RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449607 / FA RK 26-3248
Datum uitspraak: 26 juni 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. R.T.K. Davidse uit Middelburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door mr. Kalle (waarnemend advocaat);
mevr. [persoon 1] , arts;
[persoon 2] en [persoon 3] , begeleiders.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 24 juni 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
Betrokkene heeft aangegeven dat hij niet langer bij [accommodatie] wil zijn. Betrokkene benoemt dat hij medicatie gebruikt en dat hij geen pindakaas of stekkerdoos is.
De advocaat verzoekt het verzoek af te wijzen. Betrokkene wil niet langer opgenomen blijven en hij herkent zich niet in het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
De arts heeft toegelicht dat betrokkene sinds 23 mei jl. op vrijwillige basis bij [accommodatie] verblijft en dat hij bekend is met een bipolaire stoornis met eerder depressies en manies. Op dit moment is er sprake van een manische ontregeling. Betrokkene staat open voor bepaalde medicatie, maar tot op heden is die medicatie onvoldoende effectief gebleken. Het toestandsbeeld van betrokkene verbetert niet. Zijn stemming wordt zelfs prikkelbaarder en zijn gedrag meer ontremd; hij maakt dingen kapot, slaat op deuren, is verbaal dreigend en agressief naar spullen. De arts wil starten met de medicatie lithium en/of depakine, maar betrokkene weigert dit. Voor wat betreft de vormen van verplichte zorg geeft de arts aan dat alle zorgvormen noodzakelijk zijn met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het onderzoek aan kleding of lichaam, het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek en het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt in aanmerking dat betrokkene geladen, dreigend en verbaal agressief gedrag vertoont. Betrokkene maakt op de afdeling spullen kapot en er is sprake van geluidsoverlast. Hij gooit met deuren, schreeuwt en scheldt.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten bipolaire-stemmingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Betrokkene is bekend met een bipolaire stoornis met manische ontregelingen en klinische opnames. Op dit moment is betrokkene manisch dysfoor. Hij heeft geen ziektebesef en -inzicht.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier van justitie verzochte zorgvormen worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de arts tijdens de zitting heeft verklaard dat die zorgvormen niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank zal deze vormen van verplichte zorg dan ook afwijzen.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Gebleken is dat betrokkene zich tegen de noodzakelijk geachte medicatie (lithium en/of depakine) verzet en tijdens de zitting heeft hij ook aangegeven niet langer bij [accommodatie] te willen blijven. Daarom is verplichte zorg nodig.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 juli 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van mr. Vork, griffier en op schrift gesteld op 7 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.