RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448925 / FA RK 26-2866
Datum uitspraak: 22 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonende te [plaats],
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mw. [persoon], verpleegkundig specialist.
2. Wat vaststaat
Bij beschikking van deze rechtbank van 30 december 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 30 juni 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4. De standpunten
Betrokkene brengt naar voren dat hij instemt met een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden, maar niet voor een langere periode. Daarnaast geeft hij aan bereid te zijn om met het FACT-team verder te gaan, eveneens beperkt tot zes maanden. Betrokkene stelt erop te vertrouwen dat hij daarna zonder zorgmachtiging verder kan. Verder geeft betrokkene aan dat het psychisch niet goed met hem gaat.
De verpleegkundig specialist zegt dat betrokkene recent vanuit de HIC naar huis is gegaan. De opstart is moeizaam verlopen, met veel frustratie tijdens de huisbezoeken. Het lukte niet om tot een goede samenwerking te komen en er bestaat onduidelijkheid over de medicatie-inname. Gezien de ernst van de eerdere opnames en dreigende situaties is een zorgmachtiging voor de duur van één jaar aangevraagd.
De advocaat voert aan dat niet is voldaan aan de wettelijke criteria voor een zorgmachtiging, omdat er geen sprake is van verzet. Betrokkene wil immers meewerken aan de behandeling en contact houden met het ambulant team op vrijwillige basis. Primair verzoekt de advocaat om afwijzing van het verzoek. Subsidiair verzoekt de advocaat om de zorgmachtiging te beperken tot een duur van zes maanden.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overlegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type en een persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat het ernstig nadeel zich zal openbaren wanneer betrokkene zijn medicatie staakt, met als gevolg dat hij psychotisch decompenseert. Tijdens eerdere psychotische ontregelingen is sprake van verhoogde prikkelbaarheid, snelle agitatie, verbale agressie en dreigend gedrag richting anderen. Daarnaast heeft betrokkene zich eerder dreigend opgesteld op het kantoor van het FACT-team en is hij ook tijdens de zitting dreigend en agressief. Tot slot is er risico op lichamelijke uitputting als gevolg van een gebrek aan slaap, evenals zelfverwaarlozing en verwaarlozing van zijn leefomgeving.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. In het verleden is gebleken dat betrokkene bij decompensatie zeer afwerend is in de richting van hulpverlening en zich verzet tegen de benodigde ambulante zorg. Daarnaast beseft betrokkene niet dat zijn huidige functioneren beïnvloed wordt door de manische ontregeling. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden. Betrokkene is nog recent opgenomen geweest, zodat naar verwachting geruime tijd nodig zal zijn voor zijn stabilisatie.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 juni 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 6 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.