beschikking op een verzoek tot machtiging
op verzoek van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonadres 1] ,
hierna te noemen: verzoekster
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
wonende te [woonadres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
Het verzoek is mondeling behandeld op 22 juni 2026, in aanwezigheid van verzoekster, tevens bewindvoerder en moeder van betrokkene, en [persoon 1] , echtgenoot van verzoekster en vader van betrokkene. [persoon 2] , medebewindvoerder, is hoewel behoorlijk opgeroepen, zonder bericht van verhindering niet ter zitting verschenen. De griffier heeft tijdens de zitting aantekeningen gemaakt.
beoordeling
Verzoekster vraagt machtiging voor de belastingvrije schenking in 2026 van € 2.769,- uit het vermogen van betrokkene aan zichzelf. Verzoekster wil het bedrag gebruiken voor beglazing van haar balkon. Het vermogen van betrokkene bedroeg op 8 maart 2026 € 41.198,29.
Ter zitting geeft verzoekster aan dat zij in de veronderstelling is dat betrokkene jaarlijks aan haar mag schenken zolang zijn vermogen niet onder de grens van € 35.000,- komt. Verzoekster wil niet dat wanneer betrokkene komt te overlijden zijn spaargeld naar de familie gaat, ze hebben namelijk nooit naar betrokkene om gekeken. In 2024 en 2025 heeft verzoekster toestemming gekregen van de kantonrechter voor de belastingvrije schenking uit het vermogen van betrokkene aan zichzelf. Betrokkene is niet in staat om toestemming te geven voor dit schenkingsverzoek.
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Als betrokkene wilsonbekwaam is, kan een verzoek om te schenken alleen worden toegewezen als een schenkingstraditie wordt aangetoond. Een schenkingstraditie kan worden aangetoond door te laten zien dat betrokkene vóór de instelling van het bewind gedurende meerdere jaren een bepaald bedrag heeft geschonken aan verzoekster. Hier is echter geen sprake van aangezien betrokkene hier voor de instelling van het bewind niet toe in staat is geweest. De kantonrechter heeft in 2024 en 2025 de belastingvrije schenking uit het vermogen van betrokkene aan verzoekster toegewezen. Echter, hiermee is geen schenkingstraditie ontstaan. In de beschikking van 18 april 2025 is door de behandeld kantonrechter opgenomen dat het een eenmalige schenking uit het vermogen van betrokkene aan verzoekster betreft. Het vermogen van betrokkene kan door verzoekster bijvoorbeeld wel gebruikt worden om uitstapjes met begeleiding voor betrokkene te regelen. De kantonrechter zal het verzoek tot de schenking van het belastingvrije bedrag van € 2.769,- in 2026 dan ook afwijzen.
beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.