ECLI:NL:RBZWB:2026:6898

ECLI:NL:RBZWB:2026:6898

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 25-06-2026
Datum publicatie 26-07-2026
Zaaknummer C/02/448350 FA RK 26-2582
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Afwijzing verzoeken uitsluitend gebruik van de woning en partneralimentatie in voorlopige voorzieningen.

Uitspraak

2. De verzoeken

De vrouw verzoekt:

- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, gelegen aan [adres], te [woonplaats], (hierna: de woning) door haar;

- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage voor haar van € 1.500,= per maand.

De man verzoekt:

- primair: te bepalen dat het de man is toegestaan de woning te blijven bewonen tot aan het moment van juridische levering van de woning aan een derde koper;

- subsidiair, voor het geval het verzoek tot uitsluitend gebruik van de woning van de vrouw wordt toegewezen: te bepalen dat de vrouw voor de duur van haar exclusieve gebruik van de woning alle eigenaarslasten en gebruikerskosten verbonden aan de bewoning volledig voor haar rekening neemt;

- meer subsidiair, voor het geval het verzoek tot uitsluitend gebruik van de woning van de vrouw wordt toegewezen: de partneralimentatie op nihil te stellen, dan wel nader vast te stellen rekening houdend met de dubbele woonlasten van de man;

- de vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3. De beoordeling

Het gebruik van de echtelijke woning

De vrouw legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij een groot belang heeft bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning gedurende de echtscheidingsprocedure. De man betreedt en dreigt met het betreden van de woning met zijn nieuwe vriendin om de vrouw de woning te laten ontvluchten. De vrouw wordt veelvuldig door de man uitgescholden en onheus bejegend. Zij wenst dat de rust wederkeert. De vrouw is volledig arbeidsongeschikt, zowel op psychisch als lichamelijk vlak en zij geniet sinds kort zorg vanuit de WMO op het adres van de echtelijke woning. De man kan daarentegen makkelijk ergens anders zijn intrek nemen, bijvoorbeeld bij zijn vriendin. Bovendien is hij wegens werk toch al vele uren per week van huis. Ter zitting heeft de vrouw verder aangevoerd dat op de ochtend van de zitting een voorval heeft plaatsgevonden tussen partijen waarbij de man de vrouw heeft bedreigd en de noodzaak voor het alleengebruik van de woning nog groter is.

De man voert verweer en stelt zich op het standpunt dat het verzoek van de vrouw moet worden afgewezen. Er is geen sprake van een situatie waarbij onmiddellijk moet worden ingegrepen. Partijen verblijven al geruime tijd feitelijk gescheiden van elkaar in de woning, in een eigen kamer, zonder noemenswaardige incidenten of conflicten. Bovendien hebben zij op 29 mei 2026 een opdracht verstrekt aan een makelaar voor de verkoop van de woning. De man verzoekt te bepalen dat hij tot levering van de woning in de woning mag blijven. Hij verblijft al lange tijd in de woning en heeft zijn leven daar ingericht. De man heeft, net zoals de vrouw, geen andere woonruimte beschikbaar. Het is onjuist dat hij bij zijn vriendin of familie kan verblijven.

Het belang van de vrouw bij het uitsluitend gebruik van de woning is niet groter dan het belang van de man bij zijn verblijfsrecht in de woning gedurende de korte periode tot levering. Verder is het onredelijk hem te verplichten de woning te verlaten terwijl hij de totale woonlasten volledig blijft dragen. Als de man vertrekt en andere woonruimte moet huren heeft hij dubbele woonlasten. Ter zitting heeft de man aangegeven dat hij, in tegenstelling tot wat de vrouw aangeeft, wel degelijk in de woning heeft verbleven. Hij heeft hooguit een paar dagen bij zijn vriendin verbleven, maar deze relatie is over. Daarnaast wenst de man de komende tijd opknapwerkzaamheden te verrichten aan de woning, zoals door partijen met de makelaar is afgesproken, om de woning verkoopklaar te maken. Deze werkzaamheden kunnen niet door de vrouw worden uitgevoerd.

De rechtbank is van oordeel dat de vrouw onvoldoende belang heeft bij het uitsluitend gebruik van de woning gedurende de echtscheidingsprocedure tegenover de overige door de man aangevoerde omstandigheden en zij overweegt daartoe als volgt. Door de man is niet betwist dat er in de afgelopen periode spanningen zijn tussen partijen zoals door de vrouw aangevoerd. Echter, uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat de woning op korte termijn zal worden verkocht en partijen ook al een verkoopopdracht hebben gegeven aan een makelaar. Dit betekent dat de resterende periode van gezamenlijk verblijf in de echtelijke woning door partijen beperkt zal zijn, mede gezien de geschatte prijscategorie waarbinnen de woning van partijen valt in combinatie met de huidige woningmarkt. Daarbij komt dat partijen beiden niet beschikken over vervangende woonruimte. De relatie van de man is beëindigd en hij kan dus niet bij zijn vriendin verblijven zoals door de vrouw aangevoerd. Bij toewijzing van het verzoek van de vrouw zou de man dus andere woonruimte moeten huren. Omdat de vrouw geen inkomen heeft, zou dat ook betekenen dat de man zowel de woonlasten van de echtelijke woning als van andere woonruimte zou moeten dragen, terwijl de man onweersproken heeft aangevoerd niet te beschikken over de financiële middelen daarvoor. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat partijen met de makelaar overeen zijn gekomen dat de man de komende tijd opknapwerkzaamheden aan de woning zal verrichten om de woning verkoop klaar te maken. In het geval hij de woning niet meer mag betreden, zou dit ook een belemmering van het verkooptraject opleveren. Dat is niet in het belang van beide partijen. Tot slot is gebleken dat de man vier dagen per week werkt in Almere. Hij is op die dagen de hele dag van huis, zodat een deel van de week partijen al niet gezamenlijk in de woning verblijven. Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank het verzoek van de vrouw zal afwijzen. De rechtbank benadrukt hierbij wel dat het de komende tijd aan partijen is om, met respect voor elkaar en het jarenlange huwelijk dat zij hebben gehad, elkaar zoveel mogelijk uit de weg te gaan in de woning en van elkaars persoonlijke eigendommen af te blijven. Het is in ieders belang dat het rustig blijft in de woning.

Artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kent een limitatieve opsomming. Het primaire verzoek van de man valt niet onder die opsomming. Daarom zal de rechtbank de man in dat verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

Het subsidiaire en meer subsidiaire verzoek van de man betreffen voorwaardelijke verzoeken. Omdat de voorwaarde, toewijzing van het verzoek van de vrouw betreffende het gebruik van de woning, niet is ingetreden, komt de rechtbank niet toe aan beoordeling van die verzoeken. Die verzoeken zullen daarom worden afgewezen.

Partneralimentatie

De vrouw legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij behoefte heeft aan een onderhoudsbijdrage van de man en dat hij de financiële draagkracht heeft die te voldoen.

De man voert verweer.

De rechtbank is van oordeel dat de vrouw, in het kader van deze voorlopige voorzieningen waarbij het gaat om het treffen van een ordemaatregel, geen behoefte heeft aan een bijdrage van de man. De man voorziet namelijk al in haar behoefte. De man heeft als enige inkomen en betaalt tot op heden alle vaste lasten van partijen, alsmede de kosten van de huishouding. Omdat de situatie waarin partijen samen in de woning verblijven zal worden voortgezet, zal de man ook die lasten moeten blijven betalen. De vrouw heeft niet gesteld dat zij in die situatie iets tekort komt. Dit betekent dat het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een door de man te betalen bijdrage in haar levensonderhoud zal worden afgewezen.

Proceskosten

De man heeft verzocht de vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure.

De rechtbank overweegt dat voorlopige voorzieningen formeel deel uitmaken van de echtscheidingsprocedure. Een proceskostenveroordeling in voorlopige voorzieningen is om die reden niet mogelijk. De man wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek de vrouw te veroordelen in de proceskosten van deze procedure.

4. De beslissing

De rechtbank:

verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn primaire verzoek en zijn verzoek de vrouw te veroordelen in de proceskosten van deze procedure;

wijst de verzoeken van de vrouw en het subsidiaire en meer subsidiaire verzoek van de man af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Benjaddi, en, in tegenwoordigheid van mr. Reijerse, griffier, in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Reijerse

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand