RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummers: C/02/434190 / FA RK 25-1902 (echtscheiding) & C/02/441444 / FA RK 25-5608 (verdeling)
Datum uitspraak: 24 juni 2026
beschikking betreffende echtscheiding
in de zaak van
[de man] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. G.S. de Haas te Geertruidenberg,
en
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. A. Elias te Oisterwijk.
1. Het procesverloop
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 11 april 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- de brief met bijlage van 17 april 2025 van mr. De Haas;
- de brief met bijlage van 18 april 2025 van mr. De Haas;
- het op 7 juli 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken;
- het op 4 augustus 2025 ontvangen verweerschrift op zelfstandige verzoeken, tevens inhoudende aanvullende verzoeken, met bijlagen;
- het op 28 augustus 2025 ontvangen verweerschrift op aanvullende verzoeken met bijlage;
- de brief met bijlage van 30 september 2025 van mr. Elias;
- de brief van 7 oktober 2025 van mr. De Haas;
- de brief met bijlagen van 29 mei 2026 van mr. Elias.
De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 8 juni 2026. Bij die gelegenheid zijn partijen, bijgestaan door hun advocaat, verschenen.
De [minderjarige] is gelet op haar leeftijd in staat gesteld haar mening kenbaar te maken. Zij heeft aangegeven niet op gesprek te komen, maar wel een korte schriftelijke reactie gegeven. Tijdens de zitting heeft de rechter samengevat wat [minderjarige] heeft geschreven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- zij zijn op [datum] 2003 te [plaats] (Turkije) met elkaar gehuwd;
- uit hun huwelijk zijn de volgende kinderen geboren:
1. de al meerderjarige [meerderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2004;
2. de nog minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2008;
- zij hebben de Nederlandse nationaliteit;
- er zijn geen voorlopige voorzieningen getroffen.
3. Het verzoek
De man verzoekt, samengevat:
- echtscheiding;
- bepaling dat de minderjarige haar hoofdverblijf zal hebben bij de vrouw;
- opneming van de door partijen getroffen regelingen, vastgelegd in eenouderschapsplan, in de beschikking;
- bepaling dat de vrouw de huurster van de echtelijke woning zal zijn;
- vaststelling van de verdeling van de gemeenschappelijke goederen conform zijn voorstel.
De vrouw verzoekt, samengevat:
- echtscheiding;
- bepaling dat de minderjarige haar hoofdverblijf zal hebben bij haar;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarige van € 25,= per maand;
- opneming van de door partijen getroffen regelingen, vastgelegd in een ouderschapsplan, in de beschikking;
- bepaling dat zij de huurster van de echtelijke woning zal zijn;
- vaststelling van de verdeling van de gemeenschappelijke goederen conform haar voorstel.
4. De beoordeling
Ontvankelijkheid
De rechtbank acht partijen ontvankelijk in het over en weer gedane verzoek tot echtscheiding. Op grond van artikel 815 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient een verzoek tot echtscheiding een ouderschapsplan te bevatten ten aanzien van het minderjarige kind van partijen. De vrouw heeft op 30 september 2025 een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan ingediend.
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe met betrekking tot het verzoek tot
echtscheiding, aangezien ten tijde van de indiening van het verzoek partijen hun gewone
verblijfplaats hadden in Nederland. De rechtbank zal op het verzoek tot echtscheiding
Nederlands recht toepassen ingevolge artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
Inhoudelijke beoordeling
Beide partijen verzoeken de echtscheiding uit te spreken, omdat het huwelijk
duurzaam is ontwricht. Dit verzoek zal als niet weersproken en op de wet gegrond
worden toegewezen. De wet staat echter niet toe de echtscheiding uitvoerbaar bij voorraad
te verklaren, zodat de rechtbank het verzoek daartoe afwijst.
Aanhechten ouderschapsplan
De vrouw heeft op 30 september 2025 verzocht het door haar overgelegde ouderschapsplan op te nemen in de beschikking. Ook de man heeft verzocht dit ouderschapsplan aan te hechten. Gelet hierop zal het over en weer gedane verzoek tot aanhechting van het ouderschapsplan worden toegewezen.
Hoofdverblijf en kinderalimentatie
Ter zitting zijn de verzoeken met betrekking tot het hoofdverblijf en de kinderalimentatie ingetrokken, nu de afspraken die partijen hierover hebben gemaakt ook volgen uit het ouderschapsplan dat aan de beschikking wordt gehecht. Nu deze verzoeken zijn ingetrokken, komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling daarvan. De rechtbank zal deze verzoeken daarom afwijzen.
Huurrecht
Zowel de man als de vrouw verzoeken te bepalen dat de vrouw de huurster is van de woning aan [adres] te [woonplaats 2] . Dit verzoek zal als op de wet gegrond worden toegewezen.
Verdeling van de huwelijksgemeenschap
De over en weer gedane verzoeken met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgemeenschap zijn ter zitting reeds besproken. De rechtbank zal bij nadere beschikking daarover beslissen. De rechtbank is nog in afwachting van een vertaling van het door de vrouw als productie 5 overgelegde Turkse taxatierapport van een stuk grond in Turkije dat tot de huwelijksgemeenschap behoort. Met de advocaat van de vrouw is afgesproken dat die vertaling uiterlijk 7 juli 2026 wordt ingediend. De man wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken (na binnenkomst van de vertaling) zijn nadere standpunt ten aanzien van dit taxatierapport kenbaar te maken.
Verder is besproken dat de man de vrouw zo spoedig mogelijk inzage dient te geven in de saldi van de op zijn naam staande bankrekeningen op de peildatum (11 april 2025). Het betreft het saldo van de bankrekening met [rekeningnummer] en de bankrekening op naam van de man in Turkije. De man reist deze zomervakantie nog naar Turkije, zodat hij het saldo van zijn bankrekening in Turkije kan opvragen.
De rechtbank merkt tot slot op dat het debat over de verdeling van de huwelijksgemeenschap voor het overige is gesloten. Voor zover (een van de) partijen nadere standpunten innemen betreffende de overige bestanddelen, is de rechtbank voornemens daarvan geen kennis nemen.
5. De beslissing
De rechtbank
in de zaak met zaakkenmerk C/02/434190 / FA RK 25-1902 (echtscheiding):
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2003 te [plaats] (Turkije) met elkaar gehuwd;
bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking;
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw vanaf de dag dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de echtelijke woning, gelegen aan [adres] te [woonplaats 2] ;
wijst het meer of anders verzochte af;
in de zaak met zaakkenmerk C/02/441444 / FA RK 25-5608 (verdeling):
draagt de vrouw op om uiterlijk 7 juli 2026 een vertaling in te dienen van het door haar als productie 5 ingediende Turkse taxatierapport, waarna de man vier weken de tijd krijgt om hierop te reageren;
houdt de beslissing op de verzoeken met betrekking tot de huwelijksgemeenschap aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Bollen, en, in tegenwoordigheid van mr. Van Egeraat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.