RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449394 / FA RK 26-3137
Datum uitspraak: 30 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
[persoon 1] , FACT-medewerker;
[persoon 2] , mentor van betrokkene;
[persoon 3] , teamleider.
Bij aanvang van de zitting heeft betrokkene duidelijk aangegeven niet met de rechtbank te willen praten. De rechtbank overweegt dat betrokkene op de hoogte was van de zitting en door de rechtbank is gevraagd aan de zitting deel te nemen, maar heeft geweigerd daarbij aanwezig te zijn. Gelet daarop stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet gehoord wil worden. De rechtbank heeft daarop besloten de zitting voort te zetten in afwezigheid van betrokkene. De advocaat, FACT-medewerker, mentor en teamleider hadden hiertegen geen bezwaar.
2. Wat vaststaat
Bij beschikking van deze rechtbank van 14 augustus 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 14 augustus 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4. De standpunten
De FACT-medewerker brengt naar voren dat het contact met betrokkene in het begin moeizaam verliep, maar dat dit inmiddels steeds beter gaat. Daarnaast geeft de FACT-medewerker aan dat de twee belangrijkste vormen van zorg zien op het ‘toedienen van medicatie’ en ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’. De overige vormen van verplichte zorg zijn aangevraagd voor het geval sprake is van een decompensatie.
De mentor brengt naar voren dat betrokkene een opname als zeer traumatisch ervaart. Om die reden acht de mentor alleen de door de FACT-medewerker genoemde vormen van verplichte zorg noodzakelijk.
De teamleider onderschrijft het standpunt van de FACT-medewerker en de mentor.
De advocaat voert aan dat betrokkene kan instemmen met het verzoek, mits de vormen van verplichte zorg gelijk blijven aan die in de vorige beschikking. Betrokkene begreep niet waarom in het huidige verzoek ineens vijf vormen van verplichte zorg zijn opgenomen. Volgens de advocaat is er in de afgelopen periode geen sprake geweest van een opname en is de verplichte zorgvorm ‘opnemen in een accommodatie’ daarom net noodzakelijk. Om die redenen verzoekt de advocaat om het verzoek toe te wijzen, met uitsluitend de vormen van verplichte zorg die reeds in de vorige beschikking waren opgenomen.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat het ernstig nadeel zich zal openbaren wanneer betrokkene haar medicatie staakt, met als gevolg dat zij psychotisch decompenseert. Tijdens een psychotische decompensatie heeft betrokkene last van visuele en akoestische hallucinaties, trekt zij zich geheel terug uit contact en verwaarloost zij zichzelf. Ook de voedsel- en vochtintake is dan minimaal, met hert risico op somatische problemen vanwege fors gewichtsverlies. Daarnaast is betrokkene flink vermagerd en is er onderzoek gedaan naar een neurologische oorzaak, maar zonder succes.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft een geheel andere lezing over wat er aan de hand is. Zij is overtuigd van een neurologische oorzaak van haar klachten. Dit is meerdere malen onderzocht maar niet aangetoond. Betrokkene is dan ook niet bereid om op vrijwillige basis in zorg te blijven bij GGZ en medicatie te blijven gebruiken, omdat zij daar de zin niet van inziet. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
De rechtbank bepaalt daarbij dat onder ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in de richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met haar ambulant behandelteam en zij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet noodzakelijk.
De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van zorg, afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 juni 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door mr Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 14 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.