ECLI:NL:RBZWB:2026:663

ECLI:NL:RBZWB:2026:663

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-02-2026
Datum publicatie 05-02-2026
Zaaknummer 02-121705-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor aanranding. Taakstraf 120 uur en een gevangenisstraf van 1 dag.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-121705-25

Vonnis van de meervoudige kamer van 3 februari 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,

raadsman mr. F.J.V.H. Stoffels, advocaat te Zevenbergen.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 januari 2026, waarbij de officier van justitie mr. A. Verhoeven en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte [slachtoffer] heeft aangerand.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De verklaring van [slachtoffer] is betrouwbaar en er is sprake van steunbewijs. De verklaring van verdachte dient als ongeloofwaardig terzijde te worden geschoven.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Verdachte ontkent [slachtoffer] op een seksuele wijze aangeraakt te hebben. Hij heeft met haar gelegen op de bank. Er is daarbij slechts sprake geweest van een vriendschappelijke knuffel (‘hug’), waarbij hij per ongeluk haar borst heeft aangeraakt. De verklaring van [slachtoffer] is niet betrouwbaar. Zo heeft zij onder meer wisselend verklaard of zij sliep ten tijde van de aanrakingen. De feitelijke handelingen in de tenlastelegging kunnen niet worden bewezen, waardoor vrijspraak dient te volgen.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Vaststelling feiten

Niet ter discussie staat dat verdachte in de nacht van 12 februari 2024 samen met [slachtoffer] in haar woning in [plaats] is geweest. Ook staat vast dat verdachte en [slachtoffer] op enig moment samen op de bank hebben gelegen.

De verklaringen over wat er daarna in de woning is gebeurd, lopen uiteen.

Verklaring [slachtoffer]

heeft over de bewuste nacht van 12 februari 2024 verklaard dat zij op de bank is gaan liggen en in slaap is gevallen. Verdachte zat op dat moment op diezelfde bank bij haar voeten met haar telefoon te appen met een vriend van de carnavalsvereniging. Vervolgens voelde [slachtoffer] een druk op haar borst en ze werd wakker, omdat ze voelde dat verdachte zijn tong in haar mond stopte. Zij zag dat verdachte op haar lag. Zij is toen van verdachte weggedraaid. Nadat zij was weggedraaid is verdachte achter haar gaan liggen. Daarna ging verdachte met één hand over haar kleding en raakte hij haar schouders en buik aan. Vervolgens ging verdachte met zijn hand onder haar kleding en heeft hij haar buik en over haar bh haar borsten aangeraakt. Verdachte ging met zijn hand over haar kleding bij haar billen, over haar kruis, tussen haar benen en bij haar dijen. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij daardoor in paniek raakte en bevroor. Toen verdachte hierna zei dat hij geil was is [slachtoffer] opgestaan en weggelopen. Verdachte heeft daarna de woning verlaten.

Verklaring verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij naast [slachtoffer] op de bank is gaan liggen met zijn gezicht naar haar gezicht toe en haar vriendschappelijk heeft omhelsd en een zoen heeft gegeven, hij na enige tijd is opgestaan en vervolgens achter [slachtoffer] is gaan liggen, daar ook enige tijd is blijven liggen, haar opnieuw op vriendschappelijke wijze heeft omhelsd en haar toen weer een zoen heeft gegeven. Hij ontkent [slachtoffer] op seksuele wijze te hebben betast.

Betrouwbaarheid verklaring [slachtoffer]

De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] consistent en op belangrijke punten gedetailleerd heeft verklaard over de nacht van het incident. [slachtoffer] heeft twee dagen na het incident gesproken met een vriend, [persoon 1] , en hem over de betastingen en het zoenen door verdachte verteld. Door de reactie van verenigingsleden [persoon 2] en [persoon 3] op haar verhaal heeft [slachtoffer] lang getwijfeld of het incident haar schuld was. Na gesprekken met de psycholoog heeft [slachtoffer] alsnog besloten aangifte te doen. In het informatieve gesprek en de aangifte heeft zij eenzelfde verklaring afgelegd. [slachtoffer] heeft met haar verklaring de gebeurtenissen geenszins groter gemaakt of overdreven. Toen [slachtoffer] werd geconfronteerd met het gedeelte van de verklaring van [persoon 1] dat [slachtoffer] hem zou hebben verteld dat het geslachtsdeel van verdachte uit zijn broek was, heeft zij verklaard dat dit niet het geval was. De rechtbank ziet geen reden om aan de verklaring van [slachtoffer] te twijfelen. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is en gaat dan ook uit van die verklaring.

Steunbewijs

De verklaring van [slachtoffer] vindt voldoende steun in andere bewijsmiddelen. Dat verdachte die nacht in haar woning was en dat zij op enig moment samen op de bank lagen wordt allereerst ondersteund door de verklaring van verdachte. De rechtbank hecht daarnaast waarde aan de manier waarop en het moment waarop [slachtoffer] voor het eerst over de handelingen door verdachte heeft gesproken. Goede vriend [persoon 1] zag [slachtoffer] de dinsdag na het incident bij een dorpsfeest. Hij merkte toen dat [slachtoffer] heel anders reageerde dan normaal in haar manier van praten, haar manier van kijken en haar manier van reageren. [slachtoffer] barstte in tranen uit en vertelde – na enig aandringen van [persoon 1] – dat, nadat zij in slaap was gevallen op de bank, er iemand op haar lag. Ook [persoon 2] heeft verklaard dat [slachtoffer] de vrijdag na carnaval tegen hem heeft verteld dat er iets was voorgevallen die zondagavond. Na doorvragen heeft zij hem verteld dat verdachte en zij samen op de bank hebben gelegen, dat verdachte haar heeft geprobeerd te zoenen en dat hij met zijn handen onder haar shirt is geweest. Verdachte zelf heeft ook verklaard dat hij [slachtoffer] heeft gezoend en omhelsd en dat hij circa 9 minuten met [slachtoffer] op de bank heeft gelegen. De rechtbank acht ook van belang het WhatsApp-bericht dat verdachte op 12 februari 2024 om 21.11 uur naar [slachtoffer] heeft gestuurd, waarin hij nogmaals zijn excuses aanbiedt en schrijft dat hij zich er zeer ongemakkelijk over voelt.

De rechtbank is onder de hiervoor geschetste omstandigheden van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] over de seksuele handelingen die verdachte bij haar heeft verricht betrouwbaar en geloofwaardig is te achten en dat de verklaring van verdachte dat hij [slachtoffer] enkel vriendschappelijk een omhelzing (‘hug’) en een kus zou hebben gegeven, ongeloofwaardig is. De door verdachte geschetste gang van zaken rijmt niet met de fysieke en emotionele reactie van [slachtoffer] tegenover [persoon 1] en [persoon 3] , en nog minder met de inhoud van het WhatsApp-bericht dat verdachte haar diezelfde dag nog heeft gestuurd. De verklaring van verdachte dat hij deze app en ook een volgende app aan [slachtoffer] heeft gestuurd, omdat hij niet goed tegen ruzie kan en daarom bij voorbaat vaak en zonder reden aan mensen zijn excuses aanbiedt, schuift de rechtbank als ongeloofwaardig terzijde.

Conclusie

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte onverhoeds, terwijl [slachtoffer] (bijna) sliep, op [slachtoffer] is gaan liggen, zijn tong in haar mond heeft gebracht en vervolgens achter haar is gaan liggen en haar deels onder en deels over de kleding heen heeft betast op de buik, schouders, borsten, billen, dijen en de schaamstreek. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 12 februari 2024 te [plaats],

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, immers heeft verdachte

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht en haar gezoend en

- de buik en de schouders, van die [slachtoffer] betast en

- de borsten van die [slachtoffer] betast en

- de billen en dijen en schaamstreek van die [slachtoffer] betast.

waarbij de andere feitelijkheid heeft bestaan uit

- het onverhoeds op het lichaam van die [slachtoffer] te gaan liggen en vervolgens

achter die [slachtoffer] te gaan liggen en haar vast te pakken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 30 dagen, waarvan 29 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 80 uur.

Het standpunt van de verdediging

Bij een bewezenverklaring bepleit de verdediging te volstaan met een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Indien nodig kan vanwege het taakstrafverbod een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 dag worden opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding van [slachtoffer] , met wie hij samen lid was van een carnavalsvereniging en die nacht carnaval had gevierd. Verdachte wist dat zij kwetsbaar was door wat zij in het verleden heeft meegemaakt. De aanranding heeft plaatsgevonden in de nacht en in de woning van [slachtoffer] . Dat is bij uitstek de plek waar zij zich veilig moet kunnen voelen. [slachtoffer] liet verdachte toe in haar huis, omdat zij hem zag als een vaderfiguur en een vriend die zij kon vertrouwen. Hij heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zij in hem had. Verdachte heeft zijn tong in haar mond gebracht en heeft intieme lichaamsdelen van [slachtoffer] aangeraakt. Verdachte heeft hiermee de persoonlijke integriteit van [slachtoffer] ernstig aangetast.

Slachtoffers van dit soort feiten kunnen langdurig de nadelige gevolgen daarvan ondervinden. Dat het handelen van verdachte een grote impact heeft gehad op [slachtoffer] blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring die namens haar is voorgelezen. Zij verloor het vertrouwen in anderen en haarzelf, kreeg paniekaanvallen en isoleerde zich van de mensen om zich heen. Zij heeft meerdere EMDR-sessies ondergaan om de angst onder controle te krijgen.

Uit het strafblad van verdachte van 3 december 2025 blijkt dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het rapport van de reclassering van 9 januari 2026. Uit dit rapport komt naar voren dat het psychosociaal functioneren van verdachte een aandachtspunt is. De praktische leefgebieden zijn stabiel. Het risico op recidive kon door de reclassering niet worden ingeschat, nu verdachte een ontkennende verdachte is. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden, een toezicht of interventies worden niet nodig geacht.

Verder heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte, ook ter terechtzitting, geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag, maar juist de schuld bij [slachtoffer] legt. Zij zou zich immers de hele avond uitdagend hebben gedragen. De rechtbank vindt het zeer kwalijk dat verdachte [slachtoffer] op deze wijze als het ware nog een trap na geeft, alsof het aan haar schuld te wijten is dat hij ongevraagd op haar is gaan liggen, zijn tong in haar mond heeft gestoken en haar overal heeft betast. Zelfs al zou zij zich de hele avond uitdagend hebben gedragen, dan nog geeft dat verdachte geen enkel recht om [slachtoffer] aan te randen.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank naast het voorgaande gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Gelet op de aard en ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf een passende strafrechtelijke sanctie is. Gelet op het taakstrafverbod, zoals bedoeld in artikel 22b, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, zal zij aan verdachte ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 120 uur passend en geboden. Voor een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding nu zij ervan uitgaat dat het gaat om een eenmalig incident. Verdachte heeft zijn lidmaatschap van de carnavalsvereniging opgezegd en heeft geen contact meer met [slachtoffer] .

7. De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 3.485,00 bestaande uit € 985,00 aan materiële schade en € 2.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

Materiële schade

De gevorderde kosten van € 885,- voor het eigen risico zijn niet betwist en acht de rechtbank toewijsbaar.

De verdediging heeft de kosten van € 100,- voor de kleding betwist. De rechtbank is van oordeel dat dit gedeelte van de vordering onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij voor dit gedeelte niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, omdat dit nader onderzoek vergt en dat een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer] voldoende onderbouwd dat zij ernstige nadelige geestelijke gevolgen heeft ondervonden als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de [slachtoffer] na de aanranding last heeft gekregen van paniekaanvallen. Zij is gediagnosticeerd met PTSS en is behandeld met EMDR en interpersoonlijke psychotherapie. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van de in artikel 6:106 Burgerlijk Wetboek onder b.3) bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’, die voor vergoeding in aanmerking komt.

Door de verdediging is verweer gevoerd tegen de hoogte van de gevorderde immateriële schade. Voor het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding heeft de rechtbank acht geslagen op de Rotterdamse schaal. Gelet op de factoren is de rechtbank van oordeel dat sprake is van de categorie ernstig. Bij deze categorie wordt een bedrag tussen de € 1.000,- en € 5.000,- billijk geacht. Gelet op de Rotterdamse schaal en de omstandigheden in deze zaak acht de rechtbank een bedrag van € 1.250,- billijk.

Voor het overige deel van de gevorderde immateriële schadevergoeding is de rechtbank van oordeel dat feiten en omstandigheden die tot toewijzing van het gevorderde bedrag zouden kunnen leiden op dit moment niet voldoende vast staan. Mede gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door de verdediging, is nader onderzoek aangewezen. Dat onderzoek levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard. Dat deel van de vordering kan eventueel bij de burgerlijke rechter worden ingesteld.

Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 12 februari 2024. Daarnaast zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 36f en 246 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 dag;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 2.135,00, waarvan € 885,00 aan materiële schade en € 1.250,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] , € 2.135,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 20 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door P.A.M. Wijffels, voorzitter, en mr. V.M. Schotanus en

mr. L.W.A. Gruijthuijsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van Krevel, griffier,

en is uitgesproken op de openbare zitting op 3 februari 2026.

De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 12 februari 2024 te [plaats], althans in Nederland

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft verdachte

- zijn tong in/bij de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of haar gezoend

en/of

- de buik en/of de schouders, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer]

betast en/of

- ( in) de borsten van die [slachtoffer] geknepen en/of betast en/of

- de billen en/of dijen en/of schaamstreek, althans het onderlichaam van

die [slachtoffer] betast

waarbij het geweld en/of een andere feitelijkheid en/of de bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid heeft/hebben bestaan uit

- het onverhoeds karakter van zijn, verdachtes, handelingen en/of

- het met zijn, verdachtes lichaam op het lichaam van die [slachtoffer] te

gaan liggen (terwijl die [slachtoffer] sliep) en/of (vervolgens)

- het met zijn, verdachtes lichaam, achter die [slachtoffer] te gaan liggen en/of haar (vervolgens) vast te pakken en/of vast te houden;

(art 246 Wetboek van Strafrecht)

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. V.M. Schotanus
  • mr. L.W.A. Gruijthuijsen

Griffier

  • mr. A. van Krevel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?