beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/432788 / FA RK 25-1197
datum uitspraak: 26 juni 2026
nadere beschikking over het gezag en het hoofdverblijf
in de zaak van
[de man] ,
hierna: de man,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G. Groen in Den Haag,
tegen
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres in Nederland,
advocaat: mr. E.A.G. van Acker in Sint Jansteen (voorheen: mr. M. Jozefzoon-Flipse in Utrecht),
over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2024, hierna: [minderjarige] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de gecertificeerde instelling STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Eindhoven.
Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,
hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.
1. Het procesverloop
In het dossier zitten de volgende stukken:
- de beschikking van de rechtbank van 25 augustus 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- het F9-formulier van mr. Groen van 26 september 2025, met bijlage;
- het op 8 januari 2026 ontvangen rapport van de Raad, met bijlagen;
- het proces-verbaal van de zitting van 6 februari 2026;
- de op 11 juni 2026 ontvangen brief van de GI, met bijlagen;
- de op 15 juni 2026 ontvangen brief van de GI, met bijlagen.
Het verzoek is mondeling behandeld op 17 juni 2026. Bij die behandeling zijn gekomen de man met zijn advocaat en de vrouw met haar advocaat. Voor de vrouw was aanwezig een tolk in de Arabische taal. Ook waren aanwezig een vertegenwoordiger aanwezig namens de Raad en een vertegenwoordiger namens de GI.
2. De nadere beoordeling
Procesverloop
De rechtbank verwijst naar haar beschikking van 25 augustus 2026. Hierbij is bepaald dat het hoofdverblijf van [minderjarige] voorlopig bij de man is en dat [minderjarige] voorlopig om de week een aaneengesloten week bij de vrouw verblijft, in onderling overleg te bepalen in welke week hij bij wie verblijft en welke dag de dag van overdracht is. Daarnaast is de Raad verzocht een onderzoek in te stellen en rapport en advies uit te brengen over de onder 4.13 van de in de 4.13 van die beschikking genoemde vragen. Iedere verdere beslissing op de verzoeken is aangehouden.
Thans liggen nog ter beoordeling voor:
de verzoeken van de man om, bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
A. te bepalen dat voortaan alleen aan de man het (eenhoofdig) gezag zal toekomen over der partijen minderjarige kind: [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2024 te [geboorteplaats] ;
B. voor recht te verklaren dat het hoofdverblijf van [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2024 te [geboorteplaats] , bij de man is; althans subsidiair te bepalen dat het hoofdverblijf van [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2024 te [geboorteplaats] , bij de man zal zijn; althans meer subsidiair te bepalen dat de man het kind bij zich zal hebben: om de week, een aaneengesloten week alsmede de helft van de vakanties en feestdagen dan wel een zodanige zorg-/contactregeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
en de verzoeken van de vrouw om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
ten aanzien van het gezag zich onbevoegd te verklaren om kennis te nemen van het verzoek tot wijziging van het gezag, althans het verzoek tot toekenning van eenhoofdig gezag aan de man af te wijzen;
het verzoek van de man tot een weekendregeling eens per twee weken af te wijzen, nu de huidige regeling – wekelijks fysiek contact in België en dagelijks (meerdere keren) videobellen – in het belang van het kind is en aansluit bij de zorgcapaciteiten van de man;
ten aanzien van het verzoek om de voornaam te wijzigen zich onbevoegd te verklaren om van dit verzoek kennis te nemen, nu het kind duurzaam in België verblijft en de Belgische rechter bevoegd is, althans het verzoek af te wijzen;
het verzoek van de man in al zijn onderdelen af te wijzen, met veroordeling van de man in de proceskosten.
De zaak is op 6 februari 2026 opnieuw mondeling behandeld, gelijktijdig met het verzoek tot de ondertoezichtstelling van [minderjarige] (bekend onder nummer C/02/443683 / JE RK 26-13). Er is toen geen tolk voor de vrouw verschenen. Met instemming van partijen is de zaak aangehouden, zodat de (advocaat van de) moeder in de gelegenheid wordt gesteld om een tolk Arabisch te regelen voor de mondelinge behandeling van de verzoeken met betrekking tot het gezag, de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling tot een nader te bepalen datum en tijdstip.
Bij beschikking van 6 februari 2026 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 6 februari 2026 en tot 6 februari 2027.
Standpunten
De Raad heeft in zijn rapport van 5 januari 2026 een advies uitgebracht over het gezag, het hoofdverblijf en de zorgregeling. Kort samengevat constateert de Raad dat het partijen momenteel niet lukt samen beslissingen over [minderjarige] te nemen. Er zijn zorgen naar voren gekomen over de opvoedvaardigheden en houding van de man en over de opvoedomgeving van de vrouw. Er moet hulpverlening worden ingezet, zodat er zicht kan worden verkregen op de opvoedsituaties van beide ouders. Deze kan door de GI worden gemonitord. De Raad adviseert om de resultaten van de ondertoezichtstelling af te wachten en de beslissing over het gezag, hoofdverblijf en de zorgregeling aan te houden voor de duur van de ondertoezichtstelling. Daarbij is het passend de huidige zorgregeling te continueren, omdat er geen passend alternatief voorhanden is. Van belang is wel dat de overdrachtsmomenten begeleid gaan plaatsvinden. Ter zitting is de Raad bij zijn advies gebleven. Daarbij heeft de Raad voorgesteld dat de GI de MASIC-methode in gaat zetten om te onderzoeken of er in de relatie tussen de ouders sprake was van intieme terreur, gelet op hetgeen de vrouw heeft aangevoerd.
De man heeft aangevoerd dat hij persisteert bij de verzoeken, maar dat de beslissingen kunnen worden aangehouden voor de duur van de ondertoezichtstelling. De ondertoezichtstelling is pas kort van kracht en nader onderzoek is nodig voor er definitieve beslissingen genomen kunnen worden over de verzoeken. De man heeft begrepen dat de vrouw een verblijfsvergunning voor een jaar heeft en dat binnen die termijn wordt getoetst of de vrouw aan de eisen voldoet. De eindtermijn zal ongeveer aansluiten op de duur van de ondertoezichtstelling, zodat daarover ook meer duidelijkheid zou moeten zijn. De man zegt toe dat hij de komende week aan de slag gaat met het regelen van de Belgische nationaliteit voor [minderjarige] . De man ontkent ten stelligste dat er sprake is van intieme terreur.
De vrouw heeft aangevoerd dat de vrouw niet zonder reden is weggegaan. Zij zag zich hiertoe genoodzaakt omdat er sprake was van intieme terreur in de relatie tussen partijen. De vrouw heeft daar nog steeds mee te maken. Als sprake is van intieme terreur, kan niet worden gesproken van een strijd tussen de ouders. Verzocht wordt het verzoek van de man om eenhoofdig gezag te krijgen, af te wijzen. Er is geen enkele reden om de vrouw het gezag te ontnemen. Zonder gezag heeft de ondertoezichtstelling ook geen zin. Ook ten aanzien van het hoofdverblijf kan nu worden beslist om de rust te laten terugkeren. Het hoofdverblijf is voorlopig bij de man bepaald, naar de vrouw begrijpt om de Raad de mogelijkheid te geven onderzoek te doen. Indien er discussie is over de vraag of er sprake is van intieme terreur, mag het kind nooit bij de pleger geplaatst worden. Daarmee moet rekening worden gehouden, omdat de man anders veel macht heeft over de vrouw. Er zijn teveel zorgen over de man om hem die positie te geven. Er kan nu of op korte termijn een beslissing worden genomen over het hoofdverblijf en het hoofdverblijf zou bij de vrouw bepaald moeten worden. De resterende termijn van de ondertoezichtstelling kan worden gebruikt om tot een definitieve zorgregeling te komen. Indien geen beslissing wordt genomen over het hoofdverblijf, wordt aanhouding voor een aantal maanden verzocht. De hulpverleningsinstanties zitten er goed bovenop en kunnen oordelen over wat de juiste plek is voor [minderjarige] .
De GI heeft in haar brief van 11 juni aangegeven dat [jeugdhulpverlening] is gestart bij de man om zijn opvoedsituatie en -vaardigheden in kaart te brengen en dat [persoon] de vrouw ondersteunt en begeleidt en zicht kan krijgen op haar opvoedsituatie en -vaardigheden. Verder is noodzakelijk om hulpverlening in te zetten op de communicatie van de ouders. Op dit moment is het niet in het belang van [minderjarige] om veranderingen aan te brengen in het gezag. De hulpverlening is recent gestart en de GI is nog in afwachting van de uitkomsten ervan. Ter zitting heeft de GI nog toegevoegd dat het verkrijgen van de Belgische nationaliteit voor [minderjarige] een belangrijk punt is. Het is zorgelijk dat de man hier voordien niet aan mee wilde werken, maar prettig dat hij alsnog bereid is het te regelen. Voor de GI is het te vroeg om al conclusies te trekken. In het kader van de ondertoezichtstelling moet de hulpverlening verder aan de slag voor er meer duidelijkheid is. Het uitgangspunt van de ondertoezichtstelling is dat beide ouders gezag hebben. Wat in het belang van [minderjarige] is met betrekking tot het hoofdverblijf zal de tijd moeten uitwijzen. Het advies van de Raad om de MASIC-methode in te zetten, zal worden meegenomen.
Oordeel rechtbank
Uit de stukken en de mondelinge behandeling volgt dat de verhalen van beide partijen tegenstrijdig zijn en dat er zorgen naar voren zijn gebracht over de opvoedsituatie van beide partijen. Of er sprake is van intieme terreur, zoals door de vrouw is aangevoerd, kan de rechtbank op dit moment dan ook niet vaststellen of ontkrachten. De rechtbank acht in dat kader nuttig dat de GI de MASIC-methode in gaat zetten om te onderzoeken of er in de relatie tussen de ouders sprake was van intieme terreur
Voor wat betreft het hoofdverblijf merkt de rechtbank op dat er geen verzoek van de vrouw voorligt tot het bepalen van het hoofdverblijf van [minderjarige] bij haar, zodat de rechtbank het hoofdverblijf op dit moment alleen al om die reden niet bij de vrouw kan bepalen. Los daarvan is de rechtbank van oordeel dat in het kader van de ondertoezichtstelling meer zicht moet komen op de opvoedsituatie en opvoedvaardigheden van beide partijen. De ondertoezichtstelling is pas recent gestart en zal verder voortgezet moeten worden. De uitkomst daarvan is op dit moment nog niet duidelijk. Hulpverlening gericht op de communicatie tussen partijen is nog niet ingezet.
De rechtbank is daarom van oordeel dat de resultaten van de hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling afgewacht moeten worden voor een beslissing kan worden genomen over het gezag, het hoofdverblijf en (subsidiair) de zorgregeling. De rechtbank zal de zaak aanhouden tot kort voor de afloopdatum van de ondertoezichtstelling, in afwachting van het verloop en de resultaten ervan. Indien te zijner tijd wordt verzocht de ondertoezichtstelling te verlengen, kunnen beide zaken samen op zitting worden behandeld.
De GI wordt verzocht om op de na te noemen pro forma datum de rechtbank te berichten over het verloop en de resultaten van de hulpverlening door middel van (brief)rapport.
5. De beslissing
De rechtbank
houdt de behandeling van deze zaak aan tot 29 december 2026 PRO FORMA, in afwachting van bericht van de GI over het verloop en de resultaten van de ondertoezichtstelling;
verzoekt de GI om uiterlijk op voornoemde datum de rechtbank te berichten over het verloop en de resultaten van de hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling door middel van een (brief)rapport, zulks onder gelijktijdige verstrekking aan partijen en de Raad;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026 in aanwezigheid van mr. Van der Welle, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.