[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende met dagtekening 25 oktober 2025. Belanghebbende verzoekt om een schadevergoeding en een proceskostenvergoeding.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de belastingrechter onbevoegd is het verzoek te beoordelen. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
De rechtbank stelt vast dat het geschil over de in rekening gebrachte vervolgingskosten ten einde is gekomen op het moment dat de uitspraken op bezwaar zijn gedaan. De beroepen zien enkel nog op het verzoek om schadevergoeding in verband met de afhandeling van dat bezwaar (en proceskostenveroordeling). De wet biedt geen mogelijkheid om in deze procedure een schadevergoeding vast te stellen.
Belanghebbende verzoekt om een schadevergoeding als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. De rechtbank overweegt dat titel 8.4 van de Awb wel een regeling voor schadevergoeding bevat maar dat die bepalingen (nog) niet van toepassing zijn verklaard in geschillen als deze met de Belastingdienst. Daarom is artikel 8:73 van de Awb (oud) nog van toepassing. Dit artikel geeft de bestuursrechter alleen de mogelijkheid om schade te vergoeden die is ontstaan door een besluit van de ontvanger in het kader van een procedure tegen dat besluit. Een zelfstandig schadeverzoek is niet mogelijk.
In dit geval procedeert belanghebbende niet tegen de uitspraken op bezwaar. De belastingrechter is dus niet bevoegd om het verzoek om schadevergoeding te beoordelen. Belanghebbende kan het verzoek om schadevergoeding indienen bij de Belastingdienst of voorleggen aan de civiele rechter.
Conclusie en gevolgen
3. De rechtbank is onbevoegd een oordeel te geven over het verzoek om schadevergoeding. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Belanghebbende heeft ook geen recht op vergoeding van het griffierecht.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 9 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.