ECLI:NL:RBZWB:2026:664

ECLI:NL:RBZWB:2026:664

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 05-02-2026
Datum publicatie 05-02-2026
Zaaknummer 02.157212.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verdachte is veroordeeld voor de verlengde uitvoer van meer dan 20 kilogram heroïne. Aan hem is een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar opgelegd met bijzondere voorwaarden. De rechtbank houdt in sterke mate rekening met de persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02.157212.25

Vonnis van de meervoudige kamer van 5 februari 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,

wonende te [woonadres] ,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [locatie] ,

raadsman mr. A.M. Demirer, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 januari 2026, waarbij de officier van justitie mr. R. in ‘t Veld en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander heroïne buiten Nederland heeft gebracht.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft dit feit ook bekend.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gelet op de bekennende verklaring van verdachte geen bewijsverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd en geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - een pagina bedoeld van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, [registratienummer] opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van pagina 1 tot en met 183.

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 22 januari 2026;

Het proces-verbaal van verhoor verdachte in raadkamer van 4 juni 2025;

Het proces-verbaal van bevindingen van [persoon 1] van 22 mei 2025, pagina 44 e.v.;

Het proces-verbaal van bevindingen van [persoon 2] van 22 mei 2025, pagina 67 e.v.;

Het geschrift, zijnde het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 15 augustus 2025.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 22 mei 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt in strafverminderende zin rekening te houden met de lage concentratie heroïne die in de blokken is aangetroffen en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is jong, heeft geleerd van zijn fouten en wil zijn leven gaan verbeteren. Hij staat open voor hulp en reclasseringstoezicht. Ook de proceshouding van verdachte moet in zijn voordeel meewegen.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verlengde uitvoer van meer dan 20 kilogram heroïne. Heroïne is een stof die zeer verslavend werkt en zeer schadelijk is voor de gezondheid van de gebruikers. Daarnaast gaat de handel in drugs vaak gepaard met verschillende vormen van criminaliteit, geweldsdelicten en illegale geldstromen, waarbij de drugshandel een belangrijke schakel vormt in de keten van criminele ondermijnende activiteiten die de samenleving ontwrichten. Dit is ook de reden dat er op het plegen van drugsfeiten hoge straffen staan.

Gelet op de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat niet met een andere straf dan een langdurige gevangenisstraf kan worden volstaan. Bij het bepalen van de hoogte van die gevangenisstraf kijkt de rechtbank naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Volgens deze oriëntatiepunten wordt bij de uitvoer van 10 tot 20 kilogram harddrugs in beginsel uitgegaan van een gevangenisstraf van 48 tot 60 maanden.

De rechtbank is van oordeel dat deze oriëntatiepunten ook gelden indien sprake is van een lagere concentratie van de werkzame stof in een verdovend middel. Zij is namelijk van oordeel dat de opvatting, dat een lagere concentratie van de werkzame stof in een verdovend middel het matigen van de op te leggen straf ten gevolge zou moeten hebben, geen steun vindt in de wet. De Opiumwet maakt immers geen onderscheid in de concentratie werkzame stoffen in verdovende middelen. Het risico voor de volksgezondheid en de openbare orde blijft ook met een eventueel lagere concentratie aan illegale werkzame stoffen onverminderd bestaan. De rechtbank zal hiermee dan ook niet in strafverminderende zin rekening houden, zoals door de verdediging is verzocht.

De rechtbank ziet in de persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte wel redenen om in het voordeel van verdachte van de oriëntatiepunten af te wijken. Zij houdt namelijk in sterke mate rekening met de jonge leeftijd van verdachte en zijn proceshouding. Zo heeft verdachte openheid van zaken gegeven, waarbij hij ook gedetailleerd heeft uitgelegd hoe hij tot het plegen van dit strafbare feit is gekomen. Volgens verdachte had hij vanwege geldnood en de bedreigingen die naar hem werden geuit geen andere keuze en zag hij geen andere uitweg dan drugstransporten te verrichten voor een ander. De rechtbank heeft ook geen aanwijzingen dat de rol van verdachte groter is geweest dan die van vervoerder en zal daarom rekening houden met de beperkte rol die verdachte heeft gehad bij de uitvoer van heroïne. Tot slot is er op 18 december 2025 een reclasseringsrapport over verdachte opgemaakt, waaruit blijkt dat verdachte gemotiveerd is voor hulpverlening en reclasseringstoezicht. Om dit reclasseringstoezicht mogelijk te maken en om ervoor te zorgen dat verdachte zich niet langer schuldig maakt aan het plegen van strafbare feiten zal de rechtbank een deel van de gevangenisstaf voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van 3 jaar.

Alles afwegende acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend. Zij zal dan ook aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. Het beslag

De in beslag genomen drugs wordt onttrokken aan het verkeer. Het voorwerp is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om dat voorwerp te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

De rechtbank neemt over de in beslag genomen telefoons en het geld geen beslissing, omdat verdachte op zitting afstand heeft gedaan van deze voorwerpen.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 13a van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven

verbod;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 42 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich binnen 3 dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland (Heerderweg 25 te Maastricht / 088-8041502). Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

* dat verdachte actief deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;

* dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk of volgt onderwijs, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

* dat verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende voorwerpen:

* 564 GR Amfetamine (omschrijving: PL2000-2025130564-G2863381);

* 10.068 GR Amfetamine (omschrijving: PL2000-2025130564-G2863356, Zwart,

merk: Apple).

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter, en mr. W. Toekoen en mr. J.F.C. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting op 5 februari 2026.

Mr. J.F.C. Janssen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 22 mei 2025 te [plaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;( art 10 lid 5 Opiumwet, art 2 ahf/ond A Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. K. Verschueren
  • mr. W. Toekoen
  • mr. J.F.C. Janssen

Griffier

  • mr. A.C.L.J. Luijten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?