ECLI:NL:RBZWB:2026:682

ECLI:NL:RBZWB:2026:682

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 06-02-2026
Datum publicatie 06-02-2026
Zaaknummer BRE 24/4605
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Navorderingsaanslag IB/PVV, nieuw feit, omkering en verzwaring van de bewijslast, redelijke schatting, beroep ongegrond.

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 17 april 2024.

De inspecteur heeft aan belanghebbende over het jaar 2017 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 181.973 en naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 94.075.

Gelijktijdig met de vaststelling van de navorderingsaanslag heeft de inspecteur belanghebbende bij beschikking € 5.754 belastingrente en € 1.355 revisierente in rekening gebracht.

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep op 29 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens de inspecteur mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] deelgenomen. Belanghebbende en zijn gemachtigde waren niet aanwezig. Gemachtigde heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de navorderingsaanslag en de beschikkingen voor de belasting- en revisierente terecht en naar de juist hoogten zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

3. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de navorderingsaanslag en de beschikkingen voor de belasting- en revisierente terecht en naar de juiste hoogten opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

4. Belanghebbende woont in 2017 in een woning met schuur aan de [adres] . De hooischuur bij de woning is in 2005 verbouwd tot kantoorruimte en ter beschikking gesteld aan [B.V.] , waarvan belanghebbende enig aandeelhouder is.

Bij aanvang van de terbeschikkingstelling in 2006 heeft belanghebbende de inbrengwaarde vastgesteld op € 184.450. Belanghebbende heeft een afschrijvingspercentage van 2,5% gehanteerd en over de periode van de terbeschikkingstelling van 12 jaar een afschrijving van € 55.553 in aanmerking genomen. De inspecteur heeft de inbrengwaarde op grond van de foutenleer gecorrigeerd naar € 50.000 omdat de terbeschikkingstelling is aangevangen voor de verbouwing van de hooischuur (waarvan de kosten voor rekening zijn gekomen van de B.V. en geactiveerd als huurdersinvestering). Belanghebbende heeft deze inbrengwaarde niet betwist. De inspecteur heeft de afschrijving berekend op de inbrengwaarde van € 50.000 en de afschrijving verlaagd tot € 15.000.

Belanghebbende heeft geen aangifte IB/PVV 2017 binnen de in de aanmaning daartoe gestelde termijn ingediend. De inspecteur heeft ambtshalve een aanslag IB/PVV 2017 opgelegd.

Na het opleggen van de primitieve aanslag IB/PVV 2017 heeft belanghebbende alsnog een aangifte IB/PVV 2017 ingediend. De inspecteur is door deze aangifte bekend geworden met het feit dat de terbeschikkingstelling van de hooischuur aan de B.V. van belanghebbende met ingang van 1 augustus 2017 was beëindigd. Vanwege de sfeerovergang van Box 1 naar Box 3 heeft de inspecteur een terbeschikkingstellingsresultaat vastgesteld en op basis daarvan een navorderingsaanslag IB/PVV 2017 opgelegd.

In het taxatierapport van de schuur, dat in opdracht van de inspecteur is opgemaakt door een taxateur van de Belastingdienst, is de waarde van de hooischuur bij beëindiging van de terbeschikkingstelling vastgesteld op € 199.000.

De inspecteur heeft het terbeschikkingstellingsresultaat als volgt berekend:

Terbeschikkingstellingsresultaat conform aangifte

€ 0

Bij: Vervreemdingsresultaat

€ 164.000

Bij: Correctie op afschrijvingen

€ 40.553

€ 204.553

Af: Hypotheekrente, deel tbs (7/12-deel)

€ 583

€ 9.981 (jaarrente) * 10% (tbs-deel) * (7/12)

€ 203.970

Af: Terbeschikkingstellingsvrijstelling ( 12%)

€ 24.477

Belastbaar terbeschikkingstellingsresultaat

€ 179.493

Motivering

Is sprake van een nieuw feit waardoor navorderen mogelijk is?

5. Belanghebbende stelt, naar de rechtbank begrijpt, dat geen sprake is van een nieuw feit en dat navorderen daardoor niet mogelijk is.

De inspecteur kan te weinig geheven belasting navorderen, wanneer enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag op een te laag bedrag is vastgesteld. Een feit dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond voor navordering opleveren. Dit is alleen anders wanneer sprake is van kwade trouw bij de belastingplichtige. Daarnaast mogen er nog geen vijf jaren verlopen zijn na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. De bewijslast om aannemelijk te maken dat sprake is van een nieuw feit rust op de inspecteur.

De inspecteur heeft gemotiveerd gesteld dat sprake is van een nieuw feit omdat de inspecteur ten tijde van het opleggen van de ambtshalve primitieve aanslag IB/PVV 2017 niet bekend was met het feit dat de ter beschikkingstelling van de hooischuur was beëindigd. Ter zitting heeft de inspecteur toegelicht dat belanghebbende na het opleggen van de ambtshalve primitieve aanslag alsnog een aangifte IB/PVV 2017 heeft ingediend. Eerst uit die aangifte kon de inspecteur afleiden dat de ter beschikkingstelling was beëindigd. Belanghebbende betwist dat sprake is van een nieuw feit maar heeft zijn standpunt niet gemotiveerd. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.

Omkering en verzwaring van de bewijslast

6. De rechtbank stelt vast dat de beroepsgrond over de omkering en verzwaring van de bewijslast reeds beoordeeld is door de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De rechtbank en het gerechtshof hebben uitspraak gedaan in de zaak omtrent de primitieve aanslag IB/PVV 2017 van belanghebbende. De rechtbank concludeert dat het feitencomplex in deze zaak en de zaak in de procedure van de voornoemde uitspraken gelijkluidend is. Belanghebbende heeft dezelfde beroepsgrond ingebracht en deze in de onderhavige procedure niet nader gemotiveerd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om anders te beslissen dan zij en het gerechtshof eerder hebben gedaan. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast.Redelijke schatting

7. Omdat sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast, moet de rechtbank beoordelen (i) of sprake is van een redelijke – niet willekeurige – schatting door de inspecteur en, zo ja, (ii) of belanghebbende heeft doen blijken dat en in hoeverre de navorderingsaanslag IB/PVV 2017 onjuist is.

De inspecteur heeft het terbeschikkingstellingsresultaat (zie 4.5) berekend op basis van het opgemaakte taxatierapport (zie 4.4) en de inbrengwaarde en afschrijvingen die volgen uit de aangiften IB/PVV van belanghebbende over eerdere jaren. Naar het oordeel van de rechtbank is de inspecteur hiermee in redelijkheid gekomen tot de vaststelling van het terbeschikkingstellingsresultaat van € 179.493.

Belanghebbende dient te doen blijken dat de navorderingsaanslag IB/PVV 2017 te hoog is vastgesteld. Belanghebbende heeft gesteld dat het terbeschikkingstellingsresultaat vastgesteld dient te worden op € 12.760, dan wel € 19.528, dan wel € 22.176 of een gemiddelde van deze drie bedragen. Belanghebbende heeft niet gemotiveerd hoe hij deze bedragen heeft berekend. Belanghebbende heeft tevens gesteld dat de foutenleer niet toegepast kan worden bij de bepaling van het resultaat uit overige werkzaamheden, waardoor geen correctie kan plaatsvinden op de in het verleden ten onrechte in aanmerking genomen bedragen aan afschrijvingen. Deze stelling is door belanghebbende niet nader gemotiveerd.

De rechtbank stelt vast dat belanghebbende enkel blote stellingen heeft ingebracht, zijn berekeningen niet heeft onderbouwd en geen relevante onderliggende stukken heeft overgelegd. De rechtbank volgt belanghebbende niet in zijn standpunt dat de foutenleer, resulterende in een correctie van de balanswaardering van de hooischuur en de in aanmerking genomen afschrijvingen, niet toegepast kan worden in de terbeschikkingstellingsfeer. Met hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd, heeft hij naar het oordeel van de rechtbank niet doen blijken dat de schatting van het terbeschikkingstellingsresultaat door de inspecteur te hoog is en de navorderingsaanslag IB/PVV 2017 onjuist is vastgesteld.

Belasting- en revisierente

8. Het beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de belasting- en revisierente. Belanghebbende heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte belasting- en revisierente aangevoerd. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van de beschikkingen. Hierbij wijst de rechtbank belanghebbende erop dat de bedragen van de beschikkingen het bedrag van de aanslag volgt.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de navorderingsaanslag en de beschikkingen voor de belasting- en revisierente in stand blijven. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. de Vos, griffier.

De uitspraak is bekend gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.H.W. Steijn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026021315
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?