ECLI:NL:RBZWB:2026:6482

ECLI:NL:RBZWB:2026:6482

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-07-2026
Datum publicatie 16-07-2026
Zaaknummer BRE 25/6073, 25/6074 en 25/6075
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Dividendbelasting internationaal

Uitspraak

[belanghebbende] , gevestigd te [plaats] (Duitsland), belanghebbende

(gemachtigde: mr. T.C. Gerverdinck),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend tegen de uitspraken van de inspecteur van 19 november 2025 op de bezwaren van belanghebbende tegen de afwijzing van de verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de volgende jaren, waaraan de rechtbank de volgende zaaknummers heeft toegekend:

Een zitting is met toepassing van artikel 8:57 van de Awb achterwege gebleven.

Beoordeling door de rechtbank

2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur terecht geen teruggaven van dividendbelasting verleend. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Heeft belanghebbende recht op teruggaaf van dividendbelasting?

Belanghebbende heeft in zijn beroepschrift aangegeven dat hij een Sondervermögen is met meerdere participanten. De inspecteur heeft dat betwist en daar tegen in gebracht dat uit de stukken die belanghebbende heeft overlegd volgt dat hij een Spezial-Sondervermögen is met maar één participant. Belanghebbende heeft de stelling dat sprake zou zijn van meerdere participanten niet nader onderbouwd. Dat leidt ertoe dat de rechtbank tot uitgangspunt neemt dat belanghebbende een Spezial-Sondervermögen is met maar één participant.

Een Spezial Sondervermögen met slechts één houder van bewijzen van deelgerechtigdheid in zijn vermogen moet naar het oordeel van de rechtbank voor vennootschapsbelastingdoelen als transparant worden aangemerkt. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 24 januari 2020 moet een dergelijk beleggingsfonds namelijk worden aangemerkt als een privébeleggingsfonds van de deelgerechtigde en kan zo’n fonds niet als fonds voor gemene rekening in de zin van artikel 2 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 worden gekwalificeerd. Dat betekent dat belanghebbende, behoudens het hiernavolgende inzake doelvermogens, niet als lichaam voor de heffing van vennootschapsbelasting wordt aangemerkt en dat belanghebbende evenmin de opbrengstgerechtigde is voor de heffing van dividendbelasting. Het onderhavige verzoek is niet (mede) een verzoek namens de enige deelgerechtigde in het vermogen van belanghebbende. Belanghebbende, noch die deelgerechtigde, kan dus aanspraak maken op teruggaaf van dividendbelasting. Dat zou slechts anders kunnen zijn indien belanghebbende als doelvermogen aanspraak kan maken op teruggaaf van dividendbelasting.

Belanghebbende kan niet worden aangemerkt als een doelvermogen, aangezien het bewijzen van deelgerechtigdheid heeft uitgegeven die aan de houder ervan aanspraak geeft op het vermogen van belanghebbende.

Gelet hierop heeft de inspecteur de verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting terecht afgewezen. Aan de behandeling van de overige verweren van de inspecteur komt de rechtbank niet toe.

Aangezien geen recht bestaat op teruggaaf van dividendbelasting, heeft belanghebbende evenmin recht op vergoeding van rente over de ingehouden dividendbelasting.

Conclusie en gevolgen

3. De beroepen zijn ongegrond. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Belanghebbende krijgt ook geen vergoeding van proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A.C. Deeleman, griffier.

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NDFR Nieuws 2026/1214 NTFR 2026/1446 met annotatie van mr. M.V. Kampen
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand