ECLI:NL:RBZWB:2026:7029

ECLI:NL:RBZWB:2026:7029

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 30-06-2026
Datum publicatie 31-07-2026
Zaaknummer C/02/448834 / JE RK 26-956
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verlenging ots. toewerken naar vrijwillig kader.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/448834 / JE RK 26-956

Datum uitspraak: 30 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2008 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] .

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2010 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] ,

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2012 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 3] ,

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.S. Vriend te Middelburg,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 juni 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI.

De kinderrechter stelt tijdens de zitting vast dat de vader correct is opgeroepen, maar niet is verschenen.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hier geen gebruik van gemaakt.

2. De feiten

De ouders zijn samen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .

[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.

Bij beschikking van 14 juli 2020 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld met ingang van 14 juli 2020 en tot 14 juli 2021. De ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is daarna steeds verlengd, laatstelijk tot 14 juli 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid, te weten [geboortedag 1] 2026 en de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI handhaaft tijdens de zitting het verzoek. Hoewel er sprake is van een voorzichtige positieve ontwikkeling, is de ontwikkeling van de minderjarigen nog altijd kwetsbaar. De benodigde hulpverlening is inmiddels ingezet en de behandeling komt voorzichtig op gang, maar de vooruitgang verloopt met kleine stappen en kent regelmatig terugval. De GI acht het van belang dat de behandeling en begeleiding worden voortgezet, dat het gezin verder wordt gestabiliseerd en dat wordt toegewerkt naar een vrijwillig hulpverleningskader zodra dit verantwoord is. Daarom verzoekt de GI de ondertoezichtstelling te verlengen zoals verzocht voor de duur van zes maanden.

Door en namens de moeder wordt tijdens de zitting ingestemd met de verzochte verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder geeft aan dat het gezin de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet, onder meer doordat de kinderen beter meewerken aan de behandeling, zich meer hebben gesetteld in hun woonplaats en zich positief ontwikkelen op school en sociaal gebied. Tegelijkertijd ervaart de moeder dat de behandeling veel vraagt van het gezin en dat er sprake blijft van wisselende periodes. De moeder acht voortzetting van de hulpverlening noodzakelijk om de ingezette positieve ontwikkeling te bestendigen.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

De beoordeling

Op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat het verzoek van de GI dient te worden toegewezen nu voldaan wordt aan de wettelijke criteria zoals hierboven vermeld. Dit betekent dat het verzoek tot ondertoezichtstelling zal worden toegewezen voor de duur van zes maanden. De kinderrechter zal deze beslissing hierna toelichten.

Tijdens de zitting is het de kinderrechter gebleken dat er nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van de minderjarigen. Hoewel het gezin de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet, is de situatie nog kwetsbaar. De minderjarigen kampen nog met de gevolgen van de traumatische ervaringen uit het verleden waaronder huiselijk geweld waardoor zij op sociaal-emotioneel gebied, in hun emotieregulatie en in hun ontwikkeling worden belemmerd. Daarnaast is er nog sprake van schoolverzuim, een beperkte dagbesteding, psychische problematiek en een grote afhankelijkheid van de ondersteuning die aan het gezin wordt geboden. Ook blijft de draagkracht van de moeder beperkt waardoor zij de kinderen niet altijd de benodigde structuur, begrenzing en stimulans kan bieden. Hoewel de kinderrechter ziet dat de thuissituatie aanzienlijk is verbeterd, blijft deze zonder intensieve ondersteuning kwetsbaar en bestaat er het risico op terugval.

De kinderrechter acht de verlenging van de ondertoezichtstelling daarom noodzakelijk. In de komende periode dient de ingezette behandeling van de minderjarigen te worden voortgezet en verder te worden opgebouwd waarbij aandacht moet blijven bestaan voor traumaverwerking, emotieregulatie, schoolgang en een passende dagbesteding. Daarnaast is het van belang dat de moeder wordt ondersteund bij het vasthouden van een stabiele en hygiënische opvoedsituatie en dat de reeds ingezette hulpverlening duurzaam wordt geborgd. De GI dient de komende maanden toe te werken naar een zorgvuldige overdracht naar het vrijwillig kader waarbij de benodigde hulpverlening en casusregie zodanig zijn georganiseerd dat de positieve ontwikkeling van het gezin ook zonder een ondertoezichtstelling kan worden voortgezet. Voor [minderjarige 1] dient daarbij tevens aandacht te zijn voor de overgang naar zijn meerderjarigheid.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot aan zijn meerderjarigheid, te weten met ingang van 14 juli 2026 en tot [geboortedag 1] 2026;

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van zes maanden, te weten met ingang van 14 juli 2026 en tot 14 januari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door mr. Borm, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier, en op schrift gesteld op 14 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand