2. De beoordeling
De beslissing luidt zoals hieronder is bepaald. Aan partijen is medegedeeld dat de schriftelijke uitwerking van deze beschikking later, na 28 juli 2026, volgt.
3. De beslissing
De rechtbank
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, onder wijziging van de beschikking d.d. 2 oktober 2024 van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, en het daarvan deel uitmakende ouderschapsplan voor zover het de zorgregeling betreft, dat de man en de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2014 te [geboorteplaats 1],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2018 in [geboorteplaats 1],
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2022 in [geboorteplaats 1],
in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van door “[hulpverlening]” begeleide contacten met elkaar, waarbij de duur en frequentie van één of tweemaal per week, nader door [hulpverlening] wordt bepaald;
beëindigt, uitvoerbaar bij voorraad, met ingang van de datum van deze beschikking en voor de duur van een jaar het ouderlijk gezag van [de man] , geboren te [geboorteplaats 2] op
[geboortedag 4] 1989, over voornoemde minderjarigen;
verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming locatie Middelburg zijn reeds ingestelde beschermingsonderzoek uit te breiden en een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de vraag:
- bestaat er, bij instandhouding van het gezamenlijk gezag van beide ouders, een onaanvaardbaar risico dat de minderjarigen klem of verloren zullen raken tussen de ouders en is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of is het anderszins in het belang van de minderjarigen te achten om af te wijken van het in de wet neergelegde uitgangspunt dat de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen?
en de rechtbank hieromtrent te rapporteren en te adviseren;
houdt de beslissing op de verzoeken met betrekking tot de definitieve zorgregeling en het verzoek omtrent het gezag aan tot een nog nader te bepalen zitting over 9 maanden met het verzoek aan [hulpverlening] en partijen om de rechtbank vóór die zittingsdatum te informeren over de stand van zaken met betrekking tot de begeleide contacten en met het verzoek aan de Raad om zijn rapport en advies zoals gevraagd onder r.o. 3.4. van deze beslissing vóór die zittingsdatum aan de rechtbank te doen toekomen;
bepaalt dat de griffier partijen, hun advocaten, de Raad en de casusregisseur oproept voor de zitting;
houdt de zaak ten aanzien van de kinderbijdrage aan tot de familiekamerrol van
11 augustus 2026, teneinde de man in de gelegenheid te stellen zich tot een advocaat te wenden om uiterlijk op voornoemde roldatum een verweerschrift in te dienen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 in tegenwoordigheid van mr. Krijger-de Keuning, griffier, en verkort op schrift gesteld op 1 juli 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.