2. De verzoeken
voorwaardelijk
De vrouw verzoekt, samengevat:
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door haar.
De man verzoekt, samengevat:
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door hem.
- het uitsluitend gebruik van de B&B gelegen achter de echtelijke woning door hem;
- veroordeling van de vrouw om aan hem te betalen een bedrag van € 550,=, te vermeerderen met de wettelijke rente van 20 mei 2026 tot aan de dag van algehele voldoening;
- veroordeling van de vrouw om aan hem te betalen een bedrag van € 550,= voor iedere na 20 juni 2026 te verstrijken maand of deel daarvan tot aan het moment dat de vrouw de echtelijke woning heeft verlaten.
3. De beoordeling
De vrouw motiveert haar belang bij het uitsluitend gebruik van de woning als volgt. De man gedraagt zich agressief richting de vrouw, waardoor zij zich niet langer veilig voelt. Ook voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2], haar kinderen uit eerdere relaties, is het niet langer veilig. Op de mondelinge behandeling heeft de vrouw toegelicht dat zij op 10 juni 2026 door de wijkagent en mevrouw [naam] van Veilig Thuis is gedwongen de woning te verlaten. Zij is hiervan erg ontdaan en de reden is voor haar niet duidelijk. De man schetst weliswaar een bepaald negatief beeld van haar, maar dit betwist zij ten stelligste. Nadat de vrouw de woning heeft verlaten heeft zij de kinderen ondergebracht bij de vader van [minderjarige 2]. Hij is ook de voogd van [minderjarige 1]. Echter, het verblijf van de kinderen bij de vader van [minderjarige 2] is geen wenselijke situatie. Hij woont in [plaats], terwijl de kinderen hun school en sociale leven in [woonplaats] hebben. Zelf verblijft de vrouw overal en nergens. Het is voor haar en de kinderen van belang dat zij in de echtelijke woning kunnen terugkeren. De man heeft bovendien de mogelijkheid om elders te verblijven.
De man voert aan dat hij het meeste belang heeft bij het uitsluitend gebruik van de woning. De woning is zijn eigendom. Hij voldoet de lasten en de vrouw draagt hierin niet bij, ondanks een gemaakte afspraak. Daarnaast zal op korte termijn [kind], de dochter van de man, bij hem komen wonen. [kind] woont op dit moment bij haar moeder, maar de woning zal op korte termijn worden verkocht. [kind] heeft aangegeven dat zij bij haar vader wil wonen. De man betwist dat hij de mogelijkheid heeft om elders te verblijven. Verder geeft de man aan dat hij verschillende verklaringen heeft bijgevoegd om een helder beeld te schetsen van de feitelijke situatie tussen partijen. Hij betwist dat sprake is geweest van agressie en dwang op seksueel gebied vanuit hem richting de vrouw.
De rechtbank overweegt als volgt. Voorlopige voorzieningen hebben het karakter van een ordemaatregel. Het uitgangspunt daarbij is dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daarin voldoende inzicht heeft. Voor wat betreft de actuele situatie is de rechtbank op basis van de verklaringen van partijen gebleken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet langer bij de vrouw wonen. Op 10 juni 2026 heeft de vrouw de woning moeten verlaten en vanaf dat moment verblijven de kinderen bij de vader van [minderjarige 2]. Volgens de vrouw is hij ook de voogd van [minderjarige 1]. Daarnaast is duidelijk geworden dat Veilig Thuis intensief bij de zaak is betrokken en een rol heeft gespeeld (zelfs leidend is geweest) in die gewijzigde verblijfplaats van de kinderen. De rechtbank gaat ervan uit dat Veilig Thuis toeziet op de belangen van de kinderen. Verder staat vast dat de onderlinge verhouding tussen partijen slecht is en dat zij niet meer gezamenlijk in de echtelijke woning kunnen verblijven.
De rechtbank zal daarom een belangenafweging moeten maken en beoordelen welke partij op dit moment het meeste belang heeft bij verblijf in de woning. De rechtbank zal daarbij de discussie tussen partijen rondom het gestelde huiselijk geweld en de gedwongen seksuele handelingen – wegens de gemotiveerde betwisting van de man – en drugsgebruik – wegens gemotiveerde betwisting over en weer buiten beschouwing laten.
Beide partijen geven aan dat zij geen alternatieve verblijfplaats hebben. In die zin hebben zij dus beiden belang bij het uitsluitend gebruik van de woning. De rechtbank constateert dat tussen partijen vast staat dat de woning eigendom is van de man en dat tussen hen niet in geschil is dat de vrouw uiteindelijk de woning zal moeten verlaten. De vrouw heeft inmiddels een urgentieverklaring gekregen en verwacht in september/oktober van dit jaar woonruimte te hebben. Verder is gebleken dat [kind], de dochter van de man, staat ingeschreven op het adres van de woning. Tot slot is duidelijk geworden dat de man in staat is de lasten van de woning te betalen en de vrouw niet, althans niet volledig. Zij heeft op de mondelinge behandeling immers aangeboden € 350,= per maand te betalen, terwijl eerder een bedrag van € 550,= per maand was afgesproken. Onbetwist is gesteld dat de vrouw dit bedrag tot op heden niet heeft betaald.
Tegen die achtergrond is de rechtbank van oordeel dat de man meer belang heeft bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Bij dat oordeel is voor de rechtbank dus enerzijds van belang dat de man de woning in eigendom heeft en dat duidelijk is dat hij belang heeft bij het genot van dat eigendom. Daarbij komt dat hij, anders dan de vrouw, in staat is de lasten te voldoen. De rechtbank weegt anderzijds mee het belang van de man dat hij contact heeft met zijn kind(eren). De man heeft in dit verband gesteld dat [kind] op zijn adres staat ingeschreven, maar ook dat zij op heel korte termijn bij hem komt wonen in verband met de verkoop van de woning van de moeder van [kind]. Hoewel de vrouw deze stelling als ongeloofwaardig bestempelt neemt de rechtbank het belang van de man bij contact met zijn kinderen wel in aanmerking. Gebleken is dat dit contact, totdat partijen onder leiding van Veilig Thuis veiligheidsafspraken maakten, plaatsvond in de echtelijke woning. Tot slot overweegt de rechtbank dat het werk van de vrouw in de belangenafweging geen rol speelt, omdat de vrouw niet heeft weersproken dat zij al langere tijd in de ziektewet zit en niet werkt.
De rechtbank wijst daarom het verzoek van de vrouw af en het primaire verzoek van de man toe. Nu het primaire verzoek wordt toegewezen, komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van het voorwaardelijke verzoek van de man.
4. De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning aan [adres] in [woonplaats], daarbij inbegrepen de inboedelgoederen, en beveelt de vrouw deze woning te verlaten en deze verder niet te betreden;
wijst het verzoek van de vrouw over het uitsluitend gebruik van de woning af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Baggel, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.