RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449608 / FA RK 26-3249
Datum uitspraak: 26 juni 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende bij [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. M.A.J. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
dhr. [persoon 1] , psychiater;
[persoon 2] , begeleider;
[persoon 3] , verpleegkundige.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Bergen op Zoom heeft de crisismaatregel op 24 juni 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
Betrokkene geeft aan dat het goed met hem gaat en dat hij naar huis wil. Hij neemt de medicatie en er is geen nadeel als hij naar huis gaat. De band met zijn moeder is goed.
De advocaat van betrokkene heeft verzocht om het verzoek af te wijzen. Betrokkene kan zich niet vinden in de vermoedens van de psychische stoornissen. Ook is er volgens betrokkene geen sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene heeft een goede band met zijn moeder; zij wonen goed samen en er zijn geen problemen. Er is geen reden dat betrokkene opgenomen moet blijven. Hij wil naar huis. Subsidiair stelt de advocaat dat betrokkene voor de komende drie weken bereid is om op vrijwillige basis de medicatie in te nemen. Het toedienen van vocht en voeding is eerder niet nodig geweest en ook nu niet voorzienbaar. De zorgvormen die zien op het controleren van gedrag-beïnvloedende middelen zijn niet nodig, omdat dit op basis van de huisregels al kan worden gecontroleerd en betrokkene daaraan meewerkt. Ten aanzien van de opname en de daarbij behorende zorgvormen refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.
De psychiater licht toe dat sprake is van een maniform toestandsbeeld met psychotische kenmerken, vermoedelijk getriggerd door drugsgebruik en slaaptekort. Betrokkene is in de afgelopen periode uit beeld geweest en heeft de medicatie niet (goed) ingenomen, als gevolg waarvan de zorgen zijn toegenomen. In de thuissituatie zijn er zorgen over het gedrag van betrokkene richting zijn moeder. Betrokkene steelt geld van zijn moeder en heeft haar scootmobiel afgenomen. Ook komt de thuiszorg door het gedrag van betrokkene niet meer voor de moeder langs. Daarnaast is er sprake van ontremd gedrag; betrokkene is naakt de planten in de tuin water gaan geven. Op de afdeling is betrokkene druk en kan er moeilijk met hem in gesprek worden gegaan. Nadat betrokkene verplicht en in de time-out ruimte medicatie heeft ingenomen, was hij rustiger en beter in contact. Verder drinkt betrokkene weinig water. Mogelijk is er sprake van achterdocht naar water. Dit in combinatie met de huidige hitte maakt dat de psychiater zich zorgen maakt over mogelijke uitdroging, vooral nu betrokkene ook bloed- en drugsonderzoeken weigert. Wat betreft de zorgvormen geeft de psychiater aan dat de vormen van verplichte zorg zoals verzocht nodig zijn. Belangrijk is dat betrokkene wordt gestabiliseerd en daar is minimaal drie weken voor nodig, waarna er mogelijk een zorgmachtiging moet worden aangevraagd om betrokkene in het ambulante kader verder te behandelen. Voor wat betreft de inname van de medicatie geeft de psychiater aan dat de bereidheid van betrokkene afhankelijk is van welke zorgverlener aanwezig is en dat er tot op heden sterke drang nodig is geweest.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstige psychische schade;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene overlastgevend en verward gedrag vertoont. In de thuissituatie kwam de thuiszorg als gevolg daarvan niet meer thuis voor de moeder van betrokkene. Betrokkene bedreigt zijn moeder, steelt geld en ontneemt haar scootmobiel. Het is de rechtbank uit het Uittreksel Justiële documentatie ook gebleken dat betrokkene eerder een contactverbod met zijn moeder heeft gehad. Verder slaapt betrokkene niet of slecht, is hij overheersend in contact zonder dat hij zich laat sturen en is er sprake van uitputting.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, bipolaire-stemmingsstoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. Er is sprake van een manisch psychotisch toestandsbeeld bij betrokkene, vermoedelijk geluxeerd door drugsgebruik (cannabis) en slaapdeprivatie. Betrokkene heeft geen ziektebesef en -inzicht.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht – kan slechts als ultimum remedium worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank overweegt ten aanzien van het toedienen van vocht dat deze vorm van verplichte zorg slechts als ultimum remedium kan worden toegepast. De psychiater heeft toegelicht dat wordt gezien dat betrokkene minimaal drinkt en dat er mogelijk sprake is van achterdocht naar water. Gezien de extreme hitte (code rood) is het belangrijk dat betrokkene voldoende vocht binnenkrijgt en dat wordt voorkomen dat hij uitdroogt. De overige door de officier van justitie verzochte zorgvorm, te weten het toedienen van voeding, wordt door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd. De rechtbank zal deze vorm van verplichte zorg dan ook afwijzen.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene heeft herhaaldelijk aangegeven dat hij naar huis wil. De rechtbank stelt verder vast dat er onvoldoende bereidheid bij betrokkene is om op vrijwillige basis de (medicamenteuze) behandeling aan te gaan. Tot op heden is de inname van de medicatie afhankelijk geweest van de zorgverlener die op de afdeling aanwezig is en is er sterke drang nodig geweest. Daarom is verplichte zorg nodig.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 juli 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van mr. Vork, griffier en op schrift gesteld op 7 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.