ECLI:NL:RBZWB:2026:6936

ECLI:NL:RBZWB:2026:6936

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 26-06-2026
Datum publicatie 27-07-2026
Zaaknummer C/02/448992 / JE RK 26-998
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar. Instemming beide ouders.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448992 / JE RK 26-998

Datum uitspraak: 26 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

Zeeland–West-Brabant, Breda,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats 1] ,

advocaat mr. B.P.A. van Beers uit Roosendaal,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats 2] ,

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur,

hierna te noemen de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 juni 2026;

het rapport van de Raad van 14 april 2026, ontvangen op 15 juni 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad;

- een vertegenwoordiger van de GI.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij voormelde beschikking [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld met ingang van 8 april 2026 tot 22 april 2026 en een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de andere ouder met gezag, te weten de vader met ingang van 8 april 2026 tot 22 april 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.

Vervolgens heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij beschikking van 17 april 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld met ingang van 22 april 2026 tot 8 juli 2026. Tevens heeft de kinderrechter bij diezelfde beschikking een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de andere gezagdragende ouder, te weten de vader, met ingang van 17 april 2026 tot 8 juli 2026.

[minderjarige] woont momenteel op basis van de voorgenoemde machtiging bij de vader.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De Raad legt het volgende ten grondslag aan het verzoek. [minderjarige] groeit momenteel op in een situatie, waarin sprake is van aanhoudende onrust, onduidelijkheid en wisselingen in haar verblijf- en opvoedsituatie. Er is onvoldoende zicht op de relatie en dynamiek tussen de ouders. De relatie tussen de ouders is onrustig en er heersen veel spanningen, waarbij ook sprake is (geweest) van verbaal geweld. [minderjarige] is daar getuige van (geweest). Het blijft onduidelijk wat er speelt tussen de ouders. De ouders zijn daardoor onvoldoende stabiel en voorspelbaar en er is onvoldoende zicht op de opvoedsituatie bij zowel de moeder als de vader. Zo is het onvoldoende duidelijk of de vader de dagelijkse zorg voor [minderjarige] op zich kan nemen en heeft de vader onvoldoende laten zien dat hij de veiligheidsafspraken nakomt en de noodzaak daarvan inziet. Ook zijn er zorgen over de mate waarin de moeder structuur kan bieden aan [minderjarige] en over mogelijk vluchtgevaar door de moeder. Het is op dit moment onvoldoende zichtbaar of de ouders [minderjarige] veiligheid, structuur en rust kunnen bieden. Het risico bestaat dat [minderjarige] door de aanhoudende onrust, onduidelijkheid en wisselingen verder wordt belast in haar sociaal-emotionele ontwikkeling en gevoel van veiligheid. Tot nu toe is de hulpverlening niet van de grond gekomen, omdat er moeizaam contact te krijgen was met de ouders en zij de verantwoordelijkheid bij elkaar bleven leggen. Ook zijn de ouders tot nu toe onvoldoende open. De Raad merkt dat de vader bepaalde dingen niet zegt, om conflicten met de moeder te voorkomen. Wel hebben de ouders het beste voor met [minderjarige] en willen zij afspraken maken. Daarnaast heeft de moeder zich recent aangemeld voor emotieregulatietraining. Doordat er op dit moment onvoldoende aanwijzingen zijn dat [minderjarige] niet veilig kan opgroeien bij de moeder, zal [minderjarige] vanaf 8 juli 2026 weer terug bij de moeder gaan wonen. [minderjarige] wil zelf ook graag terug naar de moeder en heeft zichtbaar moeite met de huidige situatie, waarbij zij bij oma vaderszijde verblijft. Op korte termijn kan opvoedondersteuning worden ingezet bij de moeder. Daarnaast kijkt de GI naar de mogelijkheden om te starten met MST-CAN. De Raad acht het verder van belang dat de ouders samen een ouderschapsplan op gaan stellen.

De moeder heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat zij instemt met het verzoek. Zij is blij dat [minderjarige] weer bij haar komt wonen, maar zij begrijpt niet dat [minderjarige] pas vanaf 8 juli bij haar zal worden geplaatst. De hulpverlening is dan namelijk toch nog niet gestart. De moeder had daarnaast graag gewild dat er al een zorgregeling zou worden vastgesteld, voordat [minderjarige] weer terug bij haar komt. Er is nu namelijk weinig veranderd aan de situatie en er is nog onvoldoende duidelijkheid, waardoor de moeder vreest dat de ouders telkens weer in conflict zullen raken. Verder wil de moeder graag hupverlening.

De vader heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat hij instemt met het verzoek. Hij wil geen conflicten meer met de moeder en wil dat er duidelijke afspraken worden gemaakt tussen de ouders. Daarnaast wil de vader graag een grotere bijdrage leveren in de verzorging en opvoeding van [minderjarige] .

De GI acht een ondertoezichtstelling nodig. De ouders hebben namelijk continu conflicten, ook waar [minderjarige] bij is. Ook luisteren de ouders niet naar de afspraken, die er zijn gemaakt. [minderjarige] heeft veel last van de situatie en laat ander gedrag zien op school. Vanwege de onrust heeft de oma vaderszijde aangegeven dat [minderjarige] niet lang meer bij haar kan wonen. De GI acht het van belang dat de intensieve hulpverlening in de thuissituatie bij de moeder eerst start, voordat [minderjarige] bij de moeder gaat wonen. [minderjarige] zal daarom pas vanaf 8 juli 2026, als de machtiging tot uithuisplaatsing afloopt, bij de moeder gaan wonen. De GI zal ervoor zorgen dat de hulpverlening voor die tijd is gestart. Hoewel beide ouders het beste voor hebben met [minderjarige] , dienen zij allebei verantwoordelijkheid te pakken en voor rust te zorgen voor [minderjarige] . Ook moeten beide ouders aan de slag om afspraken te maken over een zorgregeling. De GI gaat daartoe nog een verzoek doen tot vaststelling van een zorgregeling.

5. De beoordeling

Wat zegt de wet?

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:

de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en

de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.

Wat vindt de kinderrechter?

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. Er is sprake van herhaaldelijke conflicten, spanningen en escalaties tussen de ouders, waar [minderjarige] getuige van is (geweest). De ouders zijn momenteel onvoldoende stabiel en voorspelbaar. Er zijn zorgen over de invloed hiervan op [minderjarige] . Daarnaast is er veel onduidelijkheid over de zorgregeling en is er onvoldoende zicht op de opvoedsituatie bij zowel de moeder als de vader. Inmiddels heeft [minderjarige] al meerdere wisselingen in haar verblijf- en opvoedsituatie meegemaakt. Het risico bestaat dat [minderjarige] door de aanhoudende onrust, onduidelijkheid en wisselingen verder wordt belast in haar sociaal-emotionele ontwikkeling en gevoel van veiligheid.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Tot nu toe is de hulpverlening in een vrijwillig kader onvoldoende van de grond gekomen. Ook zijn de ouders tot nu toe onvoldoende open over hun situatie. Positief is dat beide ouders het beste voor lijken te hebben met [minderjarige] en dat zij beide inzien dat er zorgen zijn. Zij willen ook beide dat de conflicten stoppen en dat er verandering komt in de situatie. Zij stemmen daarom beide in met de ondertoezichtstelling. Er is op dit moment onvoldoende vertrouwen dat de verandering die nodig is zelfstandig door de ouders of via vrijwillige hulpverlening kan worden gerealiseerd. De kinderrechter acht hiervoor regie, monitoring en sturing vanuit de GI noodzakelijk.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter acht de door de Raad ter zitting gestelde doelen passend en geeft aan de GI de opdracht om in ieder geval aan de volgende doelen te gaan werken:

- De fysieke en emotionele veiligheid van [minderjarige] wordt gewaarborgd.

- [minderjarige] ontvangt een opvoedsituatie die voorspelbaar, duidelijk, stabiel, emotioneel veilig en stimulerend is.

- De ouders kunnen constructief samenwerken in het belang van [minderjarige] .

- De ouders gaan op een gezonde manier om met conflicten en emoties.

- [minderjarige] wordt beschermd tegen spanningen en conflicten tussen volwassenen en is niet opnieuw getuige van verbaal geweld of onrust tussen ouders.

Binnen de ondertoezichtstelling dient de GI afspraken te maken met de ouders met betrekking tot [minderjarige] , welke uiteindelijk worden vastgelegd in een ouderschapsplan. Ook dient er duidelijkheid te komen over de woon- en opvoedsituatie van de vader en welke rol hij kan vervullen in de zorg voor [minderjarige] . Daarnaast dient er zicht te komen op de thuissituatie bij de moeder. Er kan hulpverlening worden ingezet gericht op opvoedondersteuning, ondersteuning in onderlinge communicatie tussen ouders, emotieregulatie en het vergroten van stabiliteit en voorspelbaarheid in het dagelijks functioneren. Daarnaast dient de GI de onderlinge dynamiek, communicatie en samenwerking binnen het systeem rondom [minderjarige] te onderzoeken. Spanningen tussen de ouders dienen daarbij buiten het zicht van [minderjarige] te worden gehouden. Verder wordt speltherapie van belang geacht voor [minderjarige] , zodat er aandacht is voor wat alles heeft gedaan met [minderjarige] .

Gelet op de tijd die naar verwachting nodig is om de gestelde doelen te behalen, zal de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 26 juni 2026 tot 26 juni 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier, en op schrift gesteld op 7 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Van Oorschot als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand