RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449528 / FA RK 26-3206
Datum uitspraak: 26 juni 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
dhr. [persoon 1] , arts in opleiding tot psychiater;
dhr. [persoon 2] , zoon van betrokkene;
[persoon 3] , begeleidster.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] in [plaats 3] . De burgemeester van Bergen op Zoom heeft de crisismaatregel op 22 juni 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
Betrokkene geeft aan dat het niet zo goed met haar gaat. Zij wordt steeds getreiterd door stemmen en daar heeft zij last van. Betrokkene vindt het goed om opgenomen te blijven als zij met rust wordt gelaten en er geen commentaar is. Dat is nu niet het geval.
De advocaat benoemt dat betrokkene de zorg fijn vindt, maar dat zij niet op deze afdeling wil zijn. Betrokkene ervaart pestgedrag en stemmen. Zij verzet zich dan ook tegen het verblijf op deze afdeling en daarom verzoekt de advocaat het verzoek af te wijzen.
De arts licht toe dat betrokkene bekend is met psychoses en schizofrenie en dat zij al vaker klinisch is opgenomen. Betrokkene is afgelopen maanden vrij stabiel geweest, maar is ontregeld nadat zij op eigen initiatief met de medicatie is gestopt. Daarnaast heeft betrokkene mogelijk een TIA gehad, waarvoor zij in het ziekenhuis is behandeld. Betrokkene heeft auditieve hallucinaties; zij hoort stemmen van kinderen. Sinds kort toont betrokkene iets meer ziektebesef in die zin dat zij weet dat anderen de stemmen niet (kunnen) horen. Betrokkene is aanvankelijk op vrijwillige basis opgenomen, maar met momenten heeft zij een actieve ontslagwens die langere tijd duurt en waarin zij niet altijd te sturen is. Betrokkene moet dan actief terug naar de afdeling worden meegenomen. De arts hoopt dat de medicatie zal aanslaan, waarna betrokkene na een zo kort mogelijke opname – met ambulante zorg en medicatie – terug naar huis kan. Niet is in te schatten hoelang daarvoor nodig is. Een bijkomende zorg is dat betrokkene binnen haar psychotische beleving via haar telefoon berichten naar derden stuurt. Hier is echter nog niet veel zicht op. Deze ontwikkeling moet worden opgevolgd en er moet worden gekeken of het nodig is om het telefoongebruik te beperken. Voor wat betreft de zorgvormen is het toedienen van medicatie, beperken van de bewegingsvrijheid en opnemen in een accommodatie nodig. Tot slot benoemt de arts desgevraagd dat betrokkene niet naar de [afdeling] kan. Dat is voor nu te vroeg en daar verblijven mensen voor langere tijd. Het doel is dat betrokkene terug naar huis gaat.
De begeleidster benoemt dat betrokkene lastig is te corrigeren in haar gedrag en dat zij geagiteerd kan raken als iemand anders aangeeft geen stemmen te horen.
De zoon van betrokkene geeft aan dat betrokkene recent vier keer de overbuurman heeft gebeld, waarbij zij één keer heeft aangegeven dat de voordeur van haar huis nog open stond. Verder benoemt de zoon dat de thuissituatie van betrokkene ernstig was; betrokkene functioneerde niet meer en was onafgebroken bezig met de stemmen van bovenaf.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene verward is en dat zij momenteel niet voor zichzelf kan zorgen. Ook is zij achterdochtig naar derden (buren).
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene is bekend met schizofrenie. Nadat betrokkene op eigen initiatief met de medicatie is gestopt, is zij psychotisch ontregeld. Zij is achterdochtig en heeft paranoïde wanen en auditieve hallucinaties. Er is een beperkt ziektebesef.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier van justitie verzochte zorgvormen worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de arts tijdens de zitting heeft verklaard dat die zorgvormen niet nodig is om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank zal deze vormen van verplichte zorg dan ook afwijzen.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene is aanvankelijk op vrijwillige basis opgenomen, maar heeft met momenten een duidelijke ontslagwens om naar huis te gaan. Ook wil zij niet op de huidige afdeling blijven. Daarom is verplichte zorg nodig.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 juli 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van mr. Vork, griffier en op schrift gesteld op 7 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.