ECLI:NL:RBZWB:2026:6877

ECLI:NL:RBZWB:2026:6877

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-06-2026
Datum publicatie 25-07-2026
Zaaknummer C/02/447828 / JE RK 26-779
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/447828 / JE RK 26-779

Datum uitspraak: 24 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] (België), hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 mei 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder;

een vertegenwoordiger van de GI.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft via Teams hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij haar moeder.

Bij beschikking van 25 juni 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 25 juni 2025 en tot 25 juni 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI vindt verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk, omdat er nog onvoldoende gewerkt is aan de ontwikkelingsbedreigingen ten aanzien van [minderjarige] . In december 2025 is het psychologisch onderzoek bij De Viersprong afgerond en is voor [minderjarige] de inzet van Mentalization-Based Treatment (adolescenten variant) geadviseerd. Dit is een intensieve vorm van behandeling en zal veel vragen van zowel de moeder als [minderjarige] . De combinatie van school, werk en therapie valt volgens [minderjarige] niet te combineren. De GI benoemt in dit kader dat het baantje van [minderjarige] alleen ziet op de zomervakantie. In de opstartfase van de behandeling kan het inderdaad voorkomen dat zij 3 à 4 keer per week naar therapie moet, maar dit zal niet elke week zijn. De moeder heeft school gevraagd of [minderjarige] het schooljaar kan halen in combinatie met de behandeling. Omdat de school dit op voorhand niet kan zeggen, is bij [minderjarige] de indruk gewekt dat zij het jaar zal moeten overdoen. De GI betreurt dat dit ervoor heeft gezorgd dat de motivatie van [minderjarige] voor deze behandeling is verdwenen. [minderjarige] heeft uitgesproken dat zij zonder ondertoezichtstelling de behandeling niet zal aangaan en het lukt de moeder niet om [minderjarige] hiertoe te motiveren. Daarnaast zal het voor [minderjarige] lastig zijn om de behandeling structureel vast te houden. Er kan mogelijk sprake zijn van uitstelgedrag, mede gezien de diagnoses die zijn gesteld. De ondertoezichtstelling is dan ook noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de behandeling voor [minderjarige] bij De Viersprong van de grond komt en door haar gevolgd wordt. Het intakegesprek zal eerdaags plaatsvinden en mogelijk kan de therapie al eind juli 2026 starten. De gemeente heeft toegezegd het taxivervoer van en naar de therapie te vergoeden wanneer de moeder vanwege haar werk hiervoor niet beschikbaar is. De bezwaren van de moeder en [minderjarige] ten aanzien van de afspraken die in het kader van de behandeling gepland moeten worden alsmede ten aanzien van het halen en brengen van [minderjarige] zal de GI met De Viersprong bespreken. Bezien zal worden of het mogelijk is dat (een deel van) de gesprekken online en/of buiten schooltijd kunnen plaatsvinden, zodat het verzuim op school en de impact van deze afspraken wat meer beperkt kunnen worden. De GI vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden, zoals is verzocht door de moeder, te kort. De GI wil de ontwikkelingen langer kunnen opvolgen en geeft de voorkeur aan een termijn van minimaal negen maanden, omdat [minderjarige] in januari 2027 16 jaar wordt en betwijfeld wordt of zij dan haar behandeling zal voortzetten, aangezien zij dan zelf hierover mag beslissen. Een langere periode zorgt ervoor dat [minderjarige] niet haar tijd gaat uitzitten in de hoop dat de ondertoezichtstelling daarna niet meer verlengd wordt.

De moeder vindt verlenging van de ondertoezichtstelling nodig, met name voor [minderjarige] omdat zij duidelijk aangeeft niet langer te willen meewerken aan de behandeling bij De Viersprong. De moeder staat achter deze intensieve vorm van behandeling, want [minderjarige] heeft dit gezien haar diagnoses nodig. Hoewel eerder [minderjarige] hiervoor gemotiveerd was, laat zij inmiddels veel weerstand zien vanwege de impact die het zal hebben op haar schoolgang. [minderjarige] gaat veel lessen missen en vanuit de school is bij haar de indruk gewekt dat zij hierdoor zal blijven zitten. Daarbij benoemt [minderjarige] dat zij tot haar 16e verplicht kan worden om mee te werken aan de behandeling, daarna niet meer. Middels de ondertoezichtstelling kan voorkomen worden dat [minderjarige] haar behandeling voortijdig zal beëindigen. Het zou daarbij helpend zijn als een deel van de gesprekken online kan plaatsvinden. De moeder hoopt dat de GI deze mogelijkheid kan onderzoeken. Dit scheelt in reistijd, waardoor [minderjarige] minder lessen hoeft te missen. Misschien is het ook mogelijk om de gesprekken na schooltijd te plannen. Ook vraagt de moeder aandacht voor het vervoer van [minderjarige] van en naar De Viersprong. Nu heeft de gemeente het taxivervoer toegezegd voor de momenten dat de moeder vanwege werk niet beschikbaar is. Dit zou betekenen dat de moeder in de twee uur dat zij in de middag vrij is voor het vervoer van [minderjarige] moet zorgdragen. Dit is erg belastend voor de moeder, ook omdat zij de zorg heeft voor het halfzusje van [minderjarige] , [halfzusje] . Ook zij kent de nodige zorgen. De moeder doet erg haar best en heeft veel ballen hoog te houden. Voorkomen moet worden dat zij overbelast wordt.

[minderjarige] heeft het gesprek met de kinderrechter verteld dat zij het niet eens is met het verzoek om de ondertoezichtstelling te verlengen. Zij ervaart de ondertoezichtstelling als vervelend en als een beperking op haar leven. De afspraken met de jeugdbeschermer zijn vaak op een woensdag, de dag waarop zij andere dingen wil doen. [minderjarige] kent veel weerstand ten aanzien van de voor haar geadviseerde therapie, omdat dit 3 á 4 keer per week onder schooltijd zal plaatsvinden en zij hierdoor veel lessen moet missen. De therapie legt in combinatie met school en werk teveel druk op haar. Tevens zet het haar in een uitzonderingspositie ten opzichte van haar klasgenoten. [minderjarige] vreest dat wanneer zij de therapie zal gaan volgen zij het schooljaar moet overdoen. [minderjarige] wil dit absoluut niet en zou het fijner vinden als de therapie buiten schooltijd gepland kan worden en bij voorkeur bij haar voormalig psycholoog in België.

5. De beoordeling

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)

kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde

instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig

wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de

minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet

of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen

binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te

achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in

artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

Op grond van artikel 1:260 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat er in de afgelopen periode nog onvoldoende is gewerkt aan de eerder geconstateerde ontwikkelingsbedreigingen. In december 2025 is het psychologisch onderzoek bij De Viersprong afgerond. Naar aanleiding van de meerdere diagnoses die bij [minderjarige] zijn gesteld heeft De Viersprong een intensief behandelingstraject geadviseerd in de vorm van Mentalization-Based Treatment voor adolescenten. [minderjarige] heeft hiervoor lang op de wachtlijst gestaan en inmiddels is bekend dat het intakegesprek eerdaags zal plaatsvinden. De kinderrechter begrijpt dat dit een intensief traject is, waarbij het kan voorkomen dat [minderjarige] in de opstartfase drie à vier keer per week naar therapie zal moeten. Na een gesprek met school is bij [minderjarige] de indruk ontstaan dat zij zal doubleren wanneer zij door haar behandeling veel lessen zal moeten missen. Dit heeft ervoor gezorgd dat [minderjarige] niet langer gemotiveerd is voor deze vorm van behandeling en inmiddels zelfs weigert hieraan mee te werken. De kinderrechter begrijpt de weerstand van [minderjarige] , maar vindt het desondanks toch heel belangrijk dat zij deze behandeling aangaat omdat deze behandelingsvorm het meest lijkt aan te sluiten bij de gestelde diagnoses en [minderjarige] hiermee een goede basis kan leggen voor de rest van haar leven. De kinderrechter acht daarbij wel van belang dat er door de GI en in overleg met De Viersprong ook gezocht wordt naar mogelijkheden om de behandeling op een andere wijze in te vullen zodat deze een minder grote impact zal hebben op het dagelijks leven van [minderjarige] en beter kan aansluiten bij haar mogelijkheden. De aangedragen opties, zoals de inzet van MBT-Early, het deels online laten plaatsvinden van de behandeling en het plannen van afspraken buiten de schooltijden dienen dan ook te worden onderzocht.

Omdat [minderjarige] inmiddels aangeeft niet meer mee te werken aan de behandeling en zeker niet meer vanaf het moment dat zij 16 jaar wordt, acht de kinderrechter de ondertoezichtstelling noodzakelijk. In dat kader kunnen GI en de moeder samen optrekken om te zoeken naar de meest geschikte vorm van behandeling. De kinderrechter vreest dat dit moeder in het vrijwillig kader alleen niet lukt, zij heeft op dit moment (te) veel bordjes omhoog te houden. De ondertoezichtstelling en regie van de GI is daarom noodzakelijk om [minderjarige] hier ook voor te motiveren. De kinderrechter zal daarom het verzoek van de GI voor de volledig verzochte termijn toewijzen om zodoende te voorkomen dat [minderjarige] haar tijd zal uitzitten en zij onvoldoende tot behandeling komt wanneer de ondertoezichtstelling voor een beperkte duur wordt verlengd. De kinderrechter hoopt daarbij dat er een weg gevonden wordt waar ook [minderjarige] zich in kan vinden en waarvoor zij door de GI en de moeder gemotiveerd kan worden. Daarbij is het goed dat de moeder blijft proberen om [minderjarige] te motiveren voor de behandeling en dat de GI daarbij betrokken is als onafhankelijke derde.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 25 juni 2026 en tot 25 juni 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026 door mr. Hendriks, kinderrechter, in aanwezigheid van Bakker-Maljers als griffier, en op schrift gesteld op 9 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand