ECLI:NL:RBZWB:2026:646

ECLI:NL:RBZWB:2026:646

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer 02-334164-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verdachte is veroordeeld voor mensenhandel en mensensmokkel tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 42 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Aan verdachte is ook een 38v maatregel opgelegd inhoudende een contactverbod met het slachtoffer. Benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-334164-22

vonnis van de meervoudige kamer van 4 februari 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag 1] 1985 te [geboorteplaats]

wonende te [woonadres]

raadsman mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 december 2025, waarbij de officier van justitie mr. J.F.M. Kerkhofs en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1: samen met een ander [slachtoffer] seksueel heeft uitgebuit (mensenhandel);

feit 2: zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken. Voor feit 1 geldt dat de verklaring van [slachtoffer] niet betrouwbaar is, omdat deze inconsistenties en tegenstrijdigheden bevat. Bovendien kan niet worden bewezen dat verdachte [slachtoffer] op enig moment heeft gedwongen om prostitutiewerkzaamheden te verrichten of dat hij voordeel heeft genoten van de werkzaamheden van [slachtoffer] .

Verdachte moet ook van feit 2 worden vrijgesproken. [slachtoffer] is pas in contact gekomen met verdachte toen zij al enige tijd in Nederland was. Er kan niet worden bewezen dat verdachte (uit winstbejag) behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot of verblijf in Nederland. Ook is er geen sprake van medeplegen.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1

Wettelijk kader mensenhandel

Mensenhandel is strafbaar gesteld in artikel 273f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).

Sub 1

Sub 1 ziet op het – met een dwangmiddel – werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen van een ander. Onder dwangmiddelen wordt onder andere verstaan dwang, (dreiging met) geweld of een andere feitelijkheid, afpersing, fraude, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht of misbruik van een kwetsbare positie. De inzet van zo’n dwangmiddel moet ertoe leiden dat iemand in een uitbuitingssituatie belandt of dat iemand ervan wordt weerhouden zich aan een uitbuitingssituatie te onttrekken.

De handelingen omschreven in sub 1 zijn slechts strafbaar als deze zijn begaan met het oogmerk van uitbuiting. Met andere woorden: de gedragingen moeten zijn gericht op de uitbuiting van die persoon. Uitbuiting veronderstelt een bepaalde mate van onvrijwilligheid, die ziet op de onmogelijkheid van het slachtoffer om zich aan een bepaalde situatie te onttrekken. Anders gezegd: het slachtoffer wordt in een situatie gebracht of gehouden waarin hij of zij redelijkerwijs geen andere keuze heeft dan zich te laten uitbuiten.

Sub 3

Sub 3 ziet specifiek op seksuele handelingen met een landgrensoverschrijdend aspect. Hierbij is (on)vrijwilligheid niet relevant. Voor dit onderdeel zijn dwangmiddelen niet vereist.

Sub 4

Sub 4 bestaat uit 2 delen. Het gaat in de eerste plaats om de situatie waarbij een ander met een dwangmiddel (dezelfde als genoemd in sub 1) wordt gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten. Ook staat beschreven de situatie waarbij enige handeling wordt ondernomen waarvan men weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een ander die zich reeds in een uitbuitingssituatie bevindt zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten. Gedoeld wordt in dit laatste geval op degenen die gebruik maken van de uitbuitingssituatie van een ander. Deze uitbuitingssituatie hoeven zij overigens niet zelf gecreëerd te hebben.

De gedragingen in sub 4 volgen veelal op de gedragingen in sub 1 en 2, maar ze kunnen elkaar ook overlappen. De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat, hoewel ‘uitbuiting’ als zodanig niet in de tekst van sub 4 is opgenomen, dit daarvan wel een impliciet bestanddeel vormt.

Bij sub 4 moet in het eerste geval sprake zijn van het oogmerk op de handeling die iemand ertoe beweegt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten.

Wanneer sprake is van iemand die zich al in een uitbuitingssituatie bevindt, moet de ander die de handeling onderneemt zoals al weergegeven weten of redelijkerwijze vermoeden dat diegene zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten.

Sub 6

Volgens sub 6 is diegene strafbaar die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander. De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat het opzet gericht moet zijn op zowel het voordeel trekken als op de uitbuiting van een ander. De profijttrekker kan, maar hoeft niet, een ander te zijn dan degene die de uitbuitingssituatie heeft gecreëerd. Een dwangmiddel is hier niet vereist.

Sub 9

Volgens sub 9 is diegene strafbaar die een ander met de onder sub 1 genoemde dwangmiddelen dwingt of beweegt hem of haar te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen met een derde. Ook wat betreft dit onderdeel heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat, hoewel ‘uitbuiting’ als zodanig niet in de tekst van sub 9 is opgenomen, dit daarvan wel een impliciet bestanddeel vormt.

Uitgangspunt

De rechtbank neemt de verklaringen van [slachtoffer] als uitgangspunt. Zij acht deze verklaringen betrouwbaar, omdat [slachtoffer] in de kern consistent heeft verklaard over de gebeurtenissen. Daarnaast heeft zij openheid van zaken gegeven waarbij zij ook heeft verklaard over haar eigen aandeel in omstandigheden en gebeurtenissen. Bovendien worden haar verklaringen niet door de inhoud van het dossier weersproken.

Feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.

[slachtoffer] is met behulp van een “agency” in Thailand naar Nederland gekomen om in Nederland in de prostitutie te gaan werken. De agency regelde voor haar een toeristenvisum en een vliegticket van Thailand naar Nederland. Er werd afgesproken dat [slachtoffer] hiervoor een schuld (“tag”) van € 11.000,00 aan de agency moest aflossen.

Op 4 juli 2022 is [slachtoffer] vanaf Schiphol met de trein op het station in ’s-Hertogenbosch aangekomen. Zij is daar opgehaald door [medeverdachte] en vervolgens door [medeverdachte] en de heer [persoon 1] naar het [hotel] in Oosterhout gebracht. In dit hotel is [slachtoffer] één nacht verbleven. De volgende dag, op 5 juli 2022, is zij door [persoon 1] opgehaald en zijn zij samen naar de taalschool van [medeverdachte] gegaan. Hier hebben zij [medeverdachte] opgehaald, waarna zij met z’n drieën naar een woning aan [adres] in Breda zijn gereden. [slachtoffer] is enkele dagen in die woning verbleven en heeft daar gewerkt als prostituee. In die eerste week heeft [medeverdachte] condooms naar [slachtoffer] gebracht en heeft zij bij [slachtoffer] geld opgehaald dat zij heeft verdiend met het prostitutiewerk. In die eerste week is ook verdachte langsgekomen op [adres] . Hij heeft zich toen aan [slachtoffer] voorgesteld als eigenaar van een woning in Antwerpen.

Op enig moment heeft [slachtoffer] van [medeverdachte] te horen gekregen dat zij naar [plaats] moest. [slachtoffer] is toen door de heer [persoon 2] naar zijn woning in [plaats] gebracht. In de woning van [persoon 2] is [slachtoffer] enkele dagen verbleven en ook hier heeft zij als prostituee gewerkt. In deze periode heeft [slachtoffer] contact met [medeverdachte] , omdat [medeverdachte] geld bij haar wilde komen ophalen. Ook heeft [slachtoffer] in deze periode veelvuldig contact met verdachte, omdat zij daar graag weg wilde. Op 13 juli 2022 wordt [slachtoffer] door verdachte opgehaald in [plaats] en naar Chaam gebracht. Vanaf dan is er geen contact meer tussen [slachtoffer] en [medeverdachte] .

Er is daarna nog wel Whatsappcontact tussen verdachte en [medeverdachte] . Uit het Whatsappgesprek tussen 9 juli 2022 tot en met 26 augustus 2022 blijkt dat zij in die periode een gesprek hadden over vrouwen die opgehaald moeten worden en naar huizen in Nederland en België moeten worden gebracht. Er werd gesproken over huizen in Breda , Chaam en Antwerpen die door verdachte werden verhuurd aan [medeverdachte] om vrouwen onder te brengen en te laten werken. De rechtbank begrijpt dat met dit werken prostitutiewerkzaamheden wordt bedoeld.

Vanaf 13 juli 2022 tot en met 23 augustus 2022 is [slachtoffer] op verschillende plekken verbleven, waaronder weer in de woning aan [adres] te Breda , waar zij prostitutiewerkzaamheden heeft verricht. Gelet op de verklaring van [slachtoffer] en het zojuist genoemde Whatsappcontact gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte betrokken is geweest bij het regelen van verblijfplaatsen voor [slachtoffer] in deze periode. Dat [slachtoffer] in die periode ook in Rotterdam heeft gewerkt als prostituee, zonder dat verdachte daarbij betrokken was, maakt dat niet anders. Bovendien staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte [slachtoffer] in die periode meerdere keren heeft laten ophalen van en brengen naar de verschillende plekken.

De rechtbank stelt verder vast dat [slachtoffer] tot 13 juli 2022 heeft gewerkt voor de agency onder de naam [alias 1] . In die periode heeft zij meerdere keren het door haar met prostitutiewerk verdiende geld moeten afstaan om haar schuld (“tag”) af te betalen.

Na 13 juli 2022 heeft [slachtoffer] een eigen seksadvertentie gemaakt onder de naam [alias 2] . Vanaf dit moment hoefde [slachtoffer] geen geld meer af te staan aan de agency en mocht zij in principe het door haar verdiende geld houden. Echter, omdat [slachtoffer] niet beschikte over een woonruimte, was zij afhankelijk van verdachte voor woonruimte en het vervoer naar deze woonruimtes waar ook de seksafspraken konden plaatsvinden. Hiervoor werd door verdachte steeds vaker en meer geld gevraagd.

Uiteindelijk heeft [slachtoffer] op 24 augustus 2022 een melding gedaan bij de politie, waarna er diezelfde dag een informatief gesprek mensenhandel heeft plaatsgevonden.

Betrokkenheid verdachte

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende gedragingen van verdachte vast:

verdachte heeft [slachtoffer] ondergebracht in een hotel;

verdachte heeft [slachtoffer] vervoerd en/of laten vervoeren naar verschillende woningen waar zij prostitutiewerkzaamheden verrichtte;

verdachte heeft huizen en/of plekken geregeld voor [slachtoffer] waar zij seks kon hebben met klanten;

verdachte heeft tegen [slachtoffer] gezegd dat zij haar schulden aan de agency niet hoefde terug te betalen en dat zij stiekem zouden weggaan bij de agency;

verdachte heeft [slachtoffer] gevraagd om haar livelocatie te delen en gevraagd of zij haar telefoon en simkaart kon inleveren;

verdachte heeft [slachtoffer] diverse bedragen laten betalen aan huur, voorschot, benzinegeld, schoonmaakkosten, advocaatkosten en voor een telefoon;

verdachte heeft [slachtoffer] angst ingeboezemd met een fictief verhaal over de politie en dat zij naar de gevangenis zou moeten als de politie erachter kwam wat voor werk ze deed;

verdachte heeft een gedeelte van het door [slachtoffer] verdiende geld ontvangen.

De rechtbank gaat er aldus van uit dat [slachtoffer] pas met verdachte in contact is gekomen nadat zij in Nederland was aangekomen. De rechtbank zal verdachte daarom partieel vrijspreken van de ten laste gelegde gedragingen die zien op de agency waarmee [slachtoffer] naar Nederland is gekomen.

Pleegperiode

Over de pleegperiode overweegt de rechtbank nog als volgt. De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat [slachtoffer] op 4 juli 2022 in Nederland is aangekomen en kort daarna is begonnen met het prostitutiewerk. Zij neemt deze datum dan ook als begindatum van de periode. Omdat [slachtoffer] op 24 augustus 2022 de melding heeft gedaan bij de politie en zij daarna geen prostitutiewerkzaamheden meer heeft verricht, neemt de rechtbank 23 augustus 2022 als einddatum van de periode.

Pleegplaats(en)

De rechtbank acht de pleegplaatsen Breda , [plaats] en Chaam wettig en overtuigend bewezen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer] op deze plaatsen is verbleven en naar en vanaf deze plaatsen is vervoerd in verband met haar prostitutiewerkzaamheden. Dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de eerste overnachting van [slachtoffer] in Nederland, te weten in een hotel in Oosterhout, volgt niet uit het dossier. Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal verdachte daarom partieel worden vrijgesproken.

Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat zij bij [medeverdachte] als pleegperiode bewezen heeft verklaard de periode van 4 juli 2022 tot en met 13 juli 2022. Gelet op het hierboven genoemde Whatsappgesprek (dat start op 9 juli 2022) stelt de rechtbank vast dat verdachte en [medeverdachte] hebben samengewerkt om voor verschillende vrouwen, waaronder [slachtoffer] , huisvesting te regelen om prostitutiewerkzaamheden te verrichten. Die samenwerking is naar het oordeel van de rechtbank voor 9 juli 2022 gestart, nu de communicatie tussen verdachte en [medeverdachte] gelet op de inhoud van het Whatsappgesprek al eerder moet zijn aangevangen. Het eerste bericht is niet de start van een gesprek, maar men valt er middenin. Daar komt bij dat [slachtoffer] verklaart verdachte te hebben ontmoet in de woning aan [adres] te Breda , waarbij hij aangaf de eigenaar te zijn van een woning in Antwerpen. Uit het dossier blijkt dat verdachte de woning aan [adres] gebruikt als adres om vrouwen onder te brengen.

Voor de periode 4 juli 2022 tot en met 13 juli 2022 gaat de rechtbank er dan ook van uit dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] . Zij acht voor deze periode het medeplegen wettig en overtuigend bewezen. Voor de periode na 13 juli 2022 gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte de gedragingen alleen heeft gepleegd.

Subonderdelen artikel 273f Sr

Sub 1

Verdachte heeft [slachtoffer] ondergebracht in een hotel en heeft voor haar huizen en/of plekken geregeld waar zij kon verblijven. Ook heeft verdachte [slachtoffer] naar deze plekken vervoerd of laten vervoeren. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee sprake van vervoeren, overbrengen en huisvesten.

De rechtbank is van oordeel dat [slachtoffer] kan worden aangemerkt als een kwetsbaar persoon. [slachtoffer] is vanuit Thailand naar Nederland gekomen om in de prostitutie te gaan werken. Dit deed zij om geld te verdienen voor haar familie/gezin in Thailand. Eenmaal in Nederland aangekomen, had [slachtoffer] ook een schuld van € 11.000,00 bij de agency die zij moest aflossen. [slachtoffer] sprak de Nederlandse taal niet, kende de Nederlandse cultuur niet en kende verder niemand in Nederland. Bovendien was bij [slachtoffer] mede vanwege de prostitutiewerkzaamheden sprake van illegaal verblijf. Zij was in Nederland dan ook niet zelfredzaam en was afhankelijk van degenen die voor haar verblijf en werk regelde. Zij bevond zich dus niet in een soortgelijke situatie als die van een mondige prostituee in Nederland. Vanwege deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van misbruik van een kwetsbare positie door verdachte. Gelet op het feit dat verdachte tegen [slachtoffer] een fictief verhaal over de politie heeft verteld en haar angst heeft ingeboezemd dat zij, doordat zij illegaal werk verrichte, naar de gevangenis zou moeten is er ook sprake van dreiging met een andere feitelijkheid en misleiding. De inzet van deze dwangmiddelen heeft [slachtoffer] er in de bewezenverklaarde periode van weerhouden zich te onttrekken aan de uitbuitingssituatie waarin zij zich bevond.

Al deze handelingen – vervoeren, overbrengen en huisvesten – deed verdachte met de bedoeling dat [slachtoffer] prostitutiewerk zou verrichten. Verdachte heeft om dit te bewerkstelligen nauw en bewust samengewerkt met [medeverdachte] om voor [slachtoffer] woonruimtes te regelen waar zij seks kon hebben met klanten en heeft daaraan ook geld verdiend. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer] heeft vervoerd, overgebracht en gehuisvest met het oogmerk van seksuele uitbuiting.

Gelet op het voorgaande spreekt de rechtbank verdachte partieel vrij van de overige ten laste gelegde handelingen, zijnde werven en opnemen. Het dossier bevat hiervoor immers geen bewijs.

Sub 3

De rechtbank spreekt verdachte vrij van dit onderdeel van de tenlastelegging. Zij kan op grond van het dossier namelijk niet vaststellen dat [slachtoffer] landgrensoverschrijdende prostitutiewerkzaamheden heeft verricht, waarbij verdachte betrokken zou zijn geweest.

Sub 4

Verdachte heeft [slachtoffer] ondergebracht in een hotel, heeft voor haar huizen en/of plekken geregeld waar zij kon verblijven en heeft haar naar deze plekken vervoerd of laten vervoeren. Dit deed hij terwijl hij wist dat [slachtoffer] op deze plekken seks zou hebben met klanten. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist dat [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard.

Sub 6 en 9

De rechtbank acht ook deze onderdelen wettig en overtuigend bewezen. [slachtoffer] heeft geld aan verdachte en [medeverdachte] afgedragen. Verdachte heeft aldus opzettelijk voordeel getrokken uit de seksuele uitbuiting van [slachtoffer] . Ook heeft hij, met de hierboven genoemde dwangmiddelen, [slachtoffer] bewogen hem te bevoordelen met het door haar met prostitutiewerk verdiende geld.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] in de periode van 4 juli 2022 tot en met 23 augustus 2022 seksueel heeft uitgebuit in de zin van artikel 273f lid 1 sub 1, sub 4, sub 6 en 9 Sr, zoals hierna onder 4.4. weergegeven. Voor de periode tot en met 13 juli 2022 is daarbij sprake van medeplegen.

Feit 2

Reeds hiervoor heeft de rechtbank geoordeeld dat [slachtoffer] pas met verdachte in contact is gekomen nadat zij in Nederland was aangekomen. Uit het dossier volgt geen bewijs dat verdachte al dan niet met een ander [slachtoffer] behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot Nederland. Van dit onderdeel zal verdachte partieel worden vrijgesproken.

De rechtbank constateert dat verdachte wel behulpzaam is geweest bij het illegale verblijf van [slachtoffer] . Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank namelijk vast dat verdachte en [medeverdachte] al dan niet indirect meerdere huizen en hotels voor [slachtoffer] hebben geregeld zodat [slachtoffer] in Nederland kon verblijven. Ook staat vast dat verdachten hiervoor van [slachtoffer] geld hebben ontvangen dan wel zouden ontvangen. Verdachten wisten dat [slachtoffer] op die plekken prostitutiewerkzaamheden verrichtte, waardoor het verblijf van [slachtoffer] in Nederland illegaal was. Gelet hierop kan naar het oordeel van de rechtbank worden bewezen dat verdachten uit winstbejag behulpzaam zijn geweest bij het verschaffen van illegaal verblijf. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachten zich (deels samen) schuldig hebben gemaakt aan mensensmokkel.

Voor de periode 4 juli 2022 tot en met 13 juli 2022 gaat de rechtbank er namelijk – net als bij feit 1 – van uit dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] . Zij acht voor deze periode het medeplegen wettig en overtuigend bewezen. Voor de periode na 13 juli 2022 gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte de gedragingen alleen heeft gepleegd.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 1 in de periode van 4 juli 2022 tot en met 13 juli 2022 te Breda en [plaats] en Chaam tezamen en in vereniging met een ander

en

in de periode van 14 juli 2022 tot en met 23 augustus 2022 te Breda en [plaats] en Chaam alleen

A)een ander, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedag 2] 1987) (telkens) door dreiging met een andere feitelijkheid, door misleiding en door misbruik van een kwetsbare positie heeft vervoerd, overgebracht en gehuisvest met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] (sub 1°)

en/of

onder die omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader wist dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°)

en/of

B)(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedag 2] 1987)(sub 6°)

en/of

C)een ander, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedag 2] 1987) (telkens) heeft gedwongen met een van de onder 1° genoemde middelen hem, verdachte en/of diens mededaderte bevoordelen uit de opbrengst van haar ( [slachtoffer] ) (geboren [geboortedag 2] 1987) seksuele handelingen met een derde (sub 9°),

immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader- die [slachtoffer] in een hotel ondergebracht en/of- die [slachtoffer] vervoerd en/of laten vervoeren naar diverse woningen (werkplekken) waar zij prostitutiewerkzaamheden verrichtte en/of- huizen en/of plekken geregeld voor die [slachtoffer] waar zij seks kon hebben met klanten en/of- die [slachtoffer] verteld dat zij haar schulden aan de “Agency” niet hoefde (terug) te betalen en dat zij stiekem zouden weggaan bij de “Agency” en/of- die [slachtoffer] gevraagd om haar (live)locatie te delen en/of- die [slachtoffer] gevraagd haar telefoon en simkaart in te leveren en/of- die [slachtoffer] diverse bedragen aan huur en voorschot en benzinegeld en schoonmaakkosten en advocaatkosten en geld voor een nieuwe telefoon laten betalen en/of- die [slachtoffer] - zakelijk weergegeven - gezegd dat de prostitutiewerkzaamheden die zij verrichtte illegaal zouden zijn en dat als de politie haar zou pakken ze naar de gevangenis zou moeten en dat het (dan) heel lastig zou zijn om terug te gaan naar Thailand en dat ze niet met haar paspoort over straat moest gaan omdat er veel politie zou zijn en wanneer die haar zouden controleren ze naar de gevangenis zou moeten en dat de politie de woning aan [adres] heeft doorzocht en die [slachtoffer] een foto van de aanwezigheid van de politie in de woning aan de [adres] heeft gestuurd en die [slachtoffer] (aldus) angst ingeboezemd met een fictief verhaal over de politie en/of- een gedeelte van de door [slachtoffer] verdiende gelden ontvangen(terwijl die [slachtoffer] niet de Nederlandse taal sprak en geen geld had en geen eigen onderkomen/verblijfplaats had en geen familie en vrienden in Nederland haden aldus niet in dezelfde positie verkeert als een mondige prostituee in Nederland normaal gesproken verkeert;

Feit 2

in de periode van 4 juli 2022 tot en met 13 juli 2022 te Breda en [plaats] tezamen en in vereniging met een ander

en

in de periode van 14 juli 2022 tot en met 23 augustus 2022 te Breda en Chaam alleen

een persoon (met de Thaise nationaliteit), te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedag 2] 1987)

* uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in

Nederland en die bovengenoemde persoon, daartoe gelegenheid en middelen

heeft / hebben verschaft,

immers hebben hij, verdachte en zijn medeverdachte voornoemde persoon

- in Nederland laten verblijven en/of

- ondergebracht in woningen in Nederland

zulks terwijl verdachte en zijn medeverdachte wisten dat dat verblijf wederrechtelijk was.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van achttien maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast wordt gevorderd aan verdachte op te leggen een contactverbod ten aanzien van [slachtoffer] in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. Verdachte is niet eerder met politie en justitie in aanraking gekomen, heeft een beperkte rol gehad in het geheel en draagt de zorg voor zijn kinderen. Ook heeft hij al meer dan vier maanden in voorarrest gezeten. Tot slot volgt uit het reclasseringsrapport dat verdachte verstandelijk beperkt is en ADHD heeft. Daarom kunnen de feiten niet geheel aan hem worden toegerekend.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van het feit

Verdachte heeft zich – deels samen met [medeverdachte] – schuldig gemaakt aan mensenhandel en mensensmokkel. Hij heeft [slachtoffer] , een kwetsbare Thaise vrouw, ondergebracht in een hotel en verschillende woningen waar [slachtoffer] seks had met klanten. Ook heeft hij haar vervoerd of laten vervoeren van en naar deze verschillende locaties. [slachtoffer] moest een groot deel van het door haar met sekswerk verdiende geld afstaan aan verdachte.

De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich door zo te handelen schuldig heeft gemaakt aan de seksuele uitbuiting van [slachtoffer] . Hij heeft misbruik gemaakt van haar kwetsbaarheid en heeft haar angst ingeboezemd door een fictief verhaal over de politie op te hangen. Daarnaast heeft verdachte met zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit waarin financieel voordeel wordt getrokken van kwetsbare personen. Verdachte heeft enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en daarbij op geen enkele wijze rekening gehouden met de belangen van [slachtoffer] of van de maatschappij in algemene zin.

De persoon van verdachte

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke feiten. Er is dan ook geen sprake van recidive.

Over verdachte is op 28 november 2025 een rapport door de reclassering opgemaakt. De schorsing van de voorlopige hechtenis verloopt positief en verdachte houdt zich goed aan de gestelde voorwaarden en afspraken. Echter, door de reclassering wordt gezien dat het toezicht nauwelijks inhoudelijk vorm gegeven kan worden door het cognitieve vermogen van verdachte en omdat verdachte de feiten ontkent. Daarom wordt bij een veroordeling geadviseerd om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

Door de verdediging is aangevoerd dat de feiten niet geheel aan verdachte kunnen worden toegerekend. De rechtbank acht verdachte volledig toerekeningsvatbaar nu niet met recente medische informatie is onderbouwd dat bij verdachte sprake zou zijn van verminderde toerekeningsvatbaarheid.

De overschrijding van de redelijke termijn

De rechtbank overweegt dat in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn is in dit geval aangevangen op 30 november 2023, de dag van de inverzekeringstelling van verdachte.

Als uitgangspunt geldt dat de zaak moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De rechtbank overweegt dat het vonnis dus gereed had moeten zijn op 30 november 2025. Nu het vonnis is uitgesproken op 4 februari 2026, is de redelijke termijn overschreden met iets meer dan twee maanden. De rechtbank volstaat echter met de enkele constatering dat de redelijke termijn is overschreden en verbindt hieraan geen verdere gevolgen. Wel houdt de rechtbank er in strafmatigende zin rekening mee dat het strafbare feit in 2022 door verdachte is gepleegd en het nu inmiddels 2026 is.

De straf

De rechtbank neemt bij het bepalen van de hoogte van de straf de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak sprake is van een vorm van mensenhandel die valt tussen categorie I en categorie II. Dit betekent dat gelet op de deze oriëntatiepunten als uitgangspunt geldt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier tot veertien maanden.

Voor mensensmokkel geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.

De rechtbank is van oordeel dat de enige passende reactie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is. De rechtbank ziet echter een aantal omstandigheden die aanleiding geven de duur van de gevangenisstraf ten opzichte van de LOVS-oriëntatiepunten te matigen. Zij houdt namelijk rekening met het tijdsverloop en met de relatief korte periode, maar wel een langere periode dan die van [medeverdachte] , waarin de bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd. Daarbij geldt dat beide feiten zien op dezelfde gedragingen van verdachte, waardoor de rechtbank niet de straffen zonder meer zal optellen. Bovendien is de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte goed verlopen en is hij in die periode niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet meer terug naar de gevangenis hoeft.

Concluderend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 42 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar passend en geboden. Zij bepaalt dat de tijd van het voorarrest, waarbij de rechtbank is uitgegaan van 138 dagen, in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Verder acht de rechtbank ter voorkoming van belastend gedrag van verdachte richting aangeefster van belang dat verdachte op geen enkele wijze contact zoekt of heeft met haar. De rechtbank zal aan verdachte daarom op grond van artikel 38v Sr de maatregel opleggen dat hij zich onthoudt van contact met aangeefster. De rechtbank legt de maatregel op voor de duur van twee jaar en bepaalt dat de duur van de vervangende hechtenis één week bedraagt voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van drie maanden.

7. De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 20.000,00 voor de feiten 1 en 2.

Materiële schade

De benadeelde partij vordert € 10.000,00 aan gederfde inkomsten. De rechtbank kan echter niet in voldoende mate vaststellen hoeveel de benadeelde partij heeft verdiend, welke onkosten zij heeft gehad en hoeveel van deze verdiensten zij heeft moeten afdragen aan verdachte. De omvang van de schade is dan ook onvoldoende onderbouwd. Verdere behandeling van dat deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dit deel niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard.

Immateriële schade

De benadeelde partij vordert € 10.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank is van oordeel dat voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte ontbreekt, zodat geen sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Ook voor dit deel wordt de benadeelde partij dus niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

Burgerlijke rechter

Nu de vordering in zijn geheel niet-ontvankelijk wordt verklaard, kan deze bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

8. Het beslag

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen worden verbeurd verklaard. Gebleken is dat de voorwerpen aan verdachte toebehoren en dat de bewezenverklaarde feiten zijn begaan met behulp van de voorwerpen.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 38v, 57, 63, 197a en 273f Sr zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid 1º, 4º, 6º en 9º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, een persoon is bij wie misbruik van een kwetsbare positie wordt gemaakt, deels gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2: bij verblijf een ander uit winstbejag gelegenheid en middelen verschaffen tot het zich verschaffen van verblijf in Nederland terwijl hij weet dat dat verblijf wederrechtelijk is, deels gepleegd door twee of meer verenigde personen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 42 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Contactverbod

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 2 jaar op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 1987;

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 3 maanden;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:

* 1 STK telefoontoestel (omschrijving: PL2000-2022225669-G2534683, [IMEI-nummer 1] , serienummer: [nummer 1] , Samsung);

* 1 STK telefoontoestel (omschrijving: PL2000-2022225669-G2534691, 2de [IMEI-nummer 2] / serienummer: [nummer 2] , Oppo);

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Brouwer, voorzitter, mr. J. Bergen en mr. R. Combee, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 4 februari 2026.

Bijlage I

De tenlastelegging

Feit 1 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 23 aug 2022, althans 4 juli 2022 tot en met 23 augustus 2022 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of te ’s-Hertogenbosch en/of Oosterhout en/of Breda en/of [plaats] en/of Chaam, gemeente Alphen-Chaam en/of elders in Nederland en/of in Thailand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

A)een ander, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedag 2] 1987) (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] (sub 1°)

en/of

heeft hebben aangeworven, medegenomen of ontvoerd met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3°)

en/of

heeft/hebben gedwongen met een van de onder sub 1 genoemde middelen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachte’s mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°)

en/of

B)(telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedag 2] 1987)(sub 6°)

en/of

C)een ander, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedag 2] 1987) (telkens) heeft/hebben gedwongen met een van de onder 1° genoemde middelen dan wel bewogen hem, verdachte en/of diens mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar ( [slachtoffer] ) (geboren [geboortedag 2] 1987) seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°),

immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)- die [slachtoffer] (onder valse voorwendselen) vanuit Thailand meegenomen en/of vervoerd en/of overgebracht, althans laten meebrengen en/of laten vervoeren en/of laten overbrengen naar Nederland (teneinde haar in de prostitutie te laten werken in Nederland en/of Belgie) en/of- de reis en/of vlucht van die [slachtoffer] vanuit Thailand naar Nederland geregeld en/of- die [slachtoffer] verteld dat haar visum verlengd zou worden als ze haar (prostitutie)werk(zaamheden) goed zou uitvoeren en/of- die [slachtoffer] formulieren laten invullen over welke sexuele handelingen zij wilde verrichten met klanten en/of- die [slachtoffer] medegedeeld dat ze een boete moest betalen aan de “Agency” als ze langer dan 2 dagen ongesteld was en/of- (sexy) foto’s gemaakt van die [slachtoffer] (in een fotostudio van de “Agency”) en/of- die [slachtoffer] - zakelijk weergegeven - gezegd/verteld dat zij (na aankomst in Nederland) een schuld (“tag’”) had (van 11.000 euro) (bij de “Agency”) en/of dat de schuld (“tag”) (van 11.000 euro) eerst (binnen een bepaalde termijn) terug betaald moest worden en/of- die [slachtoffer] – zakelijk weergegeven – gezegd/verteld dat het geld dat zij na afbetaling van de schuld (“tag””) (van 11.000 euro) “fifty-fifty” moest delen (met de “Agency”) en/of- die [slachtoffer] in (een) hotel(s) ondergebracht en/of- die [slachtoffer] vervoerd en/of laten vervoeren naar diverse woningen (werkplekken) waar zij prosititutiewerkzaamheden verrichtte en/of- een of meer huizen en/of plekken ter beschikking gesteld aan en/of geregeld voor die [slachtoffer] waar zij seks kon hebben met klanten en/of- een of meer (seks)advertentie(s) gemaakt en/of geplaatst met daarop erotiserende en/of sexy/lingerie foto’s van die [slachtoffer] en/of een of meer advertentie(s) gemaakt waarop stond dat die [slachtoffer] 7 dagen per week en 24 uren per dag beschikbaar was en/of- die [slachtoffer] geintroduceerd in de prostitutie en/of- voor die [slachtoffer] seksafspraken gemaakt met klanten en/of contacten onderhouden met (potentiële) klanten en/of (potentiele) klanten benaderd ten behoeve van het hebben van seks met die [slachtoffer] en/of- die [slachtoffer] gevraagd of zij ook seks zonder condoom wilde aanbieden en/of- die [slachtoffer] gezegd dat er een boete van 100 euro stond op het weigeren van een klant en/of een (1) dag niet werken en/of dat zij toch moest werken als zij niet wilde en/of- die [slachtoffer] gezegd/verteld dat zij haar schulden (aan de “Agency”) niet hoefde (terug) te betalen en/of dat zij stiekem zouden weggaan/weglopen (bij/van de “Agency”) en/of- die [slachtoffer] gezegd/gevraagd om haar (live)locatie te delen en/of- die [slachtoffer] gevraagd/opgedragen haar telefoon en/of simkaart in te leveren en/of- die [slachtoffer] diverse bedragen aan huur en/of voorschot en/of benzinegeld en/of schoonmaakkosten en/of advocaatkosten en/of geld (300 euro) voor een nieuwe telefoon laten betalen en/of die [slachtoffer] gedreigd dat als zij bepaalde bedragen niet betaalde dat ze dan problemen met de “Agency” zou krijgen en/of- die [slachtoffer] - zakelijk weergegeven - verteld/gezegd dat de (prostitutie)werkzaamheden die zij verrichtte illegaal zouden zijn en/of dat als de politie haar zou pakken ze naar de gevangenis zou moeten en/of dat het (dan) heellastig zou zijn om terug te gaan naar Thailand en/of dat ze niet met haar paspoort over straat moest gaan omdat er veel politie zou zijn en wanneer die haar zouden controleren ze naar de gevangenis zou moeten en/of dat de politie de woning aan [adres] heeft doorzocht en/of die [slachtoffer] een foto van de aanwezigheid van de politie in de woning aan [adres] heeft gestuurd en/of die [slachtoffer] (aldus) angst ingeboezemd (met een fictief verhaal over de politie) en/of- die [slachtoffer] aangestuurd en/of opdrachten gegeven in verband met de prostitutiewerkzaamheden en/of de inkomsten daaruit en/of- zorg gedragen voor controle en/of begeleiding en/of beveiliging/bescherming en/of toezicht op (de prostitutiewerkzaamheden van) die [slachtoffer] en/of- een (aanzienlijk/substantieel) gedeelte van de door [slachtoffer] verdiende gelden afgepakt en/of ingehouden en/of ontvangen(terwijl die [slachtoffer] nog relatief jong was en/of niet (goed) de Nederlandse en/of Engelse taal sprak en/of geen inkomen/geld had en/of geen eigen onderkomen/verblijfplaats had en/of geen familie en/of vrienden in Nederland haden/of aldus niet in dezelfde positie verkeert als een mondige prostituee in Nederland normaal gesproken verkeert)(art 273f lid 1 ahf/sub 1°, sub 3°, sub 4°, sub 6°, sub 9° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 3 ahf/sub 1°, art 47 Wetboek van Strafrecht )( art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 1 ahf/sub 6° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 1 ahf/sub 9° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht )

Feit 2 hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 23 augustus 2022, althans 4 juli 2022 tot en met 23 augustus 2022 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of te ’s-Hertogenbosch en/of Oosterhout en/of Breda en/of [plaats] en/of Chaam, gemeente Alphen-Chaam en/of elders in Nederland en/of in Thailand, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

een persoon (/vreemdeling(en)) (met de Thaise nationaliteit), te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedag 2] 1987)

* behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York lot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad

en/of

* uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of die bovengenoemde persoon, daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) voornoemde persoon- naar Nederland gebracht en/of laten komen/brengen en/of- in Nederland laten werken en/of verblijven en/of- benaderd en/of gevraagd/voorgesteld en/of het aanbod gedaan (om) naar Nederland te gaan/komen om prostitutiewerkzaamheden te (gaan) doen/verrichten (terwijl verdachte en/of zijn medeverdachte(n) niet in het bezit was/waren en/of zou(den) komen van een tewerkstellingsvergunning (voor het verrichten van arbeid) voor voornoemde persoon en/of voornoemde persoon niet in het bezit zou komen van een tewerkstellingsvergunning voor het verrichten van arbeid en/of voornoemde persoon (aldus) nimmer werkzaamheden zou mogen / mochtverrichten in Nederland) en/of - naar Nederland gehaald/over laten komen door (een gedeelte van) de (reis)documenten en/of het/de vliegticket(s) te (laten) regelen en/of (laten) betalen en/of- ondergebracht en/of laten verblijven in een of meer woning(en) (in Nederland) en/of- als prostituee in Nederland laten werken en/of- tegen financiële vergoeding seksuele diensten laten verlenen in Nederlandzulks terwijl verdachte en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorreis en/of dat verblijf wederrechtelijk was;(artikel art 197a lid 1/2/4, art 47 Wetboek van Strafrecht)( art 197a lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 197a lid 4 Wetboek van Strafrecht, art 47lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?