2. Het verzoek
De man verzoekt, samengevat:
indien de rechtbank overweegt om de kinderen aan hem toe te vertrouwen
I. toevertrouwing van de kinderen aan hem;
II. het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door hem.
indien de rechtbank overweegt om de kinderen aan de vrouw toe te vertrouwen
III. toevertrouwing van de kinderen aan de vrouw;
IV. vaststelling van een zorgregeling tussen hem en de kinderen.
3. De beoordeling
Vanwege de nationaliteit van de vrouw (Belgisch) heeft de zaak internationaal privaatrechtelijke aspecten. Deze aspecten heeft de rechtbank ambtshalve beoordeeld. Zij is van oordeel dat haar rechtsmacht toekomt en dat zij naar Nederlands recht moet beslissen op de verzoeken.
Toevertrouwing en uitsluitend gebruik van de woning
Op de mondelinge behandeling is gebleken dat de man ermee instemt om de kinderen van partijen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , aan de vrouw toe te vertrouwen. Dit maakt dat het primaire verzoek onder I. van de man om toevertrouwing van de kinderen aan hem wordt afgewezen. Het subsidiaire verzoek onder III. wijst de rechtbank toe.
Ook het verzoek van de man om te bepalen dat hij met uitsluiting van de vrouw het gebruik van de woning heeft, wijst de rechtbank af. Dit verzoek onder II. hangt blijkens de stellingen van de man samen met zijn verzoek om de kinderen aan hem toe te vertrouwen.
Zorgregeling
Omdat de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd, komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de door de man verzochte zorgregeling.
De man verzoekt om vaststelling van een zorgregeling tussen hem en de kinderen, waarbij de kinderen ieder weekend van vrijdag 17.00 uur tot zaterdag 17.00 uur bij hem zijn. Daarnaast verzoekt de man te bepalen dat in afstemming met de betrokken hulpverlening op korte termijn een uitbreiding wordt gerealiseerd, in die zin dat hij ook op doordeweekse dagen voor de kinderen zorgt. De man geeft aan dat de vrouw sinds 19 maart 2026 met de kinderen in een safehouse verblijft. Vanaf dat moment bestond het contact tussen de man en de kinderen alleen uit videobellen. Inmiddels is Sterk Huis betrokken en sindsdien zijn er stappen gezet in het contact. In de afgelopen drie weken heeft de man de kinderen op woensdag onder begeleiding van Sterk Huis gezien. Daarnaast zijn er twee onbegeleide contactmomenten geweest. Bij deze momenten was de vrouw aanwezig. Volgens de man zijn deze contactmomenten allemaal goed verlopen.
De vrouw bevestigt dat er inmiddels een aantal contactmomenten is geweest. Deze contactmomenten zijn deels begeleid door Sterk Huis en een aantal van deze momenten is onbegeleid geweest. Zij heeft van Sterk Huis begrepen dat gekeken zal worden op welke manier het contact kan worden uitgebreid. Dit vindt de vrouw ook belangrijk, omdat zij bij de kinderen merkt dat zij behoefte hebben aan meer contact met hun vader. De vrouw ziet het liefst dat Sterk Huis betrokken blijft bij de opbouw van het contact tussen de man en de kinderen.
Op de mondelinge behandeling heeft de Raad aangegeven dat zij tegenstrijdige signalen ziet. Aan de ene kant zijn er positieve stappen gezet in het contact tussen de man en de kinderen, waarbij inmiddels al sprake is van onbegeleide contactmomenten. Aan de andere kant is sprake (geweest) van een zorgelijke situatie, waarin de vrouw en de kinderen in een safehouse zijn geplaatst. De Raad stelt voor om de huidige contactmomenten, waarbij de man en de kinderen onder begeleiding van Sterk Huis iedere woensdag contact hebben met elkaar, op te nemen in de beschikking. Voor verdere uitbreiding van deze contactmomenten vindt de Raad het raadzaam om de regie hiervan bij Sterk Huis te leggen.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en de toelichting op de mondelinge behandeling blijkt dat er in de afgelopen periode veel is gebeurd. De vrouw en de kinderen zijn op 19 maart 2026 in een safehouse geplaatst en verblijven daar nog steeds. Inmiddels heeft de vrouw begrepen dat zij in aanmerking komt voor een tijdelijke woning voor haar en de kinderen. Daarnaast is Sterk Huis bij het gezin betrokken geraakt en zij begeleiden de contactmomenten tussen de man en de kinderen. Op dit moment hebben de man en de kinderen iedere woensdag van 13.30 uur tot 14.30 uur begeleid contact met elkaar. Daarnaast hebben partijen en de kinderen op eigen initiatief twee keer samen iets ondernomen.
De rechtbank ziet twee betrokken ouders die allebei het belang van de kinderen voorop hebben staan. De wens van de man om tot een uitbreiding van het contact te komen begrijpt de rechtbank. Het uitgangspunt is ook dat het in het belang van de kinderen is om een goed contact met hun vader te hebben. Echter, de kinderen hebben het nodige meegemaakt. Hierdoor moet een uitbreiding in het contact op een zorgvuldige manier gebeuren. De rechtbank vindt het daarom belangrijk dat Sterk Huis bij het gezin betrokken blijft. Sterk Huis kan blijven monitoren of de contactmomenten goed verlopen, hoe het met de kinderen gaat en of er bij de kinderen ruimte bestaat voor een uitbreiding van deze contacten. Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank de thans lopende regeling vaststellen waarbij de man en de kinderen iedere woensdag vooralsnog begeleid contact hebben van 13.30 uur tot 14.30 uur. De bedoeling van partijen is om te komen tot uitbreiding van de contacten. Ter zitting is met partijen besproken dat de regie hierin bij Sterk Huis dient te liggen en partijen kunnen zich hierin vinden. Dit betekent dat als na te melden zal worden beslist.
4. De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat aan de vrouw worden toevertrouwd de minderjarigen
1. [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats] , en
2. [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2018;
stelt een voorlopige zorgregeling vast die inhoudt dat de man en de kinderen iedere woensdag van 13.30 uur tot 14.30 uur onder begeleiding van Sterk Huis contact met elkaar hebben, een en ander voorts onder verwijzing naar rechtsoverweging 3.9.
wijst af de verzoeken van de man om toevertrouwing van de kinderen aan hem, het uitsluitend gebruik van de woning door hem en het meer of anders verzochte over de zorgregeling.
Deze beschikking is gegeven door mr. Baggel, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.