RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449465 / FA RK 26-3180
Datum uitspraak: 24 juni 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevr. [persoon 1] , psychiater;
mevr. [persoon 2] , arts in opleiding;
de ouders van betrokkene.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 19 juni 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4. De standpunten
Betrokkene geeft, samengevat, het volgende aan. Hij begrijpt niet waarom de verplichte vorm waar de rechtbank bij komt kijken noodzakelijk is. Het verzoek vindt betrokkene niet goed onderbouwd. Hij heeft nu beperkingen in zijn vrijheid, dat vindt hij niet fijn. Betrokkene is door data achter informatie gekomen over Covid en merkte dat hij door de overheid in de gaten werd gehouden. Daar werd hij angstig van. Inmiddels weet hij wel dat zijn ouders hier niet bij betrokken zijn. Betrokkene wil het liefst naar huis. Hij gebruikt nu medicatie, maar merkt dat deze medicatie niet de rust geeft die zijn ADHD-medicatie hem wel gaf. Daardoor is er veel onrust in zijn hoofd. Hij zou liever zijn oude medicatie weer gebruiken en naar huis gaan. Hij is bereid om thuis mee te werken aan ambulante zorg. Naar zijn mening moet het verzoek daarom worden afgewezen.
De psychiater brengt, samengevat, het volgende naar voren. Betrokkene is een voorbeeldige patiënt, maar er blijven zorgen bestaan. Over de uitlatingen van betrokkene bestaat bij de psychiater de vrees dat deze psychotisch gekleurd zijn. Betrokkene krijgt inzichten waar hij soms angstig van wordt. Daarnaast zijn er zorgen vanuit de burgemeester, omdat betrokkene regelmatig klachten indient bij de gemeente, terwijl de gemeente zijn zorgen niet kan volgen. Betrokkene krijgt op dit moment tijdelijk geen ADHD-medicatie, omdat volgens de richtlijnen dit zijn psychotische klachten kan verergeren. Daarom gebruikt hij nu antipsychotica. Er is sprake van een meningsverschil tussen de psychiater en betrokkene over wat echt is en wat niet, en daar komen de zorgen vandaan. Betrokkene wil graag naar huis. Tot nu toe heeft er echter nog geen behandeling plaatsgevonden en in de thuissituatie worden risico’s gezien dat er opnieuw een incident kan plaatsvinden. De psychiater twijfelt niet aan de goede intenties van betrokkene om thuis mee te werken aan ambulante behandeling. Wel is er de zorg dat betrokkene daar stopt met zijn medicatie, omdat hij het nut ervan niet inziet. Deze medicatie is echter noodzakelijk. Het plan voor de komende periode is om klinisch te stabiliseren, te zoeken naar de juiste medicatie en dosering, en een ambulant team in te schakelen dat thuis kan ondersteunen. De psychiater verzoekt gelet op het voorgaande om het verzoek toe te wijzen.
Door de ouders is naar voren gebracht dat zij het liefst willen dat betrokkene terug naar huis komt. Nu betrokkene zijn medicatie niet gebruikt, is hij veel drukker in zijn gedrag dan normaal. De ouders ervaren door de situatie stress en zouden graag zien dat betrokkene weer naar huis gaat. In zijn eigen omgeving voelt betrokkene zich namelijk het beste.
De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van het verzoek. Op 12 juni jongstleden is er een zitting geweest, waarbij het verzoek tot voortzetting crisismaatregel is afgewezen omdat betrokkene vrijwillig opgenomen wilde worden. Het gedwongen kader belemmert betrokkene en bevordert het herstel niet. Betrokkene betwist de diagnose nog altijd. Daarnaast is hij van mening dat er geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene wil op basis van vrijwilligheid door, en het liefst in overleg zo spoedig mogelijk naar huis. De ouders geven ook aan dat zij betrokkene het liefst thuis hebben. Betrokkene is een voorbeeldige patiënt; hij werkt aan alles mee en aan zijn intenties wordt niet getwijfeld. Het hielp hem toen hij het vertrouwen kreeg om op basis van vrijwilligheid verder te gaan. De advocaat verzoekt gelet op het voorgaande om het verzoek af te wijzen.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene sinds 9 juni 2026 is opgenomen op de high intensive care vanwege een psychose. Kort voor de opname heeft hij zijn vader mishandeld. Dit gedrag kwam voort uit zijn overtuiging dat zijn ouders betrokken zijn bij identiteitsfraude die door de overheid wordt gepleegd. Betrokkene denkt dat hij met zijn algoritmes DNA kan analyseren en zo kan bepalen wie ziek is geworden door COVID-19-vaccinaties. Volgens hem zijn de overheid en een specifiek persoon hier verantwoordelijk voor. Hij heeft daarnaast het idee dat hij in de gaten wordt gehouden door de overheid. Deze overtuigingen leiden tot angst, boosheid en vlak voor de opname tot ernstige agressie richting zijn vader.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Er is sprake van een psychose met grootheidswanen en paranoïde wanen. Betrokkene is daarnaast bekend met ADHD. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de diagnose van de onafhankelijk psychiater.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
De verplichte vormen van zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’, ‘het verrichten van medische controles’, ‘het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’, ‘insluiten’ en ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ zal de rechtbank niet in de machtiging overnemen, omdat de psychiater heeft verklaard dat dit voor betrokkene niet nodig is.
Gelet op de overgelegde stukken en de zitting wordt onder de verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’, verstaan dat betrokkene contact heeft met zijn ambulant behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene heeft aangegeven naar huis te willen en hij wil zijn medicatie afbouwen. Op dit moment is het echter nog niet verantwoord om naar huis te gaan. Betrokkene heeft nog geen behandeling gehad. Er moet nog worden gekeken naar zijn medicatie en de juiste dosering. Daarnaast moet er een ambulant team ingeschakeld worden om betrokkene thuis te ondersteunen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, voor de verzochte duur van drie weken.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 juli 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken, griffier en op schrift gesteld op 8 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.