ECLI:NL:RBZWB:2026:6892

ECLI:NL:RBZWB:2026:6892

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 25-06-2026
Datum publicatie 26-07-2026
Zaaknummer C/02/448661 / KG ZA 26-270
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vervangende toestemming vakantie. Afwijzen vordering (in reconventie) bevel tot medewerken zorgregeling. De zorgregeling wordt nagekomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

vonnis

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

zaaknummer: C/02/448661 / KG ZA 26-270

Vonnis in kort geding van 25 juni 2026

in de zaak van

[de vrouw] ,

wonende in [woonplaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat: mr. N.A. Boelhouwer uit Tilburg,

tegen

[de man] ,

wonende in [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

hierna te noemen de man,

advocaat: mr. A. Sangar uit Rotterdam,

over de minderjarigen:

- [minderjarige 1]geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats 1] (Roemenië), hierna te noemen [minderjarige 1] ;

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2023 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 2] .

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de voorzieningenrechter over de vorderingen te adviseren.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 3 juni 2026 met vier producties;

- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie van 10 juni 2026.

Op 11 juni 2026 heeft de voorzieningenrechter de zaak mondeling met gesloten deuren behandeld omdat het belang van de minderjarigen en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

Tijdens de zitting zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de man. Daarnaast is een medewerkster namens de Raad verschenen.

De advocaat van de man heeft aan de zitting deelgenomen door middel van een digitale verbinding via Teams.

Ten behoeve van partijen is ter zitting telefonisch bijstand verleend door een tolk in de Roemeense taal.

De voorzieningenrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft, voorafgaand aan de zitting, haar mening gegeven in een kindgesprek met de voorzieningenrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter verteld wat [minderjarige 1] heeft aangegeven in het gesprek. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van deze rechtbank van 15 april 2026 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is tot op heden nog niet ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.

Tijdens het huwelijk van partijen zijn de minderjarigen geboren.

Partijen hebben samen het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

De minderjarigen hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw zoals bepaald in de echtscheidingsbeschikking. De minderjarigen hebben wekelijks op zondag contact met de man.

Partijen en de minderjarigen hebben de Roemeense nationaliteit.

3. Het geschil in conventie en reconventie

De vrouw vordert bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. aan haar vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarigen naar haar ouders in Roemenië te reizen in de periode van 18 juli 2026 tot en met 1 augustus 2026;

II. de man te veroordelen in de kosten van het geding, een en ander te voldoen

binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening op de minuut en op alle dagen en uren.

De man voert verweer tegen de vorderingen van de vrouw in conventie en concludeert:

I. de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans deze af te wijzen;

II. subsidiair, voor het geval aan de vrouw vervangende toestemming voor de reis naar Roemenië wordt verleend, te bepalen dat:

a. deze toestemming slechts geldt onder de voorwaarde dat de vrouw uiterlijk vóór vertrek aan de man en zijn advocaat verstrekt:

- de retourtickets;

- het volledige reisschema, waaronder vertrek- en aankomstdata, vluchtnummers en

luchthavens;

- het volledige verblijfsadres in Roemenië;

b. de vrouw gedurende de vakantie vaste contact- dan wel beeldbelmomenten tussen de man en de minderjarigen faciliteert;

c. voor de vervallende zorgmomenten een concrete inhaalregeling geldt;

III. de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

In reconventie vordert de man bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de vrouw te bevelen haar volledige medewerking te verlenen aan de tussen partijen

geldende zorgregeling, inhoudende dat de minderjarigen iedere zondag van 07.00 uur tot 19.00 uur bij de man verblijven;

II. te bepalen dat de vrouw een dwangsom verbeurt van € 50,- voor ieder dagdeel dat zij in strijd handelt met het onder 5 gevorderde bevel, met een maximum van€ 5.000,-.

4. De standpunten

Door en namens de vrouw is aangevoerd dat zij en de man een belaste geschiedenis kennen. De man is een aantal jaren geleden naar Nederland gegaan om hier te werken. De vrouw bleef met [minderjarige 1] in Roemenië. In 2022 is de vrouw samen met [minderjarige 1] naar de man in Nederland gegaan. De man bleek op dat moment met een andere Roemeense vrouw te wonen die zwanger was van de man. De man heeft deze vrouw weggestuurd en zij woont nu met het kind in Roemenië. De vrouw is nadien zwanger geraakt van [minderjarige 2] .

De vrouw wilde graag werken in Nederland, maar zij mocht dat niet van de man. Zij moest van de man thuis blijven en voor de minderjarigen zorgen. De vrouw heeft tijdens het bedrijfsfeest voor het gezin de man betrapt met een andere Roemeense vrouw. De man werd agressief naar de vrouw en op 29 juni 2025 is er sprake geweest van fors huiselijk geweld van de man jegens de vrouw. De minderjarigen zijn hiervan getuige geweest. De vrouw heeft aangifte gedaan en de man heeft een contactverbod gekregen. De man is door de rechter veroordeeld.

De vrouw wil in de zomervakantie twee weken met de minderjarigen op vakantie naar haar ouders in Roemenië gaan. De vrouw en de minderjarigen hebben de ouders van de vrouw al lang niet gezien. De vrouw zal met de minderjarigen reizen per vliegtuig. Dit vormt geen gevaar voor de gezondheid van [minderjarige 1] in verband met haar gehoorproblemen. De vrouw heeft als vakantieperiode 18 juli 2026 tot en met 1 augustus 2026 voor ogen of een dag later heen of een dag eerder terug, afhankelijk van de ticketprijzen. Omdat de man tot op heden zijn toestemming niet geeft, durft de vrouw nog geen vliegtickets voor haar en de minderjarigen te kopen. Zij kan de vliegreis naar Roemenië pas boeken als zij weet dat zij samen met de minderjarigen mag gaan.

De man voert geen geldige redenen aan voor de weigering van zijn toestemming. De vrees van de man dat de vrouw niet met de minderjarigen zal terugkeren uit Roemenië is onterecht en ongegrond. De vrouw is geenszins voornemens om met de minderjarigen in Roemenië te blijven. De vrouw en de minderjarigen zijn in Nederland geworteld. Het is de vrouw gelukt om haar leven in Nederland op orde te krijgen. Via [hulpverlening] heeft zij een eigen woning in [woonplaats] kunnen huren. Ook heeft de vrouw werk gevonden in [plaats 1]. Keven gaat naar de kinderopvang en [minderjarige 1] volgt in verband met gehoorproblemen onderwijs bij [school] in [plaats 2]. Deze wijze van onderwijs zou [minderjarige 1] in Roemenië nooit krijgen. Na de zomervakantie gaan de vrouw en de minderjarigen verhuizen naar [plaats 1]. Dit zodat de vrouw dichter bij haar werk woont, [minderjarige 1] dichter bij haar school en [minderjarige 2] dichter bij de kinderopvang. De vrouw is bereid om de retourtickets en het volledige reisschema, waaronder de vertrek- en aankomstdata, vluchtnummers en luchthavens aan de man te verstrekken nadat zij de reis heeft geboekt. Het is niet nodig om het verblijfadres van de vrouw en de minderjarigen in Roemenië aan de man te verstrekken. Het adres van de ouders, waar de vrouw samen met de minderjarigen in Roemenië zullen verblijven, is namelijk bij de man bekend. De man staat ook op dit adres ingeschreven in Roemenië. Ook vindt de vrouw het niet nodig om beeldbelmomenten tussen de man en de minderjarigen tijdens de vakantie in Roemenië te faciliteren en om een concrete inhaalregeling vast te stellen. Er vinden nooit beeldbel-momenten tussen de man en de minderjarigen plaats, ook niet op de momenten dat de man afziet van contact met de minderjarigen omdat hij iets anders heeft. Dit is al meerdere malen voorgekomen. Bovendien is de man recent twee weken op vakantie naar Roemenië geweest waarbij hij de minderjarigen twee zondagen niet heeft gezien. Dat was voor de man kennelijk geen probleem.

Er is geen reden om de vrouw te bevelen haar medewerking te verlenen aan de contact-momenten tussen de man en de minderjarigen op de zondag. De vrouw verleent hieraan namelijk haar volledige medewerking. Buiten de contactmomenten waarvan de man op eigen initiatief heeft afgezien, hebben er tot op heden drie contactmomenten geen doorgang gevonden waarbij de vrouw betrokken is geweest. Tweemaal is het contactmoment niet doorgegaan omdat de man geen kinderstoel voor [minderjarige 2] had geregeld om hem te vervoeren en eenmaal omdat de broer van de vrouw met zijn kinderen uit Duitsland op bezoek kwam naar Nederland en de minderjarigen met de kinderen van haar broer wilden spelen.

De vrouw staat open voor hulpverlening om de communicatie en samenwerking tussen haar en de man te verbeteren. Zij ervaart hierin veel moeilijkheden.

Aangezien de vrouw genoodzaakt is deze procedure te starten omdat de man zonder goede gronden zijn medewerking weigert, is er voldoende reden om de man te veroordelen in de kosten van het kort geding. Daarbij wijst de vrouw erop dat zij eerder, namelijk in december 2025, een kort geding aanhangig heeft moeten maken omdat zij vervangende toestemming nodig had voor de aanvraag van een paspoort voor [minderjarige 1] en omdat zij in de kerstvakantie een paar dagen naar haar broer in Duitsland wilde gaan. De man is ter zitting verschenen en heeft alsnog de benodigde papieren ondertekend, waarna het kort geding is ingetrokken.

Door en namens de man is aangevoerd dat hij uitdrukkelijk de door de vrouw geuite beschuldigingen ontkent. De vrouw presenteert halve waarheden met het kennelijke doel om de man in een kwaad daglicht te stellen. Dat is niet alleen niet in het belang van partijen, maar zeker ook niet in het belang van de minderjarigen. De man heeft een punt gezet achter de relatie met de vrouw en heeft een nieuw leven met een nieuwe partner. Hij wil als ouder graag betrokken zijn bij de minderjarigen omdat hij weet dat de minderjarigen behoefte hebben aan hun beide ouders.

De man verzet zich niet tegen het uitgangspunt dat de minderjarigen op vakantie mogen gaan. Hij gunt de minderjarigen een vakantie en betwist niet dat een vakantie voor hen plezierig en waardevol kan zijn. Het geschil ziet dus niet op de vraag of de minderjarigen vakantie mogen hebben, maar op de vraag onder welke voorwaarden aan een buitenlandse reis met de vrouw kan worden meegewerkt.

De man is er niet zeker van dat de minderjarigen bij een vakantie samen met de vrouw naar Roemenië terug zullen keren naar Nederland. Dat standpunt is niet onredelijk. De vrouw heeft meermaals gedreigd dat zij naar Roemenië terug zal keren en dat hij de minderjarigen dan nooit meer zal zien. De man kan zijn vrees niet met concrete stukken onderbouwen, maar uit de beschikbare rechtspraak volgt dat de rechter in die situatie ter ondervanging van die reis de reizende ouder kan verplichten om retourtickets, een reisschema en het verblijfsadres te verstrekken. De man heeft behoefte aan dergelijke objectieve gegevens om zekerheid te hebben dat de minderjarigen, waarvan hij heel veel houdt, daadwerkelijk naar Nederland terug zullen keren. Daarnaast geldt dat bij een vakantie van de vrouw samen met de minderjarigen naar Roemenië gedurende twee weken, één of mogelijk twee zondagse contactmomenten tussen de man en de minderjarigen komen te vervallen. Ook dat bezwaar heeft de man reeds tijdig kenbaar gemaakt. Tot op heden heeft de vrouw geen concreet voorstel gedaan voor vervangende contactmomenten, inhaalzorg of tenminste beeldbellen op vaste tijden. Dat is onzorgvuldig, juist waar de man een bestaande met de minderjarigen onderhoudt.

Gelet op dit alles is de man van mening dat de vordering van de vrouw tot vervangende toestemming vakantie in de huidige vorm moet worden afgewezen. In het geval aan de vrouw toch vervangende toestemming zou worden verleend, moet aan die toestemming strikte voorwaarden worden verbonden, namelijk dat de vrouw voorafgaand aan de reis aan de man en zijn advocaat de retourtickets, het volledige reisschema, en het volledige verblijfsadres in Roemenië verstrekt. Daarnaast moet de vrouw gedurende de vakantie bereikbaar zijn voor de man, moet zij vaste beeldbelmomenten tussen de man en de minderjarigen faciliteren en moet voor de vervallende zondagse contactmoment(en) een concrete inhaalregeling worden vastgesteld.

Daarnaast stelt de man dat tussen partijen een zorgregeling geldt op grond waarvan de minderjarigen iedere zondag van 7:00 uur tot 19:00 uur bij hem verblijven. De vrouw weigert regelmatig uitvoering te geven aan deze regeling. De doorgang van omgang koppelt de vrouw aan andere geschilpunten tussen partijen, waaronder discussies over alimentatie en andere onderwerpen. In april en mei heeft de man de minderjarigen drie keer niet gezien door weigering van de vrouw. De minderjarigen hebben belang bij continuïteit, voorspelbaarheid en een onbelast contact met hun beide ouders. De man vordert daarom om de vrouw te bevelen haar volledige medewerking te verlenen aan de zorgregeling, op straffe van een dwangsom.

De man staat, net als de vrouw, open voor hulpverlening om de communicatie en samenwerking tussen hem en de vrouw te verbeteren. Partijen zijn ex partners, maar zullen altijd de ouders van de minderjarigen blijven. Het zou prettig zijn wanneer de vrouw in de communicatie haar toon leer te matigen. Zij trekt vaak fel van leer hetgeen niet helpend is. De man wil er ook in de toekomst voor de minderjarigen zijn.

Voor een proceskostenveroordeling van de man, zoals door de vrouw gevorderd, bestaat geen grond. De zaak is familierechtelijk van aard zodat een compensatie van de proceskosten in de rede ligt.

De medewerkster van de Raad heeft naar voren gebracht dat de Raad geen enkel bezwaar ziet tegen een vakantie van de vrouw samen met de minderjarigen naar Roemenië. Daarbij heeft de Raad er vertrouwen in dat de vrouw de reis naar Roemenië op een passende wijze zal invullen. Belangrijk is dat partijen met behulp van hulpverlening gaan werken aan een verbetering van de onderlinge communicatie en samenwerking. Partijen kunnen zich voor hulpverlening wenden tot de gemeente. Samen met de gemeente kan gezocht worden naar een passende hulpverlenende instantie die tussen partijen kan bemiddelen.

5. De beoordeling in conventie en in reconventie

Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht

Aangezien partijen en de minderjarigen de Roemeense nationaliteit hebben en [minderjarige 1] , in tegenstelling tot [minderjarige 2] niet in Nederland maar in Roemenië is geboren, heeft deze zaak een internationaal karakter. De voorzieningenrechter zal daarom eerst beoordelen of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van partijen.

De vorderingen van partijen betreffen geschillen in het kader van de gezamenlijke gezagsuitoefening van partijen over de minderjarigen. De vorderingen dienen daarom te worden gekwalificeerd als kwesties inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid. In zaken betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid is bevoegd het gerecht van de lidstaat waar de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip waarop de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Aangezien de gewone verblijfplaats van de minderjarigen op het moment waarop dit kort geding aanhangig is gemaakt in Nederland is gelegen (en bovendien nog steeds ligt), is de Nederlandse rechter bevoegd om van de vorderingen in deze zaak kennis te nemen.

Nu de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen, is daarop Nederlands recht van toepassing.

Inhoudelijke beoordeling

Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie, zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.

Vervangende toestemming vakantie

Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de zitting staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vordering tot vervangende toestemming vakantie vast.

Het geschil van partijen betreft een geschil in de zin van artikel 1:253a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. Nu de man geen toestemming heeft verleend voor een vakantie van de vrouw samen met de minderjarigen naar Roemenië, moet de voorzieningenrechter beslissen of aan de vrouw vervangende toestemming moet worden verleend. De voorzieningenrechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van de minderjarigen wenselijk voorkomt.

De voorzieningenrechter zal, conform het advies van de Raad, aan de vrouw vervangende toestemming verlenen om samen met de minderjarigen af te reizen naar Roemenië en aldaar te verblijven in de periode van 18 juli 2026 tot en met 1 augustus 2026. Door de man is niet (met objectieve) gegevens aannemelijk gemaakt waarom de voorgenomen vakantie niet in het belang van de minderjarigen moet worden geacht en dat die toestemming daarom moet worden geweigerd.

De vrouw heeft voldoende onderbouwd wat haar beweegredenen zijn voor de vakantie naar Roemenië. Zij wil samen met de minderjarigen haar ouders in Roemenië bezoeken, die zij al heel lang niet hebben gezien. Belangrijk is dat de minderjarigen met de familie van de vrouw een band hebben, ook in het kader van hun identiteitsontwikkeling. De voorzieningenrechter ziet geen, althans onvoldoende aanwijzingen, op grond waarvan gevreesd moet worden dat de vrouw niet met de minderjarigen terug zal keren van de vakantie naar Roemenië. Het leven van de vrouw en de minderjarigen speelt zich af in Nederland; de vrouw heeft een baan en woning in Nederland, [minderjarige 1] gaat in Nederland naar school waar zij begeleiding krijgt in verband met haar gehoorproblemen en [minderjarige 2] gaat naar de kinderopvang.

Aangezien de vrouw nog geen vliegtickets heeft geboekt kan zij deze gegevens niet vooraf aan de man overleggen zo als door hem gevorderd. Wel zal de voorzieningenrechter bepalen dat de vrouw, zodra zij in het bezit is van de tickets, de tickets van haar en de minderjarigen aan de man laat zien, zowel van de heenreis naar Roemenië als van de terugreis naar Nederland. Daarbij zal de vrouw ook de vluchtgegevens aan de man te verstrekken, waaronder de vertrek- en aankomstdata, vluchtnummers en luchthavens. Over het verblijfadres van de vrouw samen met de minderjarigen in Roemenië bestaat geen onduidelijkheid. De vrouw en de minderjarigen verblijven bij de ouders van de vrouw, welk adres, zoals onweersproken gesteld door de vrouw, de man bekend is. Het belang bij het verstrekken van het (volledige) verblijfadres in Roemenië door de vrouw aan de man ontbreekt dan ook. De vorderingen van de man worden afgewezen.

Ook de vorderingen van de man om te bepalen dat de vrouw, in het geval aan haar vervangende toestemming voor de vakantie wordt verleend, vaste contact- dan wel beeldbelmomenten tussen de man en de minderjarigen tijdens de vakantie faciliteert en dat voor de vervallende contactmomenten op de zondag een concrete inhaalregeling wordt vastgesteld, zullen door de voorzieningenrechter worden afgewezen. Partijen mogen hierover zeker een afspraak maken, maar dwang is hier niet het juiste middel.

Zorgregeling en oplegging van dwangsommen

Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de zitting ontbreekt naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van de man bij zijn vordering om de vrouw te bevelen haar volledige medewerking te verlenen aan de geldende zorgregeling onder straffe van een dwangsom. Partijen zijn met elkaar overeengekomen dat de man wekelijks op de zondag contact heeft met de minderjarigen. De voorzieningenrechter heeft geen aanwijzingen dat de vrouw deze afspraak met de man structureel schendt en/of frustreert. De voorzieningenrechter is gebleken dat van de drie omgangsmomenten die geen doorgang hebben gehad en waarbij beide partijen betrokken waren, de man in twee van deze omgangsmomenten zelf een aandeel heeft gehad vanwege het ontbreken van een kinderstoeltje in zijn auto om [minderjarige 2] veilig te vervoeren. De man heeft een kinderstoeltje aangeschaft. De contactmomenten gaan vrijwel altijd door. Gelet op het vorenstaande zal deze vordering van de man worden afgewezen.

Communicatie partijen

Zoals tijdens de zitting al besproken, volgt de voorzieningenrechter het standpunt van de Raad dat de problematiek van partijen vraagt om de inzet van een passend hulpverleningstraject bij een zorgaanbieder waarbij gewerkt gaat worden aan een verbetering van de onderlinge communicatie en samenwerking tussen partijen. Daarbij heeft de voorzieningenrechter waargenomen dat de vrouw denkt in termen van verwijten over het gedrag van de man rondom de beëindiging van hun relatie, hetgeen zij door lijkt te trekken in verwijten naar de man ten aanzien van het ouderschap. Bij de man ziet de voorzieningenrechter een vrij dwingende manier van formuleren over hoe de vrouw zich moet gedragen en handelen naar hem en de minderjarigen. Deze combinatie levert een bedreiging op van goed ouderschap. Dit is niet in het belang van de minderjarigen, en het is aan partijen als ouders van de minderjarigen om hierin hun verantwoordelijkheid te nemen en te gaan werken aan een verbetering van de situatie. Beide partijen hebben ter zitting aangegeven daartoe bereid te zijn. Afgesproken is dat partijen, na de verhuizing van de vrouw met de minderjarigen naar [plaats 1], zich wenden tot de gemeente voor een passend hulpverleningstraject.

Proceskosten

De voorzieningenrechter ziet reden, zoals door de vrouw verzocht, om de man hoofdelijk in de proceskosten, die aan haar zijde zijn gevallen, te veroordelen. De vrouw is genoodzaakt een Kort Geding procedure op te starten terwijl deze vakantiekwestie onderling eenvoudig oplosbaar was.

Onder de proceskosten vallen ook de nakosten. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (€ 178,-). In geval van betekening worden een extra bedrag aan salaris (€ 92,-) en de explootkosten van betekening toegekend.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie en reconventie

verleent - ter vervanging van de toestemming van de man - toestemming aan de vrouw om met de minderjarigen:

- [minderjarige 1]geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats 1] (Roemenië);

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2023 in [geboorteplaats 2] ,

af te reizen naar Roemenië en aldaar te verblijven in de periode van 18 juli 2026 tot en met 1 augustus 2026;

bepaalt dat de vrouw, zodra zij in het bezit is van de vliegtickets voor de reis naar Roemenië, de tickets van haar en genoemde minderjarigen aan de man laat zien, zowel van de heenreis naar Roemenië als van de terugreis naar Nederland alsook dat de vrouw de vluchtgegevens aan de man verstrekt, waaronder de vertrek- en aankomstdata, vluchtnummers en luchthavens;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

veroordeelt de man in de kosten van deze procedure, tot dusverre aan de zijde van de vrouw begroot op € 1.197,94, waarvan € 151,94 in verband met de kosten van de dagvaarding, € 715,- aan salaris advocaat en € 341,- aan griffierecht, te vermeerderen met de nakosten zoals vermeld in 5.14.;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Leuven, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 in tegenwoordigheid van mr. Snatersen, griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Snatersen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand