2. De feiten
Partijen zijn op [datum] 2013 te [plaats] (Marokko) met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk zijn de navolgende, thans nog minderjarige kinderen, geboren:
- [minderjarige 1] , [geboortedag 1] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , op [geboortedag 2] 2020 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] , op [geboortedag 2] 2020 te [geboorteplaats] .
Er is een bodemprocedure, bekend onder zaaknummer C/02/447283 FA RK 26-2005 bij deze rechtbank aanhangig gemaakt.
3. De verzoeken
De vrouw verzoekt, samengevat,
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door haar;
- toevertrouwing van de minderjarigen aan haar;
- vaststelling van een door de man aan haar te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen van € 140,= per maand per kind;
De man verzoekt de vrouw in haar verzoeken niet ontvankelijk te verklaren, althans haar verzoek af en te wijzen. Hij verzoekt zelfstandig, samengevat,
Primair:
- toevertrouwing van de minderjarige aan hem;
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door hem;
Subsidiair:
- Te bepalen dat de kinderen de ene week bij de man verblijven en de andere week bij de vrouw met als wisseldag zondag 18.00 uur en de helft van de vakanties.
De vrouw voert verweer tegen de verzoeken van de man en verzoekt deze af te wijzen.
4. De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Vanwege de plaats waar het huwelijk van partijen is gesloten, heeft de zaak internationaal privaatrechtelijke aspecten. De rechtbank heeft die ambtshalve beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat haar rechtsmacht toekomt en dat zij naar Nederlands recht dient te beslissen op de verzoeken.
De inhoudelijke beoordeling
De rechtbank stelt vast dat de situatie ten aanzien van het moment van indiening van het verzoekschrift door de vrouw is veranderd. Volgens de vrouw heeft er op 7 juni 2026 een incident plaatsgevonden, waardoor Veilig Thuis betrokken is geraakt. De vrouw verblijft op dit moment samen met de kinderen in een veilige opvang. De man verblijft in de echtelijke woning. Op dit moment is er geen contact tussen de man en de kinderen.
De rechtbank zal de verzoeken betreffende de toevertrouwing van de kinderen en het gebruik van de echtelijke woning aanhouden. Eerst moet er duidelijkheid komen over het incident van 7 juni 2026, welk incident door de man wordt betwist. Voor zowel de toevertrouwing van de kinderen als het gebruik van de echtelijke woning is het van belang dat het onderzoek door Veilig Thuis wordt afgerond. Pas dan kan bekeken worden welke beslissingen er in het belang van de kinderen genomen kunnen worden.
Ten aanzien van het verzoek van de man om een zorgregeling vast te stellen, is de rechtbank van oordeel dat op dit moment er enkel vastgesteld kan worden dat de man en de kinderen recht hebben op contact met elkaar, indien Veilig Thuis hiertoe mogelijkheden ziet. Voor de Raad is er, zoals de Raad ook ter zitting heeft aangegeven, nu nog geen rol weggelegd. Ook de Raad zal moeten wachten op het onderzoek – en de uitkomsten van het onderzoek – van Veilig Thuis. De rechtbank zal daarom de zorgregeling als volgt vastleggen.
Ten aanzien van de kinderalimentatie is het op dit moment zo dat de vrouw geen (bijdrage in de) woonlasten heeft (doet). De rechtbank zal nu dit waarschijnlijk ook een tijdelijke situatie in afwachting van het onderzoek door Veilig Thuis betreft, de bijdrage van de man in de kosten van de kinderen voorlopig vaststellen op € 75,- per kind per maand. Hierbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de overgelegde draagkrachtberekeningen. De rechtbank zal in afwachting van het onderzoek van Veilig Thuis ook de verdere beslissing over de bijdrage van de man in de kosten van de kinderen aanhouden.
De rechtbank zal de verzoeken betreffende de toevertrouwing van de kinderen, het gebruik van de echtelijke woning en de verdere kinderalimentatie aanhouden tot de hieronder vermelde pro forma datum. Op deze datum verwacht de rechtbank bericht van (de advocaten van) partijen over de stand van zaken met betrekking tot het onderzoek door Veilig Thuis, wat dit betekent voor de aangehouden verzoeken en wat de wensen zijn met betrekking tot het verdere procesverloop. Indien het onderzoek van Veilig Thuis eerder is afgerond, staat het (de advocaten van) partijen uiteraard vrij om voorafgaande aan de pro forma datum de rechtbank nader te berichten.
Uitvoerbaar bij voorraad
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat
wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarigen noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.
5. De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de man en de minderjarigen,
- [minderjarige 1] , [geboortedag 1] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , op [geboortedag 2] 2020 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] , op [geboortedag 2] 2020 te [geboorteplaats] ;
in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar, indien Veilig Thuis mogelijkheden ziet om dit op een veilige manier te laten plaatsvinden;
bepaalt dat de door de man te betalen bijdrage voor de verzorging en opvoeding van de minderjarigen,
- [minderjarige 1] , [geboortedag 1] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , op [geboortedag 2] 2020 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] , op [geboortedag 2] 2020 te [geboorteplaats] ;
met ingang van de datum van deze beschikking voorlopig wordt vastgesteld op € 75,= (vijfenzeventig euro) per maand per kind, aan de vrouw voor de toekomst bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing aan betreffende de toevertrouwing van de kinderen, het gebruik van de echtelijke woning en de verdere voorlopige kinderalimentatie aan tot 25 augustus 2026 PRO FORMA voor uitlating van partijen over de stand van zaken met betrekking tot het onderzoek door Veilig Thuis en het verdere procesverloop.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, en, in tegenwoordigheid van mr. De Bont, griffier, in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2026.