[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker inzake zijn plaatsing op een opvanglocatie.
2. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen inzake een bestreden besluit indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4. Gelet op bovengenoemd artikel moet er sprake zijn van een besluit en een bezwaar of een beroep tegen (het niet tijdig beslissen op) een besluit, voordat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening inhoudelijk kan worden behandeld. Dit is het zogenaamde connexiteitsvereiste.
5. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker geen besluit heeft overgelegd. In zijn verzoekschrift heeft hij ook aangegeven dat er geen besluit is afgegeven. Verder is niet gebleken van een bezwaar of een beroep tegen een besluit of een beroep inzake het niet tijdig nemen van een besluit. Dit betekent dat het verzoek niet connex is aan een besluit en/of een bezwaar- of beroepsprocedure zodat het verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Het verzoek zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. van der Linden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 3 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: