ECLI:NL:RBZWB:2026:6881

ECLI:NL:RBZWB:2026:6881

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 25-06-2026
Datum publicatie 26-07-2026
Zaaknummer C/02/417128 / FA RK 23-5924
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Overeenstemming mbt gezamenlijk gezag en zorgregeling.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/417128 / FA RK 23-5924

datum uitspraak: 25 juni 2026

nadere beschikking betreffende wijziging gezag en vaststelling zorgregeling

in de zaak van

[de man] ,

hierna te noemen de man,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. L.A.E. Bregonje-Voermans te Terneuzen,

tegen

[de vrouw] ,

hierna te noemen de vrouw,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. F.L.I. de Vleesschauwer te Terneuzen.

Als belanghebbende in onderhavige zaak wordt aangemerkt:

- mr. M. Kalle, advocaat te Middelburg, in zijn hoedanigheid van bijzondere curator over de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,

hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het verdere procesverloop

De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:

- de beschikking van 1 mei 2024 en de daarin vermelde stukken;

-

- het e-mailbericht van Kind in Scheiding Zeeland d.d. 9 juni 2025 met bijlagen;

- de brief van de Raad d.d. 24 juni 2025;

- het F9-formulier van mr. De Vleesschauwer d.d. 22 juli 2025;

- het F9-formulier van mr. Bregonje-Voermans d.d. 24 juli 2025 met bijlage;

- het F9-formulier van mr. De Vleesschauwer d.d. 11 februari 2026 met bijlage;

- het proces-verbaal van de zitting d.d. 11 februari 2026;

- de brief van de Raad d.d. 16 maart 2026;

- het F9-formulier van mr. Bregonje-Voermans d.d. 21 april 2026 met bijlage;

- het F9-formulier van mr. Bregonje-Voermans d.d. 5 mei 2026 ;

- het F9-formulier van mr. De Vleesschauwer d.d. 5 mei 2026;

- het F9-formulier van mr. De Vleesschauwer d.d. 5 juni 2026;

- het F9-formulier van mr. Bregonje-Voermans d.d. 8 juni 2026.

2. De nadere beoordeling

De rechtbank verwijst naar haar beschikking van 1 mei 2024. In deze beschikking heeft de rechtbank bepaald dat de man en [minderjarige] voorlopig gerechtigd zijn tot begeleide omgang met elkaar gedurende drie keer per week, met inachtneming van hetgeen in de beschikking onder 4.2.3 is opgenomen. Daarnaast is de man toestemming verleend - ter vervanging van die van de vrouw - tot erkenning van [minderjarige] , onder de voorwaarde dat deze erkenning plaatsvindt binnen zes maanden na het in kracht van gewijsde gaan van deze beslissing. Tot slot zijn partijen verwezen naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio Zeeland voor de inzet van hulpverlening ten behoeve van de in de beschikking opgenomen resultaten. De Raad is verzocht indien dit traject niet start of niet leidt tot een positief resultaat dan wel als de Raad zelf daartoe aanleiding ziet, om een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de in de beschikking vermelde vragen. Iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de definitieve zorg-/omgangsregeling is in afwachting van resultaten die bereikt worden aangehouden.

Op 9 juni 2025 is van Kind in Scheiding Zeeland een negatieve terugmelding ontvangen. In de bijlage is het eindrapport van de betrokken zorgaanbieder overgelegd.

Bij brief van 24 juni 2025 heeft de Raad laten weten geen zorgen te hebben over de fysieke veiligheid van [minderjarige] . De Raad heeft wel enige zorgen over haar sociaal-emotionele veiligheid. Hoewel ouders zich intensief hebben laten begeleiden door professionele hulpverlening, verschillen zij soms van mening over wat goed is voor [minderjarige] . Het is positief dat het contact tussen [minderjarige] en de vader is opgebouwd. De Raad volgt het advies van Kind in Scheiding Zeeland, in die zin dat het in het belang van [minderjarige] is dat er een beslissing volgt vanuit de rechtbank. Dit biedt [minderjarige] en de ouders duidelijkheid en voorspelbaarheid, waardoor onrust en eventuele onenigheid hierover eindigt. Naar mening van de Raad is een advies middels een raadsrapportage niet noodzakelijk. Er is volgens de Raad voldoende informatie over [minderjarige] en de ouders beschikbaar voor de rechtbank om op basis hiervan een beslissing te nemen. Mocht een advies vanuit de Raad toch gewenst zijn, kan de rechtbank hiertoe een verzoek doen.

Mr. Bregonje-Voermans heeft middels haar brief d.d. 24 juli 2025 laten weten dat de man kennis heeft genomen van het bericht van de Raad en dat hij zich hierin kan vinden. Hij wenst dat er een regeling wordt vastgesteld voor de contacten tussen hem en [minderjarige] . Dit zal tot duidelijkheid leiden tussen partijen. De door hem eerder verzochte regeling is inmiddels achterhaald en behoeft aanpassing. De man wijzigt zijn verzoek met betrekking tot het contact met [minderjarige] als volgt:

A. [minderjarige] 2 – 2,5 jaar:

Voor de periode dat [minderjarige] 2 tot 2,5 jaar is zal de man contact hebben met [minderjarige] elke maandag van 09:00 uur tot 18:00 uur alsmede elke week afwisselend op zaterdag of zondag van 10:00 uur tot 18:00 uur;

B. [minderjarige] 2,5 – 3 jaar:

Vanaf het moment dat [minderjarige] 2,5 jaar is tot dat zij 3 jaar is zal [minderjarige] gedurende twee dagen door de week bij de man verblijven (dagen in onderling overleg af te stemmen), alsmede elk weekend van ofwel vrijdag 15:00 uur tot zaterdag 18:00 uur, dan wel vanaf zaterdag 15:00 uur tot zondag 18:00 uur;

C. [minderjarige] 3 – 3,5 jaar:

Vanaf hetmoment dat [minderjarige] 3 jaar tot 3,5 jaar is dan zal zij gedurende drie dagen per week bij de man verblijven alsmede één dag in het weekend en éénmaal in de veertien dagen van vrijdagmiddag 15:00 uur tot zondagavond 18:00 uur;

D. [minderjarige] vanaf 3,5 jaar:

Zodra [minderjarige] 3,5 jaar is zal zij de helft van de tijd bij de man verblijven, conform een week op week af regeling.

De man verzoekt deze regeling bij beschikking vast te leggen. Ten aanzien van zijn verzoek om gezamenlijk met de vrouw te worden belast met het gezag over [minderjarige] merkt de man op dat zowel vanuit de bijzondere curator, de hulpverlening als de Raad niet is geadviseerd. De man lijkt dit wel wenselijk en verzoekt de rechtbank dan ook om ten aanzien van het gezag de hulpverlening en de Raad om aanvullend advies te vragen.

Tijdens de zitting van 11 februari 2026 is gebleken dat het partijen is gelukt om het contact tussen [minderjarige] en de man geleidelijk aan op te bouwen en dat beiden er achter staan dat dit een vervolg krijgt. Omdat het lastig voor partijen is gebleken om afspraken hierover te komen, heeft de Raad aangeboden om partijen hierbij te helpen middels de inzet van OIO (Ouderschap in Overleg). In afwachting van het verslag en een eventueel advies van de Raad is de procedure aangehouden.

Op 16 maart 2026 is het OIO-verslag van de Raad ontvangen, waarin de Raad adviseert om een omgangsregeling te bepalen, in die zin dat het contact tussen [minderjarige] en de man onder regie van de betrokken hulpverlening verder wordt opgebouwd tot een regeling die inhoudt:

- één keer per veertien dagen contact van vrijdagmiddag/-avond tot maandag 13:00 uur (als [minderjarige] naar school gaat van vrijdag na school tot maandag naar school), alsmede één keer per veertien dagen (niet aansluitend op voorgenoemd weekend) van dinsdagavond tot woensdagochtend naar het kinderdagverblijf (als [minderjarige] naar school gaat van dinsdag uit school tot woensdag naar school), waarbij geldt:

met ingang van april 2026 overnacht [minderjarige] één keer per veertien dagen één nacht bij vader;

met ingang van juli 2026 overnacht [minderjarige] één keer per veertien dagen twee nachten bij vader;

met ingang van oktober 2026 overnacht [minderjarige] één keer per veertien dagen drie nachten bij vader (van vrijdag t/m maandag);

met ingang van januari 2027 overnacht [minderjarige] ook wekelijks van dinsdag op woensdag bij vader;

met ingang van januari 2027 vervalt het contact één keer per veertien dagen op zaterdag of zondag van 9.30 tot 19.00 uur.

Daarnaast adviseert de Raad om het verzoek van de man voor een gelijke verdeling van

week-op-week-af af te wijzen. De man heeft de wens om in de toekomst het contact uit te

breiden naar co-ouderschap. Ouders hebben afgesproken omstreeks het moment dat [minderjarige] naar

groep 3 gaat de overeengekomen regeling te evalueren. Tot slot adviseert de Raad het

verzoek van de man om ouders gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] te belasten toe te wijzen.

Op 21 april 2026 heeft mr. Bregonje-Voermans gereageerd op de voornoemde adviezen van de Raad. De man stemt in met het voorstel voor wat betreft de verdeling van zorg- en opvoedingstaken. Het advies ziet echter niet op de verdeling van de vakanties. Namens de man wordt dan ook verzocht om in de beschikking de volgende regeling met betrekking tot de vakanties op te nemen:

a. a) even jaren:

in de even jaren verblijft [minderjarige] bij de man tijdens:

- de voorjaarsvakantie;

- de tweede week van de meivakantie;

- week 3,4 en 6 van de zomervakantie;

- de eerste week van de kerstvakantie;

b) oneven jaren:

in de oneven jaren verblijft [minderjarige] bij de man tijdens:

- de eerste week van de meivakantie;

- week 1, 2, 5 van de zomervakantie;

- de herfstvakantie;

- de tweede week van de kerstvakantie.

Voorts verzoekt de man om een verdeling van de feestdagen als volgt:

a. in de even jaren:

alsdan verblijft [minderjarige] op eerste Paasdag, eerste Pinksterdag bij de man (en dus tweede Paasdag en tweede Pinksterdag bij de vrouw;

in de oneven jaren;

[minderjarige] verblijft in de oneven jaren op tweede Paasdag en tweede Pinksterdag bij de man (en dus eerste Paasdag en eerste Pinksterdag bij de vrouw);

op Vaderdag zal [minderjarige] bij de man verblijven en op Moederdag bij de vrouw;

Indien [minderjarige] in de eerste week van de kerstvakantie bij de man verblijft zal zij op tweede kerstdag van 12:00 uur tot 27 december 12:00 uur bij de vrouw verblijven. Deze regeling heeft ook te gelden voor de man als [minderjarige] in de eerste week van de kerstvakantie bij de vrouw verblijft;

Verblijft [minderjarige] in de tweede week van de kerstvakantie bij de man dan zal zij op 1 januari 12:00 uur tot 2 januari bij de vrouw verblijven en dan geldt dezelfde regeling voor als [minderjarige] in de tweede week bij de vrouw verblijft.

De man verzoekt de voorgaande regeling in een beschikking op te nemen. Alsdan kan de zaak schriftelijk worden afgedaan.

Bij F9-formulier van 5 mei 2026 laat mr. Bregonje-Voermans weten dat er tussen partijen nader overleg heeft plaatsgevonden. Dit overleg heeft erin geresulteerd dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de vakanties. Dit maakt wel dat het voornoemde bericht van de man aanpassing behoeft, als volgt:

- vanaf het moment dat [minderjarige] naar school zal gaan (september 2027) zal de door de man verzochte regeling met betrekking tot de vakanties ingaan en gelden. Voorafgaand aan het moment dat [minderjarige] 4 jaar wordt en alsdan naar school gaat zal [minderjarige] de helft van de voorjaarsvakantie van 2027 bij de man doorbrengen, alsmede één week in de meivakantie van 2027 en een week in de zomervakantie 2027, een en ander in onderling overleg met de vrouw en de ingeschakelde hulpverlening vast te stellen. Voor het overige blijft het verzoek van de man zoals weergegeven in het schrijven van 21 april 2026 ongewijzigd. De man verzoekt de zaak schriftelijk af te doen.

Mr. De Vleesschauwer heeft op 5 mei 2026 laten weten dat de vrouw instemt met het namens de man ingediende aangepaste verzoek d.d. 5 mei 2026 als ook met de overige verzoeken van de man zoals die zijn gedaan bij brief d.d. 21 april 2026. De vrouw verzoekt de zaak schriftelijk af te doen en een beschikking te wijzen.

Op verzoek van de griffier zijn partijen verzocht om zich nog uit te laten over het gezag, nu een actueel standpunt hierover in de stukken ontbreekt. Mr. De Vleesschauwer heeft op 5 juni 2026 laten weten dat de vrouw kan instemmen met het verzoek van de man om beide partijen te belasten met het gezamenlijk gezag over [minderjarige] . Mr. Bregonje-Voermans heeft op 8 juni 2026 het voorgaande bevestigd. Beide partijen verzoeken de zaak schriftelijk af te doen door de bereikte overeenstemming in een beschikking op te nemen.

De rechtbank stelt vast dat partijen tot overeenstemming zijn gekomen omtrent het gezag en de zorgregeling. De rechtbank zal, gelet op de overeenstemming tussen partijen en nu het verzochte haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, dienovereenkomstig beslissen en het verzoek tot gezamenlijk gezag toewijzen en de overeengekomen zorgregeling bij beschikking vaststellen. Het meer of anders verzochte zal worden afgewezen.

Ten slotte overweegt de rechtbank dat de taak van de bijzondere curator als beëindigd wordt beschouwd.

3. De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat partijen voortaan gezamenlijk het gezag uitoefenen over de minderjarige

[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023;

bepaalt dat de man en [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:

- één keer per veertien dagen van vrijdagmiddag/-avond tot maandag 13:00 uur (als [minderjarige] naar school gaat van vrijdag na school tot maandag naar school), alsmede één keer per veertien dagen (niet aansluitend op voorgenoemd weekend) van dinsdagavond tot woensdagochtend naar het kinderdagverblijf (als [minderjarige] naar school gaat van dinsdag uit school tot woensdag naar school), waarbij als opbouwregeling geldt:

-met ingang van april 2026 overnacht [minderjarige] één keer per veertien dagen één nacht bij vader;

-met ingang van juli 2026 overnacht [minderjarige] één keer per veertien dagen twee nachten bij vader;

-met ingang van oktober 2026 overnacht [minderjarige] één keer per veertien dagen drie nachten bij vader (van vrijdag t/m maandag);

-met ingang van januari 2027 overnacht [minderjarige] ook wekelijks van dinsdag op woensdag bij vader;

-met ingang van januari 2027 vervalt het contact één keer per veertien dagen op zaterdag of zondag van 9.30 tot 19.00 uur;

- voor wat betreft de vakanties

a. a) even jaren:

in de even jaren verblijft [minderjarige] bij de man tijdens:

- de voorjaarsvakantie;

- de tweede week van de meivakantie;

- week 3, 4 en 6 van de zomervakantie;

- de eerste week van de kerstvakantie;

b) oneven jaren:

in de oneven jaren verblijft [minderjarige] bij de man tijdens:

- de eerste week van de meivakantie;

- week 1, 2, 5 van de zomervakantie;

- de herfstvakantie;

- de tweede week van de kerstvakantie.

waarbij geldt: vanaf het moment dat [minderjarige] naar school zal gaan (september 2027) zal de regeling met betrekking tot de vakanties ingaan en gelden. Voorafgaand aan het moment dat [minderjarige] 4 jaar wordt en alsdan naar school gaat zal [minderjarige] de helft van de voorjaarsvakantie van 2027 bij de man doorbrengen, alsmede één week in de meivakantie van 2027 en een week in de zomervakantie 2027, een en ander in onderling overleg met de vrouw en de ingeschakelde hulpverlening vast te stellen.

- voor wat betreft de feestdagen:

a. in de even jaren:

alsdan verblijft [minderjarige] op eerste Paasdag, eerste Pinksterdag bij de man (en dus tweede Paasdag en tweede Pinksterdag bij de vrouw;

in de oneven jaren;

[minderjarige] verblijft in de oneven jaren op tweede Paasdag en tweede Pinksterdag bij de man (en dus eerste Paasdag en eerste Pinksterdag bij de vrouw);

op Vaderdag zal [minderjarige] bij de man verblijven en op Moederdag bij de vrouw;

indien [minderjarige] in de eerste week van de kerstvakantie bij de man verblijft zal zij op tweede kerstdag van 12:00 uur tot 27 december 12:00 uur bij de vrouw verblijven. Deze regeling heeft ook te gelden voor de man als [minderjarige] in de eerste week van de kerstvakantie bij de vrouw verblijft;

verblijft [minderjarige] in de tweede week van de kerstvakantie bij de man dan zal zij op 1 januari 12:00 uur tot 2 januari bij de vrouw verblijven en dan geldt dezelfde regeling voor als [minderjarige] in de tweede week bij de vrouw verblijft.

indien [minderjarige] in de eerste week van de kerstvakantie bij de man verblijft zal zij op tweede kerstdag van 12:00 uur tot 27 december 12:00 uur bij de vrouw verblijven. Deze regeling heeft ook te gelden voor de man als [minderjarige] in de eerste week van de kerstvakantie bij de vrouw verblijft;

verblijft [minderjarige] in de tweede week van de kerstvakantie bij de man dan zal zij op 1 januari 12:00 uur tot 2 januari bij de vrouw verblijven en dan geldt dezelfde regeling voor als [minderjarige] in de tweede week bij de vrouw verblijft,

een en ander overeenkomstig de door partijen gemaakte afspraken met betrekking tot de reguliere zorgregeling, de vakanties en de feestdagen en zoals opgenomen onder r.o. 2.8, 2.9 en 2.10 van deze beschikking;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers, griffier.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Dijkman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand