over de contactmomenten [minderjarige] en haar beide ouders.

Gezamenlijke behandeling

Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie, zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.

Standpunt van de Raad

De Raad heeft tijdens de zitting, samengevat, naar voren gebracht dat er vanuit Veilig Thuis, Fivoor en Amarant geen zorgen zijn over de acute veiligheid van [minderjarige] in de thuissituatie bij zowel de man als de vrouw. Wel zijn er vanuit Veilig Thuis grote zorgen over de verhoudingen tussen partijen (en de familie van partijen) onderling. Partijen blijven elkaar over en weer beschuldigen, waarbij zij niet bezig zijn met het belang van [minderjarige] . Daarnaast zijn er zorgen over de opvoedsituaties bij beide partijen. De Raad en Veilig Thuis achten het zorgelijk dat er op dit moment nagenoeg geen contact is tussen [minderjarige] en de vrouw. Het handelen van de man en de moeder van de man hierin acht de Raad daarbij zwaarwegend. De Raad acht het van belang dat er zo snel mogelijk contact is tussen de vrouw en [minderjarige] , waarbij [minderjarige] (voorlopig) evenveel contact heeft met de man als met de vrouw. De Raad ziet verder geen reden om het contact onder begeleiding plaats te laten vinden. De komende tijd zal Veilig Thuis nader onderzoek doen naar de opvoedsituaties bij beide partijen. Vervolgens zal Veilig Thuis partijen doorverwijzen naar hulpverlening.

Voorlopige zorgregeling

Na schorsing van de zitting en naar aanleiding van het advies van de Raad zijn partijen tot overeenstemming gekomen over een voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van [minderjarige] . Beide partijen zijn het erover eens dat er contact dient te zijn tussen [minderjarige] en haar beide ouders. Partijen zijn daarbij de volgende voorlopige zorgregeling overeengekomen:

In de ene week:

Ochtend

Middag

Avond (vanaf 18:00 uur)

Maandag

Vrouw

Vrouw

Vrouw

Dinsdag

Vrouw

Vrouw

Vrouw

Woensdag

Vrouw

Vrouw

Man

Donderdag

Man

Man

Man

Vrijdag

Man

Man

Vrouw

Zaterdag

Vrouw

Vrouw

Vrouw

Zondag

Vrouw

Vrouw

Vrouw

In de andere week:

Ochtend

Middag

Avond (vanaf 18:00 uur)

Maandag

Vrouw

Vrouw

Vrouw

Dinsdag

Vrouw

Vrouw

Vrouw

Woensdag

Vrouw

Vrouw

Man

Donderdag

Man

Man

Man

Vrijdag

Man

Man

Man

Zaterdag

Man

Man

Man

Zondag

Man

Man

Vrouw

Partijen zijn hierbij overeengekomen dat degene bij wie [minderjarige] op dat moment verblijft, [minderjarige] naar de andere ouder zal brengen. Verder zullen de wisselmomenten telkens plaatsvinden in de avond om 18.00 uur en tussen partijen onderling, zonder dat daarbij andere personen aanwezig zullen zijn. Nu partijen zelf met elkaar afspraken over een voorlopige zorgregeling hebben gemaakt, zal de voorzieningenrechter de vordering conform deze afspraken toewijzen.

Om informatie met elkaar te delen kunnen partijen gebruik maken van een overdrachtsschrift, waarin zij belangrijke informatie met betrekking tot [minderjarige] noteren. Dit schrift kunnen zij dan tijdens de overdracht aan elkaar overhandigen.

Afgifte

De vordering tot afgifte van [minderjarige] zal de voorzieningenrechter afwijzen. De vrouw heeft bij deze vordering geen belang meer nu partijen op de zitting met elkaar een voorlopige zorgregeling zijn overeengekomen en daaruit voortvloeit dat [minderjarige] door de man naar de vrouw zal worden gebracht (en omgekeerd) in het kader van de uitvoering van de voorlopige zorgregeling.

Toevertrouwing

Beide partijen vorderen dat [minderjarige] aan hen wordt toevertrouwd. Het is partijen tijdens de zitting niet gelukt om overeenstemming te bereiken over de voorlopige toevertrouwing van [minderjarige] . De voorzieningenrechter zal daarom een beslissing nemen en die beslissing houdt in dat [minderjarige] voorlopig zal worden toevertrouwd aan de vrouw. Feit is dat er gedurende een periode van enkele weken geen enkel contact is geweest tussen [minderjarige] en de vrouw. De vrouw heeft herhaalde malen gevraagd om contact met [minderjarige] . De man heeft dit echter tegengehouden door eisen te stellen aan de locatie waar de omgang plaats zou moeten vinden en te eisen dat omgang begeleid plaats moest vinden. De man heeft daarbij het belang van [minderjarige] bij contact met de vrouw, zeker ook gezien de zeer jonge leeftijd van [minderjarige] , niet vooropgesteld. De voorzieningenrechter wil met de toevertrouwing van [minderjarige] aan de vrouw voorkomen dat er opnieuw een periode ontstaat waarin het contact tussen [minderjarige] en de vrouw wordt verstoord. Aanvullend daarop geldt dat uit de voorlopige zorgregeling die partijen gezamenlijk zijn overeengekomen ter zitting voortvloeit dat de zorg voor [minderjarige] net iets meer bij de vrouw ligt dan bij de man. Ook dat gegeven rechtvaardigt een voorlopige toevertrouwing van [minderjarige] aan de vrouw.

Proceskosten

De vrouw vordert dat de man wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de man te veroordelen in de kosten van deze procedure. In de omstandigheid dat partijen samen de ouders van [minderjarige] zijn, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat iedere partij (zowel in conventie als in reconventie) de eigen proceskosten draagt. De vordering van de vrouw om de man te veroordelen in de kosten van de procedure zal de voorzieningenrechter dan ook afwijzen.

Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

bepaalt dat partijen en [minderjarige] voorlopig in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar op een wijze zoals is overwogen onder rechtsoverweging 4.4.;

bepaalt dat [minderjarige] voorlopig aan de vrouw wordt toevertrouwd

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen (in conventie en in reconventie) meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Broek, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026 in tegenwoordigheid van mr. Van Oorschot, griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Van Oorschot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand