ECLI:NL:RBZWB:2026:7025

ECLI:NL:RBZWB:2026:7025

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 30-06-2026
Datum publicatie 31-07-2026
Zaaknummer C/02/442137 / JE RK 25-2058
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/442137 / JE RK 25-2058

Datum uitspraak: 30 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2020 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

en

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

beiden wonende in [woonplaats],

advocaat voor beiden mr. A. Koop-van Vliet uit Breda.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de oma (mz)] , hierna te noemen oma moederszijde (mz).

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 18 december 2025 en alle daarin genoemde stukken;

de brief van de GI van 18 mei 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader en de moeder met hun advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI;

- mw. [de oma (mz)], oma mz.

Daarnaast is verschenen een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, (hierna: de Raad), om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

2. De feiten

De ouders zijn met elkaar gehuwd.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] verblijft door de week bij oma mz en in de weekenden bij zijn ouders.

Bij beschikking van 18 december 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het (netwerk)pleeggezin van de grootouders mz verlengd tot 4 juli 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek van de GI.

3. Het verzoek

Aan de orde is nog het resterende deel van het verzoek van de GI om de voornoemde maatregelen te verlengen voor de periode van 4 juli 2026 tot 4 januari 2027.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

Namens de GI wordt aangevoerd dat zij volhardt in haar restverzoek. Er is op dit moment geen sprake van een samenwerking tussen de GI en de ouders. Ook van Prisma heeft de GI vernomen dat het moeilijk is om met de ouders in contact te komen. Er bestaan nog steeds grote zorgen over de woning van de ouders. De woning dient te worden gerenoveerd. In hygiënisch opzicht voldoet de woning ook niet, omdat er sprake is een overlast van muizen en ander afval. Het is voor [minderjarige] dan ook niet verantwoord om in die woning te verblijven. De GI zal komende week deelnemen aan een breed overleg bij de gemeente om te bekijken of er mogelijkheden zijn dat de ouders de woning toch kunnen behouden. De GI wil hierover ook in gesprek met de ouders, zodat zij de ouders hierin kan meenemen.

De GI wil samen met de ouders en de grootouders komen tot een gedragen plan van aanpak (opvoedarrangement) voor nu en in de toekomst. Het perspectief van [minderjarige] is volgens de GI gelegen bij de grootouders en bekeken moet worden op welke wijze de ouders een zo groot mogelijke rol in het leven van [minderjarige] kunnen vervullen. Om te bekijken wat voor nu en in de toekomst mogelijk is en om te komen tot een gedragen opvoedarrangement, vindt de GI het nodig dat de aangehouden deel van het verzoek alsnog wordt toegewezen.

Door en namens de ouders wordt aangevoerd dat de vele wisselingen van jeugdbeschermer lastig is voor hen. Zij weten niet waar ze aan toe zijn en wat ze wel of niet mogen. Het klopt dat de woning nog steeds is vervuild en ook de muizenplaag is nog niet verholpen. De ouders hebben zelf al van alles geprobeerd om van die plaag af te komen, omdat de gemeente niets doet. Prisma is nog betrokken bij de ouders en hoewel het contact soms moeizaam verloopt is er wel sprake van verbetering in de samenwerking. Ook houden de ouders zich aan de WMO-afspraken. De ouders staan nog altijd op de wachtlijst voor persoonlijke hulpverlening; de moeder bij De Viersprong en de vader bij [hulpverlening]. Deze hulpverlening is dus nog niet gestart, maar de ouders zijn wel gemotiveerd om hieraan hun medewerking te verlenen. Zij gaan ermee akkoord dat het opvoedperspectief van [minderjarige] bij de grootouders ligt. De ouders willen dan ook graag komen tot een duurzaam opvoedarrangement en een overdracht naar het vrijwillige kader. Gelet hierop verzoeken de ouders de maatregelen voor de duur van vier maanden te verlengen, onder aanhouding van het restant van het verzoek, om gedurende deze vier maanden toe te werken naar een duurzaam opvoedarrangement en een overdracht naar het vrijwillige kader.

De oma mz geeft aan dat het goed gaat met [minderjarige] in haar thuissituatie. Hij kijkt uit naar de momenten dat hij zijn ouders ziet. De ouders komen dagelijks bij de grootouders eten. Het is goed als [minderjarige] bij de oma mz opgroeit. Zij geeft aan dat door de GI alleen maar wordt gedeeld wat niet goed gaat, maar het is ook belangrijk dat wordt vermeld wat wel goed gaat. De oma mz is ontzettend trots op de ouders en de stappen die zij zelf hebben gezet. Zij wil door de GI graag meer betrokken worden bij de zaken die spelen. Wanneer zij hiervan op de hoogte is kan zij hierin mogelijk ook iets in betekenen, door onder meer de ouders extra te motiveren om toch mee te blijven werken.

De Raad deelt de zorgen die de GI heeft. Duidelijk is dat de samenwerking tussen de GI en de ouders niet gestroomlijnd verloopt. Het is belangrijk dat er op korte termijn een duurzaam opvoedarrangement wordt opgesteld door de GI samen met de ouders, de grootouders en de betrokken hulpverlening. Wanneer het opvoedarrangement is opgesteld dient te worden bekeken of een verlenging van de maatregelen nog nodig is of dat een overdracht naar het vrijwillige kader mogelijk is. Om dit te kunnen realiseren is voor nu nog een verlenging van de maatregelen nodig.

5. De beoordeling

Wat zegt de wet?

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Hiervoor moet aan de grond van de ondertoezichtstelling (zoals beschreven in artikel 1:255 eerste lid BW) zijn voldaan.

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:

- de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en

- de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:265c tweede lid BW de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en maximaal voor de duur van een jaar. Hiervoor moet aan de grond van de uithuisplaatsing (zoals beschreven in artikel 1:265b eerste lid BW) zijn voldaan.

Als het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid kan de kinderrechter op grond van artikel 1:265b eerste lid BW de gecertificeerde instelling (die is belast met de ondertoezichtstelling) op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen.

Het oordeel van de kinderrechter

Bij beschikking van 18 december 2025 zijn beide maatregelen verlengd voor de duur van zes maanden onder aanhouding van het restant van het verzoek van zes maanden om een tussentijds toetsmoment mogelijk te maken. Dit is geschied om zicht te houden op de ontwikkelingen in deze zaak en op onder meer de stappen die door de ouders nog moeten worden gezet.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat de samenwerking tussen de ouders en de GI is gestagneerd. De ouders zijn onvoldoende bereikbaar voor de GI en het is de afgelopen periode niet gelukt om tot een door ieder gedragen opvoedarrangement te komen. Dit ondanks dat blijkt dat alle betrokkenen het erover eens lijken te zijn dat het perspectief van [minderjarige] bij de grootouders is gelegen.

De kinderrechter is van oordeel dat een verlenging van de maatregelen nog noodzakelijk is om te komen tot een door alle betrokkenen gewenst opvoedarrangement en de borging van de noodzakelijke hulpverlening. Volgens de GI, de ouders en de oma mz is het perspectief van [minderjarige] gelegen bij de grootouders, maar hiervoor ontbreekt nog de onderbouwing en een perspectiefbesluit. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het restant van het verzoek geheel toewijzen, omdat een periode van vier maanden, mede gezien de aanstaande zomervakantie, te kort is om onder andere te komen tot een opvoedarrangement en de borging hiervan. Wel verwacht de kinderrechter dat het opvoedarrangement binnen vier maanden wordt opgesteld en dat er voor de eventuele indiening van een nieuw verzoek tot verlenging van de maatregelen alvast uitvoering aan wordt gegeven. Bij de volgende zitting kan ook aandacht worden besteed aan het perspectiefbesluit van de GI, dat naar verwachting dan al door haar is genomen.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen voor het volledige resterende deel, namelijk voor de periode van 4 juli 2026 tot 4 januari 2027.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter zal zijn beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 4 juli 2026 tot 4 januari 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het (netwerk)pleeggezin van de grootouders moederszijde met ingang van 4 juli 2026 tot 4 januari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Diepen als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand