ECLI:NL:RBZWB:2026:6985

ECLI:NL:RBZWB:2026:6985

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 29-06-2026
Datum publicatie 30-07-2026
Zaaknummer C/02/449281 / JE RK 26-1040 C/02/448920 / JE RK 26-986 C/02/449693 / JE RK 26-1117
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verlenging UHP ivm risico's

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummers: C/02/449281 / JE RK 26-1040 ( [minderjarige 1] )

C/02/448920 / JE RK 26-986 (spoedmachtiging [minderjarige 2] )

C/02/449693 / JE RK 26-1117 (verlenging uithuisplaatsing [minderjarige 2] )

Datum uitspraak: 29 juni 2026

(nadere) beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

en

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. M.S. Yap te Bergen op Zoom.

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

In zaaknummer C/02/449281 / JE RK 26-1040:

- de beschikking van 16 juni 2026 met alle daarin vermelde stukken;

In zaaknummers C/02/448920 / JE RK 26-986:

- De beschikking van 18 juni 2026 met alle daarin vermelde stukken;

- het aanvullende verzoek van de GI ontvangen op 23 juni 2026;

- de briefrapportage van de GI ontvangen op 25 juni 2026;

In zaaknummer C/02/449693 / JE RK 26-1117

- het verzoekschrift van de GI ontvangen op 23 juni 2026.

Op 29 juni 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Met [minderjarige 2] is door de kinderrechter voorafgaand aan de beschikking van 18 juni 2026 gesproken.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Bij beschikking van 9 oktober 2025 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder

toezicht gesteld van de GI met ingang van 9 oktober 2025 en tot 9 oktober 2026.

Bij beschikking van 5 juni 2026 is een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 5 juni 2026 en tot 19 juni 2026 onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. De spoedmachtiging ten aanzien van [minderjarige 1] is afgewezen.

Bij beschikking van 16 juni 2026 is een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 16 juni 2026 en tot 30 juni 2026 onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.

Bij beschikking van 18 juni 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 19 juni 2026 en tot 3 juli 2026 onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek van de GI.

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] verblijven in een accommodatie van een jeudghulpaanbieder.

3. Het verzoek

In zaaknummer C/02/449281 / JE RK 26-1040:

De GI verzoekt een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een

accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken en de

beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder

de belanghebbenden te horen. De GI verzoekt daarnaast aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen

voor de duur van zes maanden.

Ter beoordeling ligt nog voor het verzoek van de GI om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van twee weken en zes maanden.

Het op 23 juni 2026 binnengekomen verzoek van de GI heeft betrekking op [minderjarige 2] en zal in zaaknummer C/02/449693 / JE RK 26-1117 behandeld worden.

In zaaknummers C/02/448920 / JE RK 26-986:

De GI heeft mondeling verzocht een spoedmachtiging af te geven tot

uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder

voor de duur van vier weken. Ook heeft de GI verzocht om te beslissen op het verzoek

zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De schriftelijke weergave van het

verzoek wijkt af van dit verzoek nu daarin is opgenomen een verzoek strekkende tot het

verlenen van een spoedmachtiging voor de duur van vier weken met aansluitend een

machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voor de duur van een maand. Dit

afwijkende verzoek, te weten de aanvulling voor de duur van een maand, wordt door de

kinderrechter in de onderhavige beschikking van het spoedverzoek en de beoordeling

daarvan, niet meegenomen. Zij vat dit op als een apart regulier verzoek.

Ter beoordeling ligt nog voor het verzoek om [minderjarige 2] voor de duur van één maand uit huis te plaatsen, welk verzoek de GI op de zitting van 18 juni 2026 mondeling heeft vermeerderd, te weten voor de duur van zes maanden; welk verzoek de GI nog op schrift zou zetten. In het op schrift gezette verzoek van de GI verzoekt de GI echter om een machtiging tot uithuisplaatsing van de GI voor de duur van de ondertoezichtstelling.

In zaaknummer C/02/449693 / JE RK 26-1117:

De GI verzoekt een machtiging te verlenen [naar de kinderrechter begrijpt te verlengen] om [minderjarige 2] voor de duur van de ondertoezichtstelling uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.

4. De standpunten

De GI handhaaft de verzoeken. In eerste instantie was het de bedoeling om de zussen samen te plaatsen, maar er was veel ruzie tussen de zussen. Nu de zussen niet op dezelfde locatie verblijven, wordt gezien dat het met [minderjarige 2] beter gaat. Zij laat normaal gedrag zien en geniet van het gezinshuis waar zij verblijft. De verklaring die de moeder geeft voor de plekken op het lichaam van [minderjarige 2] , namelijk door schurft, is voor de GI nieuw. De GI zal dit verhaal van de moeder meenemen, maar geeft daarbij aan dat dit er naar haar mening anders uit ziet.

De moeder heeft steeds aangegeven dat alles goed gaat. Volgens de GI is er sprake geweest van leugens. De meisjes zouden kunnen fietsen en fietsen hebben, maar als de GI vraagt om de fietsen te zien, dan zouden ze op dat moment net bij de fietsenmaker staan. Dat geldt ook met betrekking tot speelgoed, als er wordt gevraagd waar de kinderen mee spelen, dan is er niets in huis om te laten zien en komen ze met een oorbel van de moeder aanzetten. Het speelgoed zou dan in een schuurtje staan en daar kunnen ze op dat moment niet bij. Als er naar een oplossing wordt gezocht, omdat er wellicht geen geld voor speelgoed is en er bijzondere bijstand aangevraagd kan worden, dan wil de moeder dit niet.

Ten aanzien van [minderjarige 1] is er ook letsel waargenomen. Op haar armen zijn krassen/striae te zien. Ook op haar kuiten ziet de GI veel krassen en een soort ronde plek. Daarvan geeft [minderjarige 1] aan dat ze allergisch is voor Henna. Het is niet zo dat [minderjarige 1] het verhaal van [minderjarige 2] tegenspreekt. Zij zegt dat zij niet mag praten en dat ze dan een nieuwe telefoon krijgt.

Daarnaast is er in ieder geval bij [minderjarige 1] sprake van een ingrijpende vorm besnijdenis toegepast in Somalië en is dit een acute zorg. De moeder is meermaals gevraagd om hiermee naar de huisarts te gaan, maar heeft dit nog steeds niet geregeld. Nidos heeft destijds al aangegeven dat er verder onderzoek nodig is. [minderjarige 1] wil nog niet meewerken aan onderzoek, waarvoor de moeder vlak voor de zitting inmiddels wel toestemming heeft verleend. Voor [minderjarige 1] is het van belang dat er passende uitleg komt.

Namens en door de moeder wordt geen verweer gevoerd tegen de verzoeken die [minderjarige 2] betreffen. De moeder wil beide kinderen wel graag terug thuis hebben. Ten aanzien van [minderjarige 2] zal eerst uitgezocht moeten worden waar haar uitingen vandaan komen en dat goed bekeken wordt wat er aan de hand is.

Ten aanzien van [minderjarige 1] verzoekt de moeder de verzoeken af te wijzen. Er is na de eerdere afwijzing van het spoedverzoek ten aanzien van [minderjarige 1] geen nieuwe informatie. [minderjarige 1] wil terug naar huis en het gehele verzoek is gebaseerd op wat [minderjarige 2] verteld heeft.

5. De beoordeling

In zaaknummer C/02/449281 / JE RK 26-1040:

Nieuwe feiten en/of omstandigheden

Bij beschikking van 16 juni 2026 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend voor de duur van twee weken, te weten met ingang van 16 juni 206 en tot 30 juni 2026, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De belanghebbenden zijn tijdens de mondelinge behandeling van 29 juni 2026 in de gelegenheid gesteld hun standpunt naar voren te brengen. Naar aanleiding daarvan is het de kinderrechter niet gebleken dat sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot een ander oordeel.

Wettelijk kader uithuisplaatsing

Ingevolge artikel 1:265b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Inhoudelijk beoordeling

Allereerst stelt de kinderrechter voorop dat [minderjarige 1] tot 9 oktober 2026 onder toezicht is gesteld. Dat betekent dat het verzoek van de GI om [minderjarige 1] uit huis te plaatsen slechts betrekking kan hebben op de periode tot aan 9 oktober 2026.

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter zal het resterende verzoek van de GI dan ook toewijzen tot aan 9 oktober 2026 en het resterende deel van het verzoek afwijzen. De kinderrechter licht dit als volgt toe.

Het verzoek met betrekking tot [minderjarige 1] wordt niet alleen onderbouwd met wat [minderjarige 2] (mede) in haar NICHD interview naar voren heeft gebracht, het wordt ook onderbouwd met eerdere over het gezin gedane Veilig Thuis meldingen. Daarnaast wordt hetgeen [minderjarige 2] heeft verteld ook onderbouwd met het bij haar geconstateerde letsel.

Het is inderdaad zo dat de uitingen die [minderjarige 1] doet, anders zijn dan die van [minderjarige 2] . Echter geeft [minderjarige 1] zelf aan dat er sprake is van beïnvloeding, omdat zij zegt niets te mogen vertellen, anders krijgt zij geen nieuwe telefoon. De kinderrechter vindt de huidige situatie dusdanig zorgelijk dat er geen risico’s genomen mogen worden. Voor [minderjarige 1] is het van belang dat er verder lichamelijk onderzoek plaatsvindt. Niet alleen tan aanzien van de besnijdenis, maar ook ten aanzien van mogelijk ander letsel.

De kinderrachter is van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing op dit moment noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] én tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. De moeder heeft aangevoerd dat de GI een en ander nog niet via de weg van de schriftelijke aanwijzing heeft geprobeerd. De GI heeft echter de moeder ten aanzien van de besnijdenis van [minderjarige 1] meermaals gevraagd om hiermee naar de huisarts te gaan voor verder onderzoek. Tijdens de zitting geeft de moeder aan dat dit onderzoek al heeft plaatsgevonden en verwijst hiermee naar Nidos. De GI heeft duidelijk aangegeven dat Nidos enkel benadrukt heeft dat verder onderzoek noodzakelijk is. Bovendien had het – als er wel verder onderzoek bij [minderjarige 1] was gedaan – op de weg van de moeder gelegen om deze informatie/resultaten te delen met de GI.

Daar komt bij dat de moeder ook ter zitting heeft verklaard dat zij niet zomaar openheid van zaken aan de GI geeft. Dit is in het kader van de lopende ondertoezichtstellingen en de zorgen over de ontwikkelingsbedreiging wel noodzakelijk.

De kinderrechter wijst het verzoek ten aanzien van [minderjarige 1] toe voor de duur van de ondertoezichtstelling, maar geeft daarbij wel aan dat mocht er uit de verdere verklaringen en onderzoeken bij [minderjarige 1] geen verdere signalen van kindermishandeling naar voren komen, de GI zorgvuldig en in het belang van [minderjarige 1] moet gaan kijken of de machtiging volledig ten uitvoer moet worden gebracht of dat er bijvoorbeeld volstaan kan worden met intensieve opvoedondersteuning.

In zaaknummers C/02/448920 / JE RK 26-986:

Nu de GI het op zitting van 18 juni 2026 mondelinge gedane vermeerderde verzoek op een andere manier op schrift heeft gezet, zal de kinderrechter het resterende deel van het verzoek van de GI in dit zaaknummer afwijzen.

In zaaknummer C/02/449693 / JE RK 26-1117

Nu de moeder geen verweer heeft gevoerd tegen het verzoek om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] voor de duur van de ondertoezichtstelling te verlengen, zal de kinderrechter dit verzoek toewijzen.

In zaaknummers C/02/449281 / JE RK 26-1040 en C/02/449693 / JE RK 26-1117:

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarigen noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

6. De beslissing

De kinderrechter:

In zaaknummer C/02/449281 / JE RK 26-1040:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 30 juni 2026 en tot 9 oktober 2026;

In zaaknummer C/02/449693 / JE RK 26-1117:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 3 juli 2026 en tot 9 oktober 2026;

In zaaknummers C/02/449281 / JE RK 26-1040 en C/02/449693 / JE RK 26-1117:

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

In zaaknummers C/02/449281 / JE RK 26-1040 en C/02/448920 / JE RK 26-986:

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. De Bont, griffier, en op schrift gesteld op 13 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. De Bont

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand