ECLI:NL:RBZWB:2026:6913

ECLI:NL:RBZWB:2026:6913

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 26-06-2026
Datum publicatie 27-07-2026
Zaaknummer C/02/448097 / JE RK 26-821
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Ondertoezichtstelling voor twaalf maanden

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448097 / JE RK 26-821

Datum uitspraak: 26 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

Zeeland–West-Brabant, Breda,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. A. Goedkoop uit Breda ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur,

hierna te noemen de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 mei 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad;

- een vertegenwoordiger van de GI.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft zijn mening niet gegeven.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vader.

Bij beschikking van deze rechtbank van 26 mei 2021 is bepaald dat de moeder en [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:

- in de even weken van woensdagochtend 9.00 uur tot zaterdagochtend 8.00 uur en in de oneven weken van vrijdagochtend 9.00 uur tot maandagochtend 8.00 uur, waarbij de man [minderjarige] naar de vrouw brengt en de vrouw [minderjarige] naar de man terugbrengt;

- gedurende de helft van de vakanties en feestdagen nader in onderling overleg door partijen te regelen, waarbij partijen op het moment dat [minderjarige] naar school gaat aan het begin van ieder schooljaar samen aan de hand van de vakantieplanning een schema maken.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

Standpunt van de Raad

De Raad legt het volgende ten grondslag aan het verzoek. Er zijn zorgen dat [minderjarige] getuige is van spanningen en conflicten tussen de ouders, vanwege een gebrek aan communicatie en samenwerking tussen de ouders. Hierbij is sprake van verbale agressie. In het verleden is [minderjarige] getuige geweest van ernstig huiselijk geweld tussen de ouders. Er zijn momenteel nog veel onduidelijkheden over de zorgregeling. Het lukt ouders samen niet om tot afspraken te komen en uitvoering te geven aan gemaakte afspraken. De ouders hebben geen vertrouwen in elkaar als opvoeder. De schoolontwikkeling van [minderjarige] verloopt zorgelijk. [minderjarige] heeft één-op-één begeleiding nodig, omdat hij vaak afgeleid is en weinig rust ervaart in zijn hoofd. Hij loopt achter op allerlei gebieden. De kans is groot dat de spanningen tussen de ouders invloed hebben op de leerachterstand van [minderjarige] . Ook wordt [minderjarige] regelmatig ziek of afwezig gemeld van school en komt hij regelmatig te laat op school of wordt te laat opgehaald. Daarnaast is er geen zicht op de veiligheid en het welzijn van [minderjarige] in de thuissituatie bij beide ouders. De vader toont weinig tot geen erkenning en begrip voor de zorgen rondom [minderjarige] . De moeder deelt de zorgen van school, maar is hierin wisselend. Tot op heden is het de ouders niet gelukt om samen en met behulp van de vrijwillige hulpverlening de zorgen weg te nemen. Het niet bereikbaar zijn van de vader en het niet nakomen van afspraken door beide ouders, maakt dat de ouders geen vertrouwen hebben in elkaar en dat de andere ouder afspraken zal nakomen. De ouders hebben daarnaast een andere visie over wat nodig is voor [minderjarige] .

De Raad acht het van belang dat er zicht komt op de thuissituatie van [minderjarige] bij zowel de vader als de moeder. De ouders dienen in gesprek te gaan met school en Veilig Thuis. De zorgen en het wantrouwen van de ouders over en in elkaar zullen verminderd moeten worden door hierover in gesprek te gaan met hulpverlening. De ouders dienen hulpverlening aan te gaan om te leren op een constructieve manier te communiceren met elkaar in het belang van [minderjarige] . Ook kan de hulpverlening de ouders ondersteunen bij het maken van duidelijke afspraken. De ouders moeten discussies over afspraken en beslissingen niet voeren in het bijzijn van [minderjarige] . De onderwijsbehoeften van [minderjarige] dienen duidelijk te worden, mogelijk door middel van een breed psychologisch onderzoek. Aan de hand daarvan wordt duidelijk wat [minderjarige] nodig heeft. Ook kan dit school en de ouders concrete handvaten geven.

Standpunt van de vader

Door de vader is tijdens de zitting naar voren gebracht dat het heel goed gaat met [minderjarige] . De vader heeft niet meegewerkt aan het onderzoek van de Raad, omdat dit onderzoek gebaseerd is op valse meldingen die zijn gedaan bij Veilig Thuis en er in het verleden al een onderzoek is uitgevoerd door de Raad. Naar aanleiding van dat onderzoek is de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vader en is er een zorgregeling vastgesteld. De moeder heeft zich uiteindelijk maar voor een half jaar aan deze zorgregeling gehouden, waarna de vader bijna drie jaar lang de zorg voor [minderjarige] heeft moeten dragen. Nu er een ondertoezichtstelling dreigt, wil de moeder zich opeens wel weer houden aan de zorgregeling. De vader voelt er niets voor om mee te werken aan enige hulpverlening, want hij wil niet dat [minderjarige] lastig wordt gevallen terwijl er geen zorgen zijn. Op school krijgt [minderjarige] de juiste hulp. Verder zijn er nooit conflicten tussen de ouders en communiceren de ouders gewoon met elkaar per mail of via WhatsApp.

Standpunt van de moeder

Door en namens de moeder is tijdens de zitting naar voren gebracht dat de moeder instemt met het verzoek. De moeder ziet dat er zorgen zijn over de ontwikkeling van [minderjarige] , onder andere vanuit school. Zij werkt mee aan alle mogelijke hulpverlening, maar de vader doet dat niet. De vader ziet namelijk niet in dat er problemen zijn. Hulpverlening in een vrijwillig kader is een gepasseerd station, omdat het niet gelukt is om daarmee de zorgen weg te nemen. Daarnaast komen de ouders er zelf niet uit en is er al jarenlang sprake van strijd. Zo maken de ouders constant ruzie en verloopt de zorgregeling momenteel niet goed. Dat is niet goed voor [minderjarige] .

Standpunt van de GI (informant)

De GI heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat aan de wettelijke gronden voor een ondertoezichtstelling wordt voldaan. De GI is bereid om uitvoering te geven aan de ondertoezichtstelling en kan uit de voeten met de door de Raad gestelde doelen. De zaak staat hoog geprioriteerd, waardoor er zo snel mogelijk een vaste jeugdbeschermer aan gekoppeld zal worden.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:

de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en

de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd, omdat [minderjarige] al langere tijd getuige is van de fors verstoorde relatie tussen de ouders, alsook vanwege een gebrek aan communicatie en samenwerking tussen de ouders. Er zijn daarnaast zorgen over de schoolontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] loopt achter op allerlei gebieden. Hij is vaak afgeleid en ervaart weinig rust in zijn hoofd. Ook wordt [minderjarige] regelmatig ziek of afwezig gemeld van school en komt hij regelmatig te laat op school of wordt te laat opgehaald. Daarnaast is er geen zicht op de veiligheid en het welzijn van [minderjarige] in de thuissituatie bij beide ouders.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Er is sprake van veel wantrouwen tussen de ouders. Het lukt hen niet om samen tot afspraken te komen en vervolgens uitvoering te geven aan de gemaakte afspraken. Tot op heden is het de ouders niet gelukt om samen en met behulp van de vrijwillige hulpverlening de zorgen weg te nemen. De moeder is wisselend beschikbaar door persoonlijke problematiek. De vader heeft tijdens de zitting duidelijk aangegeven niet mee te willen werken aan de door de Raad noodzakelijk geachte hulpverlening omdat hij van mening is dat het goed gaat met [minderjarige] .

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter vindt de doelen in het rapport van de Raad van 6 mei 2026 passend en geeft aan de GI de opdracht om in ieder geval aan de volgende doelen te gaan werken:

- [minderjarige] groeit op in een (emotioneel) veilige, voorspelbare opvoedingsomgeving. Dit houdt in dat [minderjarige] ziet dat ouders op een constructieve, respectvolle en gelijkwaardige wijze met elkaar communiceren, elkaar informeren en vragen stellen aan elkaar.

- [minderjarige] zit goed in zijn vel (ontspannen en vertrouwen in zichzelf) en ontwikkelt zich binnen zijn mogelijkheden leeftijdsadequaat.

- [minderjarige] heeft een fijn contact met beide ouders, waarbij [minderjarige] duidelijkheid heeft over wanneer hij zijn ouders ziet/hoe de contactregeling eruit ziet.

Daarbij verwacht de kinderrechter dat de GI stevig regie voert en passende hulpverlening inzet om bovenstaande doelen te behalen. De kinderrechter benadrukt daarbij dat een ondertoezichtstelling niet vrijblijvend is en dat ook de vader verplicht is om mee te werken aan de hulpverlening die in het kader van de ondertoezichtstelling zal worden ingezet door de GI.

Gelet op de tijd die naar verwachting nodig is om de gestelde doelen te behalen, zal de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar, te weten met ingang van 26 juni 2026 tot 26 juni 2027.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 26 juni 2026 tot 26 juni 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Van Oorschot als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand