ECLI:NL:RBZWB:2026:6907

ECLI:NL:RBZWB:2026:6907

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 25-06-2026
Datum publicatie 26-07-2026
Zaaknummer C/02/448846 / JE RK 26-961
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verl. ots en verl. muhp.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/448846 / JE RK 26-961

Datum uitspraak: 25 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING GELDERLAND, gevestigd te Arnhem,

hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (JBG).

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. A.A. Broekman-de Feijter te Terneuzen,

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg, hierna te noemen: de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de doorverwijzingsbeschikking van de rechtbank Gelderland van 4 juni 2026 en alle daarin genoemde stukken.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- een vertegenwoordiger van de GI.

Hoewel correct opgeroepen, is niet verschenen:

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van JBG. JBG heeft op 10 juni 2026 een bericht gestuurd naar de rechtbank dat zij niet aanwezig zal zijn tijdens de zitting.

[minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar mening over het verzoek kenbaar te maken.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.

Bij beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 6 augustus 2018 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering tot 6 augustus 2019. Deze ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd. Bij beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 26 januari 2022 werd de ondertoezichtstelling van [minderjarige] opgeheven.

Bij beschikking van 10 april 2025 van de rechtbank Gelderland is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Gelderland tot 10 juli 2025.

De kinderrechter van de rechtbank Gelderland heeft [minderjarige] onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Gelderland, gevestigd te Arnhem, met ingang van 7 juli 2025 en tot 7 juli 2026.

Bij beschikking van de rechtbank Gelderland van 15 april 2025 is een (spoed)machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen bij de ouder zonder gezag (de vader). Deze maatregel is verlengd tot 7 juli 2026.

Tijdens de zitting is het verzoek met zaaknummer C/05/460419 / FA RK 25-4145

(gezag en hoofdverblijfplaats) gelijktijdig behandeld. De rechtbank Gelderland heeft in deze zaak de ouders belast met het gezamenlijke gezag over [minderjarige] en heeft de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] vastgesteld bij de vader.

Bij beschikking van de rechtbank Gelderland van 16 april 2026 is een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 16 april 2026 en tot 7 juli 2026. Tevens is de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Gelderland vanaf 1 juni 2026 vervangen door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming West.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI heeft verklaard dat de vader enige tijd geleden voor de tweede keer is opgenomen in verband met een acute alvleesklierontsteking. Hij is nog herstellende, maar het gaat beter met hem. De verwachting is dat de vader omstreeks 3 juli a.s. weer kan terugkeren naar huis. [minderjarige] is gelet op de opname van de vader in een pleeggezin geplaatst. Gezien het traumatische verleden van [minderjarige] lijkt de opvoeding toch meer te bevatten dan het huidige pleeggezin van tevoren had bedacht. [minderjarige] kan tot aan de zomervakantie in het pleeggezin blijven. [hulpverlening] is betrokken en de GI is bezig met een plan om de zomervakantie te overbruggen, zowel in het geval de vader toch nog langer in het ziekenhuis moet blijven als in het geval de vader te ondersteunen gedurende de aankomende periode dat hij ook thuis nog verder moet opknappen. [minderjarige] wil terug naar de vader en de vader staat daar ook voor open. Hij is ook bereid om daarvan af te wijken indien dat nodig blijkt te zijn. De GI wil nu eerst bezien hoe de vader thuiskomt en hoe het hem die week vergaat. De vader heeft een realistische kijk op het geheel en de GI vertrouwt erop dat hij het aangeeft in het geval het toch niet gaat bij hem thuis. [minderjarige] heeft de afgelopen tijd een heel goede ontwikkeling doorgemaakt, dat blijkt uit berichten van zowel de pleegzorgwerker, school en het huidige pleeggezin. De GI vindt het gelet op de huidige omstandigheden verstandig om de machtiging tot uithuisplaatsing in een pleeggezin voor in elk geval nog drie maanden te verlengen. Zodoende kan de GI een gedegen plan maken voor terugthuisplaatsing bij de vader, waarbij nog ruimte is om daarvan af te wijken. De GI verwacht in die periode voldoende zicht te krijgen op de mogelijkheden voor [minderjarige] en de vader. Om de situatie nog wat langer te kunnen monitoren, vindt de GI de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar wel noodzakelijk. De GI zal in die periode ook onderzoek doen naar de (on)mogelijkheden van de moeder. Speltherapie verwacht nog zeker een half jaar nodig te hebben met [minderjarige] . De GI houdt oog voor de mogelijkheden in het contact tussen [minderjarige] en de moeder. [minderjarige] heeft het verblijf bij de moeder in het verleden als heel belastend ervaren en er zijn dingen gebeurd waar ze last van heeft. De veiligheid van [minderjarige] staat voorop.

Namens de vader wordt tijdens de zitting het volgende verklaard. In april vond een videobelzitting plaats en na een uur was de vader helemaal op. Nu gaat vader twee maal per dag naar de fysio, loopt zelf rond en probeert zijn persoonlijke verzorging op te pakken. Begin volgende week heeft de vader nog een kleine ingreep gepland staan om dingen te optimaliseren. De vader heeft een acute alvleesklierontsteking gehad en daarnaast en daaromheen zijn allerlei verschillende ontstekingen ontstaan, waardoor het herstel langer heeft geduurd. De insteek van de vader is om begin juli naar huis te komen en om [minderjarige] daarna terug naar huis te halen. In samenspraak met de GI wordt hier nu een plan voor gemaakt. Als [minderjarige] in de zomervakantie wat weekenden uit logeren gaat, naar de zomerschool gaat en de kinderopvang hoopt de vader dat het behapbaar is op de momenten dat [minderjarige] wel thuis is. Als het toch niet gaat, dan zal de vader dat zeker melden. [minderjarige] heeft in het verleden het nodige meegemaakt. Zij wil niet bij de moeder gaan wonen en ook geen contact met haar. De vader vindt het voor [minderjarige] van belang dat de speltherapie doorgaat en dat daarna heel voorzichtig wordt gekeken naar wat de mogelijkheden van [minderjarige] zijn in het contact met de moeder. Anders zal aandacht moeten komen voor het gezag van de moeder. De advocaat van de vader verwacht dat hij geen bezwaar heeft tegen het verlengen van de machtiging voor de duur van drie maanden. De vader en de GI zitten op dezelfde lijn.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. [minderjarige] verblijft momenteel in een pleeggezin nadat de vader met een acute alvleesklierontsteking werd opgenomen in het ziekenhuis. [minderjarige] kan tot aan de zomervakantie in het pleeggezin blijven. De verwachting bestaat dat de vader begin juli terug kan keren naar huis. Hoewel betrokkenen terugplaatsing van [minderjarige] bij de vader beogen, is op dit moment onduidelijk of, en op welke termijn, de vader de verzorging en opvoeding van [minderjarige] weer volledig zelfstandig kan oppakken. De GI houdt zich op dit moment bezig met een plan om de opvang van [minderjarige] in de zomervakantie te regelen, waarbij het de bedoeling is dat [minderjarige] niet te veel wisselingen ervaart. De kinderrechter ondersteunt deze intentie. Hoewel zij het [minderjarige] en de vader gunt dat [minderjarige] kan terugkeren naar huis, vindt de kinderrechter de huidige situatie van de vader nog wel zorgelijk. Niet alleen is dit de tweede keer dat de vader is opgenomen met een (acute) alvleesklierontsteking, maar onduidelijk is in hoeverre en op welke termijn de vader weer zelfstandig de verzorging en opvoeding van [minderjarige] op zich kan nemen. [minderjarige] is daarnaast een kwetsbaar meisje, die het nodige vraagt in haar opvoeding. De kinderrechter vertrouwt er op dat de GI hier goed zicht op houdt en ook oog blijft houden voor alternatieve mogelijkheden, zoals het betrekken van een steungezin om de vader (tijdelijk) te ontlasten. Van belang is dat [minderjarige] zo veel mogelijk rust en stabiliteit ervaart. Om dit proces te kunnen blijven volgen, aan te sturen en te monitoren, vindt de kinderrechter het noodzakelijk dat de GI langer betrokken blijft. De kinderrechter zal gelet hierop het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling toewijzen voor de duur van een jaar. Nu [minderjarige] op dit moment niet thuis woont en nog onduidelijk is op welke termijn zij weer thuis kan wonen, zal de kinderrechter ook het verzoek strekkende tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing toewijzen, echter voor de periode van drie maanden onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. De kinderrechter verwacht dat de GI gedurende deze periode meer zicht kan krijgen op de (on)mogelijkheden van de vader in de verdere verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Verder acht de kinderrechter het van belang dat de [minderjarige] haar speltherapie continueert en de GI zicht houdt op de noodzaak om de hulpverlening op te schalen, zowel ten aanzien van [minderjarige] als de vader. De kinderrechter sluit zich verder aan bij de doelen van de ondertoezichtstelling zoals beschreven in het plan van aanpak.

Het resterende deel van het verzoek strekkende tot de uithuisplaatsing van [minderjarige] zal worden besproken op de zitting van [datum] 2026 om [uur] uur bij mr. Zuijdweg. Voor deze zitting zal 45 minuten worden uitgetrokken. [minderjarige] zal via een aparte brief uitgenodigd worden voor een kindgesprek. De kinderrechter verzoekt de GI om haar uiterlijk een week vóór de volgende zitting schriftelijk te informeren over de ontwikkelingen en haar standpunt te geven ten aanzien van het resterende deel van het verzoek.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 7 juli 2026 en tot 7 juli 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 7 juli 2026 en tot 7 oktober 2026;

bepaalt dat het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden tot de zitting van mr. Zuijdweg op [datum] 2026 om [uur] uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan Kousteensedijk 2 in [locatie] ;

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor die zitting voor de JBG, de GI, de vader en de moeder;

vraagt de griffier om [minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek gelegen vóór de zittingsdatum;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van Casant als griffier, en op schrift gesteld op 9 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand