RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/449630 / JE RK 26-1103 en C/02/449639 JE RK 26-1105
Datum uitspraak: 24 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. C.J.M. Jansen uit Tilburg.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de moeder] , hierna te noemen de moeder.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het mondelinge verzoek van de GI op 24 juni 2026;
de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 25 juni 2026.
Aan [minderjarige] is ambtshalve als advocaat toegevoegd mr. C.J.M. Jansen te Tilburg.
2. De feiten
Bij beschikking van 31 oktober 2018 heeft de rechtbank het ouderlijk gezag van de moeder beëindigd en is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de GI.
[minderjarige] verblijft op een woongroep van [accommodatie] te [plaats 2] .
3. Het verzoek
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen tot het bereiken van de meerderjarige leeftijd ( [geboortedag] 2026).
4. De beoordeling
Bevoegdheid en toepasselijk recht
Op grond van artikel 7 lid 1 van de verordening Brussel II-ter zijn ter zake van de
ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied
waarvan de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het
gerecht aanhangig wordt gemaakt.
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is gelegen, komt de
Nederlandse kinderrechter terzake dit spoedverzoek een aansluitend regulier verzoek rechtsmacht toe. Nu de Nederlandse kinderrechter bevoegd is om
op het verzoek te beslissen, zal op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 het Nederlands recht op het verzoek worden toegepast.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet kan een spoedmachtiging voor een gesloten plaatsing alleen worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:
onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;
de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en
er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
De GI heeft - samengevat - het volgende aan het verzoek ten grondslag gelegd. [minderjarige] is een kwetsbare jongen van bijna 18 jaar met een licht verstandelijke beperking. Hij verblijft momenteel op een woongroep vanuit [accommodatie] . Sinds zijn zesde levensjaar loopt [minderjarige] al regelmatig weg, waarbij de aanleiding onduidelijk blijft. Ook van de woongroep van [accommodatie] loopt [minderjarige] regelmatig weg, zo ook laatstelijk nog op 8 en 18 juni 2026. De wijze waarop [minderjarige] is gevonden, onder andere al twee keer in een hotel in [plaats 1] met volwassen mannen, maakt dat er grote zorgen zijn over mensenhandel. De mannen waar [minderjarige] mee in contact is geweest bevinden zich volgens de politie in een pedofiel netwerk. Nadat [minderjarige] op 18 juni 2026 opnieuw is weggelopen, is hij tot op heden nog niet teruggekeerd. De GI maakt zich grote zorgen over zijn gezondheid en veiligheid en is van mening dat [minderjarige] enkel nog tot ontwikkeling kan komen binnen in een gesloten setting waar hem de fysieke en emotionele veiligheid kan worden geboden die hij nodig heeft.
De GI heeft als bijlage bij het verzoek een schriftelijke verklaring van de gedragswetenschapper overgelegd, waaruit blijkt dat zij op basis van dossieronderzoek instemt met het spoedverzoek. De onafhankelijke gedragswetenschapper heeft daarbij aangegeven dat de verblijfplaats van [minderjarige] onbekend is en dat het daarom voor haar onmogelijk is gebleken om hem eerst feitelijk te spreken en te onderzoeken.
Daarmee wordt, naar het oordeel van de kinderrechter, voldaan aan de wettelijke vereisten voor spoedopname en verblijf van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp. De kinderrechter is daarnaast van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] .
Gelet op al het voorgaande zal de kinderrechter het spoedverzoek toewijzen in die zin dat zij een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] zal verlenen voor de duur van twee weken, met ingang van 24 juni 2026 tot 8 juli 2026. Het resterende deel van het spoedverzoek alsmede het verzoek om een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen tot het bereiken van de meerderjarige leeftijd, zal worden aangehouden tot de hierna te noemen zitting. Verdere beslissingen zal de kinderrechter pas nemen nadat hij de betrokkenen in de gelegenheid heeft gesteld om hierover te worden gehoord.
De kinderrechter verzoekt aan de GI om voorafgaand aan de zitting ten aanzien van het (spoed)verzoek een schriftelijke (instemmende) verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper over te leggen waaruit blijkt dat hij [minderjarige] feitelijk heeft onderzocht en waarbij zij zich ook expliciet uitlaat over de duur van de in haar visie noodzakelijke machtiging gesloten jeugdhulp.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 24 juni 2026 tot 8 juli 2026;
houdt de beslissing over het resterende deel van het spoedverzoek alsmede de beslissing over het verzoek om een aansluitende (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen aan tot de zitting van [datum] 2026 om [uur] bij mr. Van Leuven als kinderrechter, gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10,4815 GW in Breda;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting voor de Raad, de GI en [minderjarige] met zijn advocaat;
vraagt de griffier de moeder op te roepen per aparte brief, aangezien zij als informant geen afschrift van de beschikking krijgt;
bepaalt dat de GI voor de zitting van [datum] 2026 de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper bij de rechtbank indient en naar de belanghebbenden stuurt;
behoudt zich iedere (verdere) beslissing voor.
Deze beslissing is op 24 juni 2026 mondeling gegeven door mr. Sumner, kinderrechter, en op 25 juni 2026 op schrift gesteld door mr. Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Diepen als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.