RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448829 / FA RK 26-2823
Datum uitspraak: 22 juni 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. S. van de Voorde uit Middelburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Van de Voorde;
mevrouw [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde, behandelaar;
[persoon 2] , medewerker van de afdeling;
De heer [persoon 3] , de mentor van betrokkene.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging tot opname en verblijf verleend tot en met 14 juli 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in [accommodatie] te [plaats] .
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.
3. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4. De standpunten
Betrokkene vertelt tijdens de zitting dat het niet goed met hem gaat. Betrokkene voelt zich opgesloten en zijn huidige opname voelt als een gevangenis. Verder verveelt betrokkene zich en hij kan zijn hobby’s niet uitoefenen. Betrokkene wenst terug naar huis te keren.
De behandelaar licht tijdens de zitting toe dat er bij betrokkene in de thuissituatie sprake was van ernstige zelfverwaarlozing en ontregeling van de suikerziekte. Ook deed betrokkene in de thuissituatie suïcidale uitspraken en hij was zorgmijdend. Tijdens zijn verblijf bij [zorginstelling] is gestart met de inname van medicatie en deze medicatie is tijdens zijn huidige opname opgehoogd. Ook krijgt betrokkene een antidepressivum. In het begin van de huidige opname was er sprake van paranoïde uitspraken, maar op dit moment is hiervan geen sprake meer. Ook is er op dit moment geen sprake meer van suïcidaliteit. Verder benadrukt de behandelaar dat betrokkene vrij is om de afdeling te verlaten, maar hij neemt hiertoe weinig initiatief. De behandelaar acht het noodzakelijk dat het verzoek wordt toegewezen. Bij een terugkeer naar huis zou betrokkene snel terugvallen in zelfverwaarlozing en ook een ernstige ontregeling van zijn suikerziekte valt te voorzien. Het is volgens de behandelaar niet haalbaar de zorg die betrokkene behoeft vanuit huis aan te bieden. Verder is begeleid wonen volgens de behandelaar geen optie, nu betrokkene niet de voortgang en mate van zelfstandigheid en initiatief laat zien die daarvoor nodig is. Volgens de behandelaar is de huidige accommodatie het meest passend voor betrokkene.
De mentor van betrokkene licht tijdens de zitting toe dat hij zich zorgen maakt om betrokkene. Bij betrokkene was in de thuissituatie sprake van zelfverwaarlozing en ook zijn woning was ernstig vervuild. De mentor verwacht dat betrokkene bij een terugkeer naar huis weer gaat afglijden en dat zijn zelfzorg opnieuw achteruit zal gaan. Volgens de mentor heeft betrokkene baat bij de structuur en steun die geboden wordt tijdens zijn huidige opname. De mentor acht het dan ook van belang dat de opname wordt voortgezet. Het is van belang dat er tijdens de huidige opname wordt gekeken naar verbetering van het welzijn van betrokkene.
De advocaat bepleit namens betrokkene primair afwijzing van het verzoek, nu er geen sprake is van ernstig nadeel. Betrokkene heeft geen last van de diagnose en hij kan goed voor zichzelf zorgen. Ook heeft betrokkene het gevoel dat hij in een gevangenis zit. Betrokkene wenst dan ook terug naar huis te keren. Vanuit de thuissituatie kan geprobeerd worden de hulpverlening op te starten. Subsidiair bepleit de advocaat, bij toewijzing van het verzoek, de rechterlijke machtiging voor een kortere duur af te geven zodat gezocht kan worden naar een alternatieve accommodatie. De advocaat betwijfelt of de huidige accommodatie geschikt is voor betrokkene, nu hij het hier niet naar zijn zin heeft.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening in combinatie met een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een uitgebreide neurocognitieve stoornis, te weten het syndroom van Korsakov. Verder is bij betrokkene sprake van een depressieve stoornis.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene voorafgaand aan zijn opname in een ernstig vervuilde en onbewoonbare woning woonde. Verder was er in de thuissituatie sprake van zelfverwaarlozing, ondervoeding en ontregeling van de diabetes mellitus. De verwachting is dat de zelfzorg bij een terugkeer naar huis opnieuw achteruit zal gaan.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene vindt dat hij goed voor zichzelf kan zorgen en dat hij daarbij geen hulp nodig heeft. Betrokkene geeft dan ook herhaaldelijk aan dat hij naar huis wil. Tijdens de zitting is gebleken dat het risico bestaat dat betrokkene in de thuissituatie zal terugvallen in zelfverwaarlozing.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Tijdens de zitting is het de rechtbank gebleken dat een terugkeer naar huis of begeleid wonen geen mogelijkheden zijn. De huidige opname is het meest passend.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 juni 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 6 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.