RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449090 / FA RK 26-2959
Datum uitspraak: 26 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] (Israël),
hierna te noemen betrokkene,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat mr. Ph. van Kampen uit Goes.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 juni 2026;
het e-mailbericht van betrokkene met als bijlage een audio-opname, binnengekomen bij de rechtbank op 25 juni 2026.
De rechtbank heeft geen kennis genomen van de overige door betrokkene aan de rechtbank toegezonden e-mails en audio-opnames omdat deze dateren van na de zitting en geen deel uitmaken van het procesdossier.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
dhr. [persoon 1] , (waarnemend) psychiater;
[persoon 2] , verpleegkundige.
De mentor tevens de moeder van betrokkene is juist opgeroepen door de rechtbank, maar wegens omstandigheden niet aanwezig tijdens de zitting.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 24 juni 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4. De standpunten
Betrokkene wil niet dat de zorgmachtiging wordt verlengd. Hij wil het liefst naar huis en vanuit die setting een ambulante behandeling krijgen. Betrokkene is niet psychotisch, wel erkent hij het cannabisgebruik. Hij is het niet eens met het medicatiebeleid en stelt dat hij een daarover een klacht heeft ingediend, welke op korte termijn bij de klachtencommissie zal worden behandeld. Betrokkene krijgt nu abilify in depotvorm toegediend en daar doet betrokkene het goed op, maar het liefst wil hij de abilify in orale vorm innemen. Betrokkene wil geen depakine en haldol. Dit vanwege de bijwerkingen, waaronder gewichtstoename, impotentie en een verminderd libido. Tot slot wil betrokkene absoluut geen second opinion bij het EMC of elders want hij wil de vertrouwensrelatie die er is tussen hem en [accommodatie] niet verstoren.
De advocaat van betrokkene verzoekt primair het verzoek af te wijzen. Betrokkene wil naar huis met abilify in orale vorm. Zolang betrokkene abstinent van cannabis blijft en de abilify blijft innemen, kan in de thuissituatie het ernstig nadeel worden afgewend. Subsidiair verzoekt de advocaat de zorgmachtiging voor de duur van drie maanden te verlenen. Dit vanwege het ontbreken van de doelmatigheid van de opname. Meer subsidiair verzoekt de advocaat om het insluiten niet toe te wijzen, nu dit niet voorzienbaar is.
De (waarnemend) psychiater geeft aan dat de zorgmachtiging noodzakelijk blijft. Door medicatieontrouw in combinatie met drugsgebruik is betrokkene eerder fors ontregeld. Tot op heden is het nog niet haalbaar om betrokkene naar huis te laten gaan. Dat vindt ook zijn ambulante behandelaar. Als betrokkene nu naar huis zou gaan, is er een reëel risico op ontregeling in de thuissituatie. Eerder heeft betrokkene goed gereageerd op depakine en haldol, maar vanwege de bijwerkingen weigert betrokkene deze medicatie. De orale abilify die betrokkene wenst, is in het verleden niet voldoende gebleken. Ten aanzien van de doelmatigheid van de opname licht de psychiater toe dat betrokkene klinisch moet worden ingesteld op de medicatie, waarna er zal worden gekeken wat haalbaar is en wat betrokkene nodig heeft om naar huis te kunnen. De vormen van verplichte zorg zoals door de officier van justitie zijn verzocht, zijn noodzakelijk met uitzondering van het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen en het insluiten. Betrokkene is bekend met (verbale) agressie en de verwachting is dat hij zich zal verzetten tegen bepaalde medicatie, maar in de afgelopen maanden is het niet nodig geweest om hem in de EBK in te sluiten.
De verpleegkundige benoemt dat wordt gezien dat de langdurige opname frustratie en machteloosheid bij betrokkene oproept, waardoor hij geïrriteerd raakt. Belangrijk is dat steeds wordt gekeken naar de doelmatigheid en wat het beste voor betrokkene is.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden en houdt het resterende deel van het verzoek aan. Zij legt deze beslissing hieruit na.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, bipolaire-stemmingsstoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Betrokkene is bekend met een chronisch psychotisch toestandsbeeld, welke wordt geluxeerd en/of onderhouden door een stoornis in het gebruik van cannabis. Er is sprake van paranoïde wanen en auditieve hallucinaties. Betrokkene ontkent dat hij psychotisch is.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene (verbaal) agressief, oninvoelbaar en seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoont, met name tijdens decompensaties. Ook is er sprake van beperkte zelfzorg.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en is het niet eens met de opname en het medicatiebeleid. Tijdens de zitting heeft betrokkene dan ook herhaaldelijk aangegeven dat hij naar huis wil. Zijn bereidheid om mee te werken aan de (medicamenteuze) behandeling is ambivalent en mede door persisterend gebruik van cannabis blijft een duurzame stabilisatie van betrokkene tot op heden uit. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier van justitie verzochte zorgvormen worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de psychiater tijdens de zitting heeft verklaard dat het insluiten van betrokkene in de EBK in de afgelopen maanden niet nodig is geweest. Ook heeft de psychiater aangegeven dat het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen niet nodig is om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank zal deze vormen van verplichte zorg dan ook afwijzen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal – in afwijking van hetgeen is verzocht – worden verleend voor de duur van zes maanden, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Dit gelet op hetgeen tijdens de zitting door de advocaat is aangevoerd ten aanzien van de doelmatigheid en dat in de medische verklaring van 4 juni 2026 is opgenomen dat erover na wordt gedacht om betrokkene volgende week naar huis te laten gaan, ondanks dat het de verwachting is dat hij snel zal ontregelen. De (waarnemend) psychiater heeft desgevraagd aangegeven dat de behandelaren hierin wisselvalig zijn. Door de verpleegkundige is aangevuld dat wordt gezien dat een langdurige opname frustratie, irritatie en machteloosheid bij betrokkene teweegbrengt. De rechtbank is van oordeel dat de opname voor nu doelmatig is, zodat betrokkene klinisch kan worden ingesteld op de medicatie en er vanuit die setting kan worden gekeken wat er haalbaar is en wat ervoor nodig is om betrokkene terug naar huis te laten gaan. Daar komt bij dat tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene een klacht ten aanzien van het medicatiebeleid heeft ingediend en dat deze op korte termijn door de klachtencommissie zal worden behandeld. Daarnaast is betrokkene onder meer vanwege het verschil in inzicht over de benodigde medicatie aangemeld voor een second opinion bij het EMC, maar tot op heden staat betrokkene daar niet voor open. De rechter geeft nogmaals aan betrokkene mee om hierover na te denken. Gelet op deze ontwikkelingen wordt de zorgmachtiging voor de duur van zes maanden verleend en het resterende deel van het verzoek aangehouden.
De rechtbank verwacht van de behandelaar van betrokkene vóór na te melden pro forma datum, zijnde 27 november 2026, een actuele medische verklaring met een update over de afgelopen periode te ontvangen met een afschrift daarvan aan de advocaat van betrokkene en de mentor tevens de moeder van betrokkene.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] (Israël), wat inhoudt dat de maatregelen die in r.o. 5.7 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 december 2026;
houdt de beslissing op het verzoek voor het overige aan tot 27 november 2026
PRO FORMA in afwachting van een actuele medische verklaring met een update over de afgelopen periode, zoals is overwogen in r.o. 5.10;
behoudt zich verder iedere beslissing voor.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van mr. Vork, griffier en op schrift gesteld op 7 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.