RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12027716 \ CV EXPL 25-6597
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
[opdrachtgever] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [opdrachtgever] ,
gemachtigde: [gemachtigde] (Tax & Legal Services),
tegen
AAVESTE UITVAARTZORG B.V.,
gevestigd te Helvoirt,
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Aaveste,
gemachtigde: mr. H.J. van Amerongen (DT Advocaten).
De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de uitvaart van de vader van [opdrachtgever] . [opdrachtgever] en Aaveste hebben een overeenkomst gesloten voor de verzorging van deze uitvaart. [opdrachtgever] stelt dat Aaveste tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenis uit de overeenkomst: het deugdelijk verzorgen van de uitvaart. [opdrachtgever] stelt dat Aaveste veel fouten heeft gemaakt en dat de uitvaart met name dankzij zijn eigen inspanningen goed is verlopen. [opdrachtgever] heeft de overeenkomst (gedeeltelijk) buitengerechtelijk ontbonden en vordert in conventie dat hij een lager bedrag dan het factuurbedrag moet betalen voor de door Aaveste correct geleverde diensten. Daarnaast vordert [opdrachtgever] betaling van een schadevergoeding. Aaveste voert verweer en betwist dat zij tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst. In reconventie vordert Aaveste betaling van het factuurbedrag. De kantonrechter wijst de vorderingen in conventie af en de vordering in reconventie toe. Dat betekent dat [opdrachtgever] het factuurbedrag moet betalen aan Aaveste. De kantonrechter wijst de in reconventie gevorderde buitengerechtelijke incassokosten af.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 11 december 2025 met producties;
- de conclusie van antwoord van 21 januari 2026 met producties;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 17 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Daarna is een datum bepaald waarop dit vonnis wordt uitgesproken.
2. De feiten in conventie en in reconventie
De vader van [opdrachtgever] is overleden op [datum] 2025.
[opdrachtgever] en Aaveste hebben op 11 oktober 2025 een overeenkomst gesloten voor de verzorging van de uitvaart van de vader van [opdrachtgever] .
De uitvaart van de vader van [opdrachtgever] heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2025.
Aaveste heeft [opdrachtgever] een factuur gestuurd op 28 oktober 2025 voor een bedrag van € 9.410,28. De uiterste betaaldatum was 10 november 2025.
[opdrachtgever] heeft deze factuur onbetaald gelaten.
[opdrachtgever] heeft Aaveste op 26 november 2025 een ontbindingsbrief verstuurd.
3. Het geschil
in conventie
[opdrachtgever] vordert - samengevat – te verklaren voor recht dat hij de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden en dat de waardevergoeding van de wel deugdelijk verrichte prestaties vastgesteld wordt op € 3.337,70. Daarnaast vordert [opdrachtgever] een schadevergoeding, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
[opdrachtgever] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Aaveste is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenis. Deze tekortkomingen rechtvaardigen de (gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst. [opdrachtgever] heeft de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Voor de wel deugdelijk verrichte prestaties moet een waardevergoeding worden vastgesteld. Als gevolg van de tekortkoming in de nakoming heeft [opdrachtgever] schade geleden.
Aaveste voert verweer. Aaveste voert aan dat [opdrachtgever] niet aan de stelplicht heeft voldaan. Daarnaast betwist zij dat zij tekortgeschoten is in de nakoming. Aaveste concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [opdrachtgever] , met veroordeling van [opdrachtgever] in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
Aaveste vordert – samengevat – betaling van het factuurbedrag, vermeerderd met kosten en rente.
Aaveste legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Aaveste heeft de uitvaart van de vader van [opdrachtgever] verzorgd en voor haar werkzaamheden een factuur met factuurbedrag € 9.410,28 verzonden aan [opdrachtgever] . [opdrachtgever] heeft deze factuur onbetaald gelaten. [opdrachtgever] moet nakomen door aan Aaveste het factuurbedrag te betalen.
[opdrachtgever] voert verweer. [opdrachtgever] heeft de overeenkomst buitengerechtelijk (gedeeltelijk) ontbonden. Daartoe was [opdrachtgever] bevoegd vanwege tekortkomingen in de nakoming aan de zijde van Aaveste. Omdat Aaveste prestaties heeft verricht die niet ongedaan gemaakt kunnen worden, wil [opdrachtgever] de waarde van de deugdelijk geleverde prestaties vergoeden aan Aaveste. [opdrachtgever] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Aaveste.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
in conventie
Heeft [opdrachtgever] voldaan aan de stelplicht?
Partijen zijn verdeeld over de vraag of [opdrachtgever] heeft voldaan aan de stelplicht. [opdrachtgever] stelt dat hij heeft voldaan aan de stelplicht. De kantonrechter begrijpt [opdrachtgever] zo dat hij in de dagvaarding heeft gesteld dat Aaveste tekortgeschoten is in de nakoming en de gestelde tekortkoming heeft onderbouwd met een opsomming van feitelijkheden. Aaveste betwist dat is voldaan aan de stelplicht, omdat [opdrachtgever] alleen een opsomming heeft gegeven. [opdrachtgever] heeft niet onderbouwd waar de tekortkomingen precies uit bestonden.
De kantonrechter constateert dat [opdrachtgever] in de dagvaarding heeft gesteld dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming aan de zijde van Aaveste. [opdrachtgever] heeft zijn stelling onderbouwd door een opsomming op te nemen van feitelijkheden. Hoewel [opdrachtgever] de opgesomde feitelijkheden in de dagvaarding niet verder heeft uitgewerkt, heeft [opdrachtgever] daarmee wel de vereiste feitelijke grondslag gegeven voor het door hem ingeroepen rechtsgevolg. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [opdrachtgever] heeft voldaan aan de stelplicht. Dit betekent dat de kantonrechter de zaak hierna inhoudelijk beoordeelt.
Is Aaveste tekortgeschoten in de nakoming?
[opdrachtgever] stelt dat Aaveste veel fouten heeft gemaakt in de verzorging van de uitvaart van zijn vader. [opdrachtgever] heeft tijdens de mondelinge behandeling de gestelde tekortkomingen nader toegelicht. De kantonrechter begrijpt [opdrachtgever] zo dat hij Aaveste heeft ingeschakeld om totaal ontzorgd te worden in een moeilijke periode: de tijd tussen het overlijden van zijn vader en de uitvaart in. [opdrachtgever] ging ervan uit dat Aaveste alles bij hem uit handen zou nemen en dat hijzelf niet of zo weinig mogelijk bezig zou hoeven zijn met de verzorging van de uitvaart van zijn vader.
De kantonrechter begrijpt uit de toelichting van [opdrachtgever] dat dat voor hem heel erg tegengevallen is: in de dagen tot de uitvaart heeft [opdrachtgever] zich naar eigen zeggen dag en nacht ingespannen om de uitvaart tot een goed eind te brengen. Drukproeven van de rouwkaart en het bidprentje zijn tussen hem en Aaveste veelvuldig heen en weer gegaan, waarbij [opdrachtgever] steeds aanpassingen moest doen. [opdrachtgever] werd ook geconfronteerd met een foto van zijn vader, waarop zijn vader door het gebruik van een AI-tool helemaal niet meer op zichzelf leek. [opdrachtgever] controleerde het draaiboek van de uitvaart en kwam erachter dat daarin een verkeerd muzieknummer stond opgenomen. Met deze – en nog andere door [opdrachtgever] gestelde fouten – heeft hij voor zijn gevoel niet gekregen waarvoor hij opdracht had gegeven aan Aaveste. Misschien nog wel belangrijker dan dat is dat [opdrachtgever] hiermee heel veel tijd kwijt is geweest in een moeilijke week, waarin hij daar juist zo min mogelijk mee bezig had willen zijn.
De kantonrechter moet beoordelen of Aaveste tekortgeschoten is in de nakoming en, als dat zo is, of ontbinding van de overeenkomst door die tekortkoming(en) wordt gerechtvaardigd. Daarbij is van belang dat de tekortkoming(en) van voldoende gewicht zijn om de (gedeeltelijke) ontbinding te rechtvaardigen. Hoewel een zaak als deze bijzondere emotionele lading heeft, moet de kantonrechter beoordelen of aan het criterium is voldaan. De kantonrechter is van oordeel dat dat niet het geval is en licht hierna toe waarom.
De kern van de door [opdrachtgever] gestelde tekortkoming ligt in de tijd en moeite die hij heeft moeten besteden aan het (alsnog zelf) zorgdragen voor een deugdelijke verzorging van de uitvaart van zijn vader. Hoewel Aaveste heeft erkend dat bepaalde aspecten niet zijn gelopen zoals normaal gesproken, betekent dat niet per definitie dat zij ook tekortgeschoten is in de nakoming. De kantonrechter bespreekt in de drie alinea’s hierna de elf opgesomde tekortkomingen uit de dagvaarding van [opdrachtgever] .
Aaveste heeft tijdens de zitting erkend dat de foto van de vader van [opdrachtgever] niet verzonden had mogen worden. Vanzelfsprekend is het pijnlijk om een niet gelijkende foto van de overledene te ontvangen, maar dat maakt naar het oordeel van de kantonrechter niet dat daarmee sprake is van een tekortkoming. Datzelfde geldt voor het moeten doen van (vele) aanpassingen aan de drukproeven voor het rouwdrukwerk. Meer dan veel andere type opdrachten is de opdracht tot uitvaartverzorging een opdracht die over het algemeen door intensief contact tussen opdrachtgever en uitvaartverzorger als opdrachtnemer wordt uitgevoerd. Het opnemen van een verkeerd muzieknummer en het ontbreken van een uit te spreken tekst in het draaiboek van de uitvaart is zeer ongelukkig, maar niet aan te merken als tekortkoming in de nakoming op grond waarvan (gedeeltelijke) ontbinding gerechtvaardigd is. Uiteindelijk heeft Aaveste gemaakte fouten rechtgezet en is het rouwdrukwerk correct uitgevoerd, is het goede muzieknummer afgespeeld tijdens de uitvaart en is het draaiboek op tijd aangepast.
De kantonrechter is ook niet gebleken dat Aaveste tekortgeschoten is in de nakoming als het gaat om het verzorgen van een woordbegeleider. Aaveste heeft tijdens de zitting toegelicht dat zij verschillende mensen heeft benaderd, maar dat geen van hen kon. Vervolgens heeft [opdrachtgever] iemand bereid gevonden die de taak van woordbegeleider wilde vervullen tijdens de uitvaart. De kosten die normaal gesproken gefactureerd zouden worden voor de diensten van een woordbegeleider heeft Aaveste niet aan [opdrachtgever] gefactureerd. Verder heeft [opdrachtgever] in de dagvaarding gesteld dat Aaveste geen overlijdensaangifte heeft gedaan. Tijdens de zitting heeft [opdrachtgever] erkend dat Aaveste dat wel heeft gedaan, maar mede door zijn tussenkomst. Ook op dit punt is Aaveste daarom niet tekortgeschoten. Dat geldt ook voor de gestelde foutieve zitplaatsindeling. De genodigden zaten volgens de indeling die [opdrachtgever] had gemaakt en met Aaveste had besproken, maar toen de familie als laatste plaatsnam en van kant wisselde, had [opdrachtgever] zijn geliefden niet meer achter zich zitten. De kantonrechter begrijpt dat dit moeilijk is geweest voor [opdrachtgever] , maar dat betekent niet dat Aaveste tekortgeschoten is op dit punt. Niet anders is dat voor het gestelde dreigen met neerleggen van de opdracht door Aaveste. Duidelijk is dat het contact tussen [opdrachtgever] en Aaveste allerminst soepel is verlopen. Dat Aaveste op enig moment in dat contact, als reactie op [opdrachtgever] , heeft gezegd de opdracht terug te geven, is naar het oordeel van de kantonrechter niet aan te merken als een tekortkoming in de nakoming die ontbinding rechtvaardigt.
Over het gestelde niet gebruiken van een koelelement tijdens opbaring (ondanks facturatie), heeft Aaveste tijdens de zitting toegelicht dat de vader van [opdrachtgever] in het [locatie] is opgebaard met gebruik van koelmaterialen. Na overbrenging naar zijn woonhuis voor de nacht voorafgaand aan de uitvaart is geen gebruik meer gemaakt van een koelelement. De kantonrechter begrijpt uit de uitleg van Aaveste tijdens de zitting dat met “Thuis opbaren met gebruik van koelelement” op de factuur in dit geval “In het [locatie] opbaren met gebruik van koelelement” is bedoeld, omdat de vader van [opdrachtgever] in het [locatie] meerdere dagen en nachten opgebaard heeft gelegen. Omdat het lichaam van de vader van [opdrachtgever] tijdens de periode van opbaring in het [locatie] gekoeld werd en het gebruik van een koelelement in de nacht voorafgaande aan de uitvaart niet als zodanig is gefactureerd, is ook in dit geval geen sprake van een tekortkoming. De stelling van [opdrachtgever] dat de begeleiding grotendeels door familie is uitgevoerd is meer overkoepelend van aard en de kantonrechter heeft hiervoor, onder meer bij het rouwdrukwerk, al overwogen dat Aaveste hierin niet tekortgeschoten is. Tot slot, over de stelling dat overbrenging niet conform afspraken is gegaan gaven beide partijen tijdens de zitting aan niet (meer) te weten wat er fout is of zou zijn gegaan. Dat betekent dat ook in dit geval de kantonrechter van oordeel is dat Aaveste niet is tekortgeschoten in de nakoming.
Conclusie in conventie
Kortgezegd wijst de kantonrechter in conventie alle vorderingen van [opdrachtgever] af. Alles overwegende is de kantonrechter namelijk van oordeel dat geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming aan de zijde van Aaveste die de ontbinding rechtvaardigt. [opdrachtgever] had niet de bevoegdheid de overeenkomst (gedeeltelijk) te ontbinden. Dat betekent dat de kantonrechter de gevorderde verklaring voor recht dat rechtsgeldig is ontbonden, afwijst. Dat geldt ook voor de vordering van [opdrachtgever] tot vaststelling van een waardevergoeding voor de volgens hem deugdelijk verrichte prestaties. Ook de gevorderde schadevergoeding wijst de kantonrechter af: daarvoor ontbreekt een grondslag.
Proceskosten
[opdrachtgever] is conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Aaveste worden begroot op € 864,00 aan gemachtigdensalaris (2 punten à € 360,00) en nakosten (€ 144,00), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
[opdrachtgever] moet het factuurbedrag aan Aaveste betalen
Zoals uit de feiten blijkt, staat tussen partijen vast dat [opdrachtgever] en Aaveste een overeenkomst hebben gesloten. Uit deze overeenkomst zijn verschillende verbintenissen ontstaan. Aaveste is de verbintenis aangegaan om de uitvaart van de vader van [opdrachtgever] te verzorgen en [opdrachtgever] is de verbintenis aangegaan om Aaveste daarvoor te betalen.
In conventie oordeelt de kantonrechter dat Aaveste niet tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen. Dit betekent dat Aaveste haar verbintenis is nagekomen. Tussen partijen staat ook vast dat [opdrachtgever] de factuur onbetaald heeft gelaten. Dit betekent dat [opdrachtgever] zijn verbintenis niet is nagekomen. De kantonrechter wijst daarom de vordering van Aaveste toe: [opdrachtgever] moet zijn verbintenis alsnog nakomen en daarom moet hij het factuurbedrag van € 9.410,28 aan Aaveste betalen.
Buitengerechtelijke incassokosten
Aaveste vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter moet haar vordering beoordelen op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [opdrachtgever] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter stelt vast dat Aaveste geen aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW heeft overgelegd. De kantonrechter wijst de gevorderde vergoeding daarom af, omdat hij niet kan controleren of een correcte aanmaning is verstuurd.
Wettelijke rente
Aaveste vordert de wettelijke rente over het factuurbedrag vanaf 11 november 2025 tot de dag der algehele betaling. Omdat [opdrachtgever] niet heeft betwist dat het verzuim is ingetreden op 11 november 2025, wijst de kantonrechter de wettelijke rente toe vanaf die datum.
Proceskosten
[opdrachtgever] is reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Gelet op de samenhang tussen de vordering in conventie en de vordering in reconventie ziet de kantonrechter aanleiding een half punt per procespunt toe te kennen. De proceskosten van Aaveste worden daarom begroot op € 360,00 (½ x 2 à € 360,00).
Conclusie in reconventie
De kantonrechter wijst in reconventie de vordering van Aaveste tot betaling van het factuurbedrag toe, vermeerderd met de wettelijke rente en de proceskosten. De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wijst de kantonrechter af.
5. De beslissing
De kantonrechter
in conventie
wijst de vorderingen van [opdrachtgever] af,
veroordeelt [opdrachtgever] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
veroordeelt [opdrachtgever] om aan Aaveste te betalen een bedrag van € 9.410,28, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf 11 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [opdrachtgever] in de proceskosten van € 360,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in conventie en in reconventie
veroordeelt [opdrachtgever] tot betaling van de kosten van betekening als [opdrachtgever] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. Paijmans en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.