ECLI:NL:RBZWB:2026:6888

ECLI:NL:RBZWB:2026:6888

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 25-06-2026
Datum publicatie 26-07-2026
Zaaknummer C/02/441385 / FA RK 25-5564
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Wijzging gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/441385 / FA RK 25-5564

Datum uitspraak: 25 juni 2026

beschikking over gezag

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna: de vrouw,

wonende in [woonplaats],

advocaat: mr. C.F.A. Cadot in Roosendaal,

tegen

[de man],

hierna: de man,

wonende te [woonplaats],

over de minderjarige:

- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2011.

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het procesverloop

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 20 oktober 2025 ontvangen verzoekschrift wijziging gezag ex artikel 1:253n BW met bijlagen;

- de brief van 7 mei 2026 van mr. Cadot met bijlagen.

Het verzoek is mondeling behandeld op 4 juni 2026. Bij die behandeling is gekomen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Ook was een vertegenwoordigster aanwezig van de Raad. De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Voor deze mondelinge behandeling heeft de kinderrechter met [minderjarige] gesproken over het verzoek. Tijdens de zitting heeft de rechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van deze rechtbank van [datum 1] 2023 is de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op [datum 2] 2023 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand die daarvoor zijn bedoeld.

[minderjarige] is voorafgaand aan het huwelijk uit de relatie van partijen geboren.

[minderjarige] heeft haar hoofdverblijf bij de vrouw.

De man heeft [minderjarige] erkend.

Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige].

3. Het verzoek

De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de vrouw met ingang van de te wijzen beschikking, bij uitsluiting van de man, belast zal zijn met het ouderlijk gezag over [minderjarige] althans te bepalen dat het gezag over [minderjarige] voortaan alleen aan de vrouw toekomt, kosten rechtens.

De man heeft geen verweer gevoerd.

4. De beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter het

gezamenlijk gezag, zoals bedoeld (in dit geval) in artikel 1:251 lid 2 BW, beëindigen, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of

onvolledige gegevens is uitgegaan. Alsdan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders

voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen toekomt.

Uit artikel 1:253n lid 2 BW volgt dat artikel 1:251a lid 1 BW van toepassing is. In laatstgenoemd artikel staat dat de rechter, na ontbinding van het huwelijk, kan bepalen dat het gezag over de minderjarige aan één ouder toekomt, indien (a) er een onaanvaardbaar risico is dat bij instandhouding van gezamenlijk gezag van beide ouders de minderjarige klem of verloren zou raken tussen die ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

Gewijzigde omstandigheden

De rechtbank dient eerst te beoordelen of er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Uit de door de vrouw overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, volgt dat de man in het kader van een strafrechtelijke veroordeling (onder andere) een contactverbod met de vrouw en [minderjarige] opgelegd heeft gekregen. Mede om die reden heeft tussen partijen al lange tijd geen contact plaatsgevonden en ook tussen de man en [minderjarige] is al een jaar geen enkele vorm van contact. De rechtbank oordeelt dat dit relevante wijzigingen van omstandigheden zijn, zodat de vrouw in haar verzoek wordt ontvangen.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw verzoekt verkrijging van het eenhoofdig gezag, omdat gelet op de ernstig verstoorde verhouding tussen partijen er een risico is dat [minderjarige] klem of verloren zal raken tussen partijen en dit niet binnen afzienbare tijd zal veranderen. Daarnaast is wijziging van het gezag ook anderszins in het belang van [minderjarige], omdat de man door persoonlijke problemen belemmerd wordt in de uitoefening van het gezag en geen invulling kan geven aan zijn rol als opvoeder.

De Raad acht een aannemelijk risico aanwezig dat [minderjarige] bij instandhouding van het gezamenlijk gezag klem of verloren zal raken tussen partijen. Door het opgelegde contactverbod kan er bovendien ook praktisch gezien geen overleg tussen partijen over (gezags)beslissingen ten aanzien van [minderjarige] plaatsvinden. De Raad adviseert het verzoek van de vrouw toe te wijzen.

De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kind uitoefenen. Voor gezamenlijk gezag is in het algemeen vereist dat ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, dan wel tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen, zodanig dat het kind niet klem of verloren raakt tussen de ouders.

Op basis van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat er tussen partijen geen basis meer aanwezig is voor de uitoefening van het gezamenlijk gezag over [minderjarige]. Tussen partijen is al lange tijd geen (goede) communicatie meer. Uit de onweersproken stellingen van de vrouw volgt dat de voor [minderjarige] betrokken hulpverlening (CJG) en de meerderjarige zoon van partijen fungeerden als tussenpersoon in het contact tussen partijen. Zo verliep, tot aan het contactverbod, de communicatie tussen de vrouw en de man via die hulpverlening. Verder werd wanneer in het kader van het gezamenlijk gezag beslissingen over [minderjarige] genomen moesten worden de meerderjarige zoon van partijen ingezet om toestemmingsformulieren aan de man voor te leggen, zodat de benodigde handtekening van de man kon worden verkregen. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat partijen al geruime tijd niet in staat zijn tot een behoorlijke uitoefening van het gezamenlijk gezag over [minderjarige]. Hierdoor is bij instandhouding van dat gezamenlijk gezag sprake van een onaanvaardbaar risico dat zij klem of verloren zal raken tussen partijen. Niet te verwachten is dat hierin binnen een redelijke termijn verbetering zal optreden. In verband met het aan de man opgelegde contactverbod mag er namelijk tussen de man en de vrouw en [minderjarige] geen -direct dan wel indirect- contact zijn. Dit verbod maakt het voor partijen in ieder geval de komende jaren praktisch onmogelijk om contact met elkaar te hebben en staat dus ook in de weg aan een gezamenlijke uitoefening van het gezag over [minderjarige].

Naast het ontbreken van communicatie tussen partijen heeft het er, gelet op de onweersproken stellingen van de vrouw, alle schijn van dat de man worstelt met eigen (verslavings)problematiek en zijn leven niet op orde heeft. Uit het gesprek dat [minderjarige] met de kinderrechter heeft gehad, volgt dat het onbetrouwbare handelen en het gedrag van de man haar heeft doen besluiten geen contact meer met de man te willen. Tussen de man en [minderjarige] is er dan ook al een jaar geen enkele vorm van contact geweest. De rechtbank is van oordeel dat de man hierdoor geen enkel zicht meer heeft op de belevingswereld van [minderjarige], de ontwikkelingen die zij doormaakt en hetgeen er in haar omgaat. Daarmee ontbreekt het hem dus ook aan inzicht in de gezagsbeslissingen die ten aanzien van haar genomen dienen te worden. In dat verband acht de rechtbank het van belang dat de vrouw heeft aangegeven dat [minderjarige] dringend hulpverlening nodig heeft naar aanleiding van alle gebeurtenissen die zich in de afgelopen jaren tussen partijen hebben voorgedaan en de ontwikkelingen rondom het contact tussen de man en [minderjarige]. Op 1 juli aanstaande staat een intakegesprek bij een hulpverleningsorganisatie gepland. De rechtbank is van oordeel dat het voor [minderjarige] van groot belang is dat die hulpverlening zonder belemmeringen opgestart en ingezet kan worden. Een situatie waarin de vrouw en [minderjarige] voor het daadwerkelijk vormgeven van die hulpverlening afhankelijk zijn van de toestemming van de man, is niet in het belang van [minderjarige].

Onder de genoemde omstandigheden en gehoord het advies van de Raad is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat het gezag over haar wordt gewijzigd, in die zin dat de vrouw voortaan alleen het gezag over haar uitoefent. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw dan ook toewijzen.

Uitvoerbaar bij voorraad

De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

Aantekening gezagsregister

In verband met het bepaalde in artikel 2, aanhef en sub a, van het Besluit Gezagsregisters zal de rechtbank de griffier gelasten om in het centrale gezagsregister een aantekening te maken van deze beslissing, zodat voor iedereen duidelijk is dat de vrouw voortaan alleen het gezag over [minderjarige] heeft.

De proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

5. De beslissing

De rechtbank:

beëindigt het gezamenlijk gezag van partijen over de [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2011 en bepaalt dat het gezag over [minderjarige] voortaan alleen aan de vrouw toekomt;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

gelast de griffier van deze rechtbank om deze beslissing over het gezag in te schrijven in het gezagsregister;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Polak, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Polak

Griffier

  • mr. Boomaars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand