ECLI:NL:RBZWB:2026:6510

ECLI:NL:RBZWB:2026:6510

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-07-2026
Datum publicatie 16-07-2026
Zaaknummer 02-065689-26, 02-324387-25 en 20-000937-24 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling, belaging en bedreiging van zijn partner. Ook heeft hij seksueel getinte foto's van haar openbaar gemaakt en zich schuldig gemaakt aan computervredebreuk door onrechtmatig in te loggen en gebruik te maken van haar Snapchataccount. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 14 maanden, met aftrek, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden. Daarnaast is aan verdachte opgelegd de maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van drie jaar, waarbij de maatregel dadelijk uitvoerbaar is verklaard.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummers: 02-065689-26 en 02-324387-25 (gev. ttz)

Parketnummer TUL: 20-000937-24

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 juli 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1990,

preventief gedetineerd in de P.I. te [plaats 1] ,

raadsman mr. R.F.M. Gerritsen, advocaat te Breda.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 juli 2026, waarbij de officier van justitie mr. I.E.M.M. Haenen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

Daarnaast zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

02-324387-25 [aangeefster] heeft mishandeld;

02-065689-26 1. in de periode 8 februari 2026 tot en met 3 maart 2026 [aangeefster] heeft gestalkt; 2. [aangeefster] heeft bedreigd met zware mishandeling;3. foto's van seksuele aard van [aangeefster] openbaar heeft gemaakt;4. zich schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk door onrechtmatig in te loggen op het digitale Snapchataccount van [aangeefster] en gebruik te maken van dit account als ware hij die [aangeefster] .

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

02-324387-25

De verdediging verzoekt vrijspraak. Verdachte ontkent dat hij [aangeefster] heeft mishandeld. De betrouwbaarheid van de verklaring van verdachte wordt ondersteund door de scheur in de voering van de jas van aangeefster. Daarnaast heeft de moeder van verdachte de mishandeling niet waargenomen.

02-065689-26

De verdediging wijst op het wederzijds contact waarbij het initiatief ook bij aangeefster lag. Hierdoor lijkt er een signaal te komen dat het contact vanuit verdachte door aangeefster gewenst is. De verdediging verzoekt dit mee te nemen bij de bewijsoverweging voor belaging (feit 1). De verdediging verzoekt vrijspraak voor de bedreiging (feit 2). Verdachte ontkent dit feit. De beelden ondersteunen de stelling van verdachte; hij komt geenszins dreigend over. Op de geluidsfragmenten is evenmin een bedreiging te horen, waardoor het niet aannemelijk is dat verdachte zich bedreigend heeft uitgelaten. Ten aanzien van het openbaar maken van seksuele afbeeldingen (feit 3) stelt de verdediging zich primair op het standpunt dat uit het dossier niet volgt dat er een afbeelding is verzonden naar [getuige 1] . Ook kan niet worden vastgesteld dat er een foto zou zijn verzonden via Facebook aan een onbekend gebleven persoon. Subsidiair merkt de verdediging op dat niet is komen vast te staan dat dit een foto van aangeefster in een seksuele context is. Er dient vrijspraak te volgen. Voor de computervredebreuk (feit 4) dient ook vrijspraak te volgen, omdat geen sprake is van wederrechtelijk binnendringen van een geautomatiseerd werk. Verdachte en aangeefster hadden de inloggegevens van elkaars sociale media. Op de telefoon van verdachte was het Snapchataccount van [aangeefster] gekoppeld en dit wist [aangeefster] . Verdachte mocht er onder die omstandigheden dan ook van uitgaan dat hij het account van [aangeefster] mocht inzien en gebruiken.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

02-324387-25

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [aangeefster] en verdachte zich op 28 november 2025 in de auto bevonden die geparkeerd stond voor de woning aan de [adres] . [aangeefster] heeft verklaard dat verdachte haar op het moment dat zij wilde uitstappen aan haar haren terug de auto in trok en vervolgens in haar gezicht heeft geslagen. Later die avond is door een verbalisant een verdikking in haar gezicht geconstateerd.

Verdachte heeft verklaard dat hij [aangeefster] niet aan haar haren heeft getrokken en haar niet heeft geslagen. Wel zou hij haar bij de mouw van haar jas hebben vastgepakt en haar terug de auto in hebben getrokken. Getuige [getuige 2] , de moeder van verdachte, heeft verklaard dat zij geen handelingen heeft gezien in de auto en dat zij ook geen letsel heeft gezien bij [aangeefster] .

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [aangeefster] betrouwbaar is omdat zij consistent en gedetailleerd heeft verklaard over de handelingen van verdachte. Verdachte zou de klem in haar haren hebben vastgepakt en haar daaraan hebben teruggetrokken. Ook heeft zij specifiek verklaard over de manier waarop hij haar zou hebben geslagen, namelijk met het harde gedeelte van de onderkant van zijn hand. Uit de verklaring van getuige [getuige 2] en uit de beschrijving van de beelden van de ringdeurbel van de buren, blijkt dat de getuige pas de woning uit kwam toen het incident al zon ongeveer afgelopen was. De rechtbank constateert daarmee dat de getuige het begin van het incident niet heeft kunnen waarnemen. Bovendien spreken de verklaringen van verdachte en getuige [getuige 2] elkaar op belangrijke punten tegen, wat afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van deze getuige.

De rechtbank volgt dus de verklaring van [aangeefster] die wordt ondersteund door de constatering van het letsel door de verbalisant. De rechtbank acht de mishandeling van [aangeefster] wettig en overtuigend bewezen.

02-065689-26

Feit 1

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte heeft bekend alle in de tenlastelegging genoemde gedragingen te hebben verricht. Anders dan door de verdediging is aangevoerd, kan de rechtbank op basis van het dossier niet vaststellen dat sprake was van wederzijds contact waarbij het initiatief ook bij [aangeefster] lag. Uit het dossier volgt dat [aangeefster] enkel op 9 februari 2026 naar verdachte heeft gebeld. In dit gesprek heeft zij verdachte duidelijk gemaakt de relatie te verbreken.

Naar het oordeel van de rechtbank had verdachte in ieder geval na dit uitvoerige gesprek op 9 februari 2026 moeten weten dat [aangeefster] geen contact meer met hem wilde. De gedragingen van verdachte richting [aangeefster] kunnen vanaf dat moment dan ook als wederrechtelijk worden aangemerkt. De aard en frequentie van de benaderingsmomenten maken dat sprake is geweest van stelselmatige belaging. Verdachte heeft in de tenlastegelegde periode wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [aangeefster] met het oogmerk haar te dwingen iets te doen of te dulden, namelijk het opnemen van contact met verdachte dan wel de eenzijdige benadering vanuit verdachte te aanvaarden of te dulden.

De rechtbank acht daarom wettig en overtuigen bewezen dat [aangeefster] heeft belaagd op de wijze zoals genoemd in de bewezenverklaring onder 4.4.

Feit 2

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank de bedreiging wettig en overtuigend bewezen. De aangifte van [aangeefster] wordt ondersteund door de getuigenverklaring van [getuige 1] .

De rechtbank passeert de stelling van de verdediging dat de aangifte en de getuigenverklaring niet betrouwbaar zijn nu de bedreigende situatie niet op de beelden waar te nemen is en de bedreiging niet hoorbaar is op de geluidsfragmenten. De kwaliteit en gedetailleerdheid van de beelden en de daarbij behorende geluidsfragmenten zijn niet van dien aard dat hieruit verregaande conclusies kunnen worden getrokken die afdoen aan de betrouwbaarheid van de aangifte en de getuigenverklaring.

Feit 3

[aangeefster] heeft aangifte gedaan van het openbaar maken van afbeeldingen van seksuele aard, namelijk een foto waarop haar vagina te zien was en een foto waarop zij schaars gekleed was.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat getuige [getuige 1] op 8 februari 2026 is toegevoegd door het Snapchataccount van [aangeefster] en dat er een gesprek heeft plaatsgevonden. Volgens [getuige 1] zou er in dit gesprek een foto zijn gestuurd van een vagina met een roze satisfyer of dildo gevolgd door de tekst ‘Ik ben lekker met mezelf aan het spelen’. Later was deze foto verwijderd.

In het dossier bevindt zich een screenshot van een chatgesprek waarin zonder aanleiding door het account van [aangeefster] het bericht werd gestuurd: 'Ik ben lekker met me zelf aan het spelen ben stik geil'. Ook blijkt daaruit dat een bijbehorend bericht is verwijderd op het moment dat deze screenshot van het gesprek is genomen. Daarnaast bevindt zich in het dossier een screenshot van een Facebookbericht. Hierin is te lezen dat de persoon naar [aangeefster] heeft gestuurd: ‘Wel goeie akka heb je hoor gaha’ en 'je stuurt mij net op snap een verzoek. Ik accepteer, je stuurt me 2 halve naak piccas met je ass rode lingerie, maar je dacht dat ik een kill was.' en 'Van zaterdagavond'.

Verdachte heeft bekend dat hij gebruik heeft gemaakt van het snapchataccount van [aangeefster] . Hij zou daarbij naar eigen zeggen rare dingen hebben gestuurd en hebben gezegd ‘ja ik ben met mijzelf aan het spelen’. Daarna had hij nog iets gestuurd maar verwijderd. Verdachte heeft ontkend foto’s te hebben gestuurd.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij geen foto heeft gestuurd naar [getuige 1] ongeloofwaardig. [getuige 1] heeft specifiek verklaard over wat er zichtbaar was op de foto en heeft geen reden om dit te verzinnen. Haar verklaring wordt ondersteund door de screenshot waarop de tekst staat “ [aangeefster] heeft een chat verwijderd”. Dit bericht is zichtbaar wanneer een foto die vanuit de galerij wordt verzonden in het chatgesprek wordt verwijderd. Bovendien herkent [aangeefster] de omschrijving van de foto. Dit is een foto die bestaat, maar nooit bedoeld is geweest om te verspreiden. Dit is voor haar reden om aangifte te doen. De rechtbank stelt dan ook vast dat verdachte een foto van seksuele aard van [aangeefster] heeft gedeeld via haar Snapchataccount met [getuige 1] .

[aangeefster] heeft op 13 februari 2026 aangifte gedaan en heeft daarin verklaard dat zij op 11 februari 2026 een Facebookbericht van een kennis ontving. Die kennis had op zaterdagavond van het account van aangeefster twee foto’s ontvangen waarop aangeefster schaars gekleed was. De zaterdagavond voor 11 februari 2026 betreft 7 februari 2026. Dat is de avond voorafgaand aan het gesprek dat tussen verdachte en [getuige 1] heeft plaatsgevonden. Gelet op dit korte tijdsbestek en omdat verdachte beschikte over het Snapchataccount van [aangeefster] stelt de rechtbank vast dat ook deze foto’s door verdachte zijn verzonden. Ook voor deze foto’s geldt dat [aangeefster] zich heeft herkend in de beschrijving van die foto’s en vervolgens daarvan aangifte heeft gedaan. Daarmee staat voor de rechtbank voldoende vast dat de foto’s die zijn verstuurd ook daadwerkelijk foto’s van [aangeefster] betreffen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte afbeeldingen van seksuele aard van [aangeefster] openbaar heeft gemaakt terwijl hij wist dat die openbaarmaking nadelig voor [aangeefster] kon zijn.

Feit 4

Uit de bewijsmiddelen en voorgaande blijkt dat verdachte het Snapchataccount van [aangeefster] heeft gebruikt. Dit heeft verdachte bekend.

De rechtbank is van oordeel dat het in het verleden eenmalig uitwisselen van inloggegevens verdachte niet de toestemming geeft om zich onbeperkt in tijd en in hoeveelheid de toegang te verschaffen tot die accounts. Het gebruiken van het Snapchataccount waartoe hij op een eerder moment is ingelogd met destijds verkregen gegevens om deze vervolgens te kunnen gebruiken om te chatten met anderen en daarbij afbeeldingen van seksuele aard openbaar te maken terwijl hij zich voordeed als [aangeefster] , kan op geen enkele wijze behoren tot de tussen verdachte en [aangeefster] overeengekomen toestemming om elkaars sociale media te bekijken.

Verdachte heeft dit account gebruikt voor een ander doel dan waarvoor hem deze inloggegevens ter beschikking waren gesteld. Het gebruik maken van de eerder verstrekte inloggegevens, zelfs als het account nog steeds ingelogd stond, vormen onder deze omstandigheden de ‘valse sleutel’ waarmee opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 7 tot en met 11 februari 2026 met behulp van een valse sleutel gebruik heeft gemaakt van het Snapchataccount van [aangeefster] , waarbij hij zich heeft voorgedaan alsof hij die [aangeefster] was.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

02-324387-25 op 28 november 2025 te [plaats 2] [aangeefster] heeft mishandeld, door voornoemde [aangeefster] , met kracht aan de haren te trekken en in het gezicht te slaan, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel;

02-065689-26 1in de periode 8 februari 2026 tot en met 3 maart 2026 in Nederland, wederrechtelijkstelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op een anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] , door die [aangeefster] - al dan niet anoniem te bellen,- berichten te versturen,- vriendschapsverzoeken te versturen,- haar familieleden en vrienden te benaderen, en- haar werkgever te bellen en te bezoeken,met het oogmerk die [aangeefster] te dwingen iets te doen en/of te dulden;

2op 9 februari 2026 te Breda, [aangeefster] heeft bedreigd met zware mishandelingdoor haar te zeggen dat hij haar de kanker in zou slaan;

3in de periode 7 februari 2026 tot en met 11 februari 2026 te Breda in Nederland,visuele weergaven van seksuele aard, te weten foto's van een persoon, te weten [aangeefster] , waarop die [aangeefster] te zien was in lingerie en/of met ontblote vagina en dat die [aangeefster] zichzelf bevredigt, openbaar heeft gemaakt, terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [aangeefster] kon zijn;

4in de periode 7 februari 2026 tot en met 11 februari 2026 in Nederland,opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk is binnengedrongen, te weten een Snapchataccount van [aangeefster] , met behulp van een valse sleutel, te weten door in te loggen met onrechtmatig verkregen inloggegevens van die accounthouder en gebruik te maken van dit account als ware hij die [aangeefster] .

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 8 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals geformuleerd door de reclassering. Daarnaast vordert zij als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr een contact- en locatieverbod. Zij vordert de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en de 38v-maatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt gewicht toe te kennen aan het belang van behandeling en een straf op te leggen die een spoedige klinische opname mogelijk maakt. De onvoorwaardelijke straf dient beperkt te worden tot 1 maand, zodat de klinische opname aansluitend kan plaatsvinden. Dit zorgt voor gedragsverandering en daarmee het voorkomen van nieuwe feiten. De verdediging kan zich vinden in het opleggen van een 38v-maatregel.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling, belaging, bedreiging, het openbaar maken van afbeeldingen van seksuele aard en computervredebreuk. Op het moment dat [aangeefster] de relatie wilde beëindigen in november 2025 heeft verdachte haar mishandeld door haar aan haar haren te trekken en in haar gezicht te slaan. Dat de voorlopige hechtenis voor dit feit was geschorst onder voorwaarden dat verdachte geen contact mocht opnemen met [aangeefster] , heeft hem er niet van weerhouden opnieuw contact te zoeken met [aangeefster] .

In februari 2026 heeft verdachte afbeeldingen van seksuele aard van [aangeefster] gedeeld met een vriendin en een kennis van [aangeefster] via haar Snapchataccount. Vervolgens heeft verdachte haar bedreigd met zware mishandeling. Aansluitend heeft verdachte haar ongeveer een maand belaagd door haar veelvuldig te bellen, berichten te sturen, vriendschapsverzoeken te sturen, familieleden en vrienden te benaderen en haar werk te bezoeken en te bellen. Door zijn handelen heeft verdachte in ernstige mate stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [aangeefster] . Zelfs vanuit de PI waar verdachte in voorlopige hechtenis verbleef voor deze feiten heeft hij contact opgenomen met [aangeefster] .

Uit de onderbouwing van het schadevergoedingsverzoek en het spreekrecht ter zitting blijkt dat het handelen van verdachte een grote impact heeft gehad op [aangeefster] . Zij voelde zich nergens meer veilig en ervaart nog steeds bijna dagelijks spanning en onrust. Zij vreest dat verdachte opnieuw het contact met haar zal zoeken, omdat eerder gestelde regels en grenzen hem niet hebben tegengehouden.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank houdt rekening met het strafblad van verdachte van 27 mei 2026, waaruit blijkt dat hij eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, ook voor feiten die betrekking hebben op belaging en mishandeling. Verdachte liep ten tijde van deze feiten in een proeftijd voor soortgelijke feiten en dat heeft hem er niet van weerhouden opnieuw dergelijke feiten te begaan.

Verder slaat de rechtbank acht op het rapport van de reclassering van 16 juni 2026. De reclassering schat het risico op recidive in als hoog. Er is persoonlijkheidsproblematiek geconstateerd bij verdachte. Eerdere ambulante toezichten, interventies en bijzondere voorwaarden hebben onvoldoende effect gehad. Verdachte heeft zich herhaaldelijk niet gehouden aan de opgelegde voorwaarden, waaronder contact- en locatieverboden. Er zijn risicofactoren aanwezig op meerdere leefgebieden, met name op relationeel gebied, middelengebruik en psychosociaal functioneren. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, te weten meldplicht, opname in een zorginstelling, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, verbod voor verdovende middelen en een contact- en locatieverbod. In het bijzonder achten zij de klinische opname van groot belang. Binnen een klinisch kader kan intensief worden gewerkt aan genoemde problematiek, met meer structuur en behandelintensiteit gericht op de aanwezig persoonlijkheidsproblematiek. De reclassering adviseert deze bijzondere voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren, omdat de kans op een misdrijf met schade voor personen groot is.

Ter zitting heeft verdachte medegedeeld dat hij inziet dat hij een probleem heeft en dat hij wil meewerken aan een klinische opname om te voorkomen dat soortgelijke incidenten in de relationele sfeer zich opnieuw zullen voordoen.

Straf

De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste straf onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan. Rekening houdend met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en omdat sprake is van recidive, acht de rechtbank een forse gevangenisstraf passend. De rechtbank acht het zeer zorgelijk dat verdachte zich zowel in de proeftijd van een voorwaardelijke straf als tijdens een schorsingstoezicht niet aan de voorwaarden heeft gehouden. Het inzicht dat verdachte ter zitting heeft gegeven over zijn probleembesef overtuigt de rechtbank niet dat hij in een ander kader dan een klinische opname tot gedragsverandering kan komen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de door de reclassering geadviseerde voorwaarden noodzakelijk zijn om tot gedragsverandering en recidivebeperking te komen. Om de oplegging van de bijzondere voorwaarden mogelijk te maken en omdat de rechtbank een forse stok achter de deur noodzakelijk acht om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen, zal zij een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 14 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

Dadelijke uitvoerbaarheid

De rechtbank zal bepalen dat de bijzondere voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Maatregel

Daarnaast zal de rechtbank ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten en ter bescherming van [aangeefster] een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v Sr aan verdachte opleggen. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van de vrijheidsbeperkende maatregel en bij de vaststelling van de duur daarvan laten meewegen dat de gestelde voorwaarden aan de schorsing van de voorlopige hechtenis verdachte er niet van hebben weerhouden opnieuw contact te zoeken met [aangeefster] . Daarnaast is verdachte zelfs vanuit de PI contact blijven opnemen met [aangeefster] . De maatregel behelst dat verdachte zich dient te onthouden van direct en indirect contact met [aangeefster] in welke vorm dan ook en een locatieverbod voor de straat waarin zij woonachtig is. Deze maatregel geldt voor de duur van drie jaar. Voor iedere overtreding van deze verboden zal 1 week vervangende hechtenis worden opgelegd. Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen naar [aangeefster] , zal de rechtbank de maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren.

7. Het beslag

De teruggave

Ten aanzien van de in beslag genomen telefoon wordt een last tot teruggave aan verdachte gegeven.

8. De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [aangeefster] vordert voor de feiten onder parketnummer 02-065689-26 een schadevergoeding van € 7.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaateregel.

Ter zitting heeft de raadsman de vordering mondeling aangevuld en is er voor de mishandeling onder parketnummer 02-324387-25 een bedrag van € 500,00 aan immateriële schade gevorderd.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [aangeefster] voldoende onderbouwd dat zij ernstige nadelige lichamelijke en geestelijke gevolgen heeft ondervonden als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Gelet op de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde is ook sprake van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. Dit betekent dat een bedrag aan immateriële schade passend is.

Bij de bepaling van de hoogte van het bedrag heeft de rechtbank de Rotterdamse schaal, alle omstandigheden en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend in aanmerking genomen. De rechtbank acht vergoeding van een totaalbedrag van € 2.400,00 billijk. Dit bedrag bestaat uit € 250,00 voor de mishandeling, € 1.000,00 voor de belaging, € 150,00 voor de bedreiging en € 1.000,00 voor de openbaarmaking van seksueel beeldmateriaal.

Voor het overige deel van de gevorderde immateriële schadevergoeding is de rechtbank van oordeel dat feiten en omstandigheden die tot toewijzing van het gevorderde bedrag zouden kunnen leiden niet voldoende vast staan. Nader onderzoek naar dat deel van de vordering is aangewezen. Dit verder onderzoek levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen over het toegekende schadebedrag telkens berekend vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De rechtbank zal ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

9. De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van

6 maanden die aan verdachte is opgelegd bij arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 16 december 2024 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

10. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 57, 138ab, 254ba, 285b, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

02-324387-25: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel

02-065689-26

feit 1: belaging

feit 2: bedreiging met zware mishandeling

feit 3: openbaar maken van een afbeelding van seksuele aard van een persoon, terwijl hij weet dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn, meermalen gepleegd

feit 4: computervredebreuk

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen 3 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Novadic Kentron verslavingsreclassering;

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd, laat opnemen in en behandelen door een nader te bepalen zorginstelling voor maximaal 1 (één) jaar, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start aansluitend op detentie en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt (in samenspraak met de reclassering) de wijze en duur van de behandeling. De behandeling is gericht op de regulatie van emotie (onder andere) bij afwijzing en krenking. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

* dat verdachte aansluitend op zijn klinische opname verblijft in een nader te bepalen instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;

* dat verdachte gedurende de proeftijd geen verdovende middelen gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/ speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zoekt of heeft met: [aangeefster] , geboren op [geboortedag 2] 2002;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet bevindt in het verboden gebied, de wijk [wijk] , zoals aangegeven op bijlage: Verboden gebied (reclasseringsadvies voorgeleiding rechter-commissaris 1 december 2025), of enig toekomstig (door aangeefster [aangeefster] aan de politie door te geven) adres;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de aan de voorwaardelijke straf verbonden voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 3 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangeefster] , geboren op [geboortedag 2] 2002;

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen/zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon;

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 3 jaren zich niet zal ophouden in het verboden gebied, de wijk [wijk], zoals aangegeven op bijlage: Verboden gebied (reclasseringsadvies voorgeleiding rechter-commissaris 1 december 2025), of enig toekomstig (door aangeefster [aangeefster] aan de politie door te geven) adres;

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen/zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon;

Benadeelde partij

02-324387-25 en 02-065689-26 t.a.v. feiten 1, 2 en 3

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangeefster] van € 2.400,00, aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend over € 250,00 vanaf 28 november 2025, over € 1.000,00 vanaf 3 maart 2026, over € 150,00 vanaf 9 februari 2026, over € 1.000,00 vanaf 11 februari 2026, steeds tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangeefster] , € 2.400,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend over € 250,00 vanaf 28 november 2025, over € 1.000,00 vanaf 3 maart 2026, over € 150,00 vanaf

9 februari 2026, over € 1.000,00 vanaf 11 februari 2026, steeds tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 24 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

1. STK Telefoontoestel (G2935511);

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 16 december 2024 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 20-000937-24 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf van 6 maanden;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis onder parketnummer 02-324387-25 op.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. Wijffels, voorzitter, en mr. C.H.M. Pastoors en

mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van Krevel, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 juli 2026.

Mr. Mullers is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

02-324387-25

hij op of omstreeks 28 november 2025 te [plaats 2] [aangeefster] heeft mishandeld,door voornoemde [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, met kracht aan de haren te trekken en/of in het gezicht te slaan en/of stompen, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel;( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht )

02-065689-26

1hij in of omstreeks de periode 8 februari 2026 tot en met 3 maart 2026 te Breda,althans in Nederland,wederrechtelijkstelselmatigopzettelijkinbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] ,door die [aangeefster]meermalen, althans eenmaal- al dan niet anoniem te bellen,- berichten te versturen,- vriendschapsverzoeken te versturen,- haar familieleden en/of vrienden te benaderen, en/of- haar werkgever te bellen en/of te bezoeken,met het oogmerk die [aangeefster] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2hij op of omstreeks 9 februari 2026 te Breda, althans in Nederland,[aangeefster] heeft bedreigd met zware mishandelingdoor haar te zeggen dat hij haar de kanker in zou slaan, in elk geval woorden van gelijke bedreigende aard en/of strekking;( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

3hij in of omstreeks de periode 7 februari 2026 tot en met 11 februari 2026 te Breda, althans in Nederland,een of meerdere visuele weergave(n) van seksuele aard, te weten een of meerdere foto's van een persoon, te weten [aangeefster] , waarop die [aangeefster] te zien was in lingerie en/of met ontblote vagina en/of dat die [aangeefster] zichzelf bevredigt, openbaar heeft gemaakt, terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [aangeefster] kon zijn;( art 254ba lid 2 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht )

4hij in of omstreeks de periode 7 februari 2026 tot en met 11 februari 2026 te Breda, althans in Nederland,opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van een) geautomatiseerd werk is binnengedrongen, te weten een of meerdere computers en/of servers toebehorende aan SnapchatWaarop het digitaal Snapchataccount van [aangeefster] , wordt gehost, althansbereikbaar is door het doorbreken van een beveiliging (sub a),door een technische ingreep (sub b),met behulp van valse signalen of een valse sleutel (sub c) en/ofdoor het aannemen van een valse hoedanigheid (sub d),te weten door in te loggen met onrechtmatig verkregen inlognamen, wachtwoorden en/of andereinloggegevens van die accounthouder en/of gebruik te maken van dit account als ware hij die [aangeefster] ;( art 138ab lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand