ECLI:NL:RBZWB:2026:6908

ECLI:NL:RBZWB:2026:6908

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 25-06-2026
Datum publicatie 26-07-2026
Zaaknummer C/02/447815 / JE RK 26-776
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

verl. ots

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/447815 / JE RK 26-776

Datum uitspraak: 25 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. J.L.P. Heuts te Breda,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. D.J.A. Burlet te Oostburg.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 mei 2026;

nagezonden stukken van de GI, betreffende de tussenevaluaties Goed Genoeg Ouderschap (GGO) en een e-mailbericht betreffende ‘besluit wel/niet verlengen OTS’ ontvangen op 19 juni 2026.

De kinderrechter heeft ambtshalve kennisgenomen van de beschikking van de rechtbank van 4 juni 2026 (02/430524/ FA RK 25-64 / C/02/440939/ FA RK 25-5327).

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door mr. Burlet;

- de moeder, bijgestaan door mr. Heuts;

- een vertegenwoordiger van de GI.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van 3 februari 2025 heeft de kinderrechter [minderjarige] voorlopig

onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 3 februari 2025 tot 3 mei 2025.

Bij beschikking van de rechtbank van 4 juni 2026 is het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de moeder bepaald.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juli 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 3 juli 2025 en tot 3 juli 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI handhaaft het verzoek. Er is nog geen gezinsplan. Daar is de GI wel mee bezig en de GI heeft destijds al wel een concept gedeeld met de ouders. Het bleek een verkeerde keuze te zijn om het gezinsplan vanuit de voorlopige ondertoezichtstelling weer op te pakken. Er zijn nu aanvullende gesprekken en de gesprekken lopen goed. De GI verwacht van daaruit tot een gezinsplan te kunnen komen. Er was voornamelijk een verschil in opvatting over onder meer de situatiebeschrijving, ontwikkeling en de ontwikkeling van de ouders. De gedragswetenschapper vond dat het inzetten van een NICHD-onderzoek geen passend middel was. De uitbreiding van de omgang met de vader is uitgesproken en vanaf juli ligt de regie tot verdere uitbreiding bij de GI. De uitbreiding zal tot aan de herfstvakantie worden doorgetrokken en van daaruit zal worden bezien wat verder in het belang is van [minderjarige] . Het was wennen voor [minderjarige] om weer bij de vader te overnachten. Op school zagen ze een kleine terugval, maar [minderjarige] pakt het nu goed op. Zij is altijd blij als de vader haar komt halen en ook altijd blij als de moeder haar komt halen. School heeft geïnformeerd dat het goed gaat. Vanaf juli zal de omgang worden uitgebreid met een overnachting op zondag en vanaf augustus zal daar ook de vrijdagnacht bijkomen. Eind juli/begin augustus staat de eindevaluatie met GGO gepland. De echtscheiding is ook nog niet helemaal afgewikkeld. Ouderschapsbemiddeling geeft aan dat op het moment dat er nog procedures lopen rondom de afwikkeling van de echtscheiding, bemiddeling weinig effect zal hebben. De ondertoezichtstelling zal zich verder richten op de doelen ‘onbelast contact hebben met beide ouders’, ‘zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen’ en ‘opvolgen van adviezen van de hulpverlening en medici’. De huidige kindbehartiger deelt weinig informatie, althans niet de informatie zoals de ouders dat zouden wensen. [minderjarige] mag daarin zelf bepalen wat ze wil (laten) delen. Dat is hun werkwijze. De vraag is of het fijn is voor [minderjarige] om te moeten wisselen met een andere kindbehartiger die mogelijk wel meer informatie kan delen. Mogelijk zal ook [hulpverlening] daar niet aan mee- of samenwerken. De moeder heeft geen vertrouwen in de organisatie die het persoonlijkheidsonderzoek bij haar heeft afgenomen. Overigens heeft de GI na de vorige zitting begrepen dat de Raad niet bedoelde dat een persoonlijkheidsonderzoek moest worden afgenomen, maar een gezinsonderzoek. De ouders waren daar in de tussentijd echter al zelf mee aan de slag gegaan en konden daar ook leerdoelen uit halen. Als een van de ouders de resultaten niet wil delen, dan blijft het daar ook bij. Ook gelet op de signalen vanuit de advocaat van de moeder wil de GI daar ook voorzichtig mee zijn. Een gezinsonderzoek is in deze regio ook niet haalbaar.

De moeder heeft tijdens de zitting verklaard dat ze aan [minderjarige] kan merken dat er rondom de omgang met de vader veranderingen hebben plaatsgevonden. Als de moeder haar naar school brengt is [minderjarige] erg verdrietig en wil ze niet loslaten. Thuis heeft ze moeite met slapen en heeft meer nabijheid en aandacht nodig. De moeder begrijpt dat de ondertoezichtstelling nog nodig is. Nog niet alle onderzoeken zijn afgerond. Ten aanzien van de kindbehartiger is afgesproken dat deze gesprekjes zou hebben met [minderjarige] en dat vervolgens een terugkoppeling zou komen. [minderjarige] vindt het fijne gesprekjes, maar uit de evaluatie bleek dat [minderjarige] zelf mag aangeven wat ze wil delen en wat niet. De vertrouwenspersoon weet ook niet wat er allemaal speelt en is niet op de hoogte van alle ontwikkelingen, zodat deze ook niet weet waar extra aandacht aan moet worden besteed. De organisatie die een persoonlijkheidsonderzoek heeft afgenomen bij de moeder, doet dergelijke onderzoeken eigenlijk niet.

Namens de moeder is het volgende naar voren gebracht. Nu vanuit de kindbehartiger geen terugkoppeling komt blijft de moeder zorgen hebben over hoe het echt met [minderjarige] gaat, hoe ze met de huidige situatie om gaat en wat hierin het beste is voor haar. Ook de GI krijgt geen enkele terugkoppeling. Onduidelijk blijft dus waarom [minderjarige] reageert op bepaalde dingen. De moeder heeft begrepen dat een andere kindbehartiger geen optie is omdat dit niet in het pakket zit, waarbij de moeder ook is verteld dat de ouders dit dan wel zelf zouden kunnen regelen. De moeder zou graag zien dat er iemand met meer aandacht naar [minderjarige] kan kijken en dit ook terugkoppelt. Het NICHD-onderzoek is naar de achtergrond verdwenen en er is veel naar voren gekomen waardoor de vraag is of de GI daar wel voldoende aandacht voor heeft. Voor nu is ingezet op GGO, [hulpverlening] en een coach en vervolgens lijkt het proces te zijn om van daaruit toe te werken naar ouderschapsbemiddeling. Maar opgemerkt dient te worden dat er heel veel speelt tussen de ouders. Daar moet aandacht voor blijven, ook vanuit het bredere plaatje en daarbij moet ook oog zijn voor de zaken waarover de moeder heeft verteld. Dat heeft ook invloed op [minderjarige] . Als er sprake is geweest van intieme terreur binnen de relatie van de ouders, dan is het de vraag of ouderschapsbemiddeling wel ingezet kan worden. Er moet aandacht voor komen. Benadrukt wordt dat de GI de regie heeft. Zij moet zicht krijgen op de situatie, hetgeen ook voor de GI van belang is. Daarbij heeft de GI zelf kennelijk ook nog geen gesprek gehad met [minderjarige] , maar heeft zij alleen eens in de zoveel tijd een gesprekje op school. De moeder voelt zich niet prettig bij het afgenomen persoonlijkheidsonderzoek én de resultaten. De betrokken medewerker neemt normaliter ook geen persoonlijkheidsonderzoeken af. De moeder kan instemmen met de verlenging van de ondertoezichtstelling.

De vader heeft tijdens de zitting verklaard dat hij blij is dat [minderjarige] , ondanks dat zij middenin alle gebeurtenissen heeft gezeten, het zo goed doet op school. Ook bij de vader heeft [minderjarige] tijd nodig om te landen na een overdracht. Het gaat goed met [minderjarige] bij hem thuis. Ze danst, lacht en doet actief mee. De vader heeft het idee dat niemand [minderjarige] het afgelopen jaar heeft beschermd en dat doet hem verdriet. Alle processen kosten veel tijd. De vader begrijpt dat de ondertoezichtstelling verlengd moet worden. Hij denkt dat dit ook nodig is. De vader zou wel graag een tussentijds toetsmoment willen, zodat zaken niet blijven liggen en er zicht blijft op de ontwikkelingen.

Namens de vader is tijdens de zitting naar voren gebracht dat een kindbehartiger van belang is. Deze heeft echter een andere functie dan een coach en heeft andere mogelijkheden voor een kind. De moeder geeft ook aan dat [minderjarige] bepaald gedrag laat zien. Onduidelijk is waar dat vandaan komt. Daarin zit ook een zorg van de vader. Indien die mogelijkheid er is zou het goed zijn dat er zicht komt, ook voor [minderjarige] , op wat er gebeurt en speelt en dat de ouders handvatten krijgen om daar mee om te gaan. Te lezen valt dat het verblijf van [minderjarige] bij de vader prettiger verloopt, maar wat maakt het dan dat zij zo reageert? De vader heeft de afgelopen periode de nodige actie gemist en zich gestoord aan de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Hij is daarom zelf actief aan de slag gegaan om gesprekken op tafel te krijgen. Het is nogal wat om nu tijdens de zitting de term ‘intieme terreur’ op tafel te leggen. De vader heeft destijds de resultaten van zijn persoonlijkheidsonderzoek gedeeld. De moeder heeft dit niet gedaan en ook in de ouderschapsbemiddeling is daar nog niks mee gedaan. Meermaals is aangegeven dat nu begrepen wordt waarom de vader op bepaalde manieren reageert, zoals het ‘ratelen’. Een verklaring daarvoor kun je vinden in het persoonlijkheidsonderzoek. Als het onderzoek van de moeder ook zou worden gedeeld, zou dat bij de vader mogelijk ook tot begrip leiden. Die resultaten zouden de bodem moeten zijn waarop je gesprekken kunt aangaan met de ouders. Daarnaast kun je door kenmerken van de ouders mogelijk ook beter begrijpen waarom [minderjarige] op een bepaalde manier reageert. Het zou zonde zijn als de resultaten van het persoonlijkheidsonderzoek niet worden gebruikt en straks liggen te verstoffen. De ondertoezichtstelling nu loslaten is niet mogelijk, maar het zou wel beter zijn om er qua regievoering wat strakker in te zitten. Om die reden wordt verzocht om het verzoek toe te wijzen voor de duur van zes maanden, onder aanhouding van het restant. Partijen kunnen op een later moment schriftelijk reageren, waarna bezien kan worden of de volgende zitting doorgang moet vinden.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. De kinderrechter stelt vast dat de vastgestelde zorgen en problemen, zoals beschreven in de beschikking van de voorlopige ondertoezichtstelling, nog steeds aanwezig zijn. De kinderrechter ziet twee betrokken ouders die het beste lijken te willen voor [minderjarige] . Tegelijkertijd is nog steeds sprake van een ingewikkelde situatie tussen de ouders, zijn er spanningen en verloopt de communicatie nog moeizaam. Ouderschapsbemiddeling komt niet voldoende van de grond, omdat de echtscheidingsprocedure nog niet volledig is afgewikkeld. Ook kon het gezinsplan binnen de ondertoezichtstelling nog niet worden vastgesteld. Hierover is de GI nog in gesprek met de ouders. Positief is dat [minderjarige] gesprekken heeft met een vertrouwenspersoon en deze gesprekken ook prettig lijkt te vinden. Complicerend is dat deze vertrouwenspersoon geen informatie deelt over hetgeen [minderjarige] bezighoudt, waardoor zowel de ouders als de GI onvoldoende zicht krijgen op wat er in [minderjarige] omgaat en wat zij nodig heeft. De kinderrechter vraagt daarom aandacht bij de GI voor de mogelijkheid om naast deze vertrouwenspersoon nog een kindbehartiger in te zetten, dan wel – indien dit in het belang is van [minderjarige] – hierin een geleidelijke overgang naar een andere hulpverlener te realiseren. Zodoende kan vanuit [minderjarige] meer informatie komen en gedeeld worden over haar welbevinden binnen de beider opvoedsituaties. Dit is van belang voor de volgende stappen, namelijk hoe ervaart zij haar verblijf bij de ouders en wat heeft zij daarin mogelijk nog nodig. Het belang en de belastbaarheid van [minderjarige] staat hierin voorop. Zij moet immers niet onnodig worden belast en moet hiervoor voldoende ruimte hebben. Verder spreekt de kinderrechter de hoop uit dat op korte termijn kan worden gestart met meer diepgang ten aanzien van de ouderschapsbemiddeling, met als doel om de situatie tussen de ouders tot rust te brengen en te verbeteren. Hiervoor dient ook oog te zijn voor de signalen vanuit de moeder. Tegelijkertijd dient de moeder zich te beraden op de vraag of het delen van de resultaten uit het persoonlijkheidsonderzoek of delen daarvan, mogelijk toch van belang kunnen zijn voor de gesprekken. Dit kan immers helpend zijn om meer begrip te hebben voor de andere ouder (over en weer), althans om in elk geval meer richting te kunnen geven aan de hulpverleners tijdens het traject van ouderschapsbemiddeling. De kinderrechter verzoekt de GI om hierover in gesprek te gaan met de moeder. Gelet op de stappen die de ouders nog moeten zetten, acht de kinderrechter het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de GI langer bij haar betrokken blijft. Zodoende kan het gezinsplan verder worden vormgegeven, alsmede regie worden gevoerd over de noodzakelijk in te zetten hulpverlening en worden gemonitord dat deze ook doorgang blijft vinden. Daarnaast is betrokkenheid vanuit de GI noodzakelijk om de omgang tussen de vader en [minderjarige] verder vorm te geven. De verdere regie over de opbouw is door de rechtbank eerder in handen van de GI gelegd.

De ouders hebben ingestemd met het verzoek. Om vinger aan de pols te kunnen houden en de ontwikkelingen te volgen, zal de kinderrechter het verzoek toewijzen voor de duur van zes maanden, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Dit betekent dat het verzoek wordt toegewezen tot 3 januari 2027. Het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden tot de pro forma datum van 4 december 2026. De GI wordt verzocht om uiterlijk op deze datum te rapporteren over de meest recente ontwikkelingen en haar standpunt te geven over het resterende deel van het verzoek. De advocaten van de ouders wordt verzocht om op deze datum verhinderdata over te leggen vanaf die datum tot 3 januari 2027. Indien nodig zal daarna een nieuwe zittingsdatum worden bepaald.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 3 juli 2026 en tot 3 januari 2027;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt het resterende deel van het verzoek aan tot de pro forma datum van 4 december 2026 voor redenen zoals weergegeven in r.o. 5.1.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van Casant als griffier, en op schrift gesteld op 9 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand