RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448914 / JE RK 26-983
Datum uitspraak: 25 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (de GI),
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
de vader;
de moeder.
Tevens waren, met bijzondere toestemming van de kinderrechter, aanwezig:
- mevrouw [persoon 1] , werkzaam bij [hulpverlening 1] , begeleidster van de vader;
- mevrouw [persoon 2] , werkzaam bij de [hulpverlening 2] , begeleidster van de moeder.
De GI is tijdens de zitting niet verschenen.
De kinderrechter heeft [minderjarige 2] en [minderjarige 1] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om met de kinderrechter in gesprek te gaan of hun mening over het verzoek op een andere manier kenbaar gemaakt.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven bij de vader.
Bij beschikking van 1 juli 2022 zijn [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] onder toezicht
gesteld van de GI met ingang van 1 juli 2022 en tot 1juli 2023. De maatregel is daarna steeds verlengd, laatstelijk tot 1 juli 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De beoordeling
De kinderrechter stelt vast dat de GI tijdens de zitting niet is verschenen. Uit telefonische navraag door de griffier van deze rechtbank is gebleken dat de regio waar de betrokken jeugdbeschermer werkzaam is, afwezig was in verband met een teamuitje en de receptioniste van de GI ook het spoedteam van die regio niet kon bereiken. Tevens is gebleken dat de GI wel correct is opgeroepen. De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat het verzoek wordt besproken in aanwezigheid van de GI. De huidige ondertoezichtstelling van de minderjarigen loopt echter tot 1 juli 2026. Het is gelet op deze aflooptermijn niet mogelijk gebleken om voorafgaand aan het aflopen van deze termijn het verzoek opnieuw tijdens een zitting te bespreken.
De kinderrechter ziet derhalve aanleiding om de bestaande situatie voor een korte periode voort te laten duren, zodat een nieuwe zittingsdatum kan worden bepaald en alle betrokkenen alsnog tijdens de zitting kunnen worden gehoord op het verzoek. De ouders hebben zich daartegen niet verzet. Dit betekent dat de termijn van de ondertoezichtstelling zal worden verlengd tot 1 augustus 2026. Het resterende deel van het verzoek zal ter zitting op [datum] 2026 om [uur] worden besproken, ten overstaan van mr. De Beer. Voor deze zitting zal 45 minuten worden uitgetrokken.
5. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen niet opnieuw bij aparte brief een uitnodiging krijgen voor een kindgesprek. Zij zijn op 23 juni jl. niet op het kindgesprek verschenen. Dit staat hen uiteraard vrij. Als ze de behoefte hebben om hun mening alsnog kenbaar te maken, dan mag dit ook via een brief of e-mail.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] met ingang van
1 juli 2026 en tot 1 augustus 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de beslissing op het resterende deel van het verzoek aan tot de zitting van
[datum] 2026 om [uur] van mr. De Beer;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproep voor die zitting voor de moeder, de vader en de GI.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van Casant als griffier, en op schrift gesteld op 2 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.